PSYCHOMETRIE EN CONSTRUCTIE VAN
PSYCHODIAGNOSTISCHE INSTRUMENTEN
DEEL 1
INLEIDING
1.BELANG VAN PSYCHOMETRIE
- sinds de start van het tijdschrift Psychometrika in 1936 tot in 1984 had het tijdschrift de volgende
omschrijving:
o psychologie als een kwantitatief rationele wetenschap
- ethymologie
o grieks:
▪ ψυχή: ‘ziel’
▪ μέτρον: ‘meting’
▪ ➔ meting vd ziel
o wikipedia:
▪ psychometrie houdt zich bezig met de theorie en de techniek van pedagogische en
psychologische meting, met name het meten van kennis, vaardigheden, houdingen en
persoonlijkheidskenmerken
o ➔ meten
- Wat knn/willen we meten in de psychometrie
o onderwijskunde: kennis, dyslexie, dyscalculie, interesse, intelligentie, hoogbegaafdheid, leerstijlen,
schoolrijpheid, …
o psychologie: depressie, neuroticisme, sociale competentie, agressiviteit, conflicthantering,
attitude, waarden, emotionele stabiliteit, zelfbewustzijn, dominantie, …
MENTALE TESTS
o “Psychologie kan pas de zekerheid en exactheid van fysische wetenschappen bereiken als ze
gebaseerd is op experimenteren en meten. Een stap in die richting zou gezet kunnen worden door
een reeks mentale tests en metingen uit te voeren bij een groot aantal individuen.
De resultaten zouden van wetenschappelijk belang zijn in het ontdekken van de constantheid van
mentale processen, hun onderlinge afhankelijkheid en hun variatie onder verschillende
omstandigheden.
Individuen zouden hun tests interessant en mogelijk nuttig vinden met het oog op training, manier
van leven of om ziekten aan te duiden.
De wetenschappelijke en praktische waarde van dergelijke tests zou sterk toenemen indien een
uniform systeem zou aangenomen worden opdat vaststellingen die op verschillende testmomenten
en plaatsen worden gedaan vergeleken en gecombineerd zouden kunnen worden”
(James McKeen Cattell, 1890)
o ➔ mentale tests
▪ Wetenschappelijke waarde => voor onderzoek => bv verband tss 2 variabelen knn
vaststellen/meten
▪ Praktische waarde => klinisch => bv attitudes knn vaststellen/meten
- Vb: Freddie Lee Hall:
o ter dood veroordeeld voor moord
o doodstraf wordt omgezet in levenslang als veroordeelde zwakbegaafd is
▪ zwakbegaafd : IQ score <= 70
▪ IQ score van freddie lee hall: 71
▪ ➔ 1 punt verschil op IQ score hier bepalend voor leven of dood
▪ ➔ absurd om te denken dat we IQ zo precies knn vaststellen adhv test
, o correct omgaan met (resultaten van) psychologische tests is enorm belangrijk
▪ bij freddie lee hall is het letterlijk een kwestie van leven en dood
▪ maar het gaat altijd om de levens van mensen
• een kind al dan niet laten overgaan naar een volgens schooljaar kan verstrekkende
gevolgen hebben voor het kind in kwestie
o correct omgaan met (resultaten van) psychologische tests heeft te maken met het beseffen en het
zichtbaar maken van de onzekerheid die altijd met een meting of een testresultaat gepaard gaat
▪ het is dwaas te denken dat en te handelen alsof het IQ van freddie lee hall is exact gelijk is
aan 71
o belangrijkste doel van psychometrie : deze onzekerheid in kaart brengen
▪ ➔ het kwantificeren en omgaan met onzekerheid
KWANTIFICEREN
o een variabele waarvan de waarden getallen zijn wordt een kwantitatieve variabele genoemd
o in de psychometrie zijn de variabelen waar we mee werken meestal kwantitatief
▪ we gaan dus veel met getallen werken
▪ getallen zijn erg handig, maar niet zonder gevaar
• door het aura van objectiviteit en precisie dat getallen met zich meedragen
bestaat het gevaar om onverantwoord veel gewicht aan testuitslagen te hechten
• dat gewicht daalt als we de onzekerheid rond dat getal laten zien
• onzekerheid rond een testresultaat zichtbaar maken relativeert dus het belang van
het testresultaat
• ➔ getallen lijken objectief en juist, maar belangrijk om bewust te zijn vd
onzekerheid v deze getallen
2.KADER: OMGAAN MET ONZEKERHEID
Stel: we willen de intelligentie van
iemand kennen
=>Knn Wisc laten invullen
➔ WISC IQ score
! Maar is niet hetzelfde als intelligentie
=>Meten eigenlijk enkel de WISC IQ score
op dit testmoment + door beoordelaar b
➔aantal stappen verwijderd van waar we
echt geïnteresseerd in zijn
- ➔ om van het hoogste niveau naar de laagste score te gaan zijn er verbijzonderingen nodig
o => Om intelligentie te meten aantal stappen nodig
▪ Operationalisatie: intelligentie met test bevragen/observeren
▪ Verbijzondering vh testmoment: op een bep moment de test afnemen
▪ Verbijzondering vd beoordelaar: kiezen door welke beoordelaar test w afgenomen
- ➔ om van de laagste score naar het hoogste niveau te gaan zijn er veralgemeningen nodig
▪ Veralgemening vd beoordelaar
▪ Veralgemening vh tetsmoment
▪ Veralgemening v doperationalisatie (test)
o !!! die veralgemeningen zijn niet zondermeer geldig
▪ bij elke veralgemening (en dus bij elke score) hoort een ander soort onzekerheid
▪ de kwaliteit van de drie veralgemeningen wordt uitgedrukt in drie verschillende concepten
- !we kunnen dus niet zondermeer op basis van het laagste niveau conclusies trekken over het hoogste niveau
,2.1 VERALGEMENINGEN
- om een uitspraak op het hoogste niveau te kunnen doen
o moeten de veralgemeningen bij benadering geldig zijn
o mag de veralgemening weinig onzekerheid introduceren
- bij elke veralgemening hoort een ander concept
- ➔ 3 veralgemeningen met elk een eigen onzekerheid
- veralgemening 1: (veralgemening vd beoordelaar)
o objectiviteit
▪ we mogen veralgemenen over beoordelaar
▪ dus de score op testmoment t door beoordelaar b is onafhankelijk van de specifieke
beoordelaar
▪ dus we mogen de beoordelaar vergeten en spreken over de score op testmoment t
- veralgemening 2: (veralgemening vh testmoment)
o nauwkeurigheid
▪ we mogen veralgemenen over testmoment
▪ dus de score op testmoment t is onafhankelijk van het specifieke testmoment
▪ dus we mogen het testmoment vergeten en spreken over de score
- veralgemening 3: (veralgemening vd operationalisatie)
o validiteit
▪ we mogen veralgemenen over operationalisatie
▪ dus de score is onafhankelijk van de specifieke operationalisatie
• > maakt niet uit of we bv de wisc of een andere intelligentietest afnemen
▪ dus we mogen de operationalisatie vergeten en spreken over het construct
- !! opmerking
o er zijn verbanden tussen deze concepten
o een test met lage objectiviteit, bvb omwille van een slechte handleiding, zal vaak geen nauwkeurige
metingen opleveren
o de relatie tussen validiteit en nauwkeurigheid (betrouwbaarheid) wordt formeel behandeld tijdens
de lessen ktt
2.2 KWALITEIT VAN DE TEST
- bij een test van goede kwaliteit
o zijn de veralgemeningen bij benadering geldig
o introduceert de veralgemening weinig onzekerheid
o ➔ als we vertrouwen willen hebben in de uitspraak die we doen over intelligentie op basis van een
WISC-IQscore op testmoment t door beoordelaar b moet de test valide, nauwkeurig, en objectief
zijn
- objectiviteit
o gaat over de kwaliteit van de WISC-IQ score op testmoment t, dwz na weglating van “door
beoordelaar b”
o wordt zeer kort besproken in sectie 4 van deze les
o wordt gekwantificeerd aan de hand van maten van interbeoordelaarsovereenstemming (ibo)
▪ => hoge ibo => veralgemening mag gemaakt w
- nauwkeurigheid
o gaat over de kwaliteit van de WISC-IQ score, dwz na weglating van “op testmoment t”
o wordt bepaald aan de hand van de breedte van betrouwbaarheidsinterval rond de (schatting van
de) WISC-IQ score
▪ wordt niet vastgesteld, maar geschat, aan de hand van psychometrische modellen
• betrouwbaarheid (klassieke testtheorie; ktt)
• testinformatiefunctie (moderne testtheorie; item-responstheorie; irt)
o het grootste stuk van deel I gaat hierover
, - validiteit
o gaat over de kwaliteit van de uitspraak over intelligentie
o wordt in deel I slechts kort besproken
o wordt uitgebreider besproken in deel II
- !!! opmerking
o in principe, en all else being equal, zou een test van goede kwaliteit zowel objectief, als nauwkeurig
als valide moeten zijn
o maar tussen droom en daad staan wetten in de weg, en praktische bezwaren:
niet te lang, goedkoop, makkelijk af te nemen, niet pijnlijk voor de patiënt, etc.
o dus het is vaak een evenwichtsoefening. en we zullen compromissen moet sluiten
▪ => bv hoe langer test, hoe nauwkeuriger, maar willen pp geen te lange test laten afnemen
-
-
2.3 MANIFESTE EN LATENTE VARIABELEN
- we onderscheiden verschillende soorten variabelen gebaseerd op hun
vaststelbaarheid/waarneembaarheid
o WISC-IQ score
▪ niet vaststelbaar
o WISC-IQ score op moment t
▪ Vaststelbaar
o intelligentie
▪ niet vaststelbaar
o intelligentie op moment t
▪ niet vaststelbaar
o ➔ 2 soorten variabelen : vaststelbaar en niet-vaststelbaar
- variabelen zijn enkel vaststelbaar als ze verwijzen naar een bepaald testmoment
o sommigen niet vaststelbare variabelen kunnen vaststelbaar gemaakt worden door toevoeging
van testmoment
▪ bv WISC-IQ score
• niet vaststelbaar, maar WISC-IQ score op moment t wel
o sommigen niet vaststelbare variabelen kunnen niet vaststelbaar gemaakt worden door toevoeging
van testmoment
▪ bv intelligentie
• niet vaststelbaar, en intelligentie op moment t ook niet
PSYCHODIAGNOSTISCHE INSTRUMENTEN
DEEL 1
INLEIDING
1.BELANG VAN PSYCHOMETRIE
- sinds de start van het tijdschrift Psychometrika in 1936 tot in 1984 had het tijdschrift de volgende
omschrijving:
o psychologie als een kwantitatief rationele wetenschap
- ethymologie
o grieks:
▪ ψυχή: ‘ziel’
▪ μέτρον: ‘meting’
▪ ➔ meting vd ziel
o wikipedia:
▪ psychometrie houdt zich bezig met de theorie en de techniek van pedagogische en
psychologische meting, met name het meten van kennis, vaardigheden, houdingen en
persoonlijkheidskenmerken
o ➔ meten
- Wat knn/willen we meten in de psychometrie
o onderwijskunde: kennis, dyslexie, dyscalculie, interesse, intelligentie, hoogbegaafdheid, leerstijlen,
schoolrijpheid, …
o psychologie: depressie, neuroticisme, sociale competentie, agressiviteit, conflicthantering,
attitude, waarden, emotionele stabiliteit, zelfbewustzijn, dominantie, …
MENTALE TESTS
o “Psychologie kan pas de zekerheid en exactheid van fysische wetenschappen bereiken als ze
gebaseerd is op experimenteren en meten. Een stap in die richting zou gezet kunnen worden door
een reeks mentale tests en metingen uit te voeren bij een groot aantal individuen.
De resultaten zouden van wetenschappelijk belang zijn in het ontdekken van de constantheid van
mentale processen, hun onderlinge afhankelijkheid en hun variatie onder verschillende
omstandigheden.
Individuen zouden hun tests interessant en mogelijk nuttig vinden met het oog op training, manier
van leven of om ziekten aan te duiden.
De wetenschappelijke en praktische waarde van dergelijke tests zou sterk toenemen indien een
uniform systeem zou aangenomen worden opdat vaststellingen die op verschillende testmomenten
en plaatsen worden gedaan vergeleken en gecombineerd zouden kunnen worden”
(James McKeen Cattell, 1890)
o ➔ mentale tests
▪ Wetenschappelijke waarde => voor onderzoek => bv verband tss 2 variabelen knn
vaststellen/meten
▪ Praktische waarde => klinisch => bv attitudes knn vaststellen/meten
- Vb: Freddie Lee Hall:
o ter dood veroordeeld voor moord
o doodstraf wordt omgezet in levenslang als veroordeelde zwakbegaafd is
▪ zwakbegaafd : IQ score <= 70
▪ IQ score van freddie lee hall: 71
▪ ➔ 1 punt verschil op IQ score hier bepalend voor leven of dood
▪ ➔ absurd om te denken dat we IQ zo precies knn vaststellen adhv test
, o correct omgaan met (resultaten van) psychologische tests is enorm belangrijk
▪ bij freddie lee hall is het letterlijk een kwestie van leven en dood
▪ maar het gaat altijd om de levens van mensen
• een kind al dan niet laten overgaan naar een volgens schooljaar kan verstrekkende
gevolgen hebben voor het kind in kwestie
o correct omgaan met (resultaten van) psychologische tests heeft te maken met het beseffen en het
zichtbaar maken van de onzekerheid die altijd met een meting of een testresultaat gepaard gaat
▪ het is dwaas te denken dat en te handelen alsof het IQ van freddie lee hall is exact gelijk is
aan 71
o belangrijkste doel van psychometrie : deze onzekerheid in kaart brengen
▪ ➔ het kwantificeren en omgaan met onzekerheid
KWANTIFICEREN
o een variabele waarvan de waarden getallen zijn wordt een kwantitatieve variabele genoemd
o in de psychometrie zijn de variabelen waar we mee werken meestal kwantitatief
▪ we gaan dus veel met getallen werken
▪ getallen zijn erg handig, maar niet zonder gevaar
• door het aura van objectiviteit en precisie dat getallen met zich meedragen
bestaat het gevaar om onverantwoord veel gewicht aan testuitslagen te hechten
• dat gewicht daalt als we de onzekerheid rond dat getal laten zien
• onzekerheid rond een testresultaat zichtbaar maken relativeert dus het belang van
het testresultaat
• ➔ getallen lijken objectief en juist, maar belangrijk om bewust te zijn vd
onzekerheid v deze getallen
2.KADER: OMGAAN MET ONZEKERHEID
Stel: we willen de intelligentie van
iemand kennen
=>Knn Wisc laten invullen
➔ WISC IQ score
! Maar is niet hetzelfde als intelligentie
=>Meten eigenlijk enkel de WISC IQ score
op dit testmoment + door beoordelaar b
➔aantal stappen verwijderd van waar we
echt geïnteresseerd in zijn
- ➔ om van het hoogste niveau naar de laagste score te gaan zijn er verbijzonderingen nodig
o => Om intelligentie te meten aantal stappen nodig
▪ Operationalisatie: intelligentie met test bevragen/observeren
▪ Verbijzondering vh testmoment: op een bep moment de test afnemen
▪ Verbijzondering vd beoordelaar: kiezen door welke beoordelaar test w afgenomen
- ➔ om van de laagste score naar het hoogste niveau te gaan zijn er veralgemeningen nodig
▪ Veralgemening vd beoordelaar
▪ Veralgemening vh tetsmoment
▪ Veralgemening v doperationalisatie (test)
o !!! die veralgemeningen zijn niet zondermeer geldig
▪ bij elke veralgemening (en dus bij elke score) hoort een ander soort onzekerheid
▪ de kwaliteit van de drie veralgemeningen wordt uitgedrukt in drie verschillende concepten
- !we kunnen dus niet zondermeer op basis van het laagste niveau conclusies trekken over het hoogste niveau
,2.1 VERALGEMENINGEN
- om een uitspraak op het hoogste niveau te kunnen doen
o moeten de veralgemeningen bij benadering geldig zijn
o mag de veralgemening weinig onzekerheid introduceren
- bij elke veralgemening hoort een ander concept
- ➔ 3 veralgemeningen met elk een eigen onzekerheid
- veralgemening 1: (veralgemening vd beoordelaar)
o objectiviteit
▪ we mogen veralgemenen over beoordelaar
▪ dus de score op testmoment t door beoordelaar b is onafhankelijk van de specifieke
beoordelaar
▪ dus we mogen de beoordelaar vergeten en spreken over de score op testmoment t
- veralgemening 2: (veralgemening vh testmoment)
o nauwkeurigheid
▪ we mogen veralgemenen over testmoment
▪ dus de score op testmoment t is onafhankelijk van het specifieke testmoment
▪ dus we mogen het testmoment vergeten en spreken over de score
- veralgemening 3: (veralgemening vd operationalisatie)
o validiteit
▪ we mogen veralgemenen over operationalisatie
▪ dus de score is onafhankelijk van de specifieke operationalisatie
• > maakt niet uit of we bv de wisc of een andere intelligentietest afnemen
▪ dus we mogen de operationalisatie vergeten en spreken over het construct
- !! opmerking
o er zijn verbanden tussen deze concepten
o een test met lage objectiviteit, bvb omwille van een slechte handleiding, zal vaak geen nauwkeurige
metingen opleveren
o de relatie tussen validiteit en nauwkeurigheid (betrouwbaarheid) wordt formeel behandeld tijdens
de lessen ktt
2.2 KWALITEIT VAN DE TEST
- bij een test van goede kwaliteit
o zijn de veralgemeningen bij benadering geldig
o introduceert de veralgemening weinig onzekerheid
o ➔ als we vertrouwen willen hebben in de uitspraak die we doen over intelligentie op basis van een
WISC-IQscore op testmoment t door beoordelaar b moet de test valide, nauwkeurig, en objectief
zijn
- objectiviteit
o gaat over de kwaliteit van de WISC-IQ score op testmoment t, dwz na weglating van “door
beoordelaar b”
o wordt zeer kort besproken in sectie 4 van deze les
o wordt gekwantificeerd aan de hand van maten van interbeoordelaarsovereenstemming (ibo)
▪ => hoge ibo => veralgemening mag gemaakt w
- nauwkeurigheid
o gaat over de kwaliteit van de WISC-IQ score, dwz na weglating van “op testmoment t”
o wordt bepaald aan de hand van de breedte van betrouwbaarheidsinterval rond de (schatting van
de) WISC-IQ score
▪ wordt niet vastgesteld, maar geschat, aan de hand van psychometrische modellen
• betrouwbaarheid (klassieke testtheorie; ktt)
• testinformatiefunctie (moderne testtheorie; item-responstheorie; irt)
o het grootste stuk van deel I gaat hierover
, - validiteit
o gaat over de kwaliteit van de uitspraak over intelligentie
o wordt in deel I slechts kort besproken
o wordt uitgebreider besproken in deel II
- !!! opmerking
o in principe, en all else being equal, zou een test van goede kwaliteit zowel objectief, als nauwkeurig
als valide moeten zijn
o maar tussen droom en daad staan wetten in de weg, en praktische bezwaren:
niet te lang, goedkoop, makkelijk af te nemen, niet pijnlijk voor de patiënt, etc.
o dus het is vaak een evenwichtsoefening. en we zullen compromissen moet sluiten
▪ => bv hoe langer test, hoe nauwkeuriger, maar willen pp geen te lange test laten afnemen
-
-
2.3 MANIFESTE EN LATENTE VARIABELEN
- we onderscheiden verschillende soorten variabelen gebaseerd op hun
vaststelbaarheid/waarneembaarheid
o WISC-IQ score
▪ niet vaststelbaar
o WISC-IQ score op moment t
▪ Vaststelbaar
o intelligentie
▪ niet vaststelbaar
o intelligentie op moment t
▪ niet vaststelbaar
o ➔ 2 soorten variabelen : vaststelbaar en niet-vaststelbaar
- variabelen zijn enkel vaststelbaar als ze verwijzen naar een bepaald testmoment
o sommigen niet vaststelbare variabelen kunnen vaststelbaar gemaakt worden door toevoeging
van testmoment
▪ bv WISC-IQ score
• niet vaststelbaar, maar WISC-IQ score op moment t wel
o sommigen niet vaststelbare variabelen kunnen niet vaststelbaar gemaakt worden door toevoeging
van testmoment
▪ bv intelligentie
• niet vaststelbaar, en intelligentie op moment t ook niet