100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Het Nederlandse recht Een Maastrichtse inleiding

Rating
3.6
(5)
Sold
39
Pages
83
Uploaded on
18-10-2014
Written in
2014/2015

Een zeer zorgvuldig geschreven samenvattingen van alle hoofdstukken van het boek "Het Nederlandse recht Een Maastrichtse inleiding". Inclusief voorbeelden en alle besproken artikelen met artikel "nummer".

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
October 18, 2014
Number of pages
83
Written in
2014/2015
Type
Summary

Subjects

Content preview

Samenvatting hoofdstuk 1: ‘Recht begrijpen’

1. Recht is overal
Het recht is onzichtbaar en er is niets waarmee het zichtbaar kan worden gemaakt.
Recht ontstaat en bestaat pas in de contacten tussen mensen (intersubjectiviteit).
Recht bestaat uit een geheel van regels (afspraken die verschillen naar tijd en plaats) die in taal
kunnen worden uitgedrukt.

2. Recht en regels
Recht bestaat uit een geheel van rechtsregels. Regels verbinden voorwaarden met gevolgen.
De regel is de belangrijkste vorm van het recht: werkt sturend en maakt het leven voorspelbaar
(rechtszekerheid door er aanspraak op te kunnen maken).

3. Materiële en formele regels
Materieel: inhoud (wat-regels)
Formeel: procedure (hoe-regels)
Processualisten (zijn op zoek naar procedures die fair zijn <> Neutralen/Positivisten (beschrijven
het recht zoals het is en werken daarin zo objectief mogelijk > positieve recht (geldende recht).

4. De afspraken over de regels die rechtsregels zijn (rechtsbronnen)
Rechtsbronnen: de ‘plaatsen’ waar rechtsregels gevonden kunnen worden.
• Regels van wetgevers
Wet in formele zin: art. 81 Gw: Regering en Staten-Generaal hebben de bevoegdheid om
algemeen verbindende voorschriften in de vorm van wetten vast te stellen.
Wet in materiële zin: Een regeling is naar haar inhoud een ‘wet’, namelijk een algemeen
verbindend voorschrift.
Supranationaal recht van supranationale organen: beslissingen van die organen en dat recht
hebben gelding.
• internationale verdragen
Verdragen: afspraken tussen staten die vaak worden vastgelegd in de vorm van regels.
Art. 93 Gw: Het Nederlandse rechtstelsel erkent een deel van die regels als rechtsregels.
Voorwaarde: een inhoud waaraan eenieder rechten kan ontlenen.
• rechterlijke uitspraken
Rechtspraak: een van partijen onafhankelijke derde kan een beslissing nemen die binnen het
rechtstelsel als bindend wordt erkend.
Jurisprudentie: Als rechterlijke uitspraken worden erkend als rechtsbron betekent dat dus niet
dat er geen discussie over kan zijn of een bepaalde rechterlijke uitspraak wel gevolgd moet
worden.
• de gewoonte
Voor een regel van gewoonterecht is een bepaalde, constante gedragslijn nodig, die wordt
gevolgd omdat men vindt dat er een verplichting toe bestaat. Regels van gewoonte recht zijn
ongeschreven.
• het ongeschreven recht
Regels van ongeschreven recht: moeten worden afgeleid uit ‘wat men vindt’. Zij worden
geconcretiseerd in de rechtspraak.

,Waar het recht niet te vinden is
- de teksten die over het recht zijn en worden geschreven
- diep over recht nadenken > natuurrecht: er bestaat recht onafhankelijk van de mens, dat
kenbaar is door de rede en altijd en eeuwig geldt.

Regelconflicten
Zo’n conflict ontstaat wanneer regels in hetzelfde geval niet tot dezelfde uitkomst leiden of
wanneer een regel exclusiviteit claimt ten aanzien van een bepaalde onderwerp. Hoe dergelijke
conflicten worden opgelost hangt af van het rechtsstelsel.
• Rangorde van bronnen
Twee in de Westerse wereld dominante rechtsstelsels:
Common Law: De primaire rechtsbron is de rechtspraak. De rechters zijn belast met de taak uit
te spreken hoe de rechtsregels luiden. De eerdere rechterlijke uitspraken (precedenten)
schrijven de rechter voor hoe hij in een nieuwe zaak moet beslissen.
Civil Law: Het recht moet uitputtend worden vastgelegd in wetboeken (codificatiegedachte).
Rechtspraak is toepassing en uitleg van de wet, waarbij de wet steeds het laatste woord heeft.
Art. 94 Gw: het internationale recht gaat voor.
• Rangorde binnen de bronnen
- Art. 94 Gw: internationale regels (die voldoen aan criteria van art. 93 Gw) gaan voor.
- Wetten in formele zin zijn onaantastbaar. Zij mogen immer wel worden getoetst aan
internationale verdragen, maar niet aan de Grondwet > art. 120 Gw.
- Lagere regelgeving mag niet in strijd komen met de formele wet.
- Een regelgever mag niet meer regelen dan waartoe hij bevoegd is.
- Rechtbank > het Hof > Hoge Raad.
• Rangorde tussen regels
Algemene vuistregels:
- Lex superior derogat lege inferiori: de hogere regel gaat voor de lagere.
- Lex posterior derogat lege anteriori: de nieuwere regel gaat voor de oudere. Om problemen te
voorkomen zijn er overgangsbepalingen.
- Lex specialis derogat lege generali: de bijzondere wet gaat voor de algemene.

5. Termen en begrippen
Lingua franca: Juristen werken met begrippen die een specifieke, vaak (redelijk) nauwkeurig
omlijnde betekenis hebben, en hen helpen op een heldere manier over het recht te
communiceren en debatteren.

Rechtssubjecten
Rechtssubject: een drager van rechten en plichten. Zij kunnen profiteren van rechtsregels maar
krijgen tegelijkertijd ook verplichtingen opgelegd door rechtsregels.
- Natuurlijke personen: mensen van vlees en bloed, ongeacht hun feitelijke dispositie. > art. 1:1
BW en art. 1:2 BW.
- Rechtspersonen: zijn organisatorische verbanden waarvan een regeling bepaalt dat aan dat
verband rechtspersoonlijkheid toekomt. > artt. 2:1 t/m 2:3 BW.
Rechtssubjecten ontlenen subjectieve rechten aan het objectieve recht.


Rechtsgevolgen en rechtshandelingen
Rechtsregels > ‘als…dan..’-structuur. Het dan-gedeelte gaat om een rechtsgevolg.

, Rechtsgevolg: verandert direct of indirect (onmiddellijk of middellijk), iets in de wereld van het
recht.
Rechtsfeit: een feit waaraan het recht een rechtsgevolg verbindt.
Rechtshandeling: is een handeling waaraan het recht het door de betrokkene of betrokkenen
beoogde rechtsgevolg verbindt, omdat de betrokkene of betrokkenen dat gevolg ook op het oog
hadden.

Verbintenissen
Door een verbintenis wordt iemand verbonden tot een bepaalde prestatie. De inhoud van een
prestatie is te betitelen als een geven, een doen of een nalaten.
Debiteur (moet presteren) <> Crediteur (heeft een aanspraak op een prestatie).
Bronnen van verbintenissen: de wet (in materiële zin) en de rechtshandeling.

Vernietigbaarheid, nietigheid, ontbinding en onverbindendheid
Vernietigbaarheid: heeft betrekking op rechtshandelingen (overeenkomsten, beslissingen van de
overheid of vonnissen van de rechter). De vernietiging heeft een terugwerkende kracht.
Nietigheid: Een nietige rechtshandeling heeft in het geheel nooit bestaan, ook niet tijdelijk.
Nietigheid is voor degene wie door de rechtshandeling benadeeld wordt en moet worden
beschermd of wanneer zonder enige twijfel de openbare orde in het geding is.
Ontbinding: de overeenkomst houdt op te gelden en dat wat al ter uitvoering van de
overeenkomst is gepresteerd, moet ongedaan worden gemaakt.
Onverbindendheid: wanneer het gaat over regelgeving die in strijd komt met een hogere regeling.

Recht en tijd
Termijn: Het kunnen uitoefenen van een recht is vaak alleen mogelijk wanneer dat vóór een
bepaald tijdstip gebeurt. > tijdsverloop.
Verjaringstermijnen en vervaltermijnen:
- Op verjaringstermijnen moet door de partij die daarbij belang heeft, een beroep worden
gedaan. Gebeurt dat niet, dan wordt met de verjaring geen rekening gehouden. Vervaltermijnen
zijn daarentegen van openbare orde en moeten door de rechter ambtshalve worden toegepast.
- Verjaringstermijnen kunnen worden gestuit; bij vervaltermijnen kan dat niet.

6. Indelingen van het recht
Publiekrecht en privaatrecht
Publiekrecht: is het deel van het recht dat de betrekkingen tussen burger en overheid en de
betrekkingen tussen overheidsorganen onderling regelt. Staatsrecht, Bestuursrecht, Strafrecht.
Privaatrecht: betreft de verhoudingen tussen burgers onderling. Personen- en familierecht,
rechtspersonenrecht, goederenrecht, verbintenissenrecht, erfrecht, faillissementsrecht.
Functionele rechtsgebieden: een combinatie van publiekrecht en privaatrecht, die ook terug te
vinden is in de regelingen waarin het rechtsgebied is uitgewerkt.
$4.78
Get access to the full document:
Purchased by 39 students

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Reviews from verified buyers

Showing all 5 reviews
1 year ago

4 year ago

6 year ago

9 year ago

9 year ago

3.6

5 reviews

5
1
4
1
3
3
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
xjilll Maastricht University
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
45
Member since
11 year
Number of followers
35
Documents
0
Last sold
4 months ago

3.6

5 reviews

5
1
4
1
3
3
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions