Partim: Goederenrecht
Inleiding
Inhoud en opbouw
Goederenrecht = regels over
- De rechten = zakelijk rechten = rechten op een bepaald goed en
de macht om te handelen met dit goed
- Die personen kunnen hebben = rechtssubjecten
- Op goederen = rechtsobjecten die vatbaar zijn voor toe-eigening
Illustratie
Vruchtgebruik = het recht van gebruik en genot van een zaak
waarvan het eigendomsrecht bij iemand anders ligt
- Waarom?
Succesieplanning = plannen over u erfenis
Bv. ouders hebben een huis en een kind, kind zal dit huis
erven en zal ook belastingen moeten betalen. Voor de
belasting te verminderen kunnen ze al eerder het huis
schenken aan het kind. De ouders willen een bepaalde
garantie dat het kind niet helemaal het eigendomsrecht
heeft. Daarom komt vruchtgebruik van pas…
Mede-eigendom = meerdere personen samen eigenaar zijn van
eenzelfde goed
- Bv. appartement, je bent exclusieve eigenaar van jouw
appartement maar ook mede-eigenaar van de
gemeenschappelijke ruimte (bv. lift, hal, trappen, dak, muren,…)
Onderhoudskosten voor de lift
Opstalrecht = recht om op andermans grond bouwwerken op te
richten en er eigenaar van te zijn
- Bv. groen energie => energie maatschappij die zonnepanelen en
windtrubines willen zetten => willen niet eigenaar zijn van de
grond => opstalconstructie; land dat niet gebruikt wordt zoals
een landbouwgrond => landbouwer blijft eigenaar maar de
bedrijven krijgen alleen het recht van het plaatsen van de
constructies
Belang:
Basiselement van ons rechtssysteem:
En dus onmisbare kennis voor de juridische professional
- Basis voor veel juridische documenten en transacties
Bv. koopovereenkomst, hypotheekakten,…
- Veel voorkomend onderwerp in juridische adviesverlening en
geschillen
, Bv. successieplanning, energieprojecten,…
- Samenhang met andere rechtstakken
Bv. erfrecht, beslagrecht, insolventierecht,…
Thema 1: begrippen, soorten goederen en zakelijke rechten
Situering
Wat is goederenrecht?
Begrip:
Goederenrecht: regels over
- De rechten die = zakelijke rechten
- Personen kunnen hebben = rechtssubjecten
- Op goederen = rechtsobjecten/ voorwerpen vatbaar voor toe-
eigening
Rechtssubject Rechtsobject
Persoon die rechten en Zaak/ voorwerp waarover
plichten kan hebben rechtssubjecten rechten
Heeft ‘rechtspersoonlijkheid’ kunnen uitoefenen
Kan een wil uitdrukken en Is ‘willoos’
rechtshandeling stellen Bv. huis, auto,
2 soorten: vorderingsrecht
- Natuurlijke personen =
mensen ‘van vlees en
bloed’
- Rechtspersonen =
juridische constructie,
eigen rechten en plichten,
los van haar leden
Situering:
Goederenrecht: onderdeel van het vermogensrecht
= recht tot regeling van vermogensrechten of patrimoniale rechten
- In geld waardeerbare rechten, dus met een economische waarde
en vatbaar voor verhandeling
Extrapatrimoniale rechten
Soorten vermogensrechten
1. Zakelijke rechten
2. Vorderingsrechten
3. Intellectuele rechten
,Zakelijke rechten
geven rechtssubject rechtstreek recht op een rechtsobject (of geld
waarde ervan)
recht = zeggenschap/ macht/ bevoegdheid over het goed (of recht
op geldwaarde ervan)
vereist geen tussenkomst/ handeling van ander rechtssubject
met variabele draagwijdte i.f.v. soort zakelijke recht
gaat over de rechtstreekse verhouding tussen rechtssubject en
rechtsobject
absolute werking = erga omnes worden uitgeoefend want moet door
iedereen geëerbiedigd worden
= goederenrecht
Vorderingsrechten
geven rechtssubject recht op prestatie van een ander rechtssubject
prestatie = iets doen of iets geven
gaat over de verhouding tussen rechtssubjecten
relatieve werking
= verbintenissenrecht
Soorten zakelijke rechten
Zakelijke hoofdrechten (of zelfstandige zakelijke rechten):
betreffen het goed zelf
verlenen recht (zeggenschap) over goed zelf
, zijn zelfstandige rechten = bestaan op zichzelf, zonder band met
andere rechtsverhouding
met variabele draagwijdte ifv soort zakelijk hoofdrecht
1) eigendomsrecht = meest volkomen zakelijke recht (art. 3.3, lid 2
BW)
2) mede-eigendom = variant eigendomsrecht met eigen kenmerken
(art. 3.3, lid 2 BW)
3) zakelijke gebruiksrechten = zakelijke rechten met minder
omvangrijke zeggenschap: art. 3.3, lid 3 BW
vruchtgebruik
opstalrecht
erfpacht
erfdienstbaarheden
Je hebt hier altijd twee partijen:
- partij 1: eigenaar
- partij 2: zakelijk gebruiker
zakelijke zekerheidsrechten (accessoire zakelijke rechten):
betreffen geldwaarde van het goed
verlenen recht op geldwaarde van het goed
zijn afhankelijk van andere rechtsverhouding = accessorium/ bijzaak
van een schuldvordering
waarborgen deze schuldvordering en geven zo ‘zekerheid’ van
nakoming ervan
bieden voorrang op andere SEs in ‘samenloopsituaties’
met variabele draagwijdte ifv soort zakelijk zekerheidsrecht
1) voorrechten
2) pand
3) hypotheek
4) retentierecht (art. 3.3, lid 4 BW)
,Rechtsbronnen
Probleem: samenleving was anders in 1804 veel regels hadden
betrekking op dingen die nu minder relevant
Boek 3 Goederen: veel voordelen
Complexe: nog een aantal boeken zijn nog niet vastgesteld
- Specifieke regels van koop staan in boek 7 maar dit bestaat nog
niet
, Belang goederenrecht
Verband met maatschappelijke welvaart
- Bepaalt omvang vermogen: belangrijk voor eigen levenskwaliteit
- Bepaalt kredietwaardigheid: belangrijk voor de economie
Belangrijk onderdeel goederenrecht = publiciteitssysteem
- Systeem waaruit blijkt wie welke zakelijke rechten heeft op welke
goederen
- Nuttig in vele opzichten: voor medecontractanten, Ses,
investeerders, OV,..
- België: onderscheid RG en OG
OG: uitgewerkt publiciteitssysteem => wordt vastgelegd bij
een overheidskantoor
RG: bezit geldt als eigendomstitel
Indeling van goederen
Algemeen
Juridische basis: art. 3.38 – 3.49 BW
Waarom indelen?
- Elke categorie goederen heeft eigen juridisch statuut
Soorten indelingen: goederen kunnen worden ingedeeld volgens…
- Toe-eigeningsmogelijkheid (bv. “verborgen goederen”)
- Gebruik: verbruikbare vs niet-verbruikbare goederen
- Aard:
Lichamelijke vs onlichamelijk
Roerend vs onroerend
Voorbeeld: verborgen goederen
Eigenaar heeft het goed verborgen maar iemand vind het. Wie is
eigenaar?
- Goed is verborgen en heeft geen eigenaar, louter gevonden
- Schat op u eigen pand dan wordt je volledig eigenaar
- Anders is het afhankelijk van de relatie tot plaats van vinding
Belang onderscheid OG – RG:
Verkrijging eigendom door verjaring
- Je kan eigenaar worden door verjaring; verstrijkt een bepaalde
tijd
- Bv. twee percelen grond naast elkaar, A gebruikt al jaren een stuk
grond van B, geen probleem daarvan, A kan eigendomsrecht
krijgen op dat deel door verjaring. Het gebruik van het perceel
zorgt dat hij na jaren eigenaar kan worden.
- Regels voor de verjaring zijn afhankelijk van aard van goed
Inleiding
Inhoud en opbouw
Goederenrecht = regels over
- De rechten = zakelijk rechten = rechten op een bepaald goed en
de macht om te handelen met dit goed
- Die personen kunnen hebben = rechtssubjecten
- Op goederen = rechtsobjecten die vatbaar zijn voor toe-eigening
Illustratie
Vruchtgebruik = het recht van gebruik en genot van een zaak
waarvan het eigendomsrecht bij iemand anders ligt
- Waarom?
Succesieplanning = plannen over u erfenis
Bv. ouders hebben een huis en een kind, kind zal dit huis
erven en zal ook belastingen moeten betalen. Voor de
belasting te verminderen kunnen ze al eerder het huis
schenken aan het kind. De ouders willen een bepaalde
garantie dat het kind niet helemaal het eigendomsrecht
heeft. Daarom komt vruchtgebruik van pas…
Mede-eigendom = meerdere personen samen eigenaar zijn van
eenzelfde goed
- Bv. appartement, je bent exclusieve eigenaar van jouw
appartement maar ook mede-eigenaar van de
gemeenschappelijke ruimte (bv. lift, hal, trappen, dak, muren,…)
Onderhoudskosten voor de lift
Opstalrecht = recht om op andermans grond bouwwerken op te
richten en er eigenaar van te zijn
- Bv. groen energie => energie maatschappij die zonnepanelen en
windtrubines willen zetten => willen niet eigenaar zijn van de
grond => opstalconstructie; land dat niet gebruikt wordt zoals
een landbouwgrond => landbouwer blijft eigenaar maar de
bedrijven krijgen alleen het recht van het plaatsen van de
constructies
Belang:
Basiselement van ons rechtssysteem:
En dus onmisbare kennis voor de juridische professional
- Basis voor veel juridische documenten en transacties
Bv. koopovereenkomst, hypotheekakten,…
- Veel voorkomend onderwerp in juridische adviesverlening en
geschillen
, Bv. successieplanning, energieprojecten,…
- Samenhang met andere rechtstakken
Bv. erfrecht, beslagrecht, insolventierecht,…
Thema 1: begrippen, soorten goederen en zakelijke rechten
Situering
Wat is goederenrecht?
Begrip:
Goederenrecht: regels over
- De rechten die = zakelijke rechten
- Personen kunnen hebben = rechtssubjecten
- Op goederen = rechtsobjecten/ voorwerpen vatbaar voor toe-
eigening
Rechtssubject Rechtsobject
Persoon die rechten en Zaak/ voorwerp waarover
plichten kan hebben rechtssubjecten rechten
Heeft ‘rechtspersoonlijkheid’ kunnen uitoefenen
Kan een wil uitdrukken en Is ‘willoos’
rechtshandeling stellen Bv. huis, auto,
2 soorten: vorderingsrecht
- Natuurlijke personen =
mensen ‘van vlees en
bloed’
- Rechtspersonen =
juridische constructie,
eigen rechten en plichten,
los van haar leden
Situering:
Goederenrecht: onderdeel van het vermogensrecht
= recht tot regeling van vermogensrechten of patrimoniale rechten
- In geld waardeerbare rechten, dus met een economische waarde
en vatbaar voor verhandeling
Extrapatrimoniale rechten
Soorten vermogensrechten
1. Zakelijke rechten
2. Vorderingsrechten
3. Intellectuele rechten
,Zakelijke rechten
geven rechtssubject rechtstreek recht op een rechtsobject (of geld
waarde ervan)
recht = zeggenschap/ macht/ bevoegdheid over het goed (of recht
op geldwaarde ervan)
vereist geen tussenkomst/ handeling van ander rechtssubject
met variabele draagwijdte i.f.v. soort zakelijke recht
gaat over de rechtstreekse verhouding tussen rechtssubject en
rechtsobject
absolute werking = erga omnes worden uitgeoefend want moet door
iedereen geëerbiedigd worden
= goederenrecht
Vorderingsrechten
geven rechtssubject recht op prestatie van een ander rechtssubject
prestatie = iets doen of iets geven
gaat over de verhouding tussen rechtssubjecten
relatieve werking
= verbintenissenrecht
Soorten zakelijke rechten
Zakelijke hoofdrechten (of zelfstandige zakelijke rechten):
betreffen het goed zelf
verlenen recht (zeggenschap) over goed zelf
, zijn zelfstandige rechten = bestaan op zichzelf, zonder band met
andere rechtsverhouding
met variabele draagwijdte ifv soort zakelijk hoofdrecht
1) eigendomsrecht = meest volkomen zakelijke recht (art. 3.3, lid 2
BW)
2) mede-eigendom = variant eigendomsrecht met eigen kenmerken
(art. 3.3, lid 2 BW)
3) zakelijke gebruiksrechten = zakelijke rechten met minder
omvangrijke zeggenschap: art. 3.3, lid 3 BW
vruchtgebruik
opstalrecht
erfpacht
erfdienstbaarheden
Je hebt hier altijd twee partijen:
- partij 1: eigenaar
- partij 2: zakelijk gebruiker
zakelijke zekerheidsrechten (accessoire zakelijke rechten):
betreffen geldwaarde van het goed
verlenen recht op geldwaarde van het goed
zijn afhankelijk van andere rechtsverhouding = accessorium/ bijzaak
van een schuldvordering
waarborgen deze schuldvordering en geven zo ‘zekerheid’ van
nakoming ervan
bieden voorrang op andere SEs in ‘samenloopsituaties’
met variabele draagwijdte ifv soort zakelijk zekerheidsrecht
1) voorrechten
2) pand
3) hypotheek
4) retentierecht (art. 3.3, lid 4 BW)
,Rechtsbronnen
Probleem: samenleving was anders in 1804 veel regels hadden
betrekking op dingen die nu minder relevant
Boek 3 Goederen: veel voordelen
Complexe: nog een aantal boeken zijn nog niet vastgesteld
- Specifieke regels van koop staan in boek 7 maar dit bestaat nog
niet
, Belang goederenrecht
Verband met maatschappelijke welvaart
- Bepaalt omvang vermogen: belangrijk voor eigen levenskwaliteit
- Bepaalt kredietwaardigheid: belangrijk voor de economie
Belangrijk onderdeel goederenrecht = publiciteitssysteem
- Systeem waaruit blijkt wie welke zakelijke rechten heeft op welke
goederen
- Nuttig in vele opzichten: voor medecontractanten, Ses,
investeerders, OV,..
- België: onderscheid RG en OG
OG: uitgewerkt publiciteitssysteem => wordt vastgelegd bij
een overheidskantoor
RG: bezit geldt als eigendomstitel
Indeling van goederen
Algemeen
Juridische basis: art. 3.38 – 3.49 BW
Waarom indelen?
- Elke categorie goederen heeft eigen juridisch statuut
Soorten indelingen: goederen kunnen worden ingedeeld volgens…
- Toe-eigeningsmogelijkheid (bv. “verborgen goederen”)
- Gebruik: verbruikbare vs niet-verbruikbare goederen
- Aard:
Lichamelijke vs onlichamelijk
Roerend vs onroerend
Voorbeeld: verborgen goederen
Eigenaar heeft het goed verborgen maar iemand vind het. Wie is
eigenaar?
- Goed is verborgen en heeft geen eigenaar, louter gevonden
- Schat op u eigen pand dan wordt je volledig eigenaar
- Anders is het afhankelijk van de relatie tot plaats van vinding
Belang onderscheid OG – RG:
Verkrijging eigendom door verjaring
- Je kan eigenaar worden door verjaring; verstrijkt een bepaalde
tijd
- Bv. twee percelen grond naast elkaar, A gebruikt al jaren een stuk
grond van B, geen probleem daarvan, A kan eigendomsrecht
krijgen op dat deel door verjaring. Het gebruik van het perceel
zorgt dat hij na jaren eigenaar kan worden.
- Regels voor de verjaring zijn afhankelijk van aard van goed