1. Wat is Diabetes?
chronische aandoening
lichaam zet glucose (suiker) onvoldoende om in energie door
een tekort OF verminderde werking van insuline.
(Insuline werkt als de "sleutel" die cellen opent voor glucose.)
Belangrijkste vormen:
Type 1: Auto-immuunaandoening (meestal bij jongeren). De
pancreas maakt geen insuline meer aan. Niet te voorkomen.
Type 2: Meest voorkomend (>90%). Deels te voorkomen;
gelinkt aan levensstijl en overgewicht. Er is onvoldoende insuline
of verminderde gevoeligheid.
Zwangerschapsdiabetes: Tijdelijk tijdens de zwangerschap,
maar verhoogt de kans op type 2 later met 30-50%.
2. Metabool Syndroom & Risicofactoren
een verzameling van risicofactoren die de kans op diabetes (x5)
en hart- en vaatziekten (x2) sterk verhogen.
Diagnose (bij ≥ 3 criteria):
Buikomtrek: > 80 cm (vrouw) of > 94 cm (man). Centrale
adipositas (vet rond organen) is extra schadelijk.
Bloeddruk: > 130/85 mmHg.
Nuchtere glycemie: > 100 mg/dL.
Triglyceriden: > 150 mg/dL.
HDL-cholesterol: Te laag (< 40 mg/dL bij man, < 50 mg/dL bij
vrouw).
3. Diagnose & Complicaties
Diagnose: Via bloedonderzoek (nuchtere glycemie 126 mg/dL)
of via de FINDRISC vragenlijst voor risicodetectie.
Complicaties: Diabetes beschadigt op termijn de ogen
(blindheid), nieren, het hart en de voeten (moeilijk genezende
wonden).
4. Cijfers en Impact
Prevalentie: 1 op 10 Belgen heeft diabetes; 1/3 weet dit niet.
Het aantal gevallen stijgt wereldwijd explosief door de westerse
levensstijl.
Mortaliteit: Elke 5 seconden sterft er iemand aan diabetes-
gerelateerde gevolgen. Dit brengt enorme kosten en
productiviteitsverlies met zich mee voor de samenleving.
5. Behandeling en Medicatie
De aanpak is multifactorieel: focus op bloedsuiker, nieren,
bloeddruk en levensstijl.
Levensstijl (Basis)
Gezonde voeding (plantaardig, onbewerkt) en water.
, Gewichtsverlies: 5% minder gewicht verlaagt het risico op
diabetes al met 30%. In een vroeg stadium kan type 2 hiermee
zelfs "omgekeerd" worden.
Medicamenteuze opties
Belangrijkste
Medicijn Werking
kenmerken
Verlaagt glucoseproductie 1e keuze. Goedkoop,
Metformine lever; verhoogt veilig, geen
gevoeligheid. gewichtstoename.
Stimuleert insuline na Injectie. Zorgt voor
Incretinemimetic
eten; vertraagt gewichtsverlies en
a (GLP-1)
maaglediging. verzadiging.
Gunstig voor hart en
Glifozinen (SGLT2- Zorgt dat nieren suiker
nieren. Bijwerking: kans op
inh.) uitplassen.
infecties.
Meestal de laatste stap bij
Insuline Directe aanvulling tekort.
type 2.
LES 2: OPIOIDEN
II. Patronen in gebruik en problemen:
probleem: verdovend + verslavend
5-10% v. drugsgebruikers ontwikkelen afhankelijkheid
Schade en gevolgen v. drugsgebruik afh. v.:
, o hoeveelheid
o Frequentie
o Duur
o Kwetsbaarheid : risico verminderen niet altijd mogelijk maar
wel verhoging bewustzijn
Gedrag tijdens gebruik : rijden onder invloed, ouders
verwaarlozen etc
III. Etiologie (studie oorzaken) v. middelengebruik
Genetica (afhankelijkheid cf misbruik): 30%
(3x hoger wanneer ouders, zussen/broers gebruiken)
Childhood disorders - ADHD, CD
Kenmerken kindertijd slechte sociale aanpassing:
Sociale risicofactoren: sociaal-economische achterstand,
ongeorganiseerde buurten, recreatie, afwezigheid
beschermende factoren.
Beschermende factoren: schoolactiviteiten, nauwe
familiebanden, religie…
Comorbiditeit-depressie (depressie + psychische stoornis)
vaak drugsverslaafd door onderliggende (mentale) aandoening
IV. ICD-10 Diagnostische richtlijnen voor afhankelijkheid
≥ 3 volgende criteria afgelopen jaar samen aanwezig geweest:
Sterk verlangen
Moeilijkheden beheersen drugsgebruik => verlies v. controle
Fysiologische ontwenning: bij stop drugsgebruik, adaptaties in
hersenen worden probleem => brainexitation (zweten, rillen…)
o Withdrawal v dingen die bij Gabba (neurotransmitter)
betrokken zijn, zijn dodelijk (bv. GHB, alcohol…). Withdrawal
opioïden niet levensbedreigend
o Withdrawal >< intoxicatie
o Je moet geen withdrawal ervaren om verslaafd te zijn
tolerantie : meer nodig voor zelfde effect
o Aanpassing in hersenen (bv. receptoren minder gevoelig voor
drugs) of bv. bij alcoholverslaving breekt lever alcohol sneller
af
Progressieve verwaarlozing interesses
TYPISCH: verlies controle, verlies belangrijke zaken leven, meer
gebruiken
V. The world of Drugs Has Changed for Ever
Wanneer is het een “drug” of “geneesmiddel”?
o Afh. v. doel/functie en dosis
o Verschil oxicodon en heroïne? Hersenen merken verschil niet
Probleem: niet zwart-wit, zoals maatschappij denkt
o “Goede” patiënt: Patiënten met pijnlijke aandoening waarbij
opioïden geschikt zijn + nemen medicatie zoals
voorgeschreven om pijn te verlichten
o “Slechte” patiënt: nemen medicijnen niet om pijn te
beheersen en houden zich niet aan voorgeschreven therapie,
, maar gebruiken om humeur en slaap te regelen, te
ontspannen, verveling te verlichten, high te worden
Goed vs slecht = onzin, grote overlapping !!!
“Safe” drugs: Codeïne, DF118, Buprenorfine, Tramadol,
Pregabaline
“Bad”/kortwerkend drugs: Oxycodon, Hydrocodon, Morfine
Je kan verslaafd raken aan elke drug, zelfs al zijn ze
zogezegd veilig opnieuw uitgevonden door farma-
industrie!!!
Voorschrijven v. opioïden
o Opioids vs. opiates:
opiates = v. papaver (bv codeïne, morfine)
opioids = synthetisch, binden aan zelfde receptoren in
hersenen
o Indeling opioïden op basis v. receportactiviteit:
Opioïden werken op endorfine => vertragen hersenen en
ademhaling
=> Full antagagonist (bv.Methadon):
hoe meer je neemt, hoe erger bewerkingen
Bepaalde dosis v. heroïne dat ons allemaal zal doden
(afhankelijk v. individu)
=> Partial Antagonist: er is max hoeveelheid effect
(Buprenorphine)
Hebben agonisteffect als er geen andere agonist is
=> Antagonist (bv. Naloxone) => kunnen effect v. drug
blokkeren (gebruik bij bv. overdosis)
VI. How not to become legal drug dealers
Tramadolhydrochloride (pijnstiller, synthetisch)
o Dokters zagen gevaar niet => werd meer en meer
voorgeschreven
Heroïne : doet veilig voelen, maar heel gevaarlijk bij overdosis
Methadone gevaalijk voor overdosis (“builds up” in lichaam
door trage eliminatie)
o Herkennen: zweet, ziek, moe
o Effecten (vergelijkbaar met opioïden)
Pijnstilling
Duizeligheid
Slaperigheid