Inhoud
0 Inleiding...............................................................................................................................................2
1 Juridische bronnen opzoeken en ernaar verwijzen.............................................................................2
1.1 De verschillende bronnen.............................................................................................................3
1.2 Juridische verwijzingen en afkortingen: V&A................................................................................5
2 Basisbegrippen van Zakenrecht/Goederenrecht.................................................................................8
3 Indeling van goederen.......................................................................................................................13
4 Roerende en onroerende goederen..................................................................................................15
5 Zakelijke zekerheden.........................................................................................................................21
5.1 Vermogen = waarborg voor SE’s.................................................................................................22
5.2 Chirografaire bevoorrechte SE’s................................................................................................23
5.3 3 vormen van voorrangsrechten.................................................................................................24
5.4 Voorrecht hypotheek.................................................................................................................24
5.5 Soorten voorrechten...................................................................................................................26
6 Eigendom...........................................................................................................................................28
6.1 Het begrip eigendom..................................................................................................................28
6.2 3 bevoegdheden van eigendom..................................................................................................29
6.3 Kenmerken van eigendomsrecht................................................................................................29
6.4 Wijzen van eigendomsverkrijging...............................................................................................29
6.5 Beperkingen aan het eigendomsrecht........................................................................................29
7 Bescherming van de eigendom..........................................................................................................31
7.1 Rechtsmisbruik...........................................................................................................................31
7.2 Persoonlijke aansprakelijkheid...................................................................................................31
7.3 Instorting gebouwen...................................................................................................................32
7.4 Gebrekkige zaak..........................................................................................................................33
7.5 Burenhinder................................................................................................................................33
8 Mede-eigendom................................................................................................................................36
8.1 3 soorten meervoudige eigendom..............................................................................................36
8.2 De gewone of toevallige mede-eigendom..................................................................................36
8.3 De vrijwillige mede-eigendom....................................................................................................37
8.4 De gedwongen mede-eigendom.................................................................................................38
8.5 Mandeligheid of gemene muur..................................................................................................40
9 Bezit en verjaring...............................................................................................................................48
10 Recht van natrekking.......................................................................................................................52
11 Opstalrecht en erfpacht...................................................................................................................55
,12 Opstalrecht en erfpacht...................................................................................................................55
13 Vruchtgebruik..................................................................................................................................60
14 Erfdienstbaarheden.........................................................................................................................68
0 Inleiding
Zakenrecht = goederenrecht
o Studie van goederen, zakelijke rechten en zakelijke zekerheden
o Te maken met
Eigendom en bezit
Vruchtgebruik
Opstalrecht
Erfdienstbaarheden
Voorrechten en hypotheken
deze rechten bestaan omdat men meer contactvrijheid heeft + financieel voordeliger
o = typisch vastgoed
Goederen = roerend/onroerend
o Belangrijk om te weten wat er mee verkocht wordt met het huid, of RR verschuldigd
zijn, waar beslag op gelegd kan worden
Zakelijke zekerheden
o Vanuit standpunt SE: als contractpartij niet betaalt; in hoeverre kan er nog betaling
verwacht worden, moeten een voorrangsrecht veilig gesteld worden?
o Vanuit SA; wat riskeer je te verliezen?
Info koper: hypotheek of voorrecht dat op huis rust?
Info verkoper: volledig verkoopprijs ontvangen?
Zakelijke recht
o Eigendomsrecht = belangrijkste (grenzen en bescherming) (meest uitgebreide)
o Zakelijke gebruiksrechten = vruchtgebruik, recht van opstal of erfpacht,
erfdienstbaarheden (afgeleiden)
Bespaart de burger en professional veel geld
Basis om vastgoedcontracten op te stellen
Examen: antwoord toelichten met een wetsartikel + fluo mag (artikels die wij bespreken)
1 Juridische bronnen opzoeken en ernaar verwijzen
Info H1: Om te weten hoe wetgeving wordt geïnterpreteerd, moeten we rechtspraak en
rechtsleer opzoeken. Daarom moet je de bronnen kennen, die in een eerste deel aan bod komen.
Maak hier kennis met juridische tijdschriften en databanken.
Vervolgens leer je hoe juridische verwijzingen naar wetgeving, rechtspraak en rechtsleer worden
opgesteld volgens de regels van V&A. Dit werkt in 2 richtingen. Enerzijds moet je vanuit een
verwijzing die opgegeven is in een opdracht, een rechterlijke uitspraak of een artikel kunnen
terugvinden. Anderzijds moet je voor een uitspraak of artikel die je hebt gevonden, een juiste
referentie zelf kunnen opstellen (= examenvraag).
Het is een vrij theoretische beschrijving waar je even voor moet doorbijten. In de opdracht op het
einde van deze les krijg je de kans om het opstellen van zo'n referentie uit te proberen.
, Het opzoeken van bronnen zal door de opdrachten in de volgende lessen meer en meer aan bod
komen. De beknopte handleiding voor opzoeken en analyseren van rechtspraak kan je nu al lezen,
of je kan het doorschuiven naar een volgende les waarbij zo'n opdracht wordt gegeven.
1.1 De verschillende bronnen
Papier en digitale bronnen
Opzoeken van wetgeving, rechtspraak en rechtsleer
Doel? Vertrouwd geraken met refereren naar en opzoeken van wetgeving, RS en RP
Theorie + rechtspraak (voorbeelden theorie)
Lessen? Naar wetgeving kijken, hoe rechters dit interpreteren en wat de commentaren
daarop zijn (rechtsleer)
Werkt in 2 richtingen
o Op basis van referentie de juiste info opzoeken
o Voor gevonden info een referentie opstellen (examen)
Vice:
vanuit referentie in opdracht informatie opzoeken
Versa:
juridisch juist refereren naar rechtspraak in verslagen en bachelor
proef => niet? Plagiaat
juridisch juist refereren op examen
je gaat een uitspraak krijgen van een rechter waarvoor je de referentie moet opstellen
(examen)
kopie op examen (voorbeeld) hof van beroep te Antwerpen 2002
o stel hiervoor juiste referentie op?
0 Inleiding...............................................................................................................................................2
1 Juridische bronnen opzoeken en ernaar verwijzen.............................................................................2
1.1 De verschillende bronnen.............................................................................................................3
1.2 Juridische verwijzingen en afkortingen: V&A................................................................................5
2 Basisbegrippen van Zakenrecht/Goederenrecht.................................................................................8
3 Indeling van goederen.......................................................................................................................13
4 Roerende en onroerende goederen..................................................................................................15
5 Zakelijke zekerheden.........................................................................................................................21
5.1 Vermogen = waarborg voor SE’s.................................................................................................22
5.2 Chirografaire bevoorrechte SE’s................................................................................................23
5.3 3 vormen van voorrangsrechten.................................................................................................24
5.4 Voorrecht hypotheek.................................................................................................................24
5.5 Soorten voorrechten...................................................................................................................26
6 Eigendom...........................................................................................................................................28
6.1 Het begrip eigendom..................................................................................................................28
6.2 3 bevoegdheden van eigendom..................................................................................................29
6.3 Kenmerken van eigendomsrecht................................................................................................29
6.4 Wijzen van eigendomsverkrijging...............................................................................................29
6.5 Beperkingen aan het eigendomsrecht........................................................................................29
7 Bescherming van de eigendom..........................................................................................................31
7.1 Rechtsmisbruik...........................................................................................................................31
7.2 Persoonlijke aansprakelijkheid...................................................................................................31
7.3 Instorting gebouwen...................................................................................................................32
7.4 Gebrekkige zaak..........................................................................................................................33
7.5 Burenhinder................................................................................................................................33
8 Mede-eigendom................................................................................................................................36
8.1 3 soorten meervoudige eigendom..............................................................................................36
8.2 De gewone of toevallige mede-eigendom..................................................................................36
8.3 De vrijwillige mede-eigendom....................................................................................................37
8.4 De gedwongen mede-eigendom.................................................................................................38
8.5 Mandeligheid of gemene muur..................................................................................................40
9 Bezit en verjaring...............................................................................................................................48
10 Recht van natrekking.......................................................................................................................52
11 Opstalrecht en erfpacht...................................................................................................................55
,12 Opstalrecht en erfpacht...................................................................................................................55
13 Vruchtgebruik..................................................................................................................................60
14 Erfdienstbaarheden.........................................................................................................................68
0 Inleiding
Zakenrecht = goederenrecht
o Studie van goederen, zakelijke rechten en zakelijke zekerheden
o Te maken met
Eigendom en bezit
Vruchtgebruik
Opstalrecht
Erfdienstbaarheden
Voorrechten en hypotheken
deze rechten bestaan omdat men meer contactvrijheid heeft + financieel voordeliger
o = typisch vastgoed
Goederen = roerend/onroerend
o Belangrijk om te weten wat er mee verkocht wordt met het huid, of RR verschuldigd
zijn, waar beslag op gelegd kan worden
Zakelijke zekerheden
o Vanuit standpunt SE: als contractpartij niet betaalt; in hoeverre kan er nog betaling
verwacht worden, moeten een voorrangsrecht veilig gesteld worden?
o Vanuit SA; wat riskeer je te verliezen?
Info koper: hypotheek of voorrecht dat op huis rust?
Info verkoper: volledig verkoopprijs ontvangen?
Zakelijke recht
o Eigendomsrecht = belangrijkste (grenzen en bescherming) (meest uitgebreide)
o Zakelijke gebruiksrechten = vruchtgebruik, recht van opstal of erfpacht,
erfdienstbaarheden (afgeleiden)
Bespaart de burger en professional veel geld
Basis om vastgoedcontracten op te stellen
Examen: antwoord toelichten met een wetsartikel + fluo mag (artikels die wij bespreken)
1 Juridische bronnen opzoeken en ernaar verwijzen
Info H1: Om te weten hoe wetgeving wordt geïnterpreteerd, moeten we rechtspraak en
rechtsleer opzoeken. Daarom moet je de bronnen kennen, die in een eerste deel aan bod komen.
Maak hier kennis met juridische tijdschriften en databanken.
Vervolgens leer je hoe juridische verwijzingen naar wetgeving, rechtspraak en rechtsleer worden
opgesteld volgens de regels van V&A. Dit werkt in 2 richtingen. Enerzijds moet je vanuit een
verwijzing die opgegeven is in een opdracht, een rechterlijke uitspraak of een artikel kunnen
terugvinden. Anderzijds moet je voor een uitspraak of artikel die je hebt gevonden, een juiste
referentie zelf kunnen opstellen (= examenvraag).
Het is een vrij theoretische beschrijving waar je even voor moet doorbijten. In de opdracht op het
einde van deze les krijg je de kans om het opstellen van zo'n referentie uit te proberen.
, Het opzoeken van bronnen zal door de opdrachten in de volgende lessen meer en meer aan bod
komen. De beknopte handleiding voor opzoeken en analyseren van rechtspraak kan je nu al lezen,
of je kan het doorschuiven naar een volgende les waarbij zo'n opdracht wordt gegeven.
1.1 De verschillende bronnen
Papier en digitale bronnen
Opzoeken van wetgeving, rechtspraak en rechtsleer
Doel? Vertrouwd geraken met refereren naar en opzoeken van wetgeving, RS en RP
Theorie + rechtspraak (voorbeelden theorie)
Lessen? Naar wetgeving kijken, hoe rechters dit interpreteren en wat de commentaren
daarop zijn (rechtsleer)
Werkt in 2 richtingen
o Op basis van referentie de juiste info opzoeken
o Voor gevonden info een referentie opstellen (examen)
Vice:
vanuit referentie in opdracht informatie opzoeken
Versa:
juridisch juist refereren naar rechtspraak in verslagen en bachelor
proef => niet? Plagiaat
juridisch juist refereren op examen
je gaat een uitspraak krijgen van een rechter waarvoor je de referentie moet opstellen
(examen)
kopie op examen (voorbeeld) hof van beroep te Antwerpen 2002
o stel hiervoor juiste referentie op?