kader
Grootte hersenen niet v belang
100 - 150 miljard zenuwcellen in hersenen
Gedrag = resultaat v verbindingen v zenuwcellen bij elkaar
Eerst werking 1 zenuwcel begrijpen
Orgaansystemen (bv. Zenuwstelsel) deel uitmaken v ingewikkelde
ecosystemen
Vanuit systeembiologie -> ecosysteem in lagen in natuur geordend als
hiërarchisch continuüm
complexere grotere eenheden samengevoegd uit minder complexere
eenheden
(Alles bekijken vanuit eenheden, hebben verschillende lagen)
In elk biologisch systeem in opklimmende volgorde volgende lagen
beschrijven: Kwantumdeeltjes • Subatomaire deeltjes • Atomen • Moleculen •
Macromoleculen • Organellen • Cellen • Weefsels • Organen en Orgaansystemen
• Zenuwstelsel • Organismen en persoon • Populaties • Leefgemeenschappen •
Cultuursubcultuur • Maatschappij-staat • Ecosystemen • Biosfeer
->(Zenuwstelsel!!! = orgaan, organen opgebouwd uit weefsels, weefsel uit cellen,
…)
Zenuwstelsel => plaats in groter geheel waar kleinere eenheden zijn uit
complexere eenheden
Opbouw biologe systemen o.b.v. evolutie (met iets begonnen & daarop
verder gebouwd (wij bestaan uit verschillende deeltjes))
Toenemende complexiteit neurale structuren & hersenen
Conceptueel biopsychosociaal kader v hersenen & gedrag:
Gedrag begrijpen & waarnemen objectieve manier
Grote blok = biologisch orgaan (bestaat uit versch processen binnen in)
(eigen aan lichaam)
Endogene processen: processen binnenin lichaam (genetica speelt rol
1
,Brein gegroeid o.b.v. luisteren naar genetische codes (DNA) (iedereen
ongeveer hetzelfde, regelmaat -> bepaald door genetica) MAAR bevinden
in omgeving,
Hersenen verschillen v hart, longen, … -> hebben omgeving niet nodig om
te kunnen functioneren
Hersenen hebben omgeving nodig gezond functioneren (omgeving
optimaal zijn)
Exogene processen: omgeving (buiten lichaam)
Binnenin niet begrijpen zonder invloed omgeving kunnen begrijpen
Hersenen voeden zich met info (omgeving) (instaat terug reageren)
Hersenen weten wat doen (gedrag) door info verwerken
Voorbeeld :
wakker worden & ineens op autosnelweg -> hersenen hebben verwerkt
waar je bent & wat betekent (geheugen) o.b.v. geheugen weten dat moet
oppassen -> hersenen gaan verwerken & gedragen (weg wezen) (bijna
reflexmatig) (hart gaat sneller door hersenen)
Gedrag komt van hersenen die weten wat ze moeten doen door
omgeving
Interactie endogene & exogene factoren (hersenen begrijpen)
TIJD -> alles verandert, altijd aanwezig
Hersenen voeden zich continu met nieuwe info
Begrijpen door vereenvoudiging
Zenuwcel = neuron
Steuncellen: zorgen voor bescherming & steun neuron
Beginnen op cellulair niveau
(cel = 1 v belangrijkste structurele & in werking eenheid) (start v leven)
Neuron begrijpen -> wat binnenin gebeurt? & hoe reageren op exogene
processen?
(Resultaat v werking (links onder hoek) endogene & exogene processen)
Structuur = bouw = morfologie
Cellulaire neuron anatomie = studie v bouw v zenuwcel
2
,Cellulair – moleculair
Werking = functie
Kijken naar structuur & functie
Fysiologie = werking v zenuwcellen bestuderen
Als structuur kapot is functie verandert
In cel misgaan door ziektes bedreigd structuur & werking
Wij = meercellig
Aantal hersencellen -> niks te maken met verstand (wel hoe
georganiseerd & hoe functioneren)
Voorbeeld kerstboom:
Niet 1 lampje in kerstboom hangen -> meerdere lampjes die aan elkaar
geschakeld zijn -> (ook bij hersencellen) neurale netwerken
Zenuwstelsel = breder geheel dan neurale netwerken
Hoe reageren netwerken op endogene & exogene processen?
Hersenen = complex netwerk v verbindingen
Cellulaire neurofysiologie
1 zenuwcel met +10 000 anderen netwerken vormen
Neuron niveau -> via elektronen microscoop bouw & werking v
zenuwcellen bestuderen
Beeldvormingstechnieken om in zenuwcellen (bouw & netwerken) kunnen
kijken (hersenbeeldvorming)
Netwerken continu geactiveerd (ademhaling, bloeddruk)
Veel activiteitsgebieden in hersenen ( NIET maar 10 % v hersenen
gebruiken)
Niet gebruikt geëlimineerd evolutie (=selectiedruk) (goeie
eigenschappen doorgeven)
Groot stuk v energie naar hersenenmetabolisme
Iets gebeuren met energie hersenen voelen snel gevolgen
Hersenen = kwetsbaar (door complexiteit)
Neurale circuits = basis versch gedragsfuncties (bv. Bewegen, emoties)
mogelijk maken (mededankzij zenuwstelsel)
3
, Gevormd door zenuwcellen die structureel & functioneel met elkaar
verbonden zijn
Viscerale functies -> onder invloed v autonome zenuwstelsel ( bv.
Ademhalen)
Gedragsfuncties -> onder invloed v centrale zenuwstelsel
Bv. Stress -> iets moet stress uitlokken & onderhouden (exogeen) stress
gebeurt in hersenen (endogeen) & hoe speelt tijd mee (hoelang is stress al
bezig) ROLLEN
Hersenbeschadiging -> persoonlijkheid kan veranderen (hersenen = jij)
Bv. Ander hart -> Zelfde persoon& persoonlijkheid
Hersenen spelen rol bij persoonlijkheid (hoe info verwerkt, hoe bewust zijn
over anderen, …) OOk genetica & omgeving
Gedrag meten (afwijking, gemiddelde ; normaal of niet)
In wereld doen alle functies ons activiteiten verrichten
Dankzij 3 onderste blokken activiteiten uitvoeren
Beschadiging heeft invloed
Voorbeeld neuron beschadigd:
neurale circuits & gedragsfuncties voelen invloed (bv.
Bewegingsbeperking) rol in maatschappij (bv. Als werknemer nu niet
meer goed kunnen uitvoeren)
Maatschappelijke participatie: wijze waarop deelnemen aan maatschappij
(student, werknemer, …)
Alle functies = resultaat evolutie
Hersenen voeden zich met
Fylogenese: evolutie doorheen tijd v brein (veranderingen doorgegeven
generatie op generatie) (intergenerationeel)
Ontogenese: hoe evolueren hersenen doorheen levensloop (baby brein =
niet af) (intragenerationeel)
(Bij geboorte hulpeloos)
4