Biologie H3 onderzoek doen
3.1 je eten bederft
bij voedsel zijn er 3 typen verontreinigingen;
1. Fysische (bijvoorbeeld stukjes glas of plastic)
2. Chemische (met hormonen of gifstoffen)
3. Biologische (met micro-organismen)
Micro-organismen = alle organismen die zo klein dat je ze niet met het blote oog kunt zien.
(Bijvoorbeeld bacteriën en schimmels)
Deze heterotrofe organismen zijn voor hun organische stoffen van andere organismen afhankelijk.
Voedselinfectie= een besmetting via het voedsel.
Voedselvergiftiging = als je afvalstoffen binnenkrijgt van bacteriën en schimmels na een
voedselinfectie.
Bacteriën vermeerderen zich door deling, een proces dat vergelijkbaar is met de celdeling bij
eukaryote cellen.
Onder gunstige omstandigheden kan deze ongeslachtelijke voortplanting wel 2 of 3 keer per uur
plaatsvinden.
Er kan een kolonie van bacteriën ontstaan die allemaal klonen van elkaar zijn,
Bij voedselgebrek vormen bacteriën grote aantallen sporen.
Schimmels groeien op en in hun voedsel.
Extracellulair = buiten de cel.
mycelium= schimmelpluis.
Naast ongeslachtelijke voortplanting kennen schimmels en bacteriën ook geslachtelijke
voortplanting. Dit zorgt voor variatie in eigenschappen.
Schimmels kun je beter bekijken met een lichtmicroscoop.
Naast schimmels en bacteriën kun je ook ziek worden van virussen. Ze bederven geen voedsel maar
zijn soms wel net zo gevaarlijk.
Virussen bezitten niet alle levenskenmerken. Ze bestaan niet uit cellen maar uit stukjes erfelijk
materiaal die omgeven zijn door een eiwitmantel.
Voor virussen heb je een elektronenmicroscoop nodig.
Virussen laten zich vermeerderen door een gastheercel. -> ze dringen die cel binnen en ‘dwingen’ de
cel nieuwe virussen te produceren, waarna de cel doodgaat en de vrijgekomen virussen andere
cellen besmetten.
3.2 Onderzoeksvraag: hoe rem je voedselbederf
Als er geen zuurstof bij komt heeft bederven geen kans. De houdbaarheidsdatum gaat dus omhoog.
Deze manieren zijn inmiddels standaard om derving tegen te gaan
3.1 je eten bederft
bij voedsel zijn er 3 typen verontreinigingen;
1. Fysische (bijvoorbeeld stukjes glas of plastic)
2. Chemische (met hormonen of gifstoffen)
3. Biologische (met micro-organismen)
Micro-organismen = alle organismen die zo klein dat je ze niet met het blote oog kunt zien.
(Bijvoorbeeld bacteriën en schimmels)
Deze heterotrofe organismen zijn voor hun organische stoffen van andere organismen afhankelijk.
Voedselinfectie= een besmetting via het voedsel.
Voedselvergiftiging = als je afvalstoffen binnenkrijgt van bacteriën en schimmels na een
voedselinfectie.
Bacteriën vermeerderen zich door deling, een proces dat vergelijkbaar is met de celdeling bij
eukaryote cellen.
Onder gunstige omstandigheden kan deze ongeslachtelijke voortplanting wel 2 of 3 keer per uur
plaatsvinden.
Er kan een kolonie van bacteriën ontstaan die allemaal klonen van elkaar zijn,
Bij voedselgebrek vormen bacteriën grote aantallen sporen.
Schimmels groeien op en in hun voedsel.
Extracellulair = buiten de cel.
mycelium= schimmelpluis.
Naast ongeslachtelijke voortplanting kennen schimmels en bacteriën ook geslachtelijke
voortplanting. Dit zorgt voor variatie in eigenschappen.
Schimmels kun je beter bekijken met een lichtmicroscoop.
Naast schimmels en bacteriën kun je ook ziek worden van virussen. Ze bederven geen voedsel maar
zijn soms wel net zo gevaarlijk.
Virussen bezitten niet alle levenskenmerken. Ze bestaan niet uit cellen maar uit stukjes erfelijk
materiaal die omgeven zijn door een eiwitmantel.
Voor virussen heb je een elektronenmicroscoop nodig.
Virussen laten zich vermeerderen door een gastheercel. -> ze dringen die cel binnen en ‘dwingen’ de
cel nieuwe virussen te produceren, waarna de cel doodgaat en de vrijgekomen virussen andere
cellen besmetten.
3.2 Onderzoeksvraag: hoe rem je voedselbederf
Als er geen zuurstof bij komt heeft bederven geen kans. De houdbaarheidsdatum gaat dus omhoog.
Deze manieren zijn inmiddels standaard om derving tegen te gaan