Psychologie
1. Geest, gedrag en psychologische wetenschap (hfstk 1)
1.1. Wat is psychologie en wat is het niet?
PSYCHOLOGIE
<-> psycho-analyse
Psyche-logie = studie van de geest
= wetenschap van gedrag en geestelijke processen
1) Wetenschap
2) Gedrag
3) Geestelijke processen
1.1.1. Psychologie: meer dan je denkt → enkel slides
• Indeling volgens BFP :
1) Arbeids- en organisatiepsychologie
2) Klinische psychologie
3) Schoolpsychologie
4) Theorie en onderzoek
• Bijkomende specialisaties
→ eerstelijnspsychologie, neuropsychologie, forensische psychologie, psychodiagnostiek,
ouderenpsychologie, sportpsychologie, …
→ therapieopleiding
1.1.2. Psychologie is geen psychiatrie
Psychiatrie Psychologie
Medische opleiding (geneeskunde) Niet-medische opleiding
Behandeling van geestelijke en Hele domein van menselijke gedrag en
gedragsmatige problemen geestelijke processen
Medicatie voorschrijven Niet bevoegd medicatie voor te schrijven
Patiënten Cliënten
1
, 1.1.3. Kritisch nadenken over psychologie en pseudopsychologie → lezen
PSEUDOPSYCHOLOGIE
= niet-onderbouwde psychologische aannamen die als wetenschappelijke waarheden worden
gerepresenteerd
• Kritisch nadenken → 6 vaardigheden :
1) Wat is de bron?
2) Is de bewerking redelijk of extreem?
3) Wat is het bewijsmateriaal?
4) Kan de conclusie zijn beïnvloed door bias?
Emotionele bias – comfirmatiebias
5) Worden veelvoorkomende denkfouten vermeden?
Gezond verstand – correlatie/ causaliteit denkfout
6) Zijn voor oplossingen vh probleem verschillende invalshoeken nodig?
2. Sensatie en perceptie (hfstk 3)
• Leerdoelen:
• Algemene situering:
Sensatie Perceptie
=Gewaarwording = Waarneming
= Eerste notie stimulus = Interpretatie stimulus
Receptor > neutrale impuls > eerste Betekenis geven aan deze stimulus
stimulusrepresentatie in de hersenen (= corticale processen)
2
, 2.1. Hoe verandert stimulatie in sensatie?
• Sensatie:
2.1.1. Transductie: stimulatie in sensatie veranderen
• In de zintuigen:
fysische energie → (d.m.v. receptoren) → neutrale impulsen
2.1.2. Sensorische adaptatie
SENSORISCHE ADAPTATIE
= receptorcellen minder gevoelig als stimulus langer aanhoudt
• Mensen detecteren vooral verandering
2.1.3. Drempels: de grenzen van sensatie
ABSOLUTE DRMEPEL
= minimale hoeveelheid fysische energie die nodig is om tot een sensorische ervaring te leiden
• Varieert van persoon en van moment tot moment
• Tabel 3.1. in boek!
VERSCHILDREMPELS
= juist waarneembaar verschil (JWV)
Kleinst waarneembaar verschil tussen 2 stimuli dat iemand als verschil kan opmerken
• JWV is groot wanneer de intensiteit van de stimulus hoog is
JWV is klein wanneer de intensiteit van de stimulus laag is
Mensen nemen vooral relaties tussen stimuli waar
3
, 2.1.4. Signaaldetectietheorie
• Sensatie afhankelijk van kenmerken:
- Stimulus
- Achtergrondstimulus
- Detector
→ lichamelijke (bv. koffie, uitgerust, alcohol, …)
→ geestelijk (interesses, verwachtingen emoties)
2.2. Wat is de relatie tussen perceptie en sensatie?
PERCEPT
= sensatie + betekenis
PERCEPTIE
= waarneming
= interpretatie waarneming
=> betekenis geven aan deze stimulus (= corticale processen)
2.2.1. Het systeem van perceptuele verwerking
1) Voorbeeld van onderliggende hersenroutes bij visuele perceptie…
• Waar-route
Pariëntaal:
- Locatie tov lichaam
• Wat-route
Temporaal:
- Objecten
- Omgevingen
• Blindzicht
- Wat-route: schade ~ blind
- Waar-route: intact
bv. over voorwerpen kunnen stappen die ze niet kunnen zien
• Kenmerkdetectoren
=> cel in de cortex die bepaalde kenmerken van de stimulus opmerkt
bv. lengte, lichtinval, …
• Hoe verbinden tot concept → binding probleem
2) 2 processen bij perceptie
• Top down
- Gestuurd door mentale set id hersenen
verwachtingen, concepten, herinneringen en andere cognitieve factoren
- Conceptuele of kennisgedreven verwerking
• Bottom-up
- Gestuurd door kenmerken van de stimulus
- Stimulusgedreven verwerking
4
1. Geest, gedrag en psychologische wetenschap (hfstk 1)
1.1. Wat is psychologie en wat is het niet?
PSYCHOLOGIE
<-> psycho-analyse
Psyche-logie = studie van de geest
= wetenschap van gedrag en geestelijke processen
1) Wetenschap
2) Gedrag
3) Geestelijke processen
1.1.1. Psychologie: meer dan je denkt → enkel slides
• Indeling volgens BFP :
1) Arbeids- en organisatiepsychologie
2) Klinische psychologie
3) Schoolpsychologie
4) Theorie en onderzoek
• Bijkomende specialisaties
→ eerstelijnspsychologie, neuropsychologie, forensische psychologie, psychodiagnostiek,
ouderenpsychologie, sportpsychologie, …
→ therapieopleiding
1.1.2. Psychologie is geen psychiatrie
Psychiatrie Psychologie
Medische opleiding (geneeskunde) Niet-medische opleiding
Behandeling van geestelijke en Hele domein van menselijke gedrag en
gedragsmatige problemen geestelijke processen
Medicatie voorschrijven Niet bevoegd medicatie voor te schrijven
Patiënten Cliënten
1
, 1.1.3. Kritisch nadenken over psychologie en pseudopsychologie → lezen
PSEUDOPSYCHOLOGIE
= niet-onderbouwde psychologische aannamen die als wetenschappelijke waarheden worden
gerepresenteerd
• Kritisch nadenken → 6 vaardigheden :
1) Wat is de bron?
2) Is de bewerking redelijk of extreem?
3) Wat is het bewijsmateriaal?
4) Kan de conclusie zijn beïnvloed door bias?
Emotionele bias – comfirmatiebias
5) Worden veelvoorkomende denkfouten vermeden?
Gezond verstand – correlatie/ causaliteit denkfout
6) Zijn voor oplossingen vh probleem verschillende invalshoeken nodig?
2. Sensatie en perceptie (hfstk 3)
• Leerdoelen:
• Algemene situering:
Sensatie Perceptie
=Gewaarwording = Waarneming
= Eerste notie stimulus = Interpretatie stimulus
Receptor > neutrale impuls > eerste Betekenis geven aan deze stimulus
stimulusrepresentatie in de hersenen (= corticale processen)
2
, 2.1. Hoe verandert stimulatie in sensatie?
• Sensatie:
2.1.1. Transductie: stimulatie in sensatie veranderen
• In de zintuigen:
fysische energie → (d.m.v. receptoren) → neutrale impulsen
2.1.2. Sensorische adaptatie
SENSORISCHE ADAPTATIE
= receptorcellen minder gevoelig als stimulus langer aanhoudt
• Mensen detecteren vooral verandering
2.1.3. Drempels: de grenzen van sensatie
ABSOLUTE DRMEPEL
= minimale hoeveelheid fysische energie die nodig is om tot een sensorische ervaring te leiden
• Varieert van persoon en van moment tot moment
• Tabel 3.1. in boek!
VERSCHILDREMPELS
= juist waarneembaar verschil (JWV)
Kleinst waarneembaar verschil tussen 2 stimuli dat iemand als verschil kan opmerken
• JWV is groot wanneer de intensiteit van de stimulus hoog is
JWV is klein wanneer de intensiteit van de stimulus laag is
Mensen nemen vooral relaties tussen stimuli waar
3
, 2.1.4. Signaaldetectietheorie
• Sensatie afhankelijk van kenmerken:
- Stimulus
- Achtergrondstimulus
- Detector
→ lichamelijke (bv. koffie, uitgerust, alcohol, …)
→ geestelijk (interesses, verwachtingen emoties)
2.2. Wat is de relatie tussen perceptie en sensatie?
PERCEPT
= sensatie + betekenis
PERCEPTIE
= waarneming
= interpretatie waarneming
=> betekenis geven aan deze stimulus (= corticale processen)
2.2.1. Het systeem van perceptuele verwerking
1) Voorbeeld van onderliggende hersenroutes bij visuele perceptie…
• Waar-route
Pariëntaal:
- Locatie tov lichaam
• Wat-route
Temporaal:
- Objecten
- Omgevingen
• Blindzicht
- Wat-route: schade ~ blind
- Waar-route: intact
bv. over voorwerpen kunnen stappen die ze niet kunnen zien
• Kenmerkdetectoren
=> cel in de cortex die bepaalde kenmerken van de stimulus opmerkt
bv. lengte, lichtinval, …
• Hoe verbinden tot concept → binding probleem
2) 2 processen bij perceptie
• Top down
- Gestuurd door mentale set id hersenen
verwachtingen, concepten, herinneringen en andere cognitieve factoren
- Conceptuele of kennisgedreven verwerking
• Bottom-up
- Gestuurd door kenmerken van de stimulus
- Stimulusgedreven verwerking
4