NK
Filosofie Vrije Wil (H!-H3)
Overzicht Filosofen
V5
Socrates
“Al het kwaad komt voort uit onwetendheid. Mensen doen verkeerde dingen, omdat ze niet
begrijpen dat het verkeerde dingen zijn.”
Plato
“We doen verkeerde dingen, ook al beseffen we dat ze verkeerd zijn.”
Hij verklaart dit aan de hand van de ziel:
De ziel bestaat uit drie delen die hij vergelijkt met een tweespan:
- een rijtuig bestuurd door een paardenmenner (= het redelijke deel van de ziel, het kan
inzicht hebben op het goede) dat door twee paarden getrokken wordt.
- !"#$"%"$&''()$*+$")",$"%$-".//(0''1$2$."#$eerzuchtige en gedisciplineerde
deel van de ziel);
- !"#$'%)"("$&''()$*+$/%-".//(0''%$"%$-"(*3.#$/&$4"(,"*)*%-$2$."#$)"",$4'%$)"$
0*",$)'#$)//($lust wordt gedreven.
Het is aan de paardenmenner om met behulp van het gehoorzame paard het ongehoorzame
in bedwang te houden. Hiermee zegt hij:
“Het is de taak van de rede om samen met discipline en plichtsgevoel onze lusten te
beheersen.”
Aristoteles
“Er is een onderscheid tussen algemene kennis van het goede en de toepassing daarvan in
praktische situaties.”
“Je bent je niet altijd bewust van de kennis die je hebt.”
- Je kunt dus kennis hebben over dat iets verkeerd is, maar je dat niet realiseren op jet
moment dat je iets verkeerds doet.
Zo kun je een man waarnemen die slecht ter been is en een trap op moet. Je beschikt over
de kennis dat je een helpende hand zou moeten bieden, maar als je gehaast bent, of diep in
gedacht verzonken bent, komt dit wellicht niet in je op.
Volgens deze drie genoemde filosofen is immoreel gedrag dus altijd te wijten aan een
gebrek aan inzicht.
Augustinus
“Het is niet genoeg om te begrijpen wat het is om te doen, maar je moet ook de wil hebben
om net te doen.”
“Het immorele gedrag van mensen is niet alleen een kwestie van onwetendheid, het ontbreekt
mensen vaak ook de wil om iets goed te doen.”
De wil hoeft niet te luisteren naar het besef van het goede, maar je wil hoeft zich ook niet te
laten leiden door waar je wel of geen zin in hebt.
- Het individu heeft een zekere mate van onafhankelijkheid in zijn beslissingen.
- Toch niet volledig: de mens heeft ook de wil om het kwade te doen, om toe te
geven aan lusten.
, NK
Dit is een uiting van de aangeboren zondigheid van de mens, uit de erfzonde.
“We kunnen ons alleen verlossen van die zonde door ons te richten tot God, alleen de genade
van God kan een goede wil in ons vrijmaken.”
- Stel dat God alwetend is, dan weet hij al welke beslissingen we gaan nemen.
- 5%$',+$6/)$."#$',$7""#8$,*--"%$)"$9"+,*++*%-"%$+3.*:%9''($4'+#$2$)"#"(1*%*+1";
Deterministische filosofen
Verdedigen het idee dat elke gebeurtenis een gevolg van eerdere gebeurtenissen is.
”Het universum is een groot mechanisch systeem waarin niets gebeurt zonder dat het een
gevolg is van iets anders.”
Kwantummechanici
“De wereld gedraagt zich volgens kansverdelingen.”
Als er een experiment gedaan wordt in het domein van de kwantummechanica dan is er niet
precies te zeggen wat de uitkomst zal zijn. In plaats daarvan kan hij wel de verwachte uitkomst
geven op basis van kansen.
2$4/,-"%+$."%$*+$"($)<+$-""%$+&('="$4'%$)"#"(1*%*+1"$>-""%$"%=","$4/(1?;
Immanuel Kant
Verdedigt de positie die ervan spreekt dat je binnen de wetenschap niet kunt spreken van een
vrije wil, maar er tegelijkertijd ook vanuit gaat dat het wetenschappelijk beeld beperkt is en de
wereld niet weergeeft zoals hij op zichzelf is.
“We moeten een onderscheid maken tussen hoe dingen op zichzelf zijn en hoe ze aan ons
verschijnen.”
“De dingen die aan ons verschijnen, worden gevormd door ons, door hoe wij de wereld
ervaren. Het verschijnt door een filter van ervaring”,
- Kant noemt dit de fenomenale wereld.
- De dingen van zichzelf, dus los van de waarneming, noemt Kant de noumenale wereld.
Deze wereld kan zintuiglijk niet door ons worden waargenomen.
Kant gaat ervan uit dat de wetenschap
waarnemingen deterministisch kan
verklaren en voorspellen, maar hieruit
valt alleen te concluderen dat de
fenomenale wereld wel deterministisch
is, maar niet dat de noumenale wereld
deterministisch is.
- In deze beperking van de
wetenschap zag kant ruimte voor vrije wil.
“Vrije wil is een noodzakelijke onderstelling die we gebruiken om morele vragen te
beantwoorden en om te beslissen hoe we handelen.” Dit is de praktische reden.
Kant over vrije wil:
- Vrije wil is noodzakelijk voor ethiek
- Ethiek onttrekt zich aan de wereld van onze zintuigen die gedetermineerd is
- Vrije wil is een onderdeel van de praktische rede; gaat niet over de wereld zoals die
is, maar zoals die zou moeten zijn (bij ethiek vragen wij wat wij behoren te doen)
- Vrijheid is bij Kant de vrijheid om te kunnen redeneren en te handelen volgens een wet
die ik opleg
Filosofie Vrije Wil (H!-H3)
Overzicht Filosofen
V5
Socrates
“Al het kwaad komt voort uit onwetendheid. Mensen doen verkeerde dingen, omdat ze niet
begrijpen dat het verkeerde dingen zijn.”
Plato
“We doen verkeerde dingen, ook al beseffen we dat ze verkeerd zijn.”
Hij verklaart dit aan de hand van de ziel:
De ziel bestaat uit drie delen die hij vergelijkt met een tweespan:
- een rijtuig bestuurd door een paardenmenner (= het redelijke deel van de ziel, het kan
inzicht hebben op het goede) dat door twee paarden getrokken wordt.
- !"#$"%"$&''()$*+$")",$"%$-".//(0''1$2$."#$eerzuchtige en gedisciplineerde
deel van de ziel);
- !"#$'%)"("$&''()$*+$/%-".//(0''%$"%$-"(*3.#$/&$4"(,"*)*%-$2$."#$)"",$4'%$)"$
0*",$)'#$)//($lust wordt gedreven.
Het is aan de paardenmenner om met behulp van het gehoorzame paard het ongehoorzame
in bedwang te houden. Hiermee zegt hij:
“Het is de taak van de rede om samen met discipline en plichtsgevoel onze lusten te
beheersen.”
Aristoteles
“Er is een onderscheid tussen algemene kennis van het goede en de toepassing daarvan in
praktische situaties.”
“Je bent je niet altijd bewust van de kennis die je hebt.”
- Je kunt dus kennis hebben over dat iets verkeerd is, maar je dat niet realiseren op jet
moment dat je iets verkeerds doet.
Zo kun je een man waarnemen die slecht ter been is en een trap op moet. Je beschikt over
de kennis dat je een helpende hand zou moeten bieden, maar als je gehaast bent, of diep in
gedacht verzonken bent, komt dit wellicht niet in je op.
Volgens deze drie genoemde filosofen is immoreel gedrag dus altijd te wijten aan een
gebrek aan inzicht.
Augustinus
“Het is niet genoeg om te begrijpen wat het is om te doen, maar je moet ook de wil hebben
om net te doen.”
“Het immorele gedrag van mensen is niet alleen een kwestie van onwetendheid, het ontbreekt
mensen vaak ook de wil om iets goed te doen.”
De wil hoeft niet te luisteren naar het besef van het goede, maar je wil hoeft zich ook niet te
laten leiden door waar je wel of geen zin in hebt.
- Het individu heeft een zekere mate van onafhankelijkheid in zijn beslissingen.
- Toch niet volledig: de mens heeft ook de wil om het kwade te doen, om toe te
geven aan lusten.
, NK
Dit is een uiting van de aangeboren zondigheid van de mens, uit de erfzonde.
“We kunnen ons alleen verlossen van die zonde door ons te richten tot God, alleen de genade
van God kan een goede wil in ons vrijmaken.”
- Stel dat God alwetend is, dan weet hij al welke beslissingen we gaan nemen.
- 5%$',+$6/)$."#$',$7""#8$,*--"%$)"$9"+,*++*%-"%$+3.*:%9''($4'+#$2$)"#"(1*%*+1";
Deterministische filosofen
Verdedigen het idee dat elke gebeurtenis een gevolg van eerdere gebeurtenissen is.
”Het universum is een groot mechanisch systeem waarin niets gebeurt zonder dat het een
gevolg is van iets anders.”
Kwantummechanici
“De wereld gedraagt zich volgens kansverdelingen.”
Als er een experiment gedaan wordt in het domein van de kwantummechanica dan is er niet
precies te zeggen wat de uitkomst zal zijn. In plaats daarvan kan hij wel de verwachte uitkomst
geven op basis van kansen.
2$4/,-"%+$."%$*+$"($)<+$-""%$+&('="$4'%$)"#"(1*%*+1"$>-""%$"%=","$4/(1?;
Immanuel Kant
Verdedigt de positie die ervan spreekt dat je binnen de wetenschap niet kunt spreken van een
vrije wil, maar er tegelijkertijd ook vanuit gaat dat het wetenschappelijk beeld beperkt is en de
wereld niet weergeeft zoals hij op zichzelf is.
“We moeten een onderscheid maken tussen hoe dingen op zichzelf zijn en hoe ze aan ons
verschijnen.”
“De dingen die aan ons verschijnen, worden gevormd door ons, door hoe wij de wereld
ervaren. Het verschijnt door een filter van ervaring”,
- Kant noemt dit de fenomenale wereld.
- De dingen van zichzelf, dus los van de waarneming, noemt Kant de noumenale wereld.
Deze wereld kan zintuiglijk niet door ons worden waargenomen.
Kant gaat ervan uit dat de wetenschap
waarnemingen deterministisch kan
verklaren en voorspellen, maar hieruit
valt alleen te concluderen dat de
fenomenale wereld wel deterministisch
is, maar niet dat de noumenale wereld
deterministisch is.
- In deze beperking van de
wetenschap zag kant ruimte voor vrije wil.
“Vrije wil is een noodzakelijke onderstelling die we gebruiken om morele vragen te
beantwoorden en om te beslissen hoe we handelen.” Dit is de praktische reden.
Kant over vrije wil:
- Vrije wil is noodzakelijk voor ethiek
- Ethiek onttrekt zich aan de wereld van onze zintuigen die gedetermineerd is
- Vrije wil is een onderdeel van de praktische rede; gaat niet over de wereld zoals die
is, maar zoals die zou moeten zijn (bij ethiek vragen wij wat wij behoren te doen)
- Vrijheid is bij Kant de vrijheid om te kunnen redeneren en te handelen volgens een wet
die ik opleg