Ontwikkeling en voortplanting – fysiologie
H0: inleiding
Wat is voortplanting?
= doel
= niet het doel
ieder zoogdier heeft zijn eigen voortplantingsstrategie (sommige gaan veel nakomeling produceren
met als doel er 2 over te houden)
- gemiddeld produceren 2 ouders, 2 nakomelingen/2 ouders
- de meeste nakomelingen zullen zich niet voortplanten
- het meest juveniel afsterven is selectief
Doel van seksuele voortplanting?
= genetische recombinatie
Meiotsiche delingen → reductiedelingen
→ 2 opeenvolgende celdelingen, maar het genetisch
materiaal zal zich maar 1X vermenigvuldigen
Na meiose: haploide cellen (23 chromosomen)
→ gaan bij de bevruchting terug met elkaar smelten
(weer 46 chromosomen )
→ uitwisseling van genetisch materiaal
Door uitwisseling van genetisch materiaal komen we tot een genetische diversiteit
Iedereen heeft eigen set van DNA (uniek) → interindividuele variabiliteit
+ omgevingsfactoren → natuurlijke selectie
Haploïde cellen (n): eicel
Ontwikkeling van de eicel = folliculogenese
= rijpingsproces in de ovaria
→ de eicel ontwikkelt zich binnen follikelcellen en wordt vrijgezet
bij de eisprong/ovulatie
De eicel is omgeven door zona peullica en andere cellen met elke
een functie
→ genetisch materiaal in de nucleus w beschermd en bewaard
Eicel = grootste cel in vrouwelijk lichaam (100-200 microm)
,Haploïde cellen (n): zaadcel
Zaadcel productie = in de testis (uitwendig, omwille van
lagere temperatuur)
Zaadcel = haploïd (50-60 microm)
→ kenmerkende structuur: kop; middenstuk en staart
- kop = nucleus → moet overgebracht w in de eicel
- staart: voortbeweging (itt de eicel)
- middenstuk: enkel onderdelen om zich zo snel
mogelijk te verplaatsen (mitochondriën voor energie)
enorme competitie → slechts 1 cel kan de eicel bevruchten (snelheid daarom belangrijk!)
vgl met koersfiets → geen bel, geen lampjes,… (cytoplasma, ER,…) → allemaal overbodig en
belemmerd om snel te gaan
bij de vrouw worden alle stamcellen voor eicellen te kunnen maken al vanaf de geboorte bepaald
→ 1 eicel/maand
bij de man kan hij continu nieuwe zaadcellen aanmaken → 1500 zaadcel/seconde
Gametogenese
Verschil in voortplantingsstrategie
Spermatogense = continu
→ uit 1 stamcel 4 spermatozoe
Oogenese
→ uit 1 primaire oocyt 1 functionele eicel (en 3
pollichaampjes)
Daarom ‘dure eicellen’ en ‘goedkope zaadcellen’
Uitwisseling genetisch materiaal
→ gebeurt wnr een zaadcel door zona pellucida kan gaan en waarbij de kop
fusioneert en binnedringt in de eicel
meer specifiek → condenseren van 2 pro-nuclei
(dan uitwisseling van genetisch materiaal),
Voortplanting – endocrinologie
In de voortplanting is er een comminactie tssn verschillende
organen. Het CZS zal hier een belangrijke rol in spelen
-Vanuit het CZS vertrekken/ en komen alle signalen toe
o signalen = AP (heel snel)
- endocriensysteem
o Signalen = hormonen via bloedbaan (veel
trager)
→ communicatie tssn organen vraagt meer tijd
,H1: de niet-zwangere vrouw
1. Gonadotropinen
= hormonen die gonaden (ovaria) stimuleren → zullen de vrouw vruchtbaar maken
2 glycoproteïnen → LH (Luteïniserend hormoon) en FSH (follikel stimulerend hormoon)
→ worden aangemaakt in de Adenohypofyse, gestimuleerd door het GnRH (gonodotroop releasing
hormoon, aangemaakt in de hypothalamus)
H = hypothalamus
aP = adenohypofyse
groen = GnRH hormonen: cellichaam in POA,
uitlopers naar ME → hier bevindt zich de
poortader (bloedvat van H nr aP, vertakt
daar)
in de aP bevinden zich de gonadotrope cellen
+ lactrotrope cellen (zetten prolactine vrij,
belangrijk voor de borstvoeding)
= paracrine communicatie (via de bloedbaan) → GnRH w vrijgezet in synapsen → komt dan vrij de in
bloedbaan van de poortader → komt zo terecht in de adenohypofyse → daar hebben de gonadotrope
cellen een receptor voor het GnRH → binding → vrijzetting van LH en FSH
LH en FSH w opnieuw in de bloedbaan vrijgezet → zo
naar de ovaria → vrijzetting van oestrogeen en
progesteron
LH en FSH pieken voor de ovulatie
Gonadotropine-releasing hormoon GnRH
Belangrijk schema !! kennen en kunnen uitleggen !
GnRH neuronen zorgen voor de vrijzetting van GnRH
Dat GnRH zal binden aan gonatropoe cellen in de
adenohypofyse → geeft aanleiding tot vrijzetting van LH of
FSH
De GnRH neuronen kunnen gereguleerd w door 3 factoren
- KNDy-neuronen
- Ovaria
- Externe factoren
→ ZIE VERDER
, Regulatie GnRH secretie door KNDy-neuronen
Het GnRH neuron (groen) wordt nu ook geïnnerveerd
door een ander type van neuron → KNDy-neuronen
→ cellichaam in nucleus arcuatus en lopen uit tot GnRH
neuron
KND → 3 peptines:
- Kisspeptine
- Dynorphine
- Neurokinine B (NKB)
GnRH dat wordt vrijgezte = in pulsen
Dd KDNy-neuronen kunnen kisspeptines
gaan afzetten
(GnRH neuron heeft daat recptoren voor)
→ als het kiss1 gebonden is gaat dat de
frequentie van de pulsen gaan stimuleren
Dus : kisspeptines hebben een
stimulerend effect op de vrijzetting van
GnRH
f
Kiss – dynorphine – Neurokinine B
Dynorphine = inhiberend effect op
kiss secretie
Neurokinine B = stimulerend effect
op kiss secretie
Pulse generator
KNDy neuronen hebben receptoren voor NKB en Dyn
Als NKB wordt vrijgezet (door KNDy neuronen zelf) →
stimulerend effect op vrijzetting van kiss-peptine → meer
vrijzetting van GnRH
Als Dyn w vrijgezet → inhiberend effect op vrijzetting van
kiss-peptines → minder vrijzetting van GnRH
H0: inleiding
Wat is voortplanting?
= doel
= niet het doel
ieder zoogdier heeft zijn eigen voortplantingsstrategie (sommige gaan veel nakomeling produceren
met als doel er 2 over te houden)
- gemiddeld produceren 2 ouders, 2 nakomelingen/2 ouders
- de meeste nakomelingen zullen zich niet voortplanten
- het meest juveniel afsterven is selectief
Doel van seksuele voortplanting?
= genetische recombinatie
Meiotsiche delingen → reductiedelingen
→ 2 opeenvolgende celdelingen, maar het genetisch
materiaal zal zich maar 1X vermenigvuldigen
Na meiose: haploide cellen (23 chromosomen)
→ gaan bij de bevruchting terug met elkaar smelten
(weer 46 chromosomen )
→ uitwisseling van genetisch materiaal
Door uitwisseling van genetisch materiaal komen we tot een genetische diversiteit
Iedereen heeft eigen set van DNA (uniek) → interindividuele variabiliteit
+ omgevingsfactoren → natuurlijke selectie
Haploïde cellen (n): eicel
Ontwikkeling van de eicel = folliculogenese
= rijpingsproces in de ovaria
→ de eicel ontwikkelt zich binnen follikelcellen en wordt vrijgezet
bij de eisprong/ovulatie
De eicel is omgeven door zona peullica en andere cellen met elke
een functie
→ genetisch materiaal in de nucleus w beschermd en bewaard
Eicel = grootste cel in vrouwelijk lichaam (100-200 microm)
,Haploïde cellen (n): zaadcel
Zaadcel productie = in de testis (uitwendig, omwille van
lagere temperatuur)
Zaadcel = haploïd (50-60 microm)
→ kenmerkende structuur: kop; middenstuk en staart
- kop = nucleus → moet overgebracht w in de eicel
- staart: voortbeweging (itt de eicel)
- middenstuk: enkel onderdelen om zich zo snel
mogelijk te verplaatsen (mitochondriën voor energie)
enorme competitie → slechts 1 cel kan de eicel bevruchten (snelheid daarom belangrijk!)
vgl met koersfiets → geen bel, geen lampjes,… (cytoplasma, ER,…) → allemaal overbodig en
belemmerd om snel te gaan
bij de vrouw worden alle stamcellen voor eicellen te kunnen maken al vanaf de geboorte bepaald
→ 1 eicel/maand
bij de man kan hij continu nieuwe zaadcellen aanmaken → 1500 zaadcel/seconde
Gametogenese
Verschil in voortplantingsstrategie
Spermatogense = continu
→ uit 1 stamcel 4 spermatozoe
Oogenese
→ uit 1 primaire oocyt 1 functionele eicel (en 3
pollichaampjes)
Daarom ‘dure eicellen’ en ‘goedkope zaadcellen’
Uitwisseling genetisch materiaal
→ gebeurt wnr een zaadcel door zona pellucida kan gaan en waarbij de kop
fusioneert en binnedringt in de eicel
meer specifiek → condenseren van 2 pro-nuclei
(dan uitwisseling van genetisch materiaal),
Voortplanting – endocrinologie
In de voortplanting is er een comminactie tssn verschillende
organen. Het CZS zal hier een belangrijke rol in spelen
-Vanuit het CZS vertrekken/ en komen alle signalen toe
o signalen = AP (heel snel)
- endocriensysteem
o Signalen = hormonen via bloedbaan (veel
trager)
→ communicatie tssn organen vraagt meer tijd
,H1: de niet-zwangere vrouw
1. Gonadotropinen
= hormonen die gonaden (ovaria) stimuleren → zullen de vrouw vruchtbaar maken
2 glycoproteïnen → LH (Luteïniserend hormoon) en FSH (follikel stimulerend hormoon)
→ worden aangemaakt in de Adenohypofyse, gestimuleerd door het GnRH (gonodotroop releasing
hormoon, aangemaakt in de hypothalamus)
H = hypothalamus
aP = adenohypofyse
groen = GnRH hormonen: cellichaam in POA,
uitlopers naar ME → hier bevindt zich de
poortader (bloedvat van H nr aP, vertakt
daar)
in de aP bevinden zich de gonadotrope cellen
+ lactrotrope cellen (zetten prolactine vrij,
belangrijk voor de borstvoeding)
= paracrine communicatie (via de bloedbaan) → GnRH w vrijgezet in synapsen → komt dan vrij de in
bloedbaan van de poortader → komt zo terecht in de adenohypofyse → daar hebben de gonadotrope
cellen een receptor voor het GnRH → binding → vrijzetting van LH en FSH
LH en FSH w opnieuw in de bloedbaan vrijgezet → zo
naar de ovaria → vrijzetting van oestrogeen en
progesteron
LH en FSH pieken voor de ovulatie
Gonadotropine-releasing hormoon GnRH
Belangrijk schema !! kennen en kunnen uitleggen !
GnRH neuronen zorgen voor de vrijzetting van GnRH
Dat GnRH zal binden aan gonatropoe cellen in de
adenohypofyse → geeft aanleiding tot vrijzetting van LH of
FSH
De GnRH neuronen kunnen gereguleerd w door 3 factoren
- KNDy-neuronen
- Ovaria
- Externe factoren
→ ZIE VERDER
, Regulatie GnRH secretie door KNDy-neuronen
Het GnRH neuron (groen) wordt nu ook geïnnerveerd
door een ander type van neuron → KNDy-neuronen
→ cellichaam in nucleus arcuatus en lopen uit tot GnRH
neuron
KND → 3 peptines:
- Kisspeptine
- Dynorphine
- Neurokinine B (NKB)
GnRH dat wordt vrijgezte = in pulsen
Dd KDNy-neuronen kunnen kisspeptines
gaan afzetten
(GnRH neuron heeft daat recptoren voor)
→ als het kiss1 gebonden is gaat dat de
frequentie van de pulsen gaan stimuleren
Dus : kisspeptines hebben een
stimulerend effect op de vrijzetting van
GnRH
f
Kiss – dynorphine – Neurokinine B
Dynorphine = inhiberend effect op
kiss secretie
Neurokinine B = stimulerend effect
op kiss secretie
Pulse generator
KNDy neuronen hebben receptoren voor NKB en Dyn
Als NKB wordt vrijgezet (door KNDy neuronen zelf) →
stimulerend effect op vrijzetting van kiss-peptine → meer
vrijzetting van GnRH
Als Dyn w vrijgezet → inhiberend effect op vrijzetting van
kiss-peptines → minder vrijzetting van GnRH