1. Homo economicus model
- Het rationele homo economicus model: kiezen is:
o Alle alternatieven kennen
o Alle info over die alternatieven kennen
Intern zoekproces: eigen vroegere ervaringen
Extern zoekproces: info verzamelen
o Orde van voorkeuren bepalen
o Beste alternatief kiezen
2. De rationele consument
- Rationeel eigenbelang:
o Mensen handelen volgens wat hen persoonlijk het meeste
voordeel oplevert.
- Objectieve vs. subjectieve rationaliteit:
o Objectief: volledig optimale keuze
o Subjectief: beperkt door tijd, informatie en middelen
o Bij kleine aankopen wordt vaak minder info verzameld →
“time is money”
- Eigenbelang korte vs. lange termijn:
o Korte termijn: onmiddellijke voordelen
o Lange termijn: grotere, maar toekomstige voordelen
- Rationeel kiezen is moeilijk:
o Veel opties en onzekerheid maken optimale keuzes complex
- Simon – mental shortcuts:
o Mensen gebruiken heuristieken (mentale snelkoppelingen)
om beslissingen te vereenvoudigen
- Cognitieve factoren:
o Beslissingen beïnvloed door snel beschikbare info, gevoel,
en duur van product → vaak beter gepercipieerd
3. Aankoopbeslissingen: elementen
- Psychische factoren
o Systeem 1 denken: intuïtieve, snelle beslissingen
o Systeem 2 denken: rationele, doordachte keuzes
o Bezitsdrang: verlangen naar bezit
o Spotgoedkoop of gratis-gevoel: beïnvloedt koopgedrag
- Sociale druk
o Invloed van sociale kringen en leeftijdscohorten
o Autoriteit / influencers beïnvloeden keuzes
- Reclame en marketing
o Bewuste strategieën om consument te overtuigen