Algemene Chemie I
Hoofdstuk 4: reacties in
waterige oplossingen
Inleiding
Chemische reactie
Vereist botsingen:
Mobiliteit is belangrijk
Werken in oplossingen
Hoeveelheid stof in oplossing definiëren = concentratie
Reactievergelijking balanceren
Concentratie: molariteit
Molariteit = aantal mol opgeloste stof per L oplossing
= n /v olair M
Hoe maak je een oplossing
Vertrekken van een vaste stof:
1. Vaste stof afwegen (waar we nauwkeurig de massa van kunnen bepalen, m =
M.n)
2. Alles kwantitatief overbrengen in de maatkolf
3. Oplosmiddel toevoegen (meestal waterige oplossing) tot vaste stof opgelost is
4. Oplosmiddel toevoegen tot maatstreep
Als de concentratie en volume gekend zijn dan kan het aantal mol en massa
opgeloste stof berekend worden: c(M) = n/V n = c(M).V of c = n/V n = c.V
Verdunnen van een bestaande oplossing met hogere concentratie
Je gaat enkel het oplosmiddel bijvullen, dus het volume veranderd maar het aantal
mol niet
N geconcentreerd = M geconcentreerde oplossing . V geconcentreerde oplossing
= M verdunde oplossing . V verdunde oplossing = n verdund
DUS: M1V1 = M2V2 of c1V1 = c2V2
Praktisch:
, 1. Volume met pipet opzuigen
2. Overbrengen in maatkolf
3. Oplosmiddel toevoegen tot maatstreep
Elektrolyten
Elektrolyt = stof die oplost in water en geleidende oplossingen van ionen vormt
Niet-Elektrolyt = stof die oplost in water en geen geleidende oplossingen van ionen
vormt
Sterk elektrolyt = dissociëren voor groot deel (70-100%) in ionen wanneer opgelost
in water
Zwak elektrolyt = dissociëren voor een klein deel in ionen wanneer opgelost in
water
Water is hier een niet elektrolyt, toch moet je oppassen met elektronische apparatuur
bij water zuiver water geleid niet, maat badwater bijvoorbeeld zit vol met andere
ionen, kalk, etc.
Reacties in waterige oplossingen
Neerslagreacties = reacties waarin oplosbare ionaire reagentia leiden tot een vast,
onoplosbaar product dat neerslaat uit de oplossing
Vb.: Pb(NO3)2 (aq) + 2 KI (aq) → 2 KNO3 (aq) + PbI2 (s)
Zuur-base neutralisatiereacties = een zuur reageert met een base tot vorming
van water en een ionaire verbinding (zout)
Hoofdstuk 4: reacties in
waterige oplossingen
Inleiding
Chemische reactie
Vereist botsingen:
Mobiliteit is belangrijk
Werken in oplossingen
Hoeveelheid stof in oplossing definiëren = concentratie
Reactievergelijking balanceren
Concentratie: molariteit
Molariteit = aantal mol opgeloste stof per L oplossing
= n /v olair M
Hoe maak je een oplossing
Vertrekken van een vaste stof:
1. Vaste stof afwegen (waar we nauwkeurig de massa van kunnen bepalen, m =
M.n)
2. Alles kwantitatief overbrengen in de maatkolf
3. Oplosmiddel toevoegen (meestal waterige oplossing) tot vaste stof opgelost is
4. Oplosmiddel toevoegen tot maatstreep
Als de concentratie en volume gekend zijn dan kan het aantal mol en massa
opgeloste stof berekend worden: c(M) = n/V n = c(M).V of c = n/V n = c.V
Verdunnen van een bestaande oplossing met hogere concentratie
Je gaat enkel het oplosmiddel bijvullen, dus het volume veranderd maar het aantal
mol niet
N geconcentreerd = M geconcentreerde oplossing . V geconcentreerde oplossing
= M verdunde oplossing . V verdunde oplossing = n verdund
DUS: M1V1 = M2V2 of c1V1 = c2V2
Praktisch:
, 1. Volume met pipet opzuigen
2. Overbrengen in maatkolf
3. Oplosmiddel toevoegen tot maatstreep
Elektrolyten
Elektrolyt = stof die oplost in water en geleidende oplossingen van ionen vormt
Niet-Elektrolyt = stof die oplost in water en geen geleidende oplossingen van ionen
vormt
Sterk elektrolyt = dissociëren voor groot deel (70-100%) in ionen wanneer opgelost
in water
Zwak elektrolyt = dissociëren voor een klein deel in ionen wanneer opgelost in
water
Water is hier een niet elektrolyt, toch moet je oppassen met elektronische apparatuur
bij water zuiver water geleid niet, maat badwater bijvoorbeeld zit vol met andere
ionen, kalk, etc.
Reacties in waterige oplossingen
Neerslagreacties = reacties waarin oplosbare ionaire reagentia leiden tot een vast,
onoplosbaar product dat neerslaat uit de oplossing
Vb.: Pb(NO3)2 (aq) + 2 KI (aq) → 2 KNO3 (aq) + PbI2 (s)
Zuur-base neutralisatiereacties = een zuur reageert met een base tot vorming
van water en een ionaire verbinding (zout)