Wat beïnvloedt onze economie:
- Geopolitieke spanningen:
o Verhoogde VS-importtarieven = goederen die naar VS gaan krijgen
extra taks waardoor ze duurder worden en zo hopelijk minder
gekocht worden
zo beschermt VS zijn eigen economie
o China probeert zich technologisch onafhankelijker te maken en zoekt
handelsrelatie buiten het Westen (bv. Rusland, Afrika)
o Oorlog Rusland <-> Oekraïne: gevolgen voor graan- en energie-
export
- Technologie:
o AI
o China speelt grote rol in het maken van chips
- Duurzaamheid en ecologische transitie:
o Circulaire economie: hergebruiken van goederen / recycleren
o Hernieuwbare energie: zonnepanelen…
- Mens:
o Bepaalt hoe men reageert op bepaalde maatregelen
o Bepaalt welke producten men wilt
DOEL van economische wetenschap:
= Het nut van economische analyse is het gevolg van de spanning die ontstaat
tussen enerzijds de individuele en collectieve behoeften van een samenleving
enerzijds en anderzijds de schaarse beschikbare middelen
- Behoefte = aanvoelen van een tekort en het streven om dit tekort te
bevredigen
o Primair: absoluut noodzakelijk om te overleven -> water, voedsel
o Secundair: maakt leven aangenamer -> gsm,
merkkleding
o Individueel: behoeften van één persoon of gezin -> auto, spotify
o Collectief: gelijkaardig voor groot aantal personen -> onderwijs,
straten
- Schaarse middelen : nodig om behoeftes te bevredigen
, o Schaars = een middel waarvan de verlangde hoeveelheid de
beschikbare hoeveelheid zou overtreffen indien het gratis ter
beschikking stond
Keuzeprobleem:
= economisch principe
= met gegeven middelen het maximale behoeftebevrediging bereiken
economie is de studie van het menselijk streven naar bevrediging en
behoeften met behulp van schaarse middelen
Economie is een sociale wetenschap die tot voorwerp heeft het beheer van
schaarse middelen
Welvaart en welzijn
- Welvaart
= mate waarin mensen met de beschikbare schaarse middelen in hun
behoeften kunnen voorzien
- Welzijn
= ruimer, gevoel van welbevinden
= bevrediging van verlangens (liefde) die geen beslag leggen op schaarse
middelen
Ze hoeven niet per se samen te vallen
Soorten goederen
- Vrije goederen: niet schaarse goederen
- Economische goederen: schaarse goederen
o Zuiver individueel = als de ene het koopt kan de andere het niet
meer
Rivaliteit en uitsluitbaar
Bv. Als jij een fiets koopt kan niemand die fiets nog kopen
o Zuiver collectief = is voor iedereen
Niet rivaliserend en niet uitsluitbaar
Brandweer is er voor iedereen
o Quasi collectief = door overheid aangeboden
Rivaliteit en uitsluitbaar
Bv. Aantal leerlingen in klas is beperkt (rivaliserend)
Bv. Privéschool is enkel voor diegene die betalen (uitsluitend)
, - Consumptie goederen: bevredigen onmiddellijk de behoefte van de
gezinshuishoudingen
o Gebruiksgoederen: kan je voor langere tijd bevredigen (auto
kopen)
– > duurzaam
o Verbruiksgoederen: kan je maar één keer bevredigen (brood
kopen)
–> niet duurzaam
- Investeringsgoederen: dienen om andere goederen (zowel consumptie-, als
investeringsgoederen) te produceren.
Consumptie en productie:
- Consumptie: aanwending van economische goederen voor niet-productieve
doeleinden
- Productie: het scheppen of toevoegen van waarde aan de economische
goederen
- Productiefactoren: middelen die nodig zijn om goederen en diensten te
produceren
o Arbeid: alle mogelijke arbeidsprestaties
o Kapitaal: het geheel van door mensen geproduceerde
productiemiddelen
o Natuur: alle natuurlijke rijkdommen – grondstoffenleverancier!
o Onderneming schap
België heeft bijna geen grondstoffen maar toch zijn wij een rijk land, hoe komt
dat?
Strategische ligging: haven want we zijn een doorvoerland – import &
export cruciaal
Onderwijs is onze andere kracht: hoog onderwijsniveau
De methode:
- Inductieve methode: groot aantal feitelijke gegevens -> wetmatigheden
formuleren
- Deductieve methode: uitgaan van algemeen beginsel -> nieuwe besluiten
uit afleiden
Ceteris paribus
= één variabele verandert, de andere variabelen blijven constant!
Micro, meso en macro – economie:
- Micro: gedrag van individueel huishouden
- Macro: gedrag van alle bedrijven, gezinnen, huishoudingen
, - Meso: gedrag van bepaald huishouding (sector / regie / bepaalde groep
gezinnen)
1. Consumenten
1.1 de keuze van de optimale goederencombinatie
de keuze van de consument wordt bepaald door:
- niet economische factoren: sociologisch, psychologisch
- economische factoren: prijzen, inkomen
1.1.1 de preferenties
sociologische factoren = alle invloeden die te maken hebben met het feit
dat mensen tot een bepaalde bevolkingsgroep behoren
- gezinssituatie
- sociale klasse
- religie
- woonplaats
psychologische factoren: bestudeert de consument als persoon
- persoonlijkheid: karakter van de mensen
- levensstijl: manier waarop ze tijd en geld spenderen
o bandwagoneffect: je moet hebben wat andere hebben
o snobeffect: je moet iets hebben dat andere niet hebben
- attitude: verschillende houding t.a.v. producenten
uitgangspunt: de consument streeft naar nutsmaximalisatie,
maximale behoeftebevrediging
1ste wet van Gossen = Wet van het dalend grensnut
= naarmate men meer beschikt over een aantal eenheden van een