historisch perspectief
Les 1: introductie
Planning:
Lessen opgedeeld in 3 grote luiken:
Les 2: introductie: thema’s in de militaire geschiedenis
en legeronderdelen – Algemene inleiding militaire
geschiedenis
Theoretische basis voor militaire cultuur. Conceptueel kader: concepten die in elk conflict
terugkomen = bredere theorie rond gewapende conflicten
2.1 Militaire geschiedenis: introductie
2.1.1 Definitie:
Militaire geschiedenis is niet de populairste tak in de geschiedschrijving (academische wereld)
om 2 redenen:
- Zeer grote populariteit buiten academische wereld (bij grote publiek) en zorgt voor niet-
wetenschappelijke benadering → bij historici heeft het minder goede reputatie hierdoor
1
, - Afgrijzen en fascinatie voor oorlog: Militaire geschiedenis heeft een sterk
functionalistisch karakter (ook vandaag nog). Dat wil zeggen dat militaire geschiedenis
vaak is gebruikt als oorlogspropaganda. Werd gebruikt door militaire instituten om zich
voor te bereiden op toekomstige conflicten en cohesie te creëren (vijand bestuderen,
inzet nieuwe technologieën onderzoeken wetenschappelijke instellingen (uniefs bvb)
krijgen hierdoor een afkering van militaire geschiedenis
➔ Om deze 2 redenen zegt Macmillan: ‘We do not take war as seriously as it deserves’
Maar militaire geschiedschrijving wel de oudste vorm van geschiedschrijving (vanaf we konden
schrijven werd er over oorlog geschreven, bvb schrift gebruikt als ophemeling militaire
overwinningen
Definitie zelf van militaire geschiedenis: het is de historische studie van oorlog en
oorlogsvoering. Maar deze studie gaat veel breder dan enkel het bestuderen van wapens of
veldslagen, het gaat over oorlogsvoering in de brede zin: ook over militair personeel,
oorlogsvoering ter land, zee en in de lucht, militaire cultuur, strategie, statistiek… . Het gaat
daarmee ook over existentiële vragen: wanneer is oorlog (geen) moord/ geweld, wanneer zijn
soldaten (geen) moordenaars/criminelen? + Er is altijd een link tussen het militair instituur en de
staat/samenleving: oorlog beïnvloed ook de inrichting van onze samenleving: scholingsgraad,
kapitalisme
Dialoog tussen het verleden en het heden: Aandachtspunten van historici zijn altijd beïnvloed
door het heden, das onvermijdelijk.
- Bvb vanaf WO1 hele grote fascinatie voor technologie. In WO1 was er heel veel
technologische vernieuwing (medisch, wapens…) en zorgde voor hoop dat dat
technologische vernieuwing voor doorslag zou zorgen in de oorlog. Dit
vernieuwingsdenken wordt doorgetrokken tot na WO2. Breuk: val Berlijnse muur en 9/11
in 2001 zorgde daarin voor een breuk, vanaf dan militaire historici geïnspireerd door
terrorisme (met 9/11, Irak, burgeroorlog met verzet) → historici proberen dit te begrijpen
(Counter-insurgency). Nadien nieuw tendens: interesse in internationale diplomatie.
Vandaag terug stukje interesse in technologische vernieuwing.
2.1.2 Historiografische tradities:
Traditionele militaire geschiedenis:
- Sinds ca. 19e eeuw
- Is erg beschrijvend (bvb dag per dag zeer gedetailleerd bewegingen van leger
beschreven) en erg narratief. Vaak beschreven door eigen leden na een conflict:
militairen, leden van militie (vaak met verwijzingen naar de persoonlijke band met het
conflict)
- Thema’s: leiderschap, strategie, wapens, logistiek…
- Bronnen = klassieke militaire bronnen: militaire rapporten, administraties,
regimentsgeschiedenissen… Nadeel van deze bronnen: veel bronnen zijn langdurig niet
toegankelijk (archieven langdurig ontoegankelijk).
2
, - Deze traditionele militaire geschiedenis nog steeds heel populair en vaak ook heel
kwalitatief, maar ook vaak patriottisch
- Kritiek op deze ‘trommel en trompet geschiedenis’:
o Weinig aandacht voor politieke agenda: weinig focus op invloed van het politieke
o Geïsoleerde visie op militair apparaat
o verwaarlozing gender en vrouwen (enkel focus op militaire acties en dat zorgt
voor erg nauwe visie, terwijl er ook veel vrouwen aanwezig waren, vaak als
slachtoffer)
➔ algemene kritiek: niet voldoende om een oorlog te verklaren: er is hierbij geen plek
voor de ervaringen van verschillende mensen
‘Nieuwe’ militaire geschiedenis:
- Sinds ca. 1960
- Analytisch: all-round geschiedschrijving
- Thema’s: socialisering, motivatie, veteranen, civiel-militaire acties, machtsstructuren
binnen leger, verwaarloosde niet militaire groepen (medisch personeel,
munitiearbeiders), kijken naar andere etniciteiten binnen legers, desertie… geen
traditionele benadering, maar vaak nadruk op ervaring van groepen en individuen
- Nieuwe bronnen: egodocumenten, instructieboeken, militaire rechtbanken,
demografisch bronnenmateriaal (bvb alfabetiseringsgraad vd troepen binnen leger) → tis
dus een nieuwe visie op het militaire instituut
- Kritiek op de ‘nieuwe’ militaire geschiedenis: traditionele historici verwijten die nieuwe
historici dat ze te weinig kennis hebben over bepaalde, vaak zeer praktische zaken (hoe
lang het duurt een wapen te laden bvb) + vaak geschreven door niet-militaire
geschiedschrijvers (vrouwen bvb) → verwijten dat er geen persoonlijke ervaring is met
oorlog(svoering).
‘Kritische’ militaire studies:
- Vanaf ca. 2010, begint op te komen vanaf 2000.
- Is erg interdisciplinair (linken met antropologie, gender studies, geschiedenis,
kunstgeschiedenis, internationale politieke wetenschappen…)
- Thema’s: militarisering, socialisering, LGTBQ+, gender, seksualiteit, globalisering
- Gaat eigenlijk over hoe militaire macht (normen en waarden) is een samenleving
terechtkomen en of ze daar horen.
- Ze werken met de kritiek op de traditionele en ‘nieuwe’ militaire geschiedenis om zo
eurocentrisme (en het feit dat er veel te vaak gekeken werd vanuit Westers perspectief)
tegen te gaan
2.2 Conceptueel kader: Artikel Wilson ‘Defining Military Culture’
Cultuur, dat zijn waarden, normen en assumpties die tot menselijke acties leiden, maar ook
institutionele structuur.
3
, ➔ Militaire cultuur is een specifieke institutionele cultuur omdat er zeer specifieke
taken zijn voor het militaire instituut: ze hebben namelijk het monopolie op geweld.
Ze hebben de taak om te moorden en bezit te vernielen → dat vereist een heel
specifieke cultuur om daar controle over uit te oefenen.
Deze militaire cultuur wordt ook gekenmerkt door informele tradities en procedures,
gedragspatronen en heeft ook expliciete, geschreven normen.
De militaire cultuur hangt samen met de vorming van moderne, staande legers (legers die er
blijven ook zonder oorlogstijd)
Wilson zegt “Geschiedenis heeft goed werk geleverd, maar tzijn vaak case-studies. Militaire
cultuur en -geschiedenis hebben wel een aantal gemeenschappelijke kenmerken”
2.2.1 Missie
De missie is het raison d’être van het militaire instituut: het legitimeert het bestaan, de status en
de financiering van het leger. Maar het heeft ook een interne functie: het genereert eigenwaarde,
beloning en privileges
De formele, expliciete en ideologische missie van een leger: verdediging tegen externe dreiging
als belangrijkste doelstelling, maar leger heeft ook nog vele andere functies gehad: interne
ordehandhaving, repressie, humanitaire taken, economische doelstellingen, hulp bij de
brandweer….
Maar legers kunnen ook informele en impliciete missies hebben: Verdediging tegen bedreiging
van specifieke waarden, zoals grondwet, secularisering, democratie, monarchie etc
De missie is deel van de militaire identiteit: masculiniteit, patriottisme, moderniteit
Tijdens missie zijn er motiverende tradities, mythes en rituelen die leden
herinneren aan nationale functie die ze vervullen
Institutioneel zelfbehoud: Belang om instituut te behouden en uit te breiden om missie te
voldoen. Dit kan ook een gevaar inhouden, namelijk wanneer het instituut doel op zich wordt in
plaats van missie.
4