Analyse van mediateksten
INTRODUCTIE ( OPZET CURSUS)
SOCIALE THEORIEËN 1 KIJK OP BETEKENIS MEDIA
Semiotiek: sociaal constructivistische aanpak centraal binnen dit vak: analyse van de mediateksten zelf
Pure semiotiek: kijkt vooral naar het woord /// sociale semiotiek: kijken naar veranderende / latente
interpretaties vanuit ieder zijn persoonlijke kennis en identiteit
Kritische mediatheorieën: neo-marxistische theorieën die zich richten op het kapitalistische systeem: bv.
Gekoppeld door wantrouwen aan overheid ( mainstream media) – denkers die aan grond liggen: Frankfurther
Schule: kritische visie op media geïnspireerd door Marx ( Marx heeft zijn theorie nooit toegepast op media)
Media en publieke sfeer- Habermas: openbaarheid van media: faciliteren van media om publieke opinie mee te
volgen: ook kritisch door commercialisering + verzwakking van de publieke sfeer ( theoretische voedingsbodem
voor discoursanalyse: alles komt hierbij bij elkaar: totaalanalyse)
THEORETHISCHE BENADERINGEN VAN ANALYSE VAN MEDIATEKSTEN
- Kwantitatieve inhoudsanalyse: richt zich op het waarneembare, grote hoeveelheden materiaal;
beoogt generaliserende uitspraken
- Kwalitatieve inhoudsanalyse: geeft voorkeur aan detail, subtiele processen van betekenisgeving ( bv.
Vanuit constructivisme, interpretativisme, cultural studies)
WAT IS EEN TEKST EN WAT IS TEKSTANALYSE?
EEN TEKST IS:
- Georganiseerde verzameling van woorden (doorgaans geschreven): we behoren tot zelfde community
van taal waardoor communicatie vergemakkelijkt: tekens staan in verband met elkaar:
beargumenteerde woorden of net metaforen gebruiken
- Een literair product ( bv. gedicht)
- Een georganiseerde verzameling (woorden, klanken, beelden -> heel ruim)
- La langue: taal <-> la parole : de taal die men gebruikt (eigenheid van spreken, stijl)
TEKSTANALYSE
- Verwijst naar manieren waarmee kan worden geanalyseerd hoe teksten mogelijke betekenissen
creëren en wat die betekenissen zijn
TWEE MANIEREN VAN KIJKEN
- Teksten zijn reflecties van de wereld ( kwantitatieve methode: media als spiegel: wat we zien op
media is in verband met samenleving)
- OF teksten zijn cultuurspecifieke en geïnterpreteerde constructies ( kwalitatief: media als creatie/
shaper: geïnterpreteerde constructies)
➔ Niet noodzakelijk tegengesteld: mediarepresentaties zijn selectieve creaties (owv conventies,
technische mogelijkheden zender, opvattingen mediamaker) die publiek beïnvloeden
➔ Belangrijk: tekst in CONTEXT analyseren: mediatekst moeten we ruim zien: taal is het meest
genuanceerde communicatiemiddel waarover we beschikken!
,DOEL
Nut voor tekstanalyse in de sociale wetenschappen – Fairclough:
- Theoretisch; teksten zijn een vorm van sociale actie/ engagement ( de ‘constructivistische’ aanpak)
o ‘ja ik kom, nee ik wil het niet’ -> repercutie tot actie
- Methodologisch: teksten zijn een belangrijke bron van bewijs voor de sociale wetenschapper ( als
alternatieve voor enquêtes)
- Historisch: teksten zijn barometers van sociale processen ( sociale opinie)
- Politiek: teksten zijn loci van sociale controle en dominantie ( ideologisch speelveld: teksten als sociale
praktijken) -> teksten als uiting van dominantie
Concrete vragen die men zich kan stellen bij elke mediatekst ( vragen die je moet stellen als een mediawijs
iemand):
- Wie heeft tekst gecreëerd? (Encoding)
- Welke creatieve technieken om aandacht te trekken?
- Wie heeft er baad bij deze mediatekst te verspreiden
- Hoe zouden mensen deze mediatekst begrijpen? (decoding, implied audience)
- Welke leefstijlen, waarden en gezichtspunten zijn gerepresenteerd of afwezig in deze mediatekst
o Bv. in een advertentie zit weinig ideologie, behalve persuasief
DEEL 1: SOCIALE THEORIEËN EN KIJK OP BETEKENIS VAN MEDIA
Foto: punk scene in Myamar -> Weinig context: toch omgaan
met tekens via foto door ervaring en kennis -> foto is voor
interpretatie vatbaar
Beelden & fotografie -> beelden kunnen het verschil maken
3 STROMINGEN DIE IN DEZE COLLEGEREEKS AANBOD KOMEN
- Neo-marxisme & ideologie ( Frankfurther Schule, GUMG, S. Hall)
- Massamedia als facilitaors voor een participatieve publieke sfeer
- Publieksonderzoek (U&G, Morley, Fiske, feminisme): het publiek interpreteert en construeert
PROCESSCHOOL VS SEMIOTIEK
- Processcool: communicatie als doorgeefluik van boodschappen ( hoe zenders verpakken/ encoderen
en ontvangers vertalen/ decoderen -> via stappen en fases (acts))
o encoding-decoding -Hall: 1 op 1 communicate
- structureel -semiotische school: vooral bezig met mediateksten op zich en hoe ze werkelijkheid
representeren om een bepaalde ideologie uit te spreken
o communicatie als productie en uitwisseling van boodschappen ( studie van tekst en cultuur)
-> werking (works)
2 invalshoeken: kunnen we ook combineren: bv in een survey door campagnes te analyseren
,DRIE PROCESTHEORIEËN
MODEL VAN SHANON & WEAVER
➢ ruis: vervorming geluid of iedere andere afleiding die de perceptie kan beïnvloeden
o Shannon & Weaver concentreren hun op het technische niveau (A)
o Het signaal (bits) is de fysieke vorm van een boodschap
o Ons brein maakt binaire keuzes
o Op semantisch niveau (B) is de boodschap minder exact gedefinieerd als op niveau A en
moeilijker te meten
o Op psychologisch vlak (C)wordt gekeken of de geproduceerde betekenis daadwerkelijk is
aangekomen zoals bedoeld
➢ DRIE PROBLEEMNIVEAU’S:
o Technisch: hoe accuraat kunnen tekens van communicatie worden overgebracht?
o Semantisch: hoe precies drukken de overgebrachte tekens de gewenste betekenis uit?
o Effectief: hoe effectief leidt de ontvangen betekenis tot gewenst gedrag?
➢ Redunantie vs entropie:
o Sterk gerelateerd aan ‘informatie’ is het concept redunantie dwz het voorspelbare/
conventionele in een boodschap
o Redunantie (iets voorkomt, iets wordt herhaald, maar ook veel nieuwe dingen in):
▪ Hoge voorspelbaarheid
▪ Lage informatiewaarde
o Entropie
▪ Lage voorspelbaarheid
▪ Hoge informatiewaarde
MODEL VAN LASSWELL
Lineair, eenrichtingsmodel voor
communicatie, vooral interesse in
media en boodschapsaspect
, MODEL VAN NEWCOMB – ABX MODEL
model gaat voer het delen van opinies en houdingen
A en B spreken deze opinies uit tegenover onderwerp X
- De lijnen tussen A en X en Ben X = attitudes van A en B
tegenover X
- Lijn tussen A en B = aantrekkingskracht tussen A en B
Evenwicht: A en B mogen elkaar en mogen het onderwerp X
onevenwicht: A en B mogen elkaar maar hebben verschillende
attitudes over het object X
Communicatie -> tool om balans te herstellen indien er onevenwicht optreedt
DEEL 2: SEMIOTIEK (FISKE)
= leer van de tekens
Icoon: referentie aan werkelijkheid (bv. foto van jezelf of
plattegrond ( referentieel verwijzen naar de realiteit want het
lijkt erop)
Symbool: een aanname; dingen die we hebben afgesproken, je
hebt hiervoor nood aan kennis ( alfabet, vlaggen, euro-teken..)
Index: verwijst ook naar iets anders op basis van causaliteit en
gevolg (bv. Verkeerslichten). Tekens kunnen verschillende
betekenissen hebben in culturen en contexten. Bv. verkeerstekens, donkere wolken ( index voor regen)
➔ Tekens kunnen verschillende betekenissen hebben in verschillende culturen en contexten
➔ Wat is communicatie: het gaat om de verhouding en de onderlinge structuren van tekens
WAT IS SEMIOTIEK
A) Mediateksten als tekens:
- Boodschap= constructie van tekens die via interactie met ontvangers betekenis krijgt
- Lezen = proces van het ontdekken van betekenissen die ontstaan wanneer de lezer met de tekst
speelt / negotieert (interact / negotiatie)
o Kennis van de taal en van de samenleving voor nodig -> negotiatie
INTRODUCTIE ( OPZET CURSUS)
SOCIALE THEORIEËN 1 KIJK OP BETEKENIS MEDIA
Semiotiek: sociaal constructivistische aanpak centraal binnen dit vak: analyse van de mediateksten zelf
Pure semiotiek: kijkt vooral naar het woord /// sociale semiotiek: kijken naar veranderende / latente
interpretaties vanuit ieder zijn persoonlijke kennis en identiteit
Kritische mediatheorieën: neo-marxistische theorieën die zich richten op het kapitalistische systeem: bv.
Gekoppeld door wantrouwen aan overheid ( mainstream media) – denkers die aan grond liggen: Frankfurther
Schule: kritische visie op media geïnspireerd door Marx ( Marx heeft zijn theorie nooit toegepast op media)
Media en publieke sfeer- Habermas: openbaarheid van media: faciliteren van media om publieke opinie mee te
volgen: ook kritisch door commercialisering + verzwakking van de publieke sfeer ( theoretische voedingsbodem
voor discoursanalyse: alles komt hierbij bij elkaar: totaalanalyse)
THEORETHISCHE BENADERINGEN VAN ANALYSE VAN MEDIATEKSTEN
- Kwantitatieve inhoudsanalyse: richt zich op het waarneembare, grote hoeveelheden materiaal;
beoogt generaliserende uitspraken
- Kwalitatieve inhoudsanalyse: geeft voorkeur aan detail, subtiele processen van betekenisgeving ( bv.
Vanuit constructivisme, interpretativisme, cultural studies)
WAT IS EEN TEKST EN WAT IS TEKSTANALYSE?
EEN TEKST IS:
- Georganiseerde verzameling van woorden (doorgaans geschreven): we behoren tot zelfde community
van taal waardoor communicatie vergemakkelijkt: tekens staan in verband met elkaar:
beargumenteerde woorden of net metaforen gebruiken
- Een literair product ( bv. gedicht)
- Een georganiseerde verzameling (woorden, klanken, beelden -> heel ruim)
- La langue: taal <-> la parole : de taal die men gebruikt (eigenheid van spreken, stijl)
TEKSTANALYSE
- Verwijst naar manieren waarmee kan worden geanalyseerd hoe teksten mogelijke betekenissen
creëren en wat die betekenissen zijn
TWEE MANIEREN VAN KIJKEN
- Teksten zijn reflecties van de wereld ( kwantitatieve methode: media als spiegel: wat we zien op
media is in verband met samenleving)
- OF teksten zijn cultuurspecifieke en geïnterpreteerde constructies ( kwalitatief: media als creatie/
shaper: geïnterpreteerde constructies)
➔ Niet noodzakelijk tegengesteld: mediarepresentaties zijn selectieve creaties (owv conventies,
technische mogelijkheden zender, opvattingen mediamaker) die publiek beïnvloeden
➔ Belangrijk: tekst in CONTEXT analyseren: mediatekst moeten we ruim zien: taal is het meest
genuanceerde communicatiemiddel waarover we beschikken!
,DOEL
Nut voor tekstanalyse in de sociale wetenschappen – Fairclough:
- Theoretisch; teksten zijn een vorm van sociale actie/ engagement ( de ‘constructivistische’ aanpak)
o ‘ja ik kom, nee ik wil het niet’ -> repercutie tot actie
- Methodologisch: teksten zijn een belangrijke bron van bewijs voor de sociale wetenschapper ( als
alternatieve voor enquêtes)
- Historisch: teksten zijn barometers van sociale processen ( sociale opinie)
- Politiek: teksten zijn loci van sociale controle en dominantie ( ideologisch speelveld: teksten als sociale
praktijken) -> teksten als uiting van dominantie
Concrete vragen die men zich kan stellen bij elke mediatekst ( vragen die je moet stellen als een mediawijs
iemand):
- Wie heeft tekst gecreëerd? (Encoding)
- Welke creatieve technieken om aandacht te trekken?
- Wie heeft er baad bij deze mediatekst te verspreiden
- Hoe zouden mensen deze mediatekst begrijpen? (decoding, implied audience)
- Welke leefstijlen, waarden en gezichtspunten zijn gerepresenteerd of afwezig in deze mediatekst
o Bv. in een advertentie zit weinig ideologie, behalve persuasief
DEEL 1: SOCIALE THEORIEËN EN KIJK OP BETEKENIS VAN MEDIA
Foto: punk scene in Myamar -> Weinig context: toch omgaan
met tekens via foto door ervaring en kennis -> foto is voor
interpretatie vatbaar
Beelden & fotografie -> beelden kunnen het verschil maken
3 STROMINGEN DIE IN DEZE COLLEGEREEKS AANBOD KOMEN
- Neo-marxisme & ideologie ( Frankfurther Schule, GUMG, S. Hall)
- Massamedia als facilitaors voor een participatieve publieke sfeer
- Publieksonderzoek (U&G, Morley, Fiske, feminisme): het publiek interpreteert en construeert
PROCESSCHOOL VS SEMIOTIEK
- Processcool: communicatie als doorgeefluik van boodschappen ( hoe zenders verpakken/ encoderen
en ontvangers vertalen/ decoderen -> via stappen en fases (acts))
o encoding-decoding -Hall: 1 op 1 communicate
- structureel -semiotische school: vooral bezig met mediateksten op zich en hoe ze werkelijkheid
representeren om een bepaalde ideologie uit te spreken
o communicatie als productie en uitwisseling van boodschappen ( studie van tekst en cultuur)
-> werking (works)
2 invalshoeken: kunnen we ook combineren: bv in een survey door campagnes te analyseren
,DRIE PROCESTHEORIEËN
MODEL VAN SHANON & WEAVER
➢ ruis: vervorming geluid of iedere andere afleiding die de perceptie kan beïnvloeden
o Shannon & Weaver concentreren hun op het technische niveau (A)
o Het signaal (bits) is de fysieke vorm van een boodschap
o Ons brein maakt binaire keuzes
o Op semantisch niveau (B) is de boodschap minder exact gedefinieerd als op niveau A en
moeilijker te meten
o Op psychologisch vlak (C)wordt gekeken of de geproduceerde betekenis daadwerkelijk is
aangekomen zoals bedoeld
➢ DRIE PROBLEEMNIVEAU’S:
o Technisch: hoe accuraat kunnen tekens van communicatie worden overgebracht?
o Semantisch: hoe precies drukken de overgebrachte tekens de gewenste betekenis uit?
o Effectief: hoe effectief leidt de ontvangen betekenis tot gewenst gedrag?
➢ Redunantie vs entropie:
o Sterk gerelateerd aan ‘informatie’ is het concept redunantie dwz het voorspelbare/
conventionele in een boodschap
o Redunantie (iets voorkomt, iets wordt herhaald, maar ook veel nieuwe dingen in):
▪ Hoge voorspelbaarheid
▪ Lage informatiewaarde
o Entropie
▪ Lage voorspelbaarheid
▪ Hoge informatiewaarde
MODEL VAN LASSWELL
Lineair, eenrichtingsmodel voor
communicatie, vooral interesse in
media en boodschapsaspect
, MODEL VAN NEWCOMB – ABX MODEL
model gaat voer het delen van opinies en houdingen
A en B spreken deze opinies uit tegenover onderwerp X
- De lijnen tussen A en X en Ben X = attitudes van A en B
tegenover X
- Lijn tussen A en B = aantrekkingskracht tussen A en B
Evenwicht: A en B mogen elkaar en mogen het onderwerp X
onevenwicht: A en B mogen elkaar maar hebben verschillende
attitudes over het object X
Communicatie -> tool om balans te herstellen indien er onevenwicht optreedt
DEEL 2: SEMIOTIEK (FISKE)
= leer van de tekens
Icoon: referentie aan werkelijkheid (bv. foto van jezelf of
plattegrond ( referentieel verwijzen naar de realiteit want het
lijkt erop)
Symbool: een aanname; dingen die we hebben afgesproken, je
hebt hiervoor nood aan kennis ( alfabet, vlaggen, euro-teken..)
Index: verwijst ook naar iets anders op basis van causaliteit en
gevolg (bv. Verkeerslichten). Tekens kunnen verschillende
betekenissen hebben in culturen en contexten. Bv. verkeerstekens, donkere wolken ( index voor regen)
➔ Tekens kunnen verschillende betekenissen hebben in verschillende culturen en contexten
➔ Wat is communicatie: het gaat om de verhouding en de onderlinge structuren van tekens
WAT IS SEMIOTIEK
A) Mediateksten als tekens:
- Boodschap= constructie van tekens die via interactie met ontvangers betekenis krijgt
- Lezen = proces van het ontdekken van betekenissen die ontstaan wanneer de lezer met de tekst
speelt / negotieert (interact / negotiatie)
o Kennis van de taal en van de samenleving voor nodig -> negotiatie