Methodiek 1 (Biesbrouck)
Perfusie
1. Atherosclerose
Slagaderverkalking
Behoort tot de natuurlijke verouderingsproces
Het is langdurig ziekteproces waarbij de arteriële doorbloeding van het
circulatiestelsel verstoord wordt
Is een complex ziekteproces waarbij vetten opgehoopt worden in de wand van de
grote en middelgrote slagaders.
Het is deze ophoping van vetten die de arteriële doorbloeding op diverse plaatsen
in lichaam kan belemmeren.
1.1. Lipiden
Lipoproteïnen
o Eiwitten die vetten naar diverse weefsels in het lichaam kunnen brengen.
In de weefsels worden deze vetten gebruikt als energiebron, opgeslagen als
energiereserve of spelen ze rol in aanmaak van andere stoffen.
Lipoproteïnen zijn meetbaar in bloed, belangrijkste lipidentesten vormen samen
lipidenprofiel
o HDL (high density lipoprotein)
Bevatten vooral cholesterol (25% totale cholesterol)
Goed cholesterol genoemd want voeren inhoud naar de lever.
o LDL (low density lipoprotein)
Bevatten vooral cholesterol (75% totale cholesterol)
Slechte cholesterol genoemd want voeren inhoud rond in lichaam.
o Triglyceriden (TG)
Ander soort vet dan cholesterol
Voornamelijk getransporteerd in andere deeltjes dan HDL en LDL.
o Totaal serumcholesterol
Waarde heeft minder betekenis dan HDL en LDL
Vaak wordt verhouding berekend tot HD
o Dyslipidemie
Ongunstig lipidenprofiel (HDL LDL TG totaal C) hart en
vaatziektes
1.2. Ontstaan en evolutie van de atheroomplaque
1
, Fatty Streak
o LDL deeltjes infiltreren doorheen endotheel en komen in wand slagader.
gebeurd op plaatsen waar endotheel beschadigd is of onder grote spanning
staat.
Voorbeeld: thv een Bifurcatie
De turbulentere of snelle bloedflow op deze plaatsen
creëert een trekkracht op het endotheel waardoor de cellen
sowieso iets minder goed op elkaar aansluiten
o LDL zet ontstekingsreactie in gang waarbij macrofagen worden
aangetrokken vanuit bloedbaan.
o Deze fagocyteren het LDL en transformeren tot schuimcellen =
oppervlakkige ophoping van cholesterol overladen cellen = fatty streak.
o Asymptomatisch
o Regressie (genezing/ volledig verdwenen) is nog mogelijk, vooral op
jonge leeftijd
Atheroma
o Atheroomplaque
Dit is een in het vaatlumen uitpuilend, afgekapseld letsel rond een
centrale kern van vetrijk materiaal
o Indien letsel aangroeit, vinden veranderingen plaats
Schuimcellen sterven af
Cholesterolrijke inhoud wordt extracellulair opgestapeld in
arteriewand
Migratie en proliferatie van gladde spiercellen vanuit tunica media
naar tunica intima
Die maken extra bindweefsel waardoor een kapsel wordt
gevormd
Complicaties
o Stenose
Door volume atheroma vernauwt slagader
Stroomafwaarts gelegen weefsels minder bloedvoorziening
ontvangen
70% stenosering = Hooggradige stenose
o Plaqueruptuur, trombose en occlusie µ
Plaque wordt instabiel
Atheroomkapsel scheurt
Necrotische lipidenkern komt in contact met bloedbaan.
Door thrombusvorming en plaatjesaggregatie in het lumen wordt
bloedvat afgesloten. = Occlusie
Indien er voldoende collateraalcirculatie bestaat
Betekent dit dat de stroomafwaarts gelegen weefsels nu
zonder bloedvoorziening komen te zitten waardoor ze
afsterven.
o Aneurysma
Verbreding van een bloedvat door verzwakking van de wand ter
hoogte van een atheroomplaque
1.3. Klinische toepassingen
2
, Artherosclerose is pijnloos wanneer O2 voorziening afwaarts gelegen weefsels
gedrang komt symptomen
Artherosclerose ontwikkelt zich steeds op verschillende plaatsen tegelijkertijd.
1.4. Cardiovasculaire risicofactoren
Algemeen
Bevorderen de ontwikkeling van atherosclerose
o Deze factoren verhogen het risico op hart – en vaatziektes
= Cardiovasculaire risicofactoren
Belangrijkste:
o A (age) leeftijd
o B (blood pressure) arteriële hypertensie
o C (cigarettes) roken
o D (diabetes)
o E (event) reeds gekend met cardiovasculaire pathologie
o F (family) erfelijk
o G (gender) mannelijk
Andere:
o Obesitas
Te veel aan visceraal vet = te hoge buikomtrek
o Dyslipidemie
HDL LDL TG
o Ongezonde voeding
Te veel vet, te veel suiker
o Te weinig beweging
o Psychosociale factoren
Stress, depressie
Globaal cardiovasculair risico
o Risico dat pt binnen bepaalde tijd hart – en vaatziekte ontwikkelt rekening
houdend met de risicofactoren
Aanpakken van het globaal cardiovasculair risico (GCR)
3
, Niet medicamenteus
o Rookstop
Geen enkele maatregel is zo effectief
o Gezonde voeding
Principes van voedingsdriehoek
o Beweging
5x/week 30min matige activiteit
o Vermagering
Medicamenteus
o Behandeling comorbiditeiten
1 of meer aandoening naast hoofddiagnose
Arteriële hypertensie, diabetes type 2, nierinsufficiëntie
o Optimaliseren lipidenprofiel
Lipidenverlagend geneesmiddel
Voorbeeld: Simvastatine
o Anti-aggregans
= Is samenkleven van bloedplaatjes
Lage dosis acetylsalicylzuur remt plaatjesaggregatie
Voorbeeld: Asaflow, Cardio – aspirine (bloeding veroorzaken)
2. Arteriële hypertensie
2.1. Definities
AHT
Is een cardiovasculaire aandoening waarbij sprake is van chronische verhoging
van druk die bloed uitoefent op vaatwand
DUS verhoging bloeddruk
Onderscheiden in
o Essentiële (primair) hypertensie (90%)
Geen verklaring
o Secundaire hypertensie
Duidelijke oorzaak
2.2. Diagnose
4
Perfusie
1. Atherosclerose
Slagaderverkalking
Behoort tot de natuurlijke verouderingsproces
Het is langdurig ziekteproces waarbij de arteriële doorbloeding van het
circulatiestelsel verstoord wordt
Is een complex ziekteproces waarbij vetten opgehoopt worden in de wand van de
grote en middelgrote slagaders.
Het is deze ophoping van vetten die de arteriële doorbloeding op diverse plaatsen
in lichaam kan belemmeren.
1.1. Lipiden
Lipoproteïnen
o Eiwitten die vetten naar diverse weefsels in het lichaam kunnen brengen.
In de weefsels worden deze vetten gebruikt als energiebron, opgeslagen als
energiereserve of spelen ze rol in aanmaak van andere stoffen.
Lipoproteïnen zijn meetbaar in bloed, belangrijkste lipidentesten vormen samen
lipidenprofiel
o HDL (high density lipoprotein)
Bevatten vooral cholesterol (25% totale cholesterol)
Goed cholesterol genoemd want voeren inhoud naar de lever.
o LDL (low density lipoprotein)
Bevatten vooral cholesterol (75% totale cholesterol)
Slechte cholesterol genoemd want voeren inhoud rond in lichaam.
o Triglyceriden (TG)
Ander soort vet dan cholesterol
Voornamelijk getransporteerd in andere deeltjes dan HDL en LDL.
o Totaal serumcholesterol
Waarde heeft minder betekenis dan HDL en LDL
Vaak wordt verhouding berekend tot HD
o Dyslipidemie
Ongunstig lipidenprofiel (HDL LDL TG totaal C) hart en
vaatziektes
1.2. Ontstaan en evolutie van de atheroomplaque
1
, Fatty Streak
o LDL deeltjes infiltreren doorheen endotheel en komen in wand slagader.
gebeurd op plaatsen waar endotheel beschadigd is of onder grote spanning
staat.
Voorbeeld: thv een Bifurcatie
De turbulentere of snelle bloedflow op deze plaatsen
creëert een trekkracht op het endotheel waardoor de cellen
sowieso iets minder goed op elkaar aansluiten
o LDL zet ontstekingsreactie in gang waarbij macrofagen worden
aangetrokken vanuit bloedbaan.
o Deze fagocyteren het LDL en transformeren tot schuimcellen =
oppervlakkige ophoping van cholesterol overladen cellen = fatty streak.
o Asymptomatisch
o Regressie (genezing/ volledig verdwenen) is nog mogelijk, vooral op
jonge leeftijd
Atheroma
o Atheroomplaque
Dit is een in het vaatlumen uitpuilend, afgekapseld letsel rond een
centrale kern van vetrijk materiaal
o Indien letsel aangroeit, vinden veranderingen plaats
Schuimcellen sterven af
Cholesterolrijke inhoud wordt extracellulair opgestapeld in
arteriewand
Migratie en proliferatie van gladde spiercellen vanuit tunica media
naar tunica intima
Die maken extra bindweefsel waardoor een kapsel wordt
gevormd
Complicaties
o Stenose
Door volume atheroma vernauwt slagader
Stroomafwaarts gelegen weefsels minder bloedvoorziening
ontvangen
70% stenosering = Hooggradige stenose
o Plaqueruptuur, trombose en occlusie µ
Plaque wordt instabiel
Atheroomkapsel scheurt
Necrotische lipidenkern komt in contact met bloedbaan.
Door thrombusvorming en plaatjesaggregatie in het lumen wordt
bloedvat afgesloten. = Occlusie
Indien er voldoende collateraalcirculatie bestaat
Betekent dit dat de stroomafwaarts gelegen weefsels nu
zonder bloedvoorziening komen te zitten waardoor ze
afsterven.
o Aneurysma
Verbreding van een bloedvat door verzwakking van de wand ter
hoogte van een atheroomplaque
1.3. Klinische toepassingen
2
, Artherosclerose is pijnloos wanneer O2 voorziening afwaarts gelegen weefsels
gedrang komt symptomen
Artherosclerose ontwikkelt zich steeds op verschillende plaatsen tegelijkertijd.
1.4. Cardiovasculaire risicofactoren
Algemeen
Bevorderen de ontwikkeling van atherosclerose
o Deze factoren verhogen het risico op hart – en vaatziektes
= Cardiovasculaire risicofactoren
Belangrijkste:
o A (age) leeftijd
o B (blood pressure) arteriële hypertensie
o C (cigarettes) roken
o D (diabetes)
o E (event) reeds gekend met cardiovasculaire pathologie
o F (family) erfelijk
o G (gender) mannelijk
Andere:
o Obesitas
Te veel aan visceraal vet = te hoge buikomtrek
o Dyslipidemie
HDL LDL TG
o Ongezonde voeding
Te veel vet, te veel suiker
o Te weinig beweging
o Psychosociale factoren
Stress, depressie
Globaal cardiovasculair risico
o Risico dat pt binnen bepaalde tijd hart – en vaatziekte ontwikkelt rekening
houdend met de risicofactoren
Aanpakken van het globaal cardiovasculair risico (GCR)
3
, Niet medicamenteus
o Rookstop
Geen enkele maatregel is zo effectief
o Gezonde voeding
Principes van voedingsdriehoek
o Beweging
5x/week 30min matige activiteit
o Vermagering
Medicamenteus
o Behandeling comorbiditeiten
1 of meer aandoening naast hoofddiagnose
Arteriële hypertensie, diabetes type 2, nierinsufficiëntie
o Optimaliseren lipidenprofiel
Lipidenverlagend geneesmiddel
Voorbeeld: Simvastatine
o Anti-aggregans
= Is samenkleven van bloedplaatjes
Lage dosis acetylsalicylzuur remt plaatjesaggregatie
Voorbeeld: Asaflow, Cardio – aspirine (bloeding veroorzaken)
2. Arteriële hypertensie
2.1. Definities
AHT
Is een cardiovasculaire aandoening waarbij sprake is van chronische verhoging
van druk die bloed uitoefent op vaatwand
DUS verhoging bloeddruk
Onderscheiden in
o Essentiële (primair) hypertensie (90%)
Geen verklaring
o Secundaire hypertensie
Duidelijke oorzaak
2.2. Diagnose
4