H1
De balans is een residu, een gevolg die de RR zinvol maakt -> LEG UIT
Alle cash-ontvangsten en cash-uitgaven die nog niet toegewezen zijn aan de periode, of alles wat
geen kost/ opbrengst is (voorbeeld: lening van de bank), wordt op de balans gezet. Balans dient als
wachtruimte tot de cash flows worden opgenomen als opbrengsten of kosten van de periode.
Wat is clean/dirty surplus winst? LEG UIT
Een nadeel van de balansmethode is dat het leidt tot grote schommelingen in de winst, zeker
wanneer je alle waardeveranderingen van activa en passiva opneemt in de resultatenrekening. Dit
is het principe van clean surplus accounting.
Bij clean surplus komt elke wijziging in de fair value van activa en passiva in de resultatenrekening
terecht. Dit kan zorgen voor zeer volatiele winsten, omdat marktprijzen sterk kunnen fluctueren,
zelfs al zijn die waardeveranderingen nog niet gerealiseerd (bv. koersstijging van een aandeel).
Omdat die volatiliteit problematisch is, kiest men in de praktijk vaak voor dirty surplus accounting.
Hierbij worden sommige waardeveranderingen niet in de resultatenrekening geboekt, maar
rechtstreeks in het eigen vermogen via OCI (Other Comprehensive Income). Dirty surplus accounting
voorkomt dat winst elk jaar op en neer schiet door marktfluctuaties. Daarom wordt dirty surplus
accounting in bepaalde gevallen toegestaan.
Zo vermijdt men plotse winstsprongen of -dalingen, maar dit brengt een ander probleem met zich
mee: De winst in de resultatenrekening is niet langer een volledig beeld van wat er werkelijk met de
waarde van de onderneming is gebeurd. Analisten moeten dan in de toelichting gaan zoeken naar
verborgen verliezen of winsten.
Kortom:
Het nadeel van de balansmethode is dat het ofwel leidt tot volatiele winst (clean surplus),
ofwel tot onvolledige winst (dirty surplus) met een gebrek aan transparantie
Waarom is er veel weerstand tegen de Fair Value-methode?
1. Onbetrouwbaarheid en subjectiviteit
o FV-waardering is vaak gebaseerd op marktprijzen. Maar die zijn niet altijd
beschikbaar of betrouwbaar.
o Bij activa zonder actieve markt (zoals gespecialiseerde machines of illiquide
financiële producten) moet de accountant zelf inschattingen maken, bijvoorbeeld via
verdisconteerde kasstromen.
o Deze inschattingen zijn subjectief en kunnen leiden tot grote verschillen tussen
bedrijven en periodes.
2. Verhoogde volatiliteit in de boekhoudcijfers
o Omdat FV jaarlijks wordt aangepast aan de actuele marktwaarde, kunnen
boekhoudkundige resultaten sterk schommelen.
o Deze volatiliteit vertaalt zich in grillige winst- en verliescijfers, zelfs als de
economische werkelijkheid niet zo dramatisch verandert.
o Dit maakt het moeilijker voor investeerders en andere belanghebbenden om de
prestaties van een onderneming te beoordelen.
3. Finaliteit van het actief/passief
, o Soms is het logisch om niet voor FV te kiezen, omdat een onderneming het actief wil
aanhouden tot de einddatum.
o Bijvoorbeeld een obligatie die men koopt met de intentie tot de vervaldag:
tussentijdse koersschommelingen zijn dan irrelevant, want uiteindelijk wordt de
nominale waarde ontvangen.
o Historische kostprijs is dan praktischer en realistischer.
4. Weerstad tegen de opname van FV waardeschommelingen in de resultatenrekening
o Dit leidt tot grote fluctuaties in winstcijfers, die vaak niet overeenkomen met de
onderliggende economische realiteit, wat weerstand oproept bij gebruikers van de
jaarrekening en ondernemingen zelf
Leg dit voorbeeld uit
Dit voorbeeld illustreert helder het
• Aanschouw een onderneming met activa 100, schulden en eigen verschil tussen historische kostprijs (HC)
vermogen beide 50. Stel dat de winst, op basis van HC boekhouden, 5 is. boekhouden en fair value (FV)
• De ROE of return on equity ( = winst/eigen vermogen) is op dat ogenblik
boekhouden, en hoe dit invloed heeft op
5/50 = 10% de winst, return on equity (ROE) en de
concepten van clean surplus versus dirty
• Stel nu dat men de FV waardewijzigingen ook in rekening brengt (zowel in
de balans als in de resultatenrekening) en dat er een daling van de FV de surplus.
activa met 5% wordt vastgesteld (stel dat de waarde van de schulden gelijk
blijft).
• De winst is dan 5 (HC) - 5 (= -5% * 100; = Δ FV) = 0. De ROE = 0/50 of 0%
• Bij stijging van de FV van de activa zou de ROE 10/50 = 20% geweest zijn.
• Met andere woorden, toepassing van FV waardering in de balans waarbij
men ook de FV waardewijzigingen in de resultaten boekt maakt dat zelfs
bij gematigde FV-wijzigingen van 5% de ROE met 100% daalt of verdubbelt
Situatie zonder FV
waarderingswijzigingen (HC-boekhouding):
Activa = 100,
Schulden = 50,
Eigen vermogen = 50 (activa - schulden).
Winst volgens HC = 5.
ROE = winst / eigen vermogen = 5/50 = 10%.
Dit is de klassieke, stabiele situatie.
Situatie met FV-waarderingswijzigingen:
Men past FV toe op activa en passiva (in balans en resultatenrekening).
Er is een daling van 5% in de waarde van activa (van 100 naar 95), schulden blijven 50.
Winst wordt nu berekend als:
Winst = HC-winst - waardeverlies FV = 5 - 5 = 0.
Hierdoor zakt de ROE van 10% naar: ROE = = 0%.
Conclusie: een relatief kleine daling van 5% in activa zorgt voor een halvering (tot nul) van de winst
en ROE.
Situatie bij stijging van FV:
Stel dat de activa juist stijgen met 5% (van 100 naar 105).
Dan wordt de winst:
Winst = 5 (HC) + 5 (toename FV) = 10.
ROE stijgt dan naar: = 20%.
Conclusie: een kleine stijging van 5% in activa kan de winst en ROE verdubbelen.
, Wat betekent dit voor boekhouden en analyse?
FV-accounting maakt winst en ROE veel volatieler door opname van waardeveranderingen in
resultaten.
Zelfs kleine waardeschommelingen in activa (of passiva) leiden tot grote schommelingen in
winst en ROE.
Dit veroorzaakt onvoorspelbare, moeilijk te interpreteren resultaten, die niet altijd de
economische realiteit weerspiegelen.
Link met clean surplus en dirty surplus:
Bij clean surplus accounting worden deze waardeveranderingen (stijgingen en dalingen)
volledig in de resultatenrekening opgenomen, wat de volatiliteit veroorzaakt.
Bij dirty surplus accounting worden sommige waardeveranderingen buiten de
resultatenrekening gehouden (bijvoorbeeld via OCI), wat de winst stabieler maakt, maar ook
minder volledig.
Leg de weerstand en de oplossing tegen dirty surplus accounting uit?
Dirty surplus accounting houdt in dat bepaalde waardeveranderingen in activa of passiva niet in de
resultatenrekening (RR) worden opgenomen, maar rechtstreeks in het eigen vermogen geboekt
worden via Other Comprehensive Income (OCI).
Hoewel dit de winst minder volatiel maakt, heeft deze methode tot weerstand geleid bij gebruikers
van financiële rapportering, zoals beleggers en analisten. Zij ervaren dirty surplus flows als
ontransparant, omdat ze niet zichtbaar zijn in de netto-winst, en dus extra opzoekwerk vergen in de
toelichting van de jaarrekening om een volledig beeld te krijgen van de prestaties van de
onderneming.
Als reactie hierop hebben de IASB en FASB de comprehensive winsttabel verplicht gemaakt. Die tabel
toont naast de netto-winst ook de zogenaamde dirty surplus flows (Other Comprehensive Income),
zodat samen het totaalresultaat – de comprehensive income – zichtbaar wordt. Dit vormt eigenlijk
een alternatieve voorstelling van clean surplus income, maar met een duidelijke opsplitsing tussen de
klassieke nettowinst en de overige waardeveranderingen. Als compromis mogen bedrijven deze
gegevens in twee aparte tabellen tonen, zodat transparantie voor de gebruiker en flexibiliteit voor de
onderneming gecombineerd worden.
Bedrijven mogen deze informatie:
ofwel in één gecombineerde tabel tonen (alles onder elkaar),
ofwel in twee aparte tabellen:
o Eén voor de detailanalyse van de netto-winst
o Eén die de nettowinst optelt met de OCI (dirty surplus flows)
Comprehensive income = Netto-winst + OCI
LEG UIT: bewijs residual income valuation