Thema 1- emotieregulatie; theoretische modellen
en klinische implicaties
Themadoelen:
1. Je kunt de inhoud en (klinische) relevantie van de drie theoretische basismodellen
uitleggen en relateren aan de interacties tussen emoties, cognities en gedragingen.
2. Je kunt de interactie tussen emotiedoelen, emotieregulatie en omgaan met emoties
beschrijven en aangeven wat dit voor gevolgen heeft voor de emotionele ontwikkeling.
3. Je kunt beschrijven hoe individuele verschillen in emotieregulatie onderzocht worden,
waaronder de rol van cultureel bepaalde normen bij het reageren op emotionele en
cognitieve situaties.
4. Je kunt de rol van dyadische partnerrelaties uitleggen, waaronder sociale baseline en
gehechtheidspatronen, in functionele en dysfunctionele emotieregulatie strategieën en
deze kennis toepassen.
College 1 – ECB en emotieregulatie
Literatuur: H1 en artikel
Er zijn drie hoofd theoretische modellen:
- cognitieve driehoek model,
- bio psychosociaal model
- procesmodel van emotie regulatie
1- Het cognitieve driehoek model
Het is interessant om naar cognities, emoties en gedrag los te kijken en het vervolgens
samen te bekijken, het is een wisselwerking tussen deze drie.
The 3 to 4 to the 5 model (uitbreiding van cognitieve driehoek)
Weer gedrag, emotie en cognitie maar de situatie is ook belangrijk en word
meegenomen (net zoals de consequenties)
2- Biopsychosociaal model
, gedrag/emoties komen door samenspel tussen:
biologische, psychologische en sociale factoren
is een wisselwerking tussen contextuele risicofactoren,
persoonlijke kwetsbaarheden en beschermende
factoren
3- Proces model van emotieregulatie
Emotieregulatie = Gross (2014) definieerde;
vormen welke emoties je hebt, wanneer
iemands ze heeft en hoe iemand deze emoties
ervaart/uit (actief proces)
De hoofd features van dit model
- Activatie van een doel
- Strategiekeuze;
- Emotionele uitkomst (resultaat)
5 ER strategieën om met emoties om te gaan (procesmodel van Gross)
o Situatie selectie; je kiest ervoor om het te ontlopen
o Situatie modificatie; je accepteert de situatie en je probeert het te verbeteren
o Attentie deployment; je leidt jezelf af met andere dingen
o Cognitieve verandering; je probeert je cognitie erover te veranderen, je probeert
het tegen te gaan
o Respons modulatie;
= een iteratieve cirkel
Hoe zit het met de ER strategieën in babytijd (want die kunnen nog niet lopen en ziet er dus
anders uit)
- Situatie selectie (niet mogelijk, later als kind ouder is kan het dingen weigeren)
- Situationele factoren; situatie modificatie
o De volwassen persoon veranderd de situatie, bijv. door kind uit wieg te halen
o Weg bewegen van iets engs
o Gezichtsuitdrukking, geruststellend etc.
- Attentie verschuiving;
o Ouders leiden kind vaak af om de situatie minder emotioneel te maken
o Wegkijken; oudere kinderen focussen op andere gedachtes
- Cognitie veranderen niet mogelijk
- Respons modificatie/modulatie
o De emotionele reactie veranderen (chillen of zelf geruststellen)
o Suppressie van bepaalde emoties door ‘display rules’ -> rol van cultuur
, Display rules; bepaalde regels over emoties die je niet mag tonen
Vaak valideren we niet mensen hun emoties, is niet goed want je
moet eerst de emoties erkennen (suppressie werkt niet)
De ontwikkeling van emoties …
a. Introductie; wat is een emotie
Emoties zijn gehele-lichaams-fenomenen; er zijn connecties tussen verschillende processen;
fysiologisch (processen in lichaam), cognitief (bepaalde gedachten) en gedragsmatig
Darwin dacht dat hij gezichtsuitdrukking kon lezen en daardoor wist wat iemand voelde
We vullen het zelf in, maar is dat ook echt wat iemand voelt
Gezichtsuitdrukkingen reflecteren niet altijd wat iemand voelt
Componenten van emoties
- Fysiologie
- Cognitie
- Gedrag
Sommige emoties zijn evolutionair aangelegd (bijv. walging) andere zijn aangeleerd
Voorbeeld; walging
Aangeleerd en aangeboren; de walging van vroeger wordt na 1 jaar nog veel meer uitgebreid
Geleerde walging wordt ingedeeld in drie domeinen: besmetting, immorele acties, keuze voor
seksuele partners/gedragingen
b. Twee theoretische benaderingen van emoties
- Functionalisme en differentiatie
Functionalisme = emoties als hulpmiddel voor doelen, communicatie
Differentiatie: emoties ontwikkelen zich volgens mijlpalen (er is sprake van fysiologische
rijping)
Functionalisme benadering -> je ziet een emotie, wat is het doel ervan en welke acties
horen erbij -> de adaptieve functies van emoties en hoe ze ons helpen reageren op
gebeurtenissen
Differentiatie; wat gebeurt er over tijd, verschillen tussen individuen
Bij geboorte; interesse, onrust en tevredenheid (contentment)
Na 6 maanden ontwikkeld dit; zes basisemoties (vreugde, verdriet, walging, angst,
woede, verbazing)
Na 18 maaden: meer complexe emoties (schaamte, jaloezie)
Ongedifferentieerde emoties
Ongedifferentieerd: Tevredenheid, onrust, interesse
= Globale staat van welzijn en negatieve emotionele staat van niet oké zijn
Maken snelle beoordeling mogelijk en hebben sterke signaalfunctie
Gedifferentieerde emoties
De zes basis emoties
Na 6 maanden kunnen kinderen deze uiten
- Complexe emoties
Vaak combi van de basisemoties, ontwikkeld zich over tijd
Complexe emoties zijn een mentale representatie van emoties, cognities en gedragingen
, Voorbeeld: zelf bewustzijns emoties; schaamte, schuld en trots
Morele emoties, gevoel van goed en fout, lijken op jonge leeftijd al aanwezig te zijn
Extra: zijn morele emoties ook complexe emoties of aangeboren?
o Experiment: kijken naar welke pop de baby reikt, de pop die de rotzak was in een
toneelstukje of de behulpzame pop, vrijwel alle baby’s kiezen dan voor de goede
c. Concepten gerelateerd voor ontwikkelende emoties
Er zijn vier belangrijke concepten die gerelateerd zijn aan het ontwikkelen van emoties
- Herkennen van emoties in anderen
Sociale referentie: gebruiken van emotionele reacties van anderen als aanwijzing bij
onduidelijke situaties – glass cliff experiment
- Emotionele imitatie en contagion
Imitatie is maken van vergelijkbare gezichtsuitdrukkingen, en contagion betekent
besmetting gaat over het overnemen van emoties die een ander voelt
- Machiavellian emoties
o Het gaat om het uiteindelijke doel en niet de manier waarop, emoties zijn om
anderen te beïnvloeden
o Koud, berekend en functioneel
- Negativiteits-bias
o Vanaf kindertijd is er neiging om krachtiger en consequenter te reageren op
negatieve emoties, hogeren vatbaarheid voor negatieve emoties
College 2 – omgaan met emotionele doelen en ER
1. Emotie doelen
A) Definitie van een emotie doel
= de cognitieve representatie van een gewenste emotionele staat
- Het doel verschilt per situatie
o Situationele flexibiliteit: flexibel kunnen veranderen van doelen om aan
contextuele eisen te voldoen
Wat doen emotie doelen?
1. Triggeren emotie regulatie; als de huidige emotie wordt vergeleken met een emotie
doel kan dit de ER initiëren aangezien er een te groot verschil is tussen de huidige en
gewenste emotie
2. Bepalen de richting van ER; de huidige emotie omzetten naar het gewenste emotie
doel
3. Beïnvloeden de gemiddelden; selecteren welke ER strategie wordt gebruikt
4. Vormen de uitkomsten van ER; hoe succesvoller de ER, de meer verschuiving richting
het gewenste emotie doel
B) Doel raamwerk van ER
Doel van ER: het verminderen van de discrepanties tussen huidige en gewenste
emotionele toestanden
Emotieregulatiestrategie is manier om dit doel te bereiken
Meta-emotie: evaluatie van verschil tussen huidige en gewenste emotionele
toestand
Tevreden als dit verschil klein is, onrust als dit verschil groot is