Plichtenleer en ethisch handelen
Inhoud
Deel I: ethische systemen.......................................................................................................................3
1 Begrippenkader...................................................................................................................................3
2 Soorten ethische systemen.................................................................................................................4
3 Menselijk gedrag en het maken van keuzes........................................................................................6
Deel II: bedrijfsethiek en de vastgoedsector..........................................................................................7
4 Bedrijfsethiek algemeen......................................................................................................................7
5 Situering van de Vlaamse vastgoedsector...........................................................................................9
6 Reglementering van het beroep van vastgoedmakelaar...................................................................11
6.1 De reglementering van het beroep van vastgoedmakelaar........................................................11
6.1.1 Toegang tot het beroep.......................................................................................................11
6.1.2 Wettelijke basis....................................................................................................................12
6.1.3 Het beroepsinstituut van vastgoedmakelaars.....................................................................12
6.2 de sector, deelberoepen en aanverwante beroepen..................................................................15
7 Reglement van Plichtenleer en deontologische richtlijn....................................................................16
7.1 Inleiding......................................................................................................................................16
7.2 De gemeenschappelijke bepalingen van toepassing op zowel VGM-bemiddelaars als op VGM-
syndici en VGM-rentmeesters..........................................................................................................16
7.2.1 Algemene bepalingen..........................................................................................................16
7.2.2 Definities..............................................................................................................................16
7.2.3 De vastgoedmakelaar en zijn aansprakelijkheid..................................................................17
7.2.4 De vastgoedmakelaar en het respect voor het privéleven..................................................18
7.2.5 De vastgoedmakelaar in zijn relatie tot de opdrachtgever..................................................18
7.2.6 De vastgoedmakelaar – informatievertrekking over zijn vastgoedkantoor en verhandelde
of beheerde goederen, in het kader van de promotie of de uitoefening van zijn diensten..........20
7.2.7 De vastgoedmakelaar in zijn relatie met zijn collega’s.........................................................20
7.2.8 De vastgoedmakelaar, zijn honoraria en vergoedingen.......................................................21
7.2.9 De vastgoedmakelaar en de financiële bewegingen............................................................21
7.2.10 De vastgoedmakelaar en de discretieplicht.......................................................................22
7.2.11 De vastgoedmakelaar en zijn beroepsvervolmaking..........................................................22
7.2.12 Belangenconflicten – onverenigbaarheden – welvoeglijkheid...........................................23
7.2.13 De vastgoedmakelaar en het instituut...............................................................................23
7.3 Bijzondere verplichtingen voor de vastgoedmakelaar-bemiddelaar..........................................23
7.3.1 De vastgoedmakelaar-bemiddelaar in zijn relatie tot de opdrachtgever.............................23
, 7.3.2 De informatieverstrekking over de goederen......................................................................25
7.3.3 De vastgoedmakelaar-bemiddelaar in zijn relatie tot sommige derden en collega’s...........25
7.3.4 Honoraria.............................................................................................................................26
7.3.5 Diverse bepalingen..............................................................................................................26
8 Discriminatie en anticriminatiewetgeving.........................................................................................26
9 Antiwitwas.........................................................................................................................................29
Deel III: Ethisch handelen en morele dilemma’s binnen vastgoedsector.............................................34
10 Integriteitsrisico’s bij vastgoedbemiddeling...................................................................................34
11 Moreel oordelen I............................................................................................................................36
12 Moreel oordelen II...........................................................................................................................37
13 Beslissingsboom RICS.......................................................................................................................39
,Deel I: ethische systemen
1 Begrippenkader
Ethiek
Letterlijk ‘houden van wijsheid’
Houdt zich bezig met de vraag welke menselijke handelingen goed of toelaatbaar zijn en
welke slecht of niet toelaatbaar
Filosofie
Ontstaan Middellandse Zeegebied tussen 800 en 500 v.C
Bepaald type samenleving tot ontwikkeling, de polis
Mensen => nood ontwikkelen => zo goed mogelijk te functioneren
Steden => broeinesten van creativiteit, cultuur en innovatie
Maar ook complexe samenlevingsvormen
Politiek, rechtspraak en zakenleven => bijzondere plaats
o Vonden plaats op de markt in de openbaarheid
o Burgers werden erbij betrokken => democratisch
Op academie => filosofie => 3 grote kennisgebieden
Fysica = kennis wereld en natuur
Logica = kennis en taaltheorie
Ethica = kennis over handelen, moraal, zeden en gewoonten
Socrates
Ethiek is ermee ontstaan
Niet geïnteresseerd in natuur of taaltheorie
“iets van je leven maken”
Je wordt geboren met bepaalde capaciteiten => ontwikkelen
o Wijsheid => door leven te laten onderzoeken
o Daagde veel mensen uit
Doel? Burgers laten nadenken over eigen waarden en normen
Burgers => gevoel van zelfstandigheid geven
= dissident => andersdenkend (zo werd hij gezien)
Kwam in conflict met heersende klasse => burgers zelfstandigheid te geven
Veroordeeld tot drinken van gifbeker
o Ethiek = juiste keuzes maken en het juiste handelen na te streven
Waarden en normen
Waarden
o Geven aan wat nastrevenswaardig is
o Gedeelde opvattingen over wat juist is
o Eerlijkheid, veiligheid, rechtvaardigheid
o Cultureel bepalend
o Maatstaf voor het beoordelen van gedrag in bepaalde situaties
, Normen
o Concrete gedragsregels in een groep
o Ontstaan van een mate van voorspelbaarheid van gedrag binnen die groep
o normen kunnen verschillen tussen groepen
o tijdsgebonden
integriteit
zien als de persoonlijke eigenschap van een individu die inhoudt dat de betrokkene eerlijk en
oprecht is en niet omkoopbaar
zegt wat hij doet en doet wat hij zegt
persoonlijk als sociaal benaderen
o persoonlijke integriteit
maakt men zich waarden en normen eigen = identificeren
weegt men binnen verschillende contexten af = balanceren
bepalen met welke zich al dan niet kan verzoenen = beschermen
o individuele morele zelfsturing
o sociale integriteit
standvastigheid
moraliteit
verantwoorden te categoriseren
het juiste doen, ook als niemand kijkt
3 aspecten
o Moreel oordelen
o Regelgeving
o Beperken van integriteitsrisico’s
Moreel oordeel
Antwoord op de vraag of een handeling of beslissing moreel juist is
Een handeling/beslissing is moreel juist => recht wordt gedaan aan anderen
Verschillende redeneringen
2 Soorten ethische systemen
Morele intuïtie en ervaring
Ethische vraagstukken => best via dialoog
Iedereen heeft meegekregen hoe hij moet handelen binnen bepaalde situatie
Algemene indeling
Descriptieve ethiek
Beschrijvend en verklarend
Vergelijkt geen waarden en normenstelsels
Inhoud
Deel I: ethische systemen.......................................................................................................................3
1 Begrippenkader...................................................................................................................................3
2 Soorten ethische systemen.................................................................................................................4
3 Menselijk gedrag en het maken van keuzes........................................................................................6
Deel II: bedrijfsethiek en de vastgoedsector..........................................................................................7
4 Bedrijfsethiek algemeen......................................................................................................................7
5 Situering van de Vlaamse vastgoedsector...........................................................................................9
6 Reglementering van het beroep van vastgoedmakelaar...................................................................11
6.1 De reglementering van het beroep van vastgoedmakelaar........................................................11
6.1.1 Toegang tot het beroep.......................................................................................................11
6.1.2 Wettelijke basis....................................................................................................................12
6.1.3 Het beroepsinstituut van vastgoedmakelaars.....................................................................12
6.2 de sector, deelberoepen en aanverwante beroepen..................................................................15
7 Reglement van Plichtenleer en deontologische richtlijn....................................................................16
7.1 Inleiding......................................................................................................................................16
7.2 De gemeenschappelijke bepalingen van toepassing op zowel VGM-bemiddelaars als op VGM-
syndici en VGM-rentmeesters..........................................................................................................16
7.2.1 Algemene bepalingen..........................................................................................................16
7.2.2 Definities..............................................................................................................................16
7.2.3 De vastgoedmakelaar en zijn aansprakelijkheid..................................................................17
7.2.4 De vastgoedmakelaar en het respect voor het privéleven..................................................18
7.2.5 De vastgoedmakelaar in zijn relatie tot de opdrachtgever..................................................18
7.2.6 De vastgoedmakelaar – informatievertrekking over zijn vastgoedkantoor en verhandelde
of beheerde goederen, in het kader van de promotie of de uitoefening van zijn diensten..........20
7.2.7 De vastgoedmakelaar in zijn relatie met zijn collega’s.........................................................20
7.2.8 De vastgoedmakelaar, zijn honoraria en vergoedingen.......................................................21
7.2.9 De vastgoedmakelaar en de financiële bewegingen............................................................21
7.2.10 De vastgoedmakelaar en de discretieplicht.......................................................................22
7.2.11 De vastgoedmakelaar en zijn beroepsvervolmaking..........................................................22
7.2.12 Belangenconflicten – onverenigbaarheden – welvoeglijkheid...........................................23
7.2.13 De vastgoedmakelaar en het instituut...............................................................................23
7.3 Bijzondere verplichtingen voor de vastgoedmakelaar-bemiddelaar..........................................23
7.3.1 De vastgoedmakelaar-bemiddelaar in zijn relatie tot de opdrachtgever.............................23
, 7.3.2 De informatieverstrekking over de goederen......................................................................25
7.3.3 De vastgoedmakelaar-bemiddelaar in zijn relatie tot sommige derden en collega’s...........25
7.3.4 Honoraria.............................................................................................................................26
7.3.5 Diverse bepalingen..............................................................................................................26
8 Discriminatie en anticriminatiewetgeving.........................................................................................26
9 Antiwitwas.........................................................................................................................................29
Deel III: Ethisch handelen en morele dilemma’s binnen vastgoedsector.............................................34
10 Integriteitsrisico’s bij vastgoedbemiddeling...................................................................................34
11 Moreel oordelen I............................................................................................................................36
12 Moreel oordelen II...........................................................................................................................37
13 Beslissingsboom RICS.......................................................................................................................39
,Deel I: ethische systemen
1 Begrippenkader
Ethiek
Letterlijk ‘houden van wijsheid’
Houdt zich bezig met de vraag welke menselijke handelingen goed of toelaatbaar zijn en
welke slecht of niet toelaatbaar
Filosofie
Ontstaan Middellandse Zeegebied tussen 800 en 500 v.C
Bepaald type samenleving tot ontwikkeling, de polis
Mensen => nood ontwikkelen => zo goed mogelijk te functioneren
Steden => broeinesten van creativiteit, cultuur en innovatie
Maar ook complexe samenlevingsvormen
Politiek, rechtspraak en zakenleven => bijzondere plaats
o Vonden plaats op de markt in de openbaarheid
o Burgers werden erbij betrokken => democratisch
Op academie => filosofie => 3 grote kennisgebieden
Fysica = kennis wereld en natuur
Logica = kennis en taaltheorie
Ethica = kennis over handelen, moraal, zeden en gewoonten
Socrates
Ethiek is ermee ontstaan
Niet geïnteresseerd in natuur of taaltheorie
“iets van je leven maken”
Je wordt geboren met bepaalde capaciteiten => ontwikkelen
o Wijsheid => door leven te laten onderzoeken
o Daagde veel mensen uit
Doel? Burgers laten nadenken over eigen waarden en normen
Burgers => gevoel van zelfstandigheid geven
= dissident => andersdenkend (zo werd hij gezien)
Kwam in conflict met heersende klasse => burgers zelfstandigheid te geven
Veroordeeld tot drinken van gifbeker
o Ethiek = juiste keuzes maken en het juiste handelen na te streven
Waarden en normen
Waarden
o Geven aan wat nastrevenswaardig is
o Gedeelde opvattingen over wat juist is
o Eerlijkheid, veiligheid, rechtvaardigheid
o Cultureel bepalend
o Maatstaf voor het beoordelen van gedrag in bepaalde situaties
, Normen
o Concrete gedragsregels in een groep
o Ontstaan van een mate van voorspelbaarheid van gedrag binnen die groep
o normen kunnen verschillen tussen groepen
o tijdsgebonden
integriteit
zien als de persoonlijke eigenschap van een individu die inhoudt dat de betrokkene eerlijk en
oprecht is en niet omkoopbaar
zegt wat hij doet en doet wat hij zegt
persoonlijk als sociaal benaderen
o persoonlijke integriteit
maakt men zich waarden en normen eigen = identificeren
weegt men binnen verschillende contexten af = balanceren
bepalen met welke zich al dan niet kan verzoenen = beschermen
o individuele morele zelfsturing
o sociale integriteit
standvastigheid
moraliteit
verantwoorden te categoriseren
het juiste doen, ook als niemand kijkt
3 aspecten
o Moreel oordelen
o Regelgeving
o Beperken van integriteitsrisico’s
Moreel oordeel
Antwoord op de vraag of een handeling of beslissing moreel juist is
Een handeling/beslissing is moreel juist => recht wordt gedaan aan anderen
Verschillende redeneringen
2 Soorten ethische systemen
Morele intuïtie en ervaring
Ethische vraagstukken => best via dialoog
Iedereen heeft meegekregen hoe hij moet handelen binnen bepaalde situatie
Algemene indeling
Descriptieve ethiek
Beschrijvend en verklarend
Vergelijkt geen waarden en normenstelsels