U ASK ME
ANESTHESIE EN PIJN
KLINISCH EINDEXAMEN
2025-2026
,INHOUDSOPGAVE
1. Fysiologie van pijn .......................................................................................................................................... 2
2. Acute en chronische pijn ................................................................................................................................ 6
3. en 9. Farmacotherapie van pijn & multimodale analgesie ............................................................................. 9
4. Neuropathische pijn ..................................................................................................................................... 15
5. Viscerale pijn ................................................................................................................................................ 17
6. Somatische pijn ............................................................................................................................................ 18
7. Behandeling van kankerpijn ......................................................................................................................... 19
8. Multidisciplinaire behandeling van pijn ....................................................................................................... 23
9. Interventionele/invasieve behandeling van chronische pijn ....................................................................... 26
10. Luchtweg & ventilatie .............................................................................................................................. 30
11. Veneuze access ........................................................................................................................................ 34
12. Monitoring ............................................................................................................................................... 37
13. Farmacologie ............................................................................................................................................ 40
14. Preoperatieve evaluatie ........................................................................................................................... 46
15. Homeostase ............................................................................................................................................. 48
16. Complicaties ............................................................................................................................................. 55
17. Anesthesietechnieken .............................................................................................................................. 61
1
,1. FYSIOLOGIE VAN PIJN
➔ Acute pijn: < 3m → symptoom (waarschuwingssignaal)
➔ Chronische pijn: > 3m → pijn als ziekte
OVERZICHT: 4 ELEMENTEN VAN PIJN
- Transductiefase
o Nociceptieve stimuli (bv. brandwonde, heelkunde) activeert nociceptoren (pijnreceptoren)
→ ontstaan pijnsignaal waar de nociceptoren worden geactiveerd (periferie)
- Transmissiefase
o Actiepotentialen worden voorgeleid door zenuwen
→ pijnsignaal van periferie → dorsale hoorn → thalamus → somatosensoriële cortex
→ via Adelta en C-vezels
- Modulatie
o Pijnsysteem kent plasticiteit → op elk niveau kan het pijnsignaal worden onderdrukt of
uitvergroot (proberen we te beïnvloeden adhv bv opioiden)
→ thv periferie, ruggenmerg en hersenen
- Perceptie
o Pijngewaarwording wanneer signaal de somatosensoriële cortex bereikt
TRANSDUCTIEFASE
STIMULUS
- Noxious (schadelijke) stimulus
o Stimulus heeft hoge intensiteit nodig om pijn te geven
- Nociceptieve stimulus
o Stimulus moet in staat zijn het nociceptieve systeem te activeren
- Algogenische stimulus
o Moet in staat zijn een pijnlijke sensatie te creëren
➔ Mechanisch, thermisch, elektromagnetisch, chemisch, …
NOCICEPTOREN
KENMERK
- Transiënte receptor potentiaal superfamilie
o Verschillende soorten receptoren
▪ Bv. thermoreceptoren, chemoreceptoren, …
o Elks eigen intensiteit van prikkel nodig om een pijnklacht uit te lokken
➔ Alle types van signaal detecteren maar intensiteit moet hoog genoeg zijn!
2
, TRANSMISSIEFASE
DUBBEL AFFERENT SYSTEEM : ADELTA- EN C-VEZELS
= 2 allerkleinste/dunste zenuwvezels zorgen voor voortgeleiding van het pijnsignaal over de perifere zenuw
Adelta vezels C-vezels
Gemyeliniseerd → sneller dan C vezels Ongemyeliniseerd → trager
First pain: komt snel op, scherp, gelokaliseerd, kort Second pain: neemt het over van first pain, minder
uitgesproken, brandende pijn, langdurend, meer
diffuus
Dunne vezels → nadeel: snel beschadigd
Trage geleiding: motorische reflexboog bestaat uit dikke gemyeliniseerde zenuwvezels → efferent
motorisch signaal sneller dan dat pijnprikkel cortex bereikt → bv. hand bij warmte al weggetrokken voor
effectieve pijn gevoeld wordt
EFFERENT SYSTEEM: TRIPLE RESPONS VAN LEWIS
= inflammatoire reactie die ontstaat rond het letsel door neurogene activatie van nociceptoren
Pijnlijke stimulatie → chemische stoffen rond uiteinde nociceptoren + activatie kanalen en receptoren
→ extravasatie plasma + vasodilatatie
→ inflammatoire respons
- Rubor
- Calor
- Dolor
- Tumor
MODULATIE
PERIFERE SENSITISATIE
- Uitlokkende factor
o Kan divers zijn bv. weefselschade, inflammatie, stimulatie van sympathische efferenten
- Gevolg
o Vrijzetten chemische stoffen = sensitizing soup
→ Inflammatoire reactie
→ nociceptoren kunnen nu ook geactiveerd worden door stimulaties van zeer lage intensiteit
(lage treshold)
→ stimuli die normaal niet pijnlijk zijn nu wel als pijnlijk ervaren
o = primaire hyperalgesie
MEDICATIE
- Ontstekingsremmers
- NSAID
3
ANESTHESIE EN PIJN
KLINISCH EINDEXAMEN
2025-2026
,INHOUDSOPGAVE
1. Fysiologie van pijn .......................................................................................................................................... 2
2. Acute en chronische pijn ................................................................................................................................ 6
3. en 9. Farmacotherapie van pijn & multimodale analgesie ............................................................................. 9
4. Neuropathische pijn ..................................................................................................................................... 15
5. Viscerale pijn ................................................................................................................................................ 17
6. Somatische pijn ............................................................................................................................................ 18
7. Behandeling van kankerpijn ......................................................................................................................... 19
8. Multidisciplinaire behandeling van pijn ....................................................................................................... 23
9. Interventionele/invasieve behandeling van chronische pijn ....................................................................... 26
10. Luchtweg & ventilatie .............................................................................................................................. 30
11. Veneuze access ........................................................................................................................................ 34
12. Monitoring ............................................................................................................................................... 37
13. Farmacologie ............................................................................................................................................ 40
14. Preoperatieve evaluatie ........................................................................................................................... 46
15. Homeostase ............................................................................................................................................. 48
16. Complicaties ............................................................................................................................................. 55
17. Anesthesietechnieken .............................................................................................................................. 61
1
,1. FYSIOLOGIE VAN PIJN
➔ Acute pijn: < 3m → symptoom (waarschuwingssignaal)
➔ Chronische pijn: > 3m → pijn als ziekte
OVERZICHT: 4 ELEMENTEN VAN PIJN
- Transductiefase
o Nociceptieve stimuli (bv. brandwonde, heelkunde) activeert nociceptoren (pijnreceptoren)
→ ontstaan pijnsignaal waar de nociceptoren worden geactiveerd (periferie)
- Transmissiefase
o Actiepotentialen worden voorgeleid door zenuwen
→ pijnsignaal van periferie → dorsale hoorn → thalamus → somatosensoriële cortex
→ via Adelta en C-vezels
- Modulatie
o Pijnsysteem kent plasticiteit → op elk niveau kan het pijnsignaal worden onderdrukt of
uitvergroot (proberen we te beïnvloeden adhv bv opioiden)
→ thv periferie, ruggenmerg en hersenen
- Perceptie
o Pijngewaarwording wanneer signaal de somatosensoriële cortex bereikt
TRANSDUCTIEFASE
STIMULUS
- Noxious (schadelijke) stimulus
o Stimulus heeft hoge intensiteit nodig om pijn te geven
- Nociceptieve stimulus
o Stimulus moet in staat zijn het nociceptieve systeem te activeren
- Algogenische stimulus
o Moet in staat zijn een pijnlijke sensatie te creëren
➔ Mechanisch, thermisch, elektromagnetisch, chemisch, …
NOCICEPTOREN
KENMERK
- Transiënte receptor potentiaal superfamilie
o Verschillende soorten receptoren
▪ Bv. thermoreceptoren, chemoreceptoren, …
o Elks eigen intensiteit van prikkel nodig om een pijnklacht uit te lokken
➔ Alle types van signaal detecteren maar intensiteit moet hoog genoeg zijn!
2
, TRANSMISSIEFASE
DUBBEL AFFERENT SYSTEEM : ADELTA- EN C-VEZELS
= 2 allerkleinste/dunste zenuwvezels zorgen voor voortgeleiding van het pijnsignaal over de perifere zenuw
Adelta vezels C-vezels
Gemyeliniseerd → sneller dan C vezels Ongemyeliniseerd → trager
First pain: komt snel op, scherp, gelokaliseerd, kort Second pain: neemt het over van first pain, minder
uitgesproken, brandende pijn, langdurend, meer
diffuus
Dunne vezels → nadeel: snel beschadigd
Trage geleiding: motorische reflexboog bestaat uit dikke gemyeliniseerde zenuwvezels → efferent
motorisch signaal sneller dan dat pijnprikkel cortex bereikt → bv. hand bij warmte al weggetrokken voor
effectieve pijn gevoeld wordt
EFFERENT SYSTEEM: TRIPLE RESPONS VAN LEWIS
= inflammatoire reactie die ontstaat rond het letsel door neurogene activatie van nociceptoren
Pijnlijke stimulatie → chemische stoffen rond uiteinde nociceptoren + activatie kanalen en receptoren
→ extravasatie plasma + vasodilatatie
→ inflammatoire respons
- Rubor
- Calor
- Dolor
- Tumor
MODULATIE
PERIFERE SENSITISATIE
- Uitlokkende factor
o Kan divers zijn bv. weefselschade, inflammatie, stimulatie van sympathische efferenten
- Gevolg
o Vrijzetten chemische stoffen = sensitizing soup
→ Inflammatoire reactie
→ nociceptoren kunnen nu ook geactiveerd worden door stimulaties van zeer lage intensiteit
(lage treshold)
→ stimuli die normaal niet pijnlijk zijn nu wel als pijnlijk ervaren
o = primaire hyperalgesie
MEDICATIE
- Ontstekingsremmers
- NSAID
3