1. Liberalisme
- 1775 – Franse Revolutie
- 1776 – Amerikaanse Onafhankelijkheid
- Economie vóór de industrialisatie:
o Landbouw volgens middeleeuws systeem
o Ambachten en handwerk
- 1764 – Werkbare stoommachine door James Watt → start van de
industriële revolutie
Ontstaan van het economisch liberalisme – Adam Smith
Adam Smith
- 1776 – The Wealth of Nations
- Invisible hand: de markt regelt zichzelf via vraag en aanbod
- Mens handelt uit rationeel eigenbelang
- Specialisatie zorgt voor:
o Meer efficiëntie
o Minder verspilling van middelen
David Ricardo en internationale handel
David Ricardo
Vrijhandel
- Pleit voor internationale vrijhandel
Theorieën
- Absoluut voordeel (Smith)
→ Specialiseer in wat je goedkoper kan produceren dan andere
landen
- Comparatief voordeel (Ricardo)
→ Specialiseer in datgene waarin je relatief het beste bent (waar het
prijsverschil het kleinst is)
- Ruilverhouding (terms of trade)
Voorbeeld: 3 computers = 1 tv
o Duitsland produceert 20 tv’s → ruilt 10 tv’s voor 30 computers
o België produceert 100 computers → ruilt 60 computers voor 20
tv’s
- Heckscher-Ohlin-Samuelson-model
→ Landen specialiseren zich in producten waarvoor ze de
overvloedige productiefactor bezitten
, Neoklassieke economie
- Alfred Marshall
- Prijs wordt niet enkel bepaald door productiekosten, maar vooral
door vraag en aanbod
- Pareto-efficiëntie:
Een verandering is wenselijk als iemand erop vooruitgaat zonder dat
iemand anders erop achteruitgaat (baten groter dan kosten).
2. Marxisme
- Industrialisatie nekt de ambachten
- Mechanisering productie katoen, staal, …
- Eerder hoge lonen om arbeiders te lokken
- Nadien steeds lagere om kosten te sparen en te zorgen dat ze 6
dagen op 7 blijven werken.
- Middenklasse dunt sterk uit, klein deel wordt rijk(er), de meeste
verarmen sterk.
a. Marxisme: Marx
Arbeid als bron van waarde
- Arbeid bepaalt de waarde van een product.
Kritiek op het kapitalisme (uitbuiting)
- Kapitalisme = voortdurende groei
- Winst is het middel om die groei te realiseren
- Winst ontstaat door kosten te drukken, vooral loonkosten
- Automatisatie wordt ingezet om kosten verder te verlagen
- Gevolg: massale ontslagen en verlies van koopkracht bij arbeiders
Collectiviteit
- Nadruk op het algemeen belang boven individueel belang
- Productiemiddelen moeten gemeenschappelijk bezit zijn
Problemen met het communisme in de praktijk
- Gebrek aan motivatie
o Zonder individuele beloning minder prikkel om efficiënt of
innovatief te werken
- Centrale planning is zeer complex
o Moeilijk om alle productie en consumptie correct te plannen
- Politieke ongelijkheid
o Macht komt vaak bij een kleine groep terecht
b. Piketty: modern marxisme
Ongelijkheid en politiek
- De toename of afname van ongelijkheid is geen natuurwet.