Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 57 pages
Summary

Samenvatting colleges + literatuur van Cognitieve Psychologie | RUG |

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 57 pages

Collegeaantekeningen voor Cognitieve Psychologie (PSBA2-23) aan de Rijksuniversiteit Groningen. Perfect voor examenvoorbereiding en het begrijpen van de fundamentele theorieën.

Content preview

H1 Introduction – College 1
Cognitieve psychologie is de wetenschappelijke studie van mentale
processen zoals waarneming, aandacht, geheugen, taal, denken en
probleemoplossen.

Cognitieve revolutie
De cognitieve psychologie onstond in de jaren 1950-60 als reactie op
beperkingen in eerdere benaderingen, zoals introspectie. Deze methode
bleek onvoldoende betrouwbaar, omdat veel mentale processen onbewust
verlopen. Ook was introspectie niet objectief testbaar: er was geen manier
om claims te controleren of conflicterende observaties op te lossen.

De cognitieve revolutie introduceerde daarom 2 kernideëen:
1. De geest kan niet direct worden bestudeerd.
2. Desondanks moeten we de geest wel bestuderen om gedrag te
kunnen begrijpen.

Hiermee werd de basis gelegd voor de moderne cognitieve psychologie,
waarin men mentale processen indirect onderzoekt via observeerbaar
gedrag – vergelijkbaar met methodes uit andere wetenschappen.

Vanwege de tekortkomingen van introspectie verschoof de focus naar
observeerbaar gedrag. Dit werd het behaviorisme genoemd. Binnen
deze stroming werden alleen waarneembare gedragingen en stimuli
onderzocht, en mentale processen uitgesloten. Toch bleek behaviorisme
ontoereikend om al het gedrag te verklaren, omdat het geen rekening
hield met hoe mensen informatie interpreteren of begrijpen. Gedrag
ontstaat namelijk niet alleen door stimuli, maar ook door mentale
interpretatie van die stimuli.

Een voorbeeld is het verzoek “Geef het zout door.” Hoewel de zinnen
fysiek kunnen verschillen, leiden ze tot hetzelfde gedrag, omdat ze
dezelfde betekenis hebben. Dit toont aan dat betekenis en interpretatie
belangrijker zijn dan de fysieke stimulus zelf—een inzicht dat het
behaviorisme niet kon verklaren.

De Duitse filosoof Immanuel Kant bood een oplossing: de
transcendentale methode. Hierbij kijk je eerst naar de zichtbare
effecten (zoals gedrag) en stel je dan de vraag: wat moet er intern
gebeurd zijn om dit effect te veroorzaken? Zo worden mentale processen
indirect bestudeerd via hun waarneembare gevolgen, zoals fouten,
accuratesse en reactietijden.

Triggers van de cognitieve revolutie:

, 1. Edward Tolman toonde met zijn experimenten bij ratten aan dat
er wel degelijk leren zonder zichtbaar gedrag plaatsvond – namelijk
door het ontwikkelen van ‘cognitive maps’.
2. Noam Chomsky weerlegde Skinner’s behavioristische uitleg van
taalverwerving, wat leidde tot een nieuwe, cognitieve benadering
van taal.
3. Door de gestaltpsychologie en het werk van Frederic Barlett
(EU)werd benadrukt dat mensen actief hun ervaringen structureren
via schema’s, die zowel interpretatie als geheugen beïnvloeden.
4. De opkomst van computers gaf psychologen een nieuw denkkader.
Computers konden informatie opslaan, ophalen en verwerken—
vergelijkbaar met hoe mensen denken. Dit leidde tot cognitieve
modellen gebaseerd op begrippen als ‘geheugenbuffers’ en
‘centrale verwerkers’. Donald Broadbent gebruikte deze metaforen
om aandacht en perceptie te verklaren (computational cognitive
modeling).

Onderzoek binnen de cognitieve psychologie
Cognitieve psychologen maken gebruik van diverse onderzoeksmethoden,
waaronder:
 Taakprestaties: Meten hoe goed iemand een taak uitvoert (bijv.
nauwkeurigheid en volledigheid van geheugen)
 Manipulaties van input
 Vergelijkigen tussen mensen (bijv. jong vs. oud)
 Reactietijden (RT)

Cognitieve psychologie werkt ook samen met cognitieve
neurowetenschappen, die hersenprocessen bestuderen:
 Klinische neuropsychologie: Bekijkt hoe schade aan de hersenen
invloed heeft op cognitieve prestaties.
 Neuro-imaging technieken: Maken het mogelijk om de
hersenstructuur en hersenactiviteit in kaart te brengen tijdens
mentale processen.

, H3 Visual perception – College 2
Sensation en perception
Sensation is het proces waarbij je zintuigen fysieke prikkels opvangen uit
de omgeving. Perception is het proces waarbij de hersenen die
zintuiglijke informatie verwerken en interpreteren, zodat je begrijpt wat je
waarneemt.
We hebben 5 zintuigen, we hebben perceptie van al deze zintuigen maar
ook nog meer soorten perception. We kijken nu alleen naar visuele
perceptie, omdat de helft van de neocortex is gewijd aan visuele
processen, daarnaast weten we ook het meest over het visuele systeem.

Visuele waarneming
Visie begint met licht dat vanaf objecten worden gereflecteerd en via het
hoornvlies en de lens op het netvlies (retina) terechtkomt. Hier
bevinden zich 2 soorten fotoreceptoren:
 Staafjes (rods):
o Gevoelig voor licht
o Geen kleurwaarneming
o Laag detail (lage scherpte)
 Kegeltjes (cones):
o Minder gevoelig, werkt bij voldoende licht
o Verantwoordelijk voor kleurwaarneming
o Hoge visuele scherpte, vooral in de fovea aanwezig (centrale
deel van het netvlies), om details te zien richt je je blik zo dat
het object op de fovea valt.

Eerst activeren de fotoreceptoren bipolaire cellen, die vervolgens
ganglioncellen activeren. Hun axonen vormen samen de optical nerve.
Een belangrijk verschijnsel in de proces is laterale inhibitie:
 Een geactiveerde cel remt de activiteit van naburige cellen
 Dit versterkt contrasten en maakt randen van objecten beter
zichtbaar
 Dit gebeurt al vóór de informatie de hersenen bereikt, in het
netvlies zelf

In het optic chiasm kruizen de rechter en linker optische zenuw. Het
linker visuele veld van beide ogen gaan verder naar de linkerhersenhelft,
en andersom. Deze zenuw brengt de informatie naar de laterale
geniculate nucleus (LGN) in de thalamus, en daarna naar de primaire
visuele cortex (V1) in de occipitale kwab.

, V1 ontvangt alle visuele input vanuit de ogen, de informatie reist via
verschillende gebieden (V1  V2  V3 …) dit is een hierarchisch
systeem. Tegelijkertijd is er ook een parallelle verwerking voor
gespecialiseerde gebieden voor beweging, kleur, vorm, enz.

Visueel coderen
Neuronen zijn niet slim, maar gevoelig voor features. Ze reageren op
basiskenmerken, zoals: randen, lijnen, oriëntaties, kleuren. Ze worden
‘tuned’ aan bepaalde input. Een neuron ‘leert’ door ervaring welke stimuli
belangrijk zijn. Het wordt afgestemd (tuned) op bijvoorbeeld een lijn onder
een specifieke hoek. Hogere niveau combineren simpele signalen.
Bijvoorbeeld: horizontale + verticale rand = hoek. Het receptief veld is het
gebied in het visuele veld waarop een neuron reageert. Elk neuron heeft
een eigen ‘plek’ waar het gevoelig voor is – binnen dat gebied kan het
verschil maken. Elke cel heeft een voorkeur, maar kan ook zwakker
reageren op vergelijkbare stimuli.
Hoe hoger niveau van visueel coderen, hoe meer complex het ‘tuning’
wordt, en hoe groter het receptieve veld wordt.


Een deel van wat we weten over het visuele systeem (en de hersenen in
het algemeen) komt door een techniek genaamt single-cell recording.
Hierbij registreert men de elektrische activiteit van één enkele neuron.
Hoewel elke actiepotentiaal altijd even groot is (all-or-none wet), varieert
de frequentie waarmee een neuron vuurt, gemeten in ‘spikes per
seconde’. Door omstandigheden te veranderen, kunnen onderzoekers
ontdekken waarop een neuron reageert.

Verschillende gespecialiseerde neuronen:
 Center-surround cellen: Reageren sterk op licht in het centrum
van hun receptieve veld, maar minder of negatief op licht aan de
rand.
 Randdetectoren: Vuren maximaal bij een lijn of rand in een
specifieke oriëntatie (bijv. horizontaal, verticaal)
 Bewegingsdetectorcellen: Reageren op beweging in een
bepaalde richting.

Het visuele systeem werkt met een “divide and conquer” strategie,
waarbij verschillende soorten cellen elk gespecialiseerd zijn in een
bepaald type visuele analyse. In de primaire visuele cortex (Area V1)
reageren cellen op verschillende eigenschappen (bijv. positie, oriëntatie).
Andere hersengebieden (V2, V3, V4, MT) hebben ook hun eigen
specialisaties, zoals kleur (V4) of beweging (MT).
Deze analyses verlopen parallel, dus verschillende aspecten van een
beeld (vorm, kleur, beweging) worden tegelijkertijd verwerkt. Dat versnelt
het proces en maakt het mogelijk dat systemen elkaar beïnvloeden om
een betere interpretatie van het beeld te maken.

Document information

Study
Uploaded on
May 1, 2026
Number of pages
57
Written in
2024/2025
Type
Summary
$8.28

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
aafkehartman
4.0
(1)
Sold
23
Followers
0
Items
5
Last sold
2 months ago


Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions