Hoofdstuk 1: Ontstaan en kernmerken van het Belgische
gezondheidszorgsysteem
1. Wat is gezondheidszorg?
volgens de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie):“Een toestand
van volledig lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk welzijn, en niet
enkel de afwezigheid van ziekte.”
De overheid is verantwoordelijk voor de organisatie, kwaliteit en
toegankelijkheid van zorg.
Doel van gezondheidszorg:
o Ziekte voorkomen en genezen
o Gezondheid behouden en bevorderen
o Mensen met beperkingen helpen om zo goed mogelijk te
functioneren
2. Wat is een gezondheidszorgsysteem?
geheel van instellingen, diensten en regels dat zorgt voor preventie,
behandeling en verzorging.
Belangrijke kenmerken:
Niet statisch – het verandert voortdurend.
Bestaat uit veel verschillende organisaties en beroepen.
Maatschappelijke invloeden: kennis, technologie, onderwijs,
inkomen, cultuur.
Kwaliteitsbewaking en efficiëntie zijn belangrijk (denk aan MVG en
MZG).
Grootste deel van de uitgaven gaat naar ziekenhuizen, medicijnen
en langdurige zorg.
3. Invloed van sociaaleconomische factoren
Gezondheid wordt sterk beïnvloed door:
Inkomen en werk
Opleidingsniveau
Levensstijl (beweging, voeding, roken, alcohol)
, Leefomgeving (milieu, veiligheid)
Erfelijkheid
-> Mensen met een hoger inkomen en opleiding leven gemiddeld langer
en gezonder.
Voorbeeld:
Vrouwen leven gemiddeld 84 jaar, Mannen gemiddeld 79 jaar, Meer
chronische ziekten in Brussel en Wallonië dan in Vlaanderen
4. Internationale modellen
Voorbeeldla
Model Kenmerken
nd
Bismarck- Solidariteit: iedereen heeft recht op zorg,
🇧🇪
model ongeacht inkomen
Beveridge- Gezondheidszorg volledig door overheid
🇬🇧
model gefinancierd via belastingen
Privaat
Mensen betalen zelf of via privéverzekeringen 🇺🇸
model
België gebruikt dus het Bismarckmodel:.
5. Hoe is het Belgische systeem ontstaan?
1936: Ministerie van Volksgezondheid opgericht.
1963: Oprichting van het RIZIV (Rijksinstituut voor Ziekte- en
Invaliditeitsverzekering).
Het RIZIV regelt de verplichte ziekteverzekering voor alle burgers.
De Sociale Zekerheid is opgesplitst in 3 stelsels:
1. Werknemers
2. Zelfstandigen
3. Ambtenaren
Met 7 belangrijke takken:
1. Pensioenen
2. Werkloosheid
3. Arbeidsongevallen
4. Beroepsziekten
5. Gezinsbijslag
, 6. Ziekte- en invaliditeitsverzekering
7. Jaarlijkse vakantie
6. Kenmerken van het Belgische systeem
Voordelen:
Iedereen heeft recht op gezondheidszorg.
Vrije keuze van arts, ziekenhuis, apotheker …
Ruim aanbod aan zorgdiensten.
Competitie tussen instellingen verhoogt kwaliteit.
Nadelen:
“Medical shopping”: mensen raadplegen te veel artsen.
Moeilijke opvolging van medische gegevens.
Stijgende zorgkosten door vergrijzing en nieuwe technologie.
7. Huidige uitdagingen
Meer oudere mensen met chronische ziekten.
Hogere verwachtingen van patiënten.
Arbeidsintensieve sector met personeelstekort.
Toenemende psychische problemen.
Hervormingen nodig:
Betere samenwerking tussen zorgverleners.
Goedkopere geneesmiddelen.
Meer preventie.
Gebruik van digitale middelen (E-Health).
Hoofdstuk 2: Instellingen van de curatieve sector (ziekenhuizen)
1. Ontstaan van ziekenhuizen
7e–12e eeuw: kloosters en gasthuizen zorgden voor armen en
pelgrims.
15e eeuw: steden gingen ziekenhuizen beheren.