Sociale psychologie
Inhoud
Sociale psychologie......................................................................................1
Kennismaking met de sociale psychologie................................................3
Wat is de sociale psychologie?...............................................................3
De drie onderzoeksmethodes:...............................................................4
De Empirische Cirkel..............................................................................4
Het A-B-C Model.....................................................................................5
Onethische Praktijken in de Sociale Psychologie...................................6
Latere aandachtspunten binnen de sociale psychologie.......................7
Groepsnormen: de groep als richtsnoer voor het individu (1)...................9
Wat Zijn Groepsnormen?.......................................................................9
Het experiment van Muzafer Sherif.....................................................10
Groepsnormen: de groep als richtsnoer voor het individu (2).................11
Impact van een groepsnorm op het individu.......................................11
Automatische Sociale Invloed..............................................................12
Het Conformiteitsexperiment van Solomon Asch................................13
Twee soorten conformisme:.................................................................14
Factoren die de mate van conformisme beïnvloeden:.........................14
Minderheidsinvloed: De Kracht van Consistentie.................................15
Inwilligen van een Verzoek: Technieken en Factoren...........................16
Groepsnormen: de groep als richtsnoer voor het individu (3).................18
Het Gehoorzaamheidsexperiment van Stanley Milgram......................18
Höfling-ziekenhuisonderzoek...............................................................20
Prosociaal gedrag (1)..............................................................................21
Genetische verwantschap....................................................................21
De Sociale Uitwisselingstheorie...........................................................22
Onberekende dienstbaarheid...............................................................23
Het Cognitief Decisiemodel..................................................................24
Factoren die het omstandereffect verminderen...................................27
Prosociaal gedrag: wat mensen voor elkaar kunnen betekenen.............28
1
, Individuele Verschillen in Hulpgedrag..................................................28
Sociale Dilemma's: Kiezen tussen Eigenbelang en Groepsbelang.......29
Interpersoonlijke processen....................................................................32
Individuele prestaties identificeerbaar: Sociale Facilitatie en
Belemmering.......................................................................................32
Sociale-activeringshypothese van Zajonc:...........................................33
Wanneer individuele prestaties niet identificeerbaar zijn: Sociaal
Parasiteren en Sociale Durf..................................................................35
De keerzijde van sociale durf: wanneer anonimiteit tot negatief gedrag
leidt......................................................................................................37
Groepsprocessen....................................................................................39
Samenwerken in Groepsverband: Een Complexe Interactie................39
SOCIALE WAARNEMING...........................................................................40
De Fundamenten van Sociale Waarneming.........................................40
Het Experiment met de Quizmaster: Illustratie van de Fundamentele
Attributiefout.......................................................................................43
Het Tweestapsmodel: Corrigeren van Voorbarige Conclusies..............44
Sociale waarneming: het beeld dat mensen zich van elkaar vormen (2)46
Positie-effecten in Sociale Waarneming...............................................47
De Impact van Informatie op Sociale Waarneming..............................48
Kenmerken van de Beoordelaar: Invloed op Sociale Waarneming.......51
Groepsperceptie......................................................................................54
Wat is groepsperceptie?.......................................................................54
Het verschil tussen “wij” en “zij”............................................................57
Kenmerken van Stereotypen................................................................57
De drie componenten:.........................................................................58
De herkomst van stereotypen:............................................................58
Van vooroordelen naar discriminatie:..................................................61
rechtstreeks inwerken op de vooroordelen en categorisering:............62
Attitudes.................................................................................................63
Attitudes: Onze Houding Tegenover Mensen en Dingen......................63
Sociale invloeden op attitudes.............................................................65
Het effect van herhaalde blootstelling: de kracht van familiariteit......67
Effectieve beïnvloedingsstrategieën: de klassieke benadering...........68
2
, De centrale en de perifere overredingsroute.......................................70
Weerstand bieden tegen beïnvloeding................................................70
De complexe relatie tussen attitudes en gedrag.................................71
Kennismaking met de sociale psychologie
Wat is de sociale psychologie?
Sociale psychologie = De wetenschappelijke studie van de manier
waarop de gedachten, gevoelens en handelingen van de mensen
3
, beïnvloed worden door de feitelijke, voorgestelde of geïmpliceerde
aanwezigheid van andere mensen.
Wetenschappelijke studie:
Beweringen die empirisch getoetst kunnen worden
(Een tegenstelling van gezond verstand)
De drie onderzoeksmethodes:
1. De begrijpende methode: Deze methode is gebaseerd op
gevalstudies, waarin een specifiek geval of een kleine groep mensen
grondig wordt bestudeerd. Deze methode is meer systematisch dan
intuïtieve kennis, maar kan beïnvloed worden door subjectiviteit van
de onderzoeker.
2. De correlationele methode: Deze methode onderzoekt de
samenhang tussen variabelen, maar toont geen oorzakelijk verband
aan. Het laat alleen zien of er een verband is tussen twee
variabelen, maar niet of de ene variabele de andere veroorzaakt.
3. De experimentele methode: Deze methode manipuleert
onafhankelijke variabelen om het effect op afhankelijke variabelen te
meten, waardoor een causaal verband kan worden aangetoond.
Deze methode maakt gebruik van een experimentele groep en een
controlegroep om de effecten van de manipulatie te vergelijken.
Afhankelijke variabele = te meten variabele
Onafhankelijke variabele = variabele die gemanipuleerd wordt of
verandert
De Empirische Cirkel
De empirische cirkel beschrijft de stappen die wetenschappers nemen om
kennis te vergaren en te verfijnen.
1. Observatie: Het proces begint met het observeren van een fenomeen.
Dit kan een alledaagse waarneming zijn, een onverwacht resultaat in
eerder onderzoek, of een specifieke vraag die beantwoord moet worden.
4
Inhoud
Sociale psychologie......................................................................................1
Kennismaking met de sociale psychologie................................................3
Wat is de sociale psychologie?...............................................................3
De drie onderzoeksmethodes:...............................................................4
De Empirische Cirkel..............................................................................4
Het A-B-C Model.....................................................................................5
Onethische Praktijken in de Sociale Psychologie...................................6
Latere aandachtspunten binnen de sociale psychologie.......................7
Groepsnormen: de groep als richtsnoer voor het individu (1)...................9
Wat Zijn Groepsnormen?.......................................................................9
Het experiment van Muzafer Sherif.....................................................10
Groepsnormen: de groep als richtsnoer voor het individu (2).................11
Impact van een groepsnorm op het individu.......................................11
Automatische Sociale Invloed..............................................................12
Het Conformiteitsexperiment van Solomon Asch................................13
Twee soorten conformisme:.................................................................14
Factoren die de mate van conformisme beïnvloeden:.........................14
Minderheidsinvloed: De Kracht van Consistentie.................................15
Inwilligen van een Verzoek: Technieken en Factoren...........................16
Groepsnormen: de groep als richtsnoer voor het individu (3).................18
Het Gehoorzaamheidsexperiment van Stanley Milgram......................18
Höfling-ziekenhuisonderzoek...............................................................20
Prosociaal gedrag (1)..............................................................................21
Genetische verwantschap....................................................................21
De Sociale Uitwisselingstheorie...........................................................22
Onberekende dienstbaarheid...............................................................23
Het Cognitief Decisiemodel..................................................................24
Factoren die het omstandereffect verminderen...................................27
Prosociaal gedrag: wat mensen voor elkaar kunnen betekenen.............28
1
, Individuele Verschillen in Hulpgedrag..................................................28
Sociale Dilemma's: Kiezen tussen Eigenbelang en Groepsbelang.......29
Interpersoonlijke processen....................................................................32
Individuele prestaties identificeerbaar: Sociale Facilitatie en
Belemmering.......................................................................................32
Sociale-activeringshypothese van Zajonc:...........................................33
Wanneer individuele prestaties niet identificeerbaar zijn: Sociaal
Parasiteren en Sociale Durf..................................................................35
De keerzijde van sociale durf: wanneer anonimiteit tot negatief gedrag
leidt......................................................................................................37
Groepsprocessen....................................................................................39
Samenwerken in Groepsverband: Een Complexe Interactie................39
SOCIALE WAARNEMING...........................................................................40
De Fundamenten van Sociale Waarneming.........................................40
Het Experiment met de Quizmaster: Illustratie van de Fundamentele
Attributiefout.......................................................................................43
Het Tweestapsmodel: Corrigeren van Voorbarige Conclusies..............44
Sociale waarneming: het beeld dat mensen zich van elkaar vormen (2)46
Positie-effecten in Sociale Waarneming...............................................47
De Impact van Informatie op Sociale Waarneming..............................48
Kenmerken van de Beoordelaar: Invloed op Sociale Waarneming.......51
Groepsperceptie......................................................................................54
Wat is groepsperceptie?.......................................................................54
Het verschil tussen “wij” en “zij”............................................................57
Kenmerken van Stereotypen................................................................57
De drie componenten:.........................................................................58
De herkomst van stereotypen:............................................................58
Van vooroordelen naar discriminatie:..................................................61
rechtstreeks inwerken op de vooroordelen en categorisering:............62
Attitudes.................................................................................................63
Attitudes: Onze Houding Tegenover Mensen en Dingen......................63
Sociale invloeden op attitudes.............................................................65
Het effect van herhaalde blootstelling: de kracht van familiariteit......67
Effectieve beïnvloedingsstrategieën: de klassieke benadering...........68
2
, De centrale en de perifere overredingsroute.......................................70
Weerstand bieden tegen beïnvloeding................................................70
De complexe relatie tussen attitudes en gedrag.................................71
Kennismaking met de sociale psychologie
Wat is de sociale psychologie?
Sociale psychologie = De wetenschappelijke studie van de manier
waarop de gedachten, gevoelens en handelingen van de mensen
3
, beïnvloed worden door de feitelijke, voorgestelde of geïmpliceerde
aanwezigheid van andere mensen.
Wetenschappelijke studie:
Beweringen die empirisch getoetst kunnen worden
(Een tegenstelling van gezond verstand)
De drie onderzoeksmethodes:
1. De begrijpende methode: Deze methode is gebaseerd op
gevalstudies, waarin een specifiek geval of een kleine groep mensen
grondig wordt bestudeerd. Deze methode is meer systematisch dan
intuïtieve kennis, maar kan beïnvloed worden door subjectiviteit van
de onderzoeker.
2. De correlationele methode: Deze methode onderzoekt de
samenhang tussen variabelen, maar toont geen oorzakelijk verband
aan. Het laat alleen zien of er een verband is tussen twee
variabelen, maar niet of de ene variabele de andere veroorzaakt.
3. De experimentele methode: Deze methode manipuleert
onafhankelijke variabelen om het effect op afhankelijke variabelen te
meten, waardoor een causaal verband kan worden aangetoond.
Deze methode maakt gebruik van een experimentele groep en een
controlegroep om de effecten van de manipulatie te vergelijken.
Afhankelijke variabele = te meten variabele
Onafhankelijke variabele = variabele die gemanipuleerd wordt of
verandert
De Empirische Cirkel
De empirische cirkel beschrijft de stappen die wetenschappers nemen om
kennis te vergaren en te verfijnen.
1. Observatie: Het proces begint met het observeren van een fenomeen.
Dit kan een alledaagse waarneming zijn, een onverwacht resultaat in
eerder onderzoek, of een specifieke vraag die beantwoord moet worden.
4