TOPO Abdomen
Examen: Geen radiologische beelden
1. Algemene beschrijving en opbouw (* cursus = illustratief)
1.1 Beschrijving en opbouw
Abdomen: cilindervormige holte tussen
- Onderrand thorax (apertura thoracica inferior)
- Bovenrand kleine bekken (apertura pelvis superior)
- Bovenrand onderste ledematen
Anatomische grenzen:
- Bovengrens: apertura thoracica inferior met diafragma
- Ondergrens: pelvische/pelviene caviteit (continuïteit tussen
diepe abdominale wand en wand kleine bekken t.h.v. pelvic
inlet)
- Caudaal: einde oppervlakkige abdominale wand waar
onderste ledematen beginnen
abdominale (peritoneale) caviteit
o intra- en retroperitoneale organen
o continuïteit met pelvische caviteit urogenitale organen
De onderverdeling van het abdomen in regio’s kan op 2 manieren:
1. 4 kwadranten
verticaal vlak op de linea alba
horizontaal vlak ter hoogte van de navel
→ 2 bovenste en 2 onderste kwadranten
Lijn van kruispunt naar SIAS → op die lijn = McBurney punt (EXAMEN*)
→ daar ligt de basis van de blinde darm en het begin van de apendix
2. 9 regio’s
2 verticale lijnen mid-claviculair
1 horizontale lijn onder de ribben
1 horizontale lijn boven het tuberculum iliacum
1 en 3: linker en rechter hypochondrium
4 en 6: linker en rechter flank
7 en 9: linker en rechter fossa iliaca (R: mcBurney
punt)
2: epigastrium (maag pancreas,..)
5: mesogastrium (navel)
8: hypogastrium (blaas)
Toepassing regio’s:
- Lokaliseren van abdominale pijn
- Chirurgische incisies (snijden, maar ook laparascopisch van waar we gaatje maken)
, 1.2 Onderdelen en anatomische grenzen abdomen
Buikwand (ventraal, lateraal en dorsaal): beenderig, vooral musculo-membraneuze
delen
- Beenderige componenten:
o Lumbale wervelzuil (L1-L5) met tussenwervelschijven
o Bekken (SIAS en crista iliaca)
o Thoraxwand (margo costalis, deel van rib 11, rib 12 en processus
xiphoideus)
- Musculo-membraneuze componenten: 3 compartimenten
o Anterieur: m. rectus abdominis + pyramidalis
o Lateraal: m. obliquus externus en internus, m.
transversus abdominis
o posterieur: m. quadratus lumborum, m. psoas maior en
m. iliacus
- Verschillende delen staan in verbinding door dikke dorsale fascia
en platte peesbladen (aponeuroses) die de buikwand scheiden
van peritoneum
1. Diafragma
= scheiding thorax <> abdomen
→ apertura thoracica inferior = apertura abdominalis superior
musculo-tendineuze diafragma, hecht aan op apertura thoracica inferior
- Vorm: boogvormig, radiaal en evenwijdig lopende spiervezels
- Centrum tendineum: centrale pezig deel, vorm van een klaverblad
o Spiegel/speculum van Van Helmont
- Posterieure zijde onderbroken, hecht aan op boogvormige ligamenten: lig. arcuatum laterale –
mediale – medianum → hechten op hun beurt op aanliggende beenderige structuren en
tussenliggende weke weefsels (m. quadratum lumborum en m. psoas)
- Mediaal en posterieur: aanhechting op lumbale wervelzuil via 2 diafragmapijlers
o Musculaire extensies/verlengingen
o Rechter diafragmapijler (crus dextrum): L1-L3
o Verbinding L en R: lig. arcuatum medianum → door opening tussen lig. en wervelzuil
lopen ductus thoracicus en aorta (hiatus aorticus, T12), soms ook met v. azygos
o Linker diafragmapijler (crus sinistrum): L1-L2
o Pezen pijlers lopen over in lig. longitudinale anterius van wervelzuil
- Foramen vv. cavae ter hoogte van centrum tendineum op T8 (voor v. cava inferior)
o Ook hierdoor: n. phrenicus dexter
- Hiatus oesofagus op T10 (voor slokdarm)
o Ook hierdoor: n. vagus (anterieure en posterieure takken), lymfe- en bloedvaten
- Klinisch: verlamming/ uitval van n. phrenicus → hoogstand van diafragma
,Vezels bewegen evenwijdig, hangen vast als een parachuut
met 2 crurae (pijlers)
Maakt ook deel van posterieure buikwand → hecht aan
lumbale wervels
3 verdikkingen :
- in het midden = lig arcuatum laterale
- 2e is dubbel = lig arcuatum mediale
- 3e heeft interactie met buitenste buikspieren = lig arcuatum medianum
Hypertrofie van ligamentum arcuatum medianum → drukt op de truncus
coeliacus → je kan een bevloeiings probleem hebben
Kennen (vooral wat er
langs de grote vaten
passeert)
Levertransplantatie →
alle in en outflow
bloedvaten w
afgeklemd
Op het pezig deel van
diafragma grote klep
plaatsen zodat er geen
reflux is
2. klein bekken
Apertura pelvis superior (pelvic inlet/ bekkeningang)
o Overgang abdominale wand naar pelviene wand
o Gevormd door:
▪ Symphysis pubis en os sacrum
▪ Linea pectinea ossis pubis
▪ Linea arcuata ossis illi
, 2. Abdominale caviteit
= peritoneale ruimte/ cavitas peritonealis): omgeven door buikwand
- Craniale grens: diafragma → op hoogste punt tot 4e intercostaalruimte
- Caudale grens: klein bekken
- Buiten naar binnen: buikwand, fascia transversalis, peritoneum
o Fascia transversalis: bekleedt wanden van abdominale holte
o Peritoneum/buikvlies: eenlagig mesotheel met bindweefsel, rol in
topografische organisatie van abdomen → onderscheid: pariëtaal
(abdominale wand) en visceraal (bedekt abdominale organen)
- Mesenterium/meso: GI-systeem ophangen aan abdominale wand
o Verbinding tussen viscerale en pariëtale peritoneum
o Tussen deze 2 bladen: intestinale bloedvaten, lymfevaten en innervatie,
omgeven door vet- en bindweefsel
▪ Ventraal: proximale deel GI-stelsel
▪ Dorsaal: volledige GI-stelsel
Tijdens embryogenese: verplaatsing van intra
abdominale organenen (rotatie, elongatie)
De intraperitoneaal gelegen organen worden
retroperiotneaal
Ligging abdominale structuren t.o.v. peritoneum (* deels intra, deels retro)
- Intra-peritoneaal: lever, galblaas, milt, maag, ileum, jejenum en deel dikke darm
→opgehangen door mesenterium, omgeven door visceraal peritoneum
- Retroperitoneaal: pancreas, deel duodenum, nieren, bijnieren, aorta abdominalis en v. cava
inferior → in retroperitoneale ruimte tussen pariëtaal peritoneum en abdominale wand, lijken
niet opgehangen te zijn
o Primair retroperitoneaal: geen mesenterium (bv. nieren)
o Secundair retroperitoneaal: eerst intra-peritoneaal maar verplaatst tijdens
embryogenese naar retroperitoneaal door fusie met achterwand (bv. colon ascendens
en descendens) → hebben een mesenterium (= mesocolon)
(* deels intra, deels retro)
Examen: Geen radiologische beelden
1. Algemene beschrijving en opbouw (* cursus = illustratief)
1.1 Beschrijving en opbouw
Abdomen: cilindervormige holte tussen
- Onderrand thorax (apertura thoracica inferior)
- Bovenrand kleine bekken (apertura pelvis superior)
- Bovenrand onderste ledematen
Anatomische grenzen:
- Bovengrens: apertura thoracica inferior met diafragma
- Ondergrens: pelvische/pelviene caviteit (continuïteit tussen
diepe abdominale wand en wand kleine bekken t.h.v. pelvic
inlet)
- Caudaal: einde oppervlakkige abdominale wand waar
onderste ledematen beginnen
abdominale (peritoneale) caviteit
o intra- en retroperitoneale organen
o continuïteit met pelvische caviteit urogenitale organen
De onderverdeling van het abdomen in regio’s kan op 2 manieren:
1. 4 kwadranten
verticaal vlak op de linea alba
horizontaal vlak ter hoogte van de navel
→ 2 bovenste en 2 onderste kwadranten
Lijn van kruispunt naar SIAS → op die lijn = McBurney punt (EXAMEN*)
→ daar ligt de basis van de blinde darm en het begin van de apendix
2. 9 regio’s
2 verticale lijnen mid-claviculair
1 horizontale lijn onder de ribben
1 horizontale lijn boven het tuberculum iliacum
1 en 3: linker en rechter hypochondrium
4 en 6: linker en rechter flank
7 en 9: linker en rechter fossa iliaca (R: mcBurney
punt)
2: epigastrium (maag pancreas,..)
5: mesogastrium (navel)
8: hypogastrium (blaas)
Toepassing regio’s:
- Lokaliseren van abdominale pijn
- Chirurgische incisies (snijden, maar ook laparascopisch van waar we gaatje maken)
, 1.2 Onderdelen en anatomische grenzen abdomen
Buikwand (ventraal, lateraal en dorsaal): beenderig, vooral musculo-membraneuze
delen
- Beenderige componenten:
o Lumbale wervelzuil (L1-L5) met tussenwervelschijven
o Bekken (SIAS en crista iliaca)
o Thoraxwand (margo costalis, deel van rib 11, rib 12 en processus
xiphoideus)
- Musculo-membraneuze componenten: 3 compartimenten
o Anterieur: m. rectus abdominis + pyramidalis
o Lateraal: m. obliquus externus en internus, m.
transversus abdominis
o posterieur: m. quadratus lumborum, m. psoas maior en
m. iliacus
- Verschillende delen staan in verbinding door dikke dorsale fascia
en platte peesbladen (aponeuroses) die de buikwand scheiden
van peritoneum
1. Diafragma
= scheiding thorax <> abdomen
→ apertura thoracica inferior = apertura abdominalis superior
musculo-tendineuze diafragma, hecht aan op apertura thoracica inferior
- Vorm: boogvormig, radiaal en evenwijdig lopende spiervezels
- Centrum tendineum: centrale pezig deel, vorm van een klaverblad
o Spiegel/speculum van Van Helmont
- Posterieure zijde onderbroken, hecht aan op boogvormige ligamenten: lig. arcuatum laterale –
mediale – medianum → hechten op hun beurt op aanliggende beenderige structuren en
tussenliggende weke weefsels (m. quadratum lumborum en m. psoas)
- Mediaal en posterieur: aanhechting op lumbale wervelzuil via 2 diafragmapijlers
o Musculaire extensies/verlengingen
o Rechter diafragmapijler (crus dextrum): L1-L3
o Verbinding L en R: lig. arcuatum medianum → door opening tussen lig. en wervelzuil
lopen ductus thoracicus en aorta (hiatus aorticus, T12), soms ook met v. azygos
o Linker diafragmapijler (crus sinistrum): L1-L2
o Pezen pijlers lopen over in lig. longitudinale anterius van wervelzuil
- Foramen vv. cavae ter hoogte van centrum tendineum op T8 (voor v. cava inferior)
o Ook hierdoor: n. phrenicus dexter
- Hiatus oesofagus op T10 (voor slokdarm)
o Ook hierdoor: n. vagus (anterieure en posterieure takken), lymfe- en bloedvaten
- Klinisch: verlamming/ uitval van n. phrenicus → hoogstand van diafragma
,Vezels bewegen evenwijdig, hangen vast als een parachuut
met 2 crurae (pijlers)
Maakt ook deel van posterieure buikwand → hecht aan
lumbale wervels
3 verdikkingen :
- in het midden = lig arcuatum laterale
- 2e is dubbel = lig arcuatum mediale
- 3e heeft interactie met buitenste buikspieren = lig arcuatum medianum
Hypertrofie van ligamentum arcuatum medianum → drukt op de truncus
coeliacus → je kan een bevloeiings probleem hebben
Kennen (vooral wat er
langs de grote vaten
passeert)
Levertransplantatie →
alle in en outflow
bloedvaten w
afgeklemd
Op het pezig deel van
diafragma grote klep
plaatsen zodat er geen
reflux is
2. klein bekken
Apertura pelvis superior (pelvic inlet/ bekkeningang)
o Overgang abdominale wand naar pelviene wand
o Gevormd door:
▪ Symphysis pubis en os sacrum
▪ Linea pectinea ossis pubis
▪ Linea arcuata ossis illi
, 2. Abdominale caviteit
= peritoneale ruimte/ cavitas peritonealis): omgeven door buikwand
- Craniale grens: diafragma → op hoogste punt tot 4e intercostaalruimte
- Caudale grens: klein bekken
- Buiten naar binnen: buikwand, fascia transversalis, peritoneum
o Fascia transversalis: bekleedt wanden van abdominale holte
o Peritoneum/buikvlies: eenlagig mesotheel met bindweefsel, rol in
topografische organisatie van abdomen → onderscheid: pariëtaal
(abdominale wand) en visceraal (bedekt abdominale organen)
- Mesenterium/meso: GI-systeem ophangen aan abdominale wand
o Verbinding tussen viscerale en pariëtale peritoneum
o Tussen deze 2 bladen: intestinale bloedvaten, lymfevaten en innervatie,
omgeven door vet- en bindweefsel
▪ Ventraal: proximale deel GI-stelsel
▪ Dorsaal: volledige GI-stelsel
Tijdens embryogenese: verplaatsing van intra
abdominale organenen (rotatie, elongatie)
De intraperitoneaal gelegen organen worden
retroperiotneaal
Ligging abdominale structuren t.o.v. peritoneum (* deels intra, deels retro)
- Intra-peritoneaal: lever, galblaas, milt, maag, ileum, jejenum en deel dikke darm
→opgehangen door mesenterium, omgeven door visceraal peritoneum
- Retroperitoneaal: pancreas, deel duodenum, nieren, bijnieren, aorta abdominalis en v. cava
inferior → in retroperitoneale ruimte tussen pariëtaal peritoneum en abdominale wand, lijken
niet opgehangen te zijn
o Primair retroperitoneaal: geen mesenterium (bv. nieren)
o Secundair retroperitoneaal: eerst intra-peritoneaal maar verplaatst tijdens
embryogenese naar retroperitoneaal door fusie met achterwand (bv. colon ascendens
en descendens) → hebben een mesenterium (= mesocolon)
(* deels intra, deels retro)