Parasieten Overzicht
Protozoa 2
Eimeria spp. 2
Isospora spp. 3
Cystoisospora spp. 4
Neospora caninum 4
Giardia duodenalis 5
Cestoda (lintwormen) 6
Taenia solium (varkenslintworm) 6
Taenia saginata (runderlintworm) 7
Taenia taeniaeformis (kattenlintworm) 8
Taenia multiceps 9
Echinococcus granulosus (hondenlintworm) 10
Echinococcus multilocularis (vossenlintworm) 11
Anoplocephala perfoliata 12
Moniezia expansa 13
Dipylidium caninum 14
Trematoda (zuigwormen) 15
Fasciola hepatica (grote leverbot) 15
Dicrocoelium dendriticum (kleine leverbot) 16
Opisthorchis felineus 17
Nematoda (rondwormen) 19
Toxocara cati (kattenspoelworm) 19
Toxocara canis (hondenspoelworm) 20
Toxascaris leonina 21
Parascaris spp. 21
Ascaris suum 22
Ascaridia galli 23
Heterakis gallinarum 24
Anisakis simplex 24
Cyathostominae (kleine strongyliden) 25
Strongylus vulgaris 26
,Protozoa
Protozoa zijn eencellige eukaryoten. Vaak hebben ze geen
tussengastheer. Protozoa zijn parasieten van epitheelcellen,
vaak zitten ze in het darmepitheel (zoals Eimeria spp.).
Sommige protozoa kunnen de darmepitheelcellen niet
infecteren, maar zijn invasief. Bijvoorbeeld neospora caninum
en toxoplasma gondii.
Eimeria spp.
De levenscyclus kan verdeeld worden in 3 fasen:
● Sporulatie
● Ongeslachtelijke voortplanting
● Geslachtelijke voortplanting
Levenscyclus
1. Sporulatie vindt plaats buiten de gastheer
a. Ongesporuleerde oöcysten komen via de feces in de omgeving
b. Gesporuleerde oöcysten worden gevormd
2. De nucleus gaat delen → 4 sporoblasten ontstaan
3. Elke sporoblast vormt een celwand → 4 sporocysten ontstaan
a. In elke sporocyst zitten 2 sporozoïeten
● In totaal zijn er dus 4x2=8 sporozoïeten
4. De sporocysten worden opgenomen door het dier waarna de 8 sporozoïeten
vrijkomen in het darmlumen
5. De sporozoïeten migreren de epitheelcellen in
6. Schizogonie vindt plaats waardoor 8 schizonten ontstaan
, a. Schizogonie is de ongeslachtelijke voorplanting van de sporozoïeten in de
darmepitheelcellen
b. Elke schizont bevat merozoïeten
7. De schizont en gastheercel knappen → merozoïeten komen vrij en infecteren andere
epitheelcellen
8. Stappen 6 en 7 herhalen zich een aantal keren waarna gametogonie plaats vindt
a. Merozoïeten differentiëren in macrogameten en microgameten
● Macrogameten zijn vrouwelijk en zitten in een microgamont
● Microgameten zijn mannelijk en zitten in een microgamont
9. 1 microgamont levert heel veel microgameten die de macrogameten in de andere
epitheelcellen bevruchten
a. 1 microgamont → veel microgameten
b. 1 macrogamont → 1 macrogemeet
10. Een jonge oöcyst ontstaat na de bevruchting van de macrogameet
11. Ongesporuleerde oöcysten verlaten de epitheelcellen en verlaten via de feces het
lichaam
Eindgastheer Tussen- Locatie Overdracht Voortplanting Infectieuze
(EGH) gastheer (TGH) stadia
Pluimvee Geen (directe Intracellulair in Via feces EGH: EGH: sporocyst
cyclus) darmepitheel ongeslachtelijk
en geslachtelijk
Isospora spp.
De levenscyclus komt overeen met die van Eimeria spp., maar Isospora spp. heeft 2
sporocysten met 4 sporozoïeten.
Isospora spp. is hetzelfde als Cystoisospora spp., maar maakt geen gebruik van een
paratenische gastheer.
Eindgastheer Tussen- Locatie Overdracht Voortplanting Infectieuze
(EGH) gastheer (TGH) stadia
Mensen en Geen (directe Intracellulair in Via feces EGH: EGH: sporocyst
varkens cyclus) darmepitheel ongeslachtelijk
en geslachtelijk
Protozoa 2
Eimeria spp. 2
Isospora spp. 3
Cystoisospora spp. 4
Neospora caninum 4
Giardia duodenalis 5
Cestoda (lintwormen) 6
Taenia solium (varkenslintworm) 6
Taenia saginata (runderlintworm) 7
Taenia taeniaeformis (kattenlintworm) 8
Taenia multiceps 9
Echinococcus granulosus (hondenlintworm) 10
Echinococcus multilocularis (vossenlintworm) 11
Anoplocephala perfoliata 12
Moniezia expansa 13
Dipylidium caninum 14
Trematoda (zuigwormen) 15
Fasciola hepatica (grote leverbot) 15
Dicrocoelium dendriticum (kleine leverbot) 16
Opisthorchis felineus 17
Nematoda (rondwormen) 19
Toxocara cati (kattenspoelworm) 19
Toxocara canis (hondenspoelworm) 20
Toxascaris leonina 21
Parascaris spp. 21
Ascaris suum 22
Ascaridia galli 23
Heterakis gallinarum 24
Anisakis simplex 24
Cyathostominae (kleine strongyliden) 25
Strongylus vulgaris 26
,Protozoa
Protozoa zijn eencellige eukaryoten. Vaak hebben ze geen
tussengastheer. Protozoa zijn parasieten van epitheelcellen,
vaak zitten ze in het darmepitheel (zoals Eimeria spp.).
Sommige protozoa kunnen de darmepitheelcellen niet
infecteren, maar zijn invasief. Bijvoorbeeld neospora caninum
en toxoplasma gondii.
Eimeria spp.
De levenscyclus kan verdeeld worden in 3 fasen:
● Sporulatie
● Ongeslachtelijke voortplanting
● Geslachtelijke voortplanting
Levenscyclus
1. Sporulatie vindt plaats buiten de gastheer
a. Ongesporuleerde oöcysten komen via de feces in de omgeving
b. Gesporuleerde oöcysten worden gevormd
2. De nucleus gaat delen → 4 sporoblasten ontstaan
3. Elke sporoblast vormt een celwand → 4 sporocysten ontstaan
a. In elke sporocyst zitten 2 sporozoïeten
● In totaal zijn er dus 4x2=8 sporozoïeten
4. De sporocysten worden opgenomen door het dier waarna de 8 sporozoïeten
vrijkomen in het darmlumen
5. De sporozoïeten migreren de epitheelcellen in
6. Schizogonie vindt plaats waardoor 8 schizonten ontstaan
, a. Schizogonie is de ongeslachtelijke voorplanting van de sporozoïeten in de
darmepitheelcellen
b. Elke schizont bevat merozoïeten
7. De schizont en gastheercel knappen → merozoïeten komen vrij en infecteren andere
epitheelcellen
8. Stappen 6 en 7 herhalen zich een aantal keren waarna gametogonie plaats vindt
a. Merozoïeten differentiëren in macrogameten en microgameten
● Macrogameten zijn vrouwelijk en zitten in een microgamont
● Microgameten zijn mannelijk en zitten in een microgamont
9. 1 microgamont levert heel veel microgameten die de macrogameten in de andere
epitheelcellen bevruchten
a. 1 microgamont → veel microgameten
b. 1 macrogamont → 1 macrogemeet
10. Een jonge oöcyst ontstaat na de bevruchting van de macrogameet
11. Ongesporuleerde oöcysten verlaten de epitheelcellen en verlaten via de feces het
lichaam
Eindgastheer Tussen- Locatie Overdracht Voortplanting Infectieuze
(EGH) gastheer (TGH) stadia
Pluimvee Geen (directe Intracellulair in Via feces EGH: EGH: sporocyst
cyclus) darmepitheel ongeslachtelijk
en geslachtelijk
Isospora spp.
De levenscyclus komt overeen met die van Eimeria spp., maar Isospora spp. heeft 2
sporocysten met 4 sporozoïeten.
Isospora spp. is hetzelfde als Cystoisospora spp., maar maakt geen gebruik van een
paratenische gastheer.
Eindgastheer Tussen- Locatie Overdracht Voortplanting Infectieuze
(EGH) gastheer (TGH) stadia
Mensen en Geen (directe Intracellulair in Via feces EGH: EGH: sporocyst
varkens cyclus) darmepitheel ongeslachtelijk
en geslachtelijk