Waterkrachtcentrales:
Van Den Borresmolen (micro-waterkrachtcentrale)
- Vroeger: graan malen
- Nu: energie opwekken (1918)
=> micro-waterkrachtcentrales
- Kleinste tandwiel
-Sneller draaien
- Onderslagrad (lager rendement)
-> Energie door stroming
(niet bij borresmolen)
Bovenslagrad (rendement van 74%)
o Gewicht van het water: laat het water draaien
o Gesloten cellen of bakken
Zoveel mogelijk water vasthouden
Grootste moment
o Waterrad onderaan – niet in het water (weerstand)
o ‘startmotor’ – (andere kant draaien)
Plas eken pijp
- Hoogteverschil van 5,20 m (onderwater – bovenwater)
- Wateropslag
o Voor een hoger debiet
o Brede gracht, met muren
o Extra spaarvijver
o (rad draait niet al jd)
- Energieopwekking
o Aandrijven (niet samen):
Molenstenen
Luiwerk (zakken ophoog)
Elevator (li )
Kuismachine
Graanple er en cilindermolen
Slijpsteen
1
, Beerpomp
dynamo (1918) (100-120V) (gelijkstroom)
o later: alternator (wisselstroom)
niet aan het net geschakeld (eilandbedrijf)
o nog later: netgekoppeld
Vraag 1: Hoe dimensioneren we de overbrengen tussen waterrad en generator?
- Waterrad draait traag, laag toerental – generator aan een hoog toerental
o (‘grote en kleine’ tandwielen)
- Goed gedimensioneerde overbrenging:
- Overbrenging:
- Via een ke ng en
vervolgens een tandwielkast
o Overbrengingsverhouding? (door me ngen en gekozen machineonderdelen)
Vraag 2: Welk (elektrisch) vermogen moet de generator hebben? (in kW)
- Niet te groot (geen goed rendement)
- Niet te klein (overbelas ng of onderbenu ng van de waterkracht)
- Hydraulisch vermogen: hoeveel energie per seconde beschikbaar is in de waterloop
Hydraulisch vermogen (1)-> Mechanische vermogen -> elektrisch vermogen
𝑃ℎ𝑦𝑑 = Q*𝜑*g*h (1) 𝑃𝑚𝑒𝑐ℎ,in = T(rad)*𝜔(𝑟𝑎𝑑) (2) 𝑃𝑚𝑒𝑐ℎ,uit = T(gem)*𝜔(𝑔𝑒𝑚) (3) 𝑃𝑒𝑙 = ?
- Waterdebiet?
2
Van Den Borresmolen (micro-waterkrachtcentrale)
- Vroeger: graan malen
- Nu: energie opwekken (1918)
=> micro-waterkrachtcentrales
- Kleinste tandwiel
-Sneller draaien
- Onderslagrad (lager rendement)
-> Energie door stroming
(niet bij borresmolen)
Bovenslagrad (rendement van 74%)
o Gewicht van het water: laat het water draaien
o Gesloten cellen of bakken
Zoveel mogelijk water vasthouden
Grootste moment
o Waterrad onderaan – niet in het water (weerstand)
o ‘startmotor’ – (andere kant draaien)
Plas eken pijp
- Hoogteverschil van 5,20 m (onderwater – bovenwater)
- Wateropslag
o Voor een hoger debiet
o Brede gracht, met muren
o Extra spaarvijver
o (rad draait niet al jd)
- Energieopwekking
o Aandrijven (niet samen):
Molenstenen
Luiwerk (zakken ophoog)
Elevator (li )
Kuismachine
Graanple er en cilindermolen
Slijpsteen
1
, Beerpomp
dynamo (1918) (100-120V) (gelijkstroom)
o later: alternator (wisselstroom)
niet aan het net geschakeld (eilandbedrijf)
o nog later: netgekoppeld
Vraag 1: Hoe dimensioneren we de overbrengen tussen waterrad en generator?
- Waterrad draait traag, laag toerental – generator aan een hoog toerental
o (‘grote en kleine’ tandwielen)
- Goed gedimensioneerde overbrenging:
- Overbrenging:
- Via een ke ng en
vervolgens een tandwielkast
o Overbrengingsverhouding? (door me ngen en gekozen machineonderdelen)
Vraag 2: Welk (elektrisch) vermogen moet de generator hebben? (in kW)
- Niet te groot (geen goed rendement)
- Niet te klein (overbelas ng of onderbenu ng van de waterkracht)
- Hydraulisch vermogen: hoeveel energie per seconde beschikbaar is in de waterloop
Hydraulisch vermogen (1)-> Mechanische vermogen -> elektrisch vermogen
𝑃ℎ𝑦𝑑 = Q*𝜑*g*h (1) 𝑃𝑚𝑒𝑐ℎ,in = T(rad)*𝜔(𝑟𝑎𝑑) (2) 𝑃𝑚𝑒𝑐ℎ,uit = T(gem)*𝜔(𝑔𝑒𝑚) (3) 𝑃𝑒𝑙 = ?
- Waterdebiet?
2