STRAFRECHT
INHOUDSOPGAVE
Werkcollege 1: aanvang strafprocedure ........................................................................................ 3
1 partijen in het strafproces .............................................................................................................. 3
2 vorderingen (+ verjaring) ................................................................................................................. 4
strafvordering ................................................................................................................................ 4
burgerlijke vordering ...................................................................................................................... 9
3 start opsporingsonderzoek............................................................................................................12
4 start gerechtelijk onderzoek ..........................................................................................................12
Werkcollege 2: verloop onderzoek ............................................................................................... 14
1 verloop OO...................................................................................................................................14
heterdaad ................................................................................................................................... 14
mini-instructie............................................................................................................................. 15
BOM ........................................................................................................................................... 16
rechten van partijen in OO ........................................................................................................... 21
2 verloop GO ...................................................................................................................................21
daden van onderzoek................................................................................................................... 22
verhouding OR-OM ...................................................................................................................... 22
rechten van partijen in GO ........................................................................................................... 22
WC3: aflsuting onderzoek ............................................................................................................ 24
1 afsluiting OO ................................................................................................................................24
vervolging.................................................................................................................................... 24
niet-vervolging............................................................................................................................. 25
buitengerechtelijke afhandeling ................................................................................................... 27
voorafgaande erkenning van schuld ............................................................................................. 29
2 voorlopige hechtenis ....................................................................................................................30
3 afsluiting GO: regeling der rechtspleging ........................................................................................32
4 vonnisfase ...................................................................................................................................33
,
,WERKCOLLEGE 1: AANVANG STRAFPROCEDURE
1 PARTIJEN IN HET STRAFPROCES
• Slachtoffer – burgerlijke partij
• Verdachte (overkoepelend) – inverdenkinggestelde (GO) – beklaagde (vonnisfase) – beschuldigde
(HvA)
• Burgerlijk aansprakelijke partij: moet dokken voor schade van iemand anders (vb. ouders van
minderjarige)
• Tussenkomende partij: schade lijden zonder zelf slachtoffer te zijn (vb. verzekeraar)
• Openbaar ministerie
Slachtoffer:
• “Slachtoffer” zonder juridische connotatie (bv. onaangegeven zedenmisdrijven) – art. 3bis VT.Sv.
• “Benadeelde persoon” – art. 5bis VT.Sv.
o Via verklaring bij politie of parket (= klacht indienen) → “wens je benadeelde persoon te
zijn?”
o Recht op informatie over verdere verloop van de zaak, ook bij voorlopige hechtenis
o Niet voldoende indien men schadevergoeding wil!
• “Burgerlijke partij”
o Indien SV al ingesteld: zich voegen bij de zaak als BP
o Indien SV nog niet ingesteld:
§ Rechtstreekse dagvaarding voor rechtbank voor overtredingen en wanbedrijven
§ Naar OR: klacht met burgerlijke partijstelling voor wanbedrijven en misdade
o Meer rechten in onderzoek → volwaardige procepartij
o Noodzakelijk indien men schadevergoeding wil!
Oefening 1: statuut slachtoffer:
Stijn heeft ruzie met zijn partner Lia. Na wat wederzijds geroep en getier, loopt Stijn naar buiten en smijt
de gloednieuwe iPhone 15 (1800 euro!) van Lia aan diggelen, alsook hun relatie.
Lia wil haar 1800 euro vergoed zien. Wat kan zij doen, in de hypothese dat Stijn weigert de schade te
vergoeden? (Art. 559 Sw. – GB 10-20 euro)
1) Het volstaat dat Lia bij politie of parket klacht indient en zich benadeelde persoon verklaart.
→ Fout: benadeelde persoon is niet genoeg
2) Indien het OM de zaak seponeert, kan Lia Stijn rechtstreeks dagvaarden voor de correctionele
rechtbank.
→ fout: niet de juiste rechtbank (voor overtreding de politierechtbank)
3) Lia kan klacht met BPS neerleggen bij de OR zodat de strafvordering en de burgerlijke vordering
worden ingesteld.
→fout: OR is voor wanbedrijven en misdaden
4) Indien het OM Stijn rechtstreeks dagvaardt, kan Lia zich via eenvoudige verklaring burgerlijke
partij stellen tijdens de zitting voor de politierechtbank.
→ JUIST: juiste rechtbank en voegen bij de zaak als burgerlijke partij
5) Lia kan haar burgerlijke vordering niet aanhangig maken bij de vrederechter o.g.v. art. 1382 BW.,
want “le criminel tient le civil en état”.
→ fout: je moet niet via de strafrechtelijke weg gaan
, Oefening 2: statuut slachtoffer
Tina komt thuis na een avondje dansen en ziet dat twee vensters van haar woning zijn ingegooid. Ze
verwittigt meteen de politie. De voorwerpen waarmee de feiten werden gepleegd, worden gemakkelijk
gevonden en bevatten vingerafdrukken van de verdachte. Uit de identificatie blijkt dat die persoon reeds
geruime tijd gekend is bij het gerecht. (Art. 534ter Sw. – GVS 1m-6m en/of GB 26-200euro)
(→ gevangenisstraf is wanbedrijf)
Wat zou u Tina aanraden indien zij betrokken wil worden in de procedure en haar schade vergoed wil
krijgen?
Denk aan de mogelijke scenario’s die zich kunnen voordoen (sepot/vervolging/buitengerechtelijke
afhandeling).
Beoordeel volgende stellingen:
1) Indien het OM de zaak buitengerechtelijk wil afhandelen, moet (het niet-betwiste gedeelte van)
Tina’s schade vergoed of de burgerlijke aansprakelijkheid minstens erkend zijn.
→ juist: is een grondvoorwaarde
2) Indien Tina van oordeel is dat het OO van het parket niet snel genoeg vordert, kan zij klacht met
BPS neerleggen voor de OR zodat een GO wordt opgestart.
→ juist: klacht met burgerlijke partijstelling kan bij wanbedrijven
3) Indien het parket de verdachte rechtstreeks dagvaardt, kan Tina zich voegen bij de procedure
voor het vonnisgerecht. Zij kan dit doen via eenvoudige verklaring ter terechtzitting.
→ juist
4) Indien het parket een GO vordert, kan Tina zich voegen bij de procedure door zich bij de OR
kenbaar te maken als BP.
→ juist: je moet niet wachten tot bij de rechter, kan ook al bij OR
5) Indien het parket de zaak seponeert, kan Tina de verdachte rechtstreeks dagvaarden voor de
correctionele rechtbank of klacht met BPS neerleggen bij de OR.
→ juist
2 VORDERINGEN (+ VERJARING)
STRAFVORDERING
• Strafvordering = vordering tot toepassing van de strafwet (soms heel letterlijk, bv.
politierechtbank), uitgeoefend door het Openbaar Ministerie
o Art. 1 VT.Sv.
• Burgerlijke vordering = vordering tot herstel van de (materiële en/of morele) schade, uitgeoefend
door (de nabestaanden van) het slachtoffer
o Art. 3 VT.Sv.
! Instellen (zaak aanhangig maken bij vonnisrechter/OR) ≠ uitoefenen (vordering vragen)