INTRODUCTIE
COGNITIEVE
PSYCHOLOGIE I
2025-2026
,
,THEMA 1: INLEIDING
HOOFDSTUK 1: COGNITIEVE PSYCHOLOGIE (DE GESCHIEDENIS EN THEMATIEK VAN EEN VAKGEBIED)
1. INLEIDING
• Wat beweegt ons?
◦ Letterlijk: controle over motoriek – hoe we een intentie om te handelen kunnen omzetten in actie
◦ Figuurlijk: hoe en waarom de intentie ontstaat
• Selecteren van relevante informatie + beslissen hoe we moeten handelen
◦ Acties gebaseerd op zintuigen
◦ Relevante informatie uit het geheugen activeren
• Belang overleven als mens en soort
◦ Doelgericht gedrag: objectieve evaluatie + consequenties gemanifesteerd als emoties
• Origineel idee: menselijke cognitie ≈ computer
◦ Prikkels uit de omgeving → verwerkt door cognitieve processen → beslissing → actie
◦ Tekortkomingen klassieke informatieverwerkingsbenadering
Vnl. eenrichtingsverkeer: bottom-up (= vanuit de omgeving opvangen en verwerken)
Mens intrinsiek passief → moeilijk mentale fenomenen (dromen, hallucinaties…) verklaren
• Actueel (sinds einde 19e eeuw): predictive coding-theorie
◦ Interne representatie van omgeving (mentale simulaties) + simuleren van
toekomstscenario’s
◦ Die acties selecteren die voordelig zijn voor overleving
◦ Top-down
Predicties worden vergeleken met zintuigelijke input om interne
modellen te actualiseren
Wanneer predictie en zintuigen niet overeenkomst = discrepantie =
predictiefout
◦ Pas laatste decennia aanvaard in cognitieve neurowetenschappen
Beschrijving predictie en predictiefoutcorrectie als cruciale mechanismen in identificeren
Beschrijving mogelijke mathematische basis van predictive coding
2. WAAROM COGNITIEVE PSYCHOLOGIE?
• Ontwikkeling van technologieën: ondanks verfijningen, zijn ze te ruw om zonder menselijke interventie te kunnen werken
◦ Mensen kunnen op flexibele wijze de essentie van probleem doorzien
◦ Computers hanteren regel, bekomen suboptimale/ foute oplossingen
◦ Het doorgronden van onze flexibiliteit als mens is één van de taken van de cognitieve psychologie
• Begrip van menselijk functioneren is cruciaal voor heel veel zaken
◦ Analyse van ongevallen
Belang protocollen = procedures die consequenties van een fout tot het minimum terugbrengen (vb.
veiligheidsprotocollen vliegtuig)
Bij rampen is er een opeenstapeling van fouten, die elk apart niet zo erg lijken vb. vliegtuig zonder zuurstof
Belang achterhalen hoe dit soort fouten gemaakt wordt
◦ Rationele verklaringen voor irrationeel gedrag
Vb. meedoen aan loterij terwijl de kans op winnen niet opweegt tegen de vereiste inzet
Einstellung: bij het oplossen van complexe problemen, zoeken we te veel achter een simpel probleem, waardoor
we simpele oplossingen verwerpen
• Cognitieve processen zijn reconstructief: obv informatie een complete & consistente representatie proberen te genereren
van onze omgeving en onze positie in de omgeving
◦ vb. visuele illusies en hallucinaties... → cognitie genereert een representatie die conflicteert met de werkelijkheid
, 3. COGNITIEVE PSYCHOLOGIE: WHAT’S IN A NAME?
• Verschillende namen voor vakgebied:
◦ Experimentele psychologie: jaren 50 in Nederland → psychologische functieleer: op voorstel van Bert Duijker, omdat
andere disciplines binnen de psychologie experimenteel onderzoek uitvoerden
◦ Psychonomie: kwantitatieve karakter vakgebied, het meten en in kaart brengen v.d. wetmatigheden menselijk gedrag
kwalitatieve karakter
◦ Cognitieve psychologie: cognitie refereert aan vermogen tot kennisverwerving en informatieverwerving & hangt samen
met denkprocessen
◦ Cognitieve neurowetenschappen & cognitieve neuropsychologie: hersenprocessen aan grondslag van cognitie
Vat best samen dat nadruk ligt op vermogen voor verwerking en gebruiken van kennis
• Nadruk op:
◦ Psychologische functies
◦ Experimentele methode
◦ Vaststellen van wetmatigheden in ons gedrag
◦ Nadruk op het vermogen tot kennisverwerving en informatieverwerking
• Gezamenlijk definiëren deze namen het vakgebied: de wetenschappelijke studie naar de basis van het menselijk gedrag
4. DE COGNITIEVE PSYCHOLOGIE ALS WETENSCHAPPELIJKE DISCIPLINE
• Focus op basisprocessen van denken en doen + nadruk op experimentele methode
• Experimentele methode: toevallige observaties → formuleren mogelijke verklaring = theorie → predicties/hypotheses voor
andere situaties → experiment voor bevestiging of ontkrachting
◦ Je kunt onmogelijk om te bewijzen → wachten tot ontkrachting
Één experiment zegt niks, een veelheid aan experimenten die consistent beeld geven is belangrijk =
convergerende operaties
Samenhang zoeken tussen theorieën voor een goed beeld
◦ Theorie aanpassen of verwerpen indien tegensprekende resultaten
◦ Belang falsificatie en replicatie
5. DE ONTSTAANSGESCHIEDENIS VAN HET VAKGEBIED
5.1 DE FILOSOFISCHE VERANKERING
• Vanaf jaar 400 eerste bronnen
• Plato over het brein als rationele deel van de ziel
• Empedocles over visuele waarneming
◦ Emissietheorie = onze ogen emitteren /stralen licht uit waardoor objecten rondom ons oplichten
◦ Klopt niet, maar heeft wel de basis gelegd voor theoretisch werk rond licht & optiek
◦ Later: immissietheorie van Alhazen
Waarneming vindt plaats doordat licht, dat door objecten rondom ons weerkaatst wordt, onze ogen ‘immiteert’
ofwel binnendringt
Vormt vandaag nog de basis voor onze kennis over de werking van het oog
• Associativisme
◦ Sensorische waarnemingen aan elkaar linken: samen met geheugensporen en ideeën zouden associaties ontstaan
tussen waarnemingen en gedachten
◦ Uit tijd van Plato en Aristoteles, maar Locke was enorm invloedrijk in 17e eeuw
◦ Klassieke conditionering van Pavlov in 19e eeuw
Twee onafhankelijke stimuli met elkaar geassocieerd kunnen worden
◦ Operante conditionering van Thornike in 19e eeuw
Hoe beloning kan bijdragen aan het versterken van spontaan gevormde associaties en straf als het verzwakken
hiervan
Shaping: proces dat beschrijft hoe gedrag door middel van specifieke straffen en beloningen steeds verder
verfijnd kan worden