Staatsrecht
Deel 1: algemene beginselen van het Belgische
staatsrecht
Wat is recht?
Definitie:
Het recht is een geheel van door de overheid uitgevaardigde,
algemene en juridisch afdwingbare regels (‘rechtsregels’) die het
menselijk handelen in de samenleving ordenen
Onderscheid met andere ‘regels’ in onze samenleving
Bv.
o morele regels = we doen zaken niet met ons geweten
o religieuze regels = betrekking op een bepaalde
geloofsovertuiging
o sociale omgangsregels
o beleefdheidsregels = hand geven aan iemand nieuw
o gedragsregels
bv. afspreken om iets te gaan drinken, nergens juridisch afdwingbaar
Niet juridisch afdwingbaar tenzij ze ook een rechtsregel zijn
Bv. stelen voel je al door je geweten dat je dit niet doet maar ook
een juridische regel
Kenmerken:
Wat? Geheel van algemeen geldende regels van toepassing op
iedereen in de bedoelde situatie
Wie? Opgelegd door de overheid
o Recht is dynamisch: gewijzigde samenleving vraagt
gewijzigde rechtsregels
o Overtreding/ niet- naleving heeft gevolgen: rechtsregels zijn
afdwingbaar via een wettelijk systeem van sancties
Voorbeeld: tot 1976 werd een vrouw juridisch onbekwaam gesteld als ze
een huwelijk had met een man
Waarom?
Doel = maatschappelijke ordenen
o Maw duidelijk stellen wie wat mag doen
Definitie en kenmerken:
Recht is overal in onze samenleving aanwezig
Recht is van belang voor alle burgers want ‘iedereen wordt
geacht de wet te kennen’
,Wat is ‘staatsrecht’?
Begrip:
Een tak van het ruimere recht met de regels over de organisatie en
werking van staten l.h.b. de Belgische staat
o Structuur en bevoegdheid overheidsorganen
o Relatie tussen die organen
o Relatie tussen de staat en de burgers
Functie)
Instellen (oprichten) van overheidsorganen
Toekennen van bevoegdheden aan deze organen
Bescherming burgers tegen de staat, oa door toekenning
‘grondrechten’
Situering in het recht
De vele rechtsregels worden onderverdeeld in rechtstakken of
rechtsdomeinen
o Elke ‘tak’ of ‘domein’ regelt een ander aspect van de
maatschappij
o Doel: enorme hoeveelheid regels overzichtelijk maken
Indeling van het recht:
,België is een staat: Wat is een staat?
België is een ‘staat’
Een staat is een rechtssubject (publiekrechtelijke rechtspersoon)
waarvoor 4 constitutieve elementen zijn vereist:
= voorwaarden om als staat juridisch te bestaan
o Afgebakend grondgebied
o Permanent bevolking
o Overheid met effectief gezag over de bevolking op het
grondgebied
o Onafhankelijk
En 1 politieke voorwaarde
= voorwaarde om feitelijk als staat te kunnen functioneren
o Internationale erkenning (door andere staten)
, Ontstaan van België als staat
1815: val van Napoleon – Congres van Wenen
o Plan voor Europese vrede: creatie van Verenigd Koninkrijk
der Nederlanden als bufferstaat in het centrum van Europa
om de Franse macht onder controle te houden
o Zuidelijke Nederlanden dat voordien deel uitmaakte van
Frankrijk wordt toegevoegd aan de Noordelijke Nederlanden
1815 – 1830: Verenigd Koninkrijk der Nederlanden
o Staatshoofd = Koning Willem I
o Zuidelijke provincies snel ontevreden
Autoritair koning
Politieke ondervertegenwoordiging
Beknotting persvrijheid
Overheidsinmenging in onderwijs
Taalconflict
Socio-culturele tegenstellingen
1830 – 1831: oprichting van België
o Monsterverbond
o Opstand in Brussel na opera ‘Stomme van Portici’
o Verzet tegen NL leger
o Oprichting ‘voorlopig bewind’ (regering)
o Uitroepen Belgische onafhankelijkheid: 4 oktober 1830
o Verkiezing nationaal congres (parlement)
o Afkondiging Belgische GW: 7 februari 1831
o Eedaflegging Leopold: 21 juli 1831
,De Grondwet:
basis Belgische staatsrecht:
definitie:
juridische basis Belgisch staat(srecht)
basisovereenkomst tussen overheid en burger
meest fundamentele rechtsregel – ‘hoogste wet’ van het
land
o MAAR: internationaal recht met ‘directe werking’
Inhoudelijk:
1. Organisatie en werking staatsorganen = hoofdlijnen
staatsstructuur, hoe de staat over de burgers macht uitoefent
2. Te respecteren grondrechten = grenzen aan de uitoefening
van de staatsmacht, hoe de burgers worden beschermd tegen
(machtsmisbruik door) de staat
Twee functies:
1. Juridisch: rechtsregels, die verder worden uitgewerkt in allerlei
wetten en uitvoeringsbesluiten
Alleen de basis wordt geregeld in de grondwet, verder
uitgewerkt in lagere wetten
2. Symbolisch: bv. art 193 GW => uiting van bepaalde idealen
Grondwet 1831: oorspronkelijk GW
Op verschillende vlakken breuk met verleden: bv. macht
koning (art. 105 – 106)
o Toont aan dat ze zich zeker wil afscheuren van de
regime van Willem I
Vooruitstrevend catalogus van grondrechten: lange,
progressieve lijst van grondrechten
Sinds 1831: herhaaldelijk gewijzigd
Eind 19e – begin 20ste eeuw: kiesrecht
Vanaf 1970: ≠ staatshervormingen (eenheidsstaat =>
federale staat)
o Eenheidsstaat = bestuurt vanuit één centrale
overheid
o Federale staat = bevoegdheid om land te besturen
zijn verdeelt onder de deelstaten
Na WOII: opname nieuwe grondrechten, bv art. 23 GW
(menswaardig bestaan)
17 februari 1994: gecoördineerde GW
Enkel wordt er iets gedaan aan de structuur, niets inhoudelijk
, Bijzondere, complexe procedure tot herziening van de GW
Art. 195 GW
Inspraak/ betrokkenheid burgers?
Vlaamse GW?
Nee, wel beperkt ‘constitutieve autonomie’
Kenmerken van de Belgische staat: België is een
monarchie
Republiek vs monarchie
Republiek Monarchie
Aangesteld voor bepaalde aangesteld voor het leven
duur meestal via erfopvolging
via verkiezingen = erfelijke monarchie
staatshoofd = president ≠ modellen
Absolute monarchie: vorst
bezit onbeperkte macht
Constitutionele
monarchie: positie vorst is
geregeld in de GW
Erfelijke monarchie
Welk artikel in de GW bepaalt dat België een erfelijke monarchie is?
Art. 85 GW
Koningen:
Leopold I, Leopold II, Albert I, Leopold III, Boudewijn, Albert II en Filip
Regent = koning ad interim, iemand tijdelijk de troon kan innemen omdat
de koning dit niet kan doen
Staatshoofd
Twee hoedanigheden:
Lid federale M (naast kamer en Senaat)
Hoofd federale UM (= federale regering)
Geen andere macht dan de macht toegekend door de GW =
constitutionele monarchie
Beperkte politieke macht (art. 88 GW)
Politieke onbekwaam
Politiek onverantwoordelijk
Ministeriële verantwoordelijkheid = regering is
verantwoordelijk voor politiek relevante handelingen
Medeondertekening (art. 106 Gw.)
Federale regering is verantwoordelijk t.a.v. het parlement
(niet t.a.v. de Koning)
Deel 1: algemene beginselen van het Belgische
staatsrecht
Wat is recht?
Definitie:
Het recht is een geheel van door de overheid uitgevaardigde,
algemene en juridisch afdwingbare regels (‘rechtsregels’) die het
menselijk handelen in de samenleving ordenen
Onderscheid met andere ‘regels’ in onze samenleving
Bv.
o morele regels = we doen zaken niet met ons geweten
o religieuze regels = betrekking op een bepaalde
geloofsovertuiging
o sociale omgangsregels
o beleefdheidsregels = hand geven aan iemand nieuw
o gedragsregels
bv. afspreken om iets te gaan drinken, nergens juridisch afdwingbaar
Niet juridisch afdwingbaar tenzij ze ook een rechtsregel zijn
Bv. stelen voel je al door je geweten dat je dit niet doet maar ook
een juridische regel
Kenmerken:
Wat? Geheel van algemeen geldende regels van toepassing op
iedereen in de bedoelde situatie
Wie? Opgelegd door de overheid
o Recht is dynamisch: gewijzigde samenleving vraagt
gewijzigde rechtsregels
o Overtreding/ niet- naleving heeft gevolgen: rechtsregels zijn
afdwingbaar via een wettelijk systeem van sancties
Voorbeeld: tot 1976 werd een vrouw juridisch onbekwaam gesteld als ze
een huwelijk had met een man
Waarom?
Doel = maatschappelijke ordenen
o Maw duidelijk stellen wie wat mag doen
Definitie en kenmerken:
Recht is overal in onze samenleving aanwezig
Recht is van belang voor alle burgers want ‘iedereen wordt
geacht de wet te kennen’
,Wat is ‘staatsrecht’?
Begrip:
Een tak van het ruimere recht met de regels over de organisatie en
werking van staten l.h.b. de Belgische staat
o Structuur en bevoegdheid overheidsorganen
o Relatie tussen die organen
o Relatie tussen de staat en de burgers
Functie)
Instellen (oprichten) van overheidsorganen
Toekennen van bevoegdheden aan deze organen
Bescherming burgers tegen de staat, oa door toekenning
‘grondrechten’
Situering in het recht
De vele rechtsregels worden onderverdeeld in rechtstakken of
rechtsdomeinen
o Elke ‘tak’ of ‘domein’ regelt een ander aspect van de
maatschappij
o Doel: enorme hoeveelheid regels overzichtelijk maken
Indeling van het recht:
,België is een staat: Wat is een staat?
België is een ‘staat’
Een staat is een rechtssubject (publiekrechtelijke rechtspersoon)
waarvoor 4 constitutieve elementen zijn vereist:
= voorwaarden om als staat juridisch te bestaan
o Afgebakend grondgebied
o Permanent bevolking
o Overheid met effectief gezag over de bevolking op het
grondgebied
o Onafhankelijk
En 1 politieke voorwaarde
= voorwaarde om feitelijk als staat te kunnen functioneren
o Internationale erkenning (door andere staten)
, Ontstaan van België als staat
1815: val van Napoleon – Congres van Wenen
o Plan voor Europese vrede: creatie van Verenigd Koninkrijk
der Nederlanden als bufferstaat in het centrum van Europa
om de Franse macht onder controle te houden
o Zuidelijke Nederlanden dat voordien deel uitmaakte van
Frankrijk wordt toegevoegd aan de Noordelijke Nederlanden
1815 – 1830: Verenigd Koninkrijk der Nederlanden
o Staatshoofd = Koning Willem I
o Zuidelijke provincies snel ontevreden
Autoritair koning
Politieke ondervertegenwoordiging
Beknotting persvrijheid
Overheidsinmenging in onderwijs
Taalconflict
Socio-culturele tegenstellingen
1830 – 1831: oprichting van België
o Monsterverbond
o Opstand in Brussel na opera ‘Stomme van Portici’
o Verzet tegen NL leger
o Oprichting ‘voorlopig bewind’ (regering)
o Uitroepen Belgische onafhankelijkheid: 4 oktober 1830
o Verkiezing nationaal congres (parlement)
o Afkondiging Belgische GW: 7 februari 1831
o Eedaflegging Leopold: 21 juli 1831
,De Grondwet:
basis Belgische staatsrecht:
definitie:
juridische basis Belgisch staat(srecht)
basisovereenkomst tussen overheid en burger
meest fundamentele rechtsregel – ‘hoogste wet’ van het
land
o MAAR: internationaal recht met ‘directe werking’
Inhoudelijk:
1. Organisatie en werking staatsorganen = hoofdlijnen
staatsstructuur, hoe de staat over de burgers macht uitoefent
2. Te respecteren grondrechten = grenzen aan de uitoefening
van de staatsmacht, hoe de burgers worden beschermd tegen
(machtsmisbruik door) de staat
Twee functies:
1. Juridisch: rechtsregels, die verder worden uitgewerkt in allerlei
wetten en uitvoeringsbesluiten
Alleen de basis wordt geregeld in de grondwet, verder
uitgewerkt in lagere wetten
2. Symbolisch: bv. art 193 GW => uiting van bepaalde idealen
Grondwet 1831: oorspronkelijk GW
Op verschillende vlakken breuk met verleden: bv. macht
koning (art. 105 – 106)
o Toont aan dat ze zich zeker wil afscheuren van de
regime van Willem I
Vooruitstrevend catalogus van grondrechten: lange,
progressieve lijst van grondrechten
Sinds 1831: herhaaldelijk gewijzigd
Eind 19e – begin 20ste eeuw: kiesrecht
Vanaf 1970: ≠ staatshervormingen (eenheidsstaat =>
federale staat)
o Eenheidsstaat = bestuurt vanuit één centrale
overheid
o Federale staat = bevoegdheid om land te besturen
zijn verdeelt onder de deelstaten
Na WOII: opname nieuwe grondrechten, bv art. 23 GW
(menswaardig bestaan)
17 februari 1994: gecoördineerde GW
Enkel wordt er iets gedaan aan de structuur, niets inhoudelijk
, Bijzondere, complexe procedure tot herziening van de GW
Art. 195 GW
Inspraak/ betrokkenheid burgers?
Vlaamse GW?
Nee, wel beperkt ‘constitutieve autonomie’
Kenmerken van de Belgische staat: België is een
monarchie
Republiek vs monarchie
Republiek Monarchie
Aangesteld voor bepaalde aangesteld voor het leven
duur meestal via erfopvolging
via verkiezingen = erfelijke monarchie
staatshoofd = president ≠ modellen
Absolute monarchie: vorst
bezit onbeperkte macht
Constitutionele
monarchie: positie vorst is
geregeld in de GW
Erfelijke monarchie
Welk artikel in de GW bepaalt dat België een erfelijke monarchie is?
Art. 85 GW
Koningen:
Leopold I, Leopold II, Albert I, Leopold III, Boudewijn, Albert II en Filip
Regent = koning ad interim, iemand tijdelijk de troon kan innemen omdat
de koning dit niet kan doen
Staatshoofd
Twee hoedanigheden:
Lid federale M (naast kamer en Senaat)
Hoofd federale UM (= federale regering)
Geen andere macht dan de macht toegekend door de GW =
constitutionele monarchie
Beperkte politieke macht (art. 88 GW)
Politieke onbekwaam
Politiek onverantwoordelijk
Ministeriële verantwoordelijkheid = regering is
verantwoordelijk voor politiek relevante handelingen
Medeondertekening (art. 106 Gw.)
Federale regering is verantwoordelijk t.a.v. het parlement
(niet t.a.v. de Koning)