ANALYSE VAN MEDIATEKSTEN
Introductie
Mediateksten en -inhouden bieden waardevolle info over de sl als geheel
- Werpen licht op: socio-culturele veranderingen & machtsverhoudingen en ongelijkheden
- Bieden bronmateriaal voor maatschappelijke fenomenen
Fairclough (1995):
1. Teksten als vorm van sociale actie
2. Belangrijke empirische bronnen om inzicht te krijgen in de sl
3. Teksten en inhouden als barometers van sociale processen
4. Teksten en inhouden als ideologisch speelveld
➔ Teksten & inhouden zijn sociale praktijken
Kwantitatieve & kwalitatieve analyse
Kwanti: onderzoekstradities die neigen naar objectivisme en positivisme
- Grotere hoeveelheden data → beter geschikt om generaliseerbare uitspraken te doen
- Gericht op manifeste kenmerken van een bd
- Geschikt voor analyse van duidelijk waarneembare kenmerken
Kwali: onderzoekstradities die neigen naar constructivisme en interpretativisme
- Subtiele processen van betekenisgeving in context en detail kunnen bestuderen
- Gericht op latente en onderliggende elementen van een boodschap
- Geschikt om vragen te beantwoorden over hoe en waarom bepaalde bd overgebracht
Mediateksten als middel om maatschappelijke werkelijkheid te begrijpen → mediateksten kunnen niet
los gezien worden van hun sociale en culturele context
Opzet cursus
1) Toonaangevende sociale theorieën met elk een andere kijk op betekenis van media
- Receptie-georiënteerde theorieën (betekenis verlenend publiek)
- Technologiedetermineerde theorieën (bv McLuhan)
- Kritische theorieën om media, economie en macht in de kapitalistische sl te begrijpen (bv
marxisme: media als dragers van ideologie, cultuur en macht in sl → Frankfurt Schule/critical
theory)
- Media & publieke sfeer (Habermans): bezorgdheid over commercialisering, focus op entertainment,
verzwakking door publieke sfeer
2) Theoretische benaderingen van analyse van mediateksten (breed scala v benaderingen)
- Kwanti inhoudsanalyse: waarneembare, grote hoeveelheden materiaal, generaliseerbare
uitspraken
- Kwali inhoudsanalyse: detail, subtiele processen van betekenisgeving
o Semiotisch, argumentatie & retorisch, narratief, frame, discours, mixed methods (lexicale
analyse obv corpora; netwerkanalyse)
1
,Wat is een tekst en wat is tekstanalyse?
Definities: tekst & tekstanalyse
georganiseerde verzameling woorden (doorgaans geschreven)
Tekst = literair product (bv gedicht)
georganiseerde verzameling tekens (woorden, klanken, beelden)
Tekstanalyse: verwijst naar manieren waarmee kan worden geanalyseerd hoe teksten mogelijk
betekenissen creëren, en wat die betekenissen zijn
- Kan op obv één tekst, maar vereisen meestal een vergelijking om een gefundeerd antwoord te
kunnen geven
Omgaan met teksten
Twee manieren van kijken
1) Teksten zijn reflecties van de wereld
o Kwanti methode, media als spiegel
o Bv informatieve en journalistieke media
2) Teksten zijn cultuurspecifieke en geïnterpreteerde constructies
o Kwali, media als creatie/shaper
o Indruk werkelijkheid zijn eigenlijk constructies, dus representatie van wk
o Afh van oa technische mogelijkheden zender, opvatting mediamaker, conventie
o Bv bij encoding-decoding model (Hall) valt dit onder betekenisgeving
Niet noodzakelijk tegengesteld: mediarepresentaties zijn selectieve creaties (owv conventies,
technische mogelijkheden zender, opvattingen mediamaker) die publiek beïnvloeden → media als
spiegel & shaper beide waar
! tekst in context analyseren
Concrete vragen die men kan stellen bij elke mediatekst
- Wie heeft mediatekst gecreëerd? (encoding)
- Welke creatieve technieken gebruikt om aandacht te trekken?
- Hoe zouden verschillende mensen mediatekst verschillend begrijpen? (decoding, implied audience)
- Welke leefstijlen, waarden en gezichtspunten zijn gerepresenteerd vs afwezig in mediatekst?
- Waarom bestaat mediatekst?
Mediatekst best bekijken door lens ontvanger (waar komt tekst terecht & hoe gebruikt?)
- Betekenissen ontstaan pas op moment dat ontvanger de mediatekst gebruikt
- Polysemie = ontvanger kan op verschillende manieren omgaan met bd vd zender
o Dominante decodering (preferred reading), aberrante decoding (oppositional reading),
onderhandelde decodering (negotiated reading) (Hall)
Definitie representatie
Representatie = het gebruik van taal om op een betekenisvolle manier iets te zeggen over de wereld, of
om de wereld betekenisvol te representeren voor andere mensen (Hall)
2
, ➔ Speelt een cruciale rol in proces van produceren & uitwisselen van betekenis tussen leden van
een cultuur
➔ Je drukt jezelf uit (iets zeggen) tov andere mensen
- Ideologische component: meerdere interpretaties mogelijk van dezelfde realiteit
- Selectieproces beïnvloed representatie van realiteit
Maar: betekenis ≠ inherent aan woorden zelf maar betekenis gevormd door taalgebruikers
➔ Noodzaak: sociaal gedeelde code of taal en referentiekader (= conceptual maps)
Gebruik van taal om werkelijkheid uit te leggen
3 benaderingen
Reflectieve benadering (objectief, Mimetische benadering
wat is dit) Taal al directe weergave vd realiteit
Intentionele benadering Taal drukt uit wat zender wil zeggen
Taal als instrument om bd over te brengen
Sociaal-constructivistische Betekenis geconstrueerd in en door taal
benadering Taal produceert betekenissen en geeft ze vorm via gedeelde
conceptuele kaders (betekenis die wij als sl hebben afgesproken)
Definities: taal en representatie
Taal = ieder geluid, beeld of object dat functioneert als een teken en deel uitmaakt van een systeem met
andere tekens dat betekenis in zich draagt of kan uitdrukken, kan gezien worden als taal
➔ Deze tekens representeren concepten en hun onderliggende relaties die aanwezig zijn in de
conceptuele kaders in ons hoofd
Dus: representatie = het proces dat 1) de dingen die we willen communiceren, 2) onze conceptuele kaders
vorm geven en de 3) tekens die we daarvoor gebruiken
Definities: ideologie
Ideologie = georganiseerde overtuigingssystemen of waardenstelsels die onder meer door communicatie-
processen worden verspreid en versterkt, vaak via representatiestrategieën (McQuail & Deuze)
Politics of representation (Barker): media spelen een rol in het in stand houden/bestrijden van ongelijke
machtsverhoudingen (in stand houden ongelijkheid → Frankfurt Schule)
Ideologische analyse van mediateksten gericht op:
- Ontsluieren dominante ideologieën
- Identificeren tegenhegemonische ideeën die ingaan tegen dominante opvattingen en
machtsstructuren
Ideologie in mediateksten
Marx & Engels: dominante ideologie moet ontmaskert worden
Frankfurter Schule (Horkheimer, Adorno, Marcuse, Benjamin & Habermans): kritisch en pessimistisch tov
massamedia en massacultuur
3
, Gramsci: media moet common sense perspectief aanbieden (common sense = wat meeste mensen als
waar aanvaarden)
Althusser: media als ideologisch staatsapparaat maar relatief autonoom tov de elite
- Ruimte voor dissidente stemmen maar elite en dominante ideeën toch verdergezet
➔ Belangrijk om te focussen op betekenis die ontvanger/publiek geeft aan mediateksten
Tripartite model (Thompson): ideologie in teksten blootleggen
1. Productie/verspreiding van ideologie door communicatie (hoe gemaakt en verspreid)
2. Constructie van mediaboodschap
3. Receptie vd bd (hoe komt het bij ontvanger aan)
3 stromingen
- Neomarxisme & ideologie (media & power/inequalities)
o Frankfurter Schule, GUMG, Hall
- Massamedia als facilitators voor participatieve publieke sfeer
o Habermans (media watchdog)
- Publieksonderzoek: publiek interpreteert en construeert betekenissen obv mediatekst, die
betekenissen zijn niet vaststaand en daarom niet voorspelbaar
o U&G, Morley, Fiske, feminisme
o Wat doet publiek met media
Processchool vs semiotiek
Processchool: communicatie als doorgeefluik van boodschappen
- Hoe zenders verpakken/encoderen & ontvangers vertalen/decoderen
- Stappen/fasen (acts)
- Lasswell, Shannon & Weaver
Structureel-semiotische school: communicatie als productie & uitwisseling van boodschappen
- Studie van tekst en cultuur, bd neemt eigen vormen aan eens verspreid
- Werking (works)
3 procestheorieën van communicatie
Shannon & Weaver
Context gedeelde gedachten belangrijk
Lasswell
Wie, zegt wat, via welk kanaal, tegen wie, met
welk effect?
Context!
Newcomb
Wat sociale relaties doen met bd
X = topic, sociale binding, mensen gebonden rond
topics maar kan ook wegvallen
4
Introductie
Mediateksten en -inhouden bieden waardevolle info over de sl als geheel
- Werpen licht op: socio-culturele veranderingen & machtsverhoudingen en ongelijkheden
- Bieden bronmateriaal voor maatschappelijke fenomenen
Fairclough (1995):
1. Teksten als vorm van sociale actie
2. Belangrijke empirische bronnen om inzicht te krijgen in de sl
3. Teksten en inhouden als barometers van sociale processen
4. Teksten en inhouden als ideologisch speelveld
➔ Teksten & inhouden zijn sociale praktijken
Kwantitatieve & kwalitatieve analyse
Kwanti: onderzoekstradities die neigen naar objectivisme en positivisme
- Grotere hoeveelheden data → beter geschikt om generaliseerbare uitspraken te doen
- Gericht op manifeste kenmerken van een bd
- Geschikt voor analyse van duidelijk waarneembare kenmerken
Kwali: onderzoekstradities die neigen naar constructivisme en interpretativisme
- Subtiele processen van betekenisgeving in context en detail kunnen bestuderen
- Gericht op latente en onderliggende elementen van een boodschap
- Geschikt om vragen te beantwoorden over hoe en waarom bepaalde bd overgebracht
Mediateksten als middel om maatschappelijke werkelijkheid te begrijpen → mediateksten kunnen niet
los gezien worden van hun sociale en culturele context
Opzet cursus
1) Toonaangevende sociale theorieën met elk een andere kijk op betekenis van media
- Receptie-georiënteerde theorieën (betekenis verlenend publiek)
- Technologiedetermineerde theorieën (bv McLuhan)
- Kritische theorieën om media, economie en macht in de kapitalistische sl te begrijpen (bv
marxisme: media als dragers van ideologie, cultuur en macht in sl → Frankfurt Schule/critical
theory)
- Media & publieke sfeer (Habermans): bezorgdheid over commercialisering, focus op entertainment,
verzwakking door publieke sfeer
2) Theoretische benaderingen van analyse van mediateksten (breed scala v benaderingen)
- Kwanti inhoudsanalyse: waarneembare, grote hoeveelheden materiaal, generaliseerbare
uitspraken
- Kwali inhoudsanalyse: detail, subtiele processen van betekenisgeving
o Semiotisch, argumentatie & retorisch, narratief, frame, discours, mixed methods (lexicale
analyse obv corpora; netwerkanalyse)
1
,Wat is een tekst en wat is tekstanalyse?
Definities: tekst & tekstanalyse
georganiseerde verzameling woorden (doorgaans geschreven)
Tekst = literair product (bv gedicht)
georganiseerde verzameling tekens (woorden, klanken, beelden)
Tekstanalyse: verwijst naar manieren waarmee kan worden geanalyseerd hoe teksten mogelijk
betekenissen creëren, en wat die betekenissen zijn
- Kan op obv één tekst, maar vereisen meestal een vergelijking om een gefundeerd antwoord te
kunnen geven
Omgaan met teksten
Twee manieren van kijken
1) Teksten zijn reflecties van de wereld
o Kwanti methode, media als spiegel
o Bv informatieve en journalistieke media
2) Teksten zijn cultuurspecifieke en geïnterpreteerde constructies
o Kwali, media als creatie/shaper
o Indruk werkelijkheid zijn eigenlijk constructies, dus representatie van wk
o Afh van oa technische mogelijkheden zender, opvatting mediamaker, conventie
o Bv bij encoding-decoding model (Hall) valt dit onder betekenisgeving
Niet noodzakelijk tegengesteld: mediarepresentaties zijn selectieve creaties (owv conventies,
technische mogelijkheden zender, opvattingen mediamaker) die publiek beïnvloeden → media als
spiegel & shaper beide waar
! tekst in context analyseren
Concrete vragen die men kan stellen bij elke mediatekst
- Wie heeft mediatekst gecreëerd? (encoding)
- Welke creatieve technieken gebruikt om aandacht te trekken?
- Hoe zouden verschillende mensen mediatekst verschillend begrijpen? (decoding, implied audience)
- Welke leefstijlen, waarden en gezichtspunten zijn gerepresenteerd vs afwezig in mediatekst?
- Waarom bestaat mediatekst?
Mediatekst best bekijken door lens ontvanger (waar komt tekst terecht & hoe gebruikt?)
- Betekenissen ontstaan pas op moment dat ontvanger de mediatekst gebruikt
- Polysemie = ontvanger kan op verschillende manieren omgaan met bd vd zender
o Dominante decodering (preferred reading), aberrante decoding (oppositional reading),
onderhandelde decodering (negotiated reading) (Hall)
Definitie representatie
Representatie = het gebruik van taal om op een betekenisvolle manier iets te zeggen over de wereld, of
om de wereld betekenisvol te representeren voor andere mensen (Hall)
2
, ➔ Speelt een cruciale rol in proces van produceren & uitwisselen van betekenis tussen leden van
een cultuur
➔ Je drukt jezelf uit (iets zeggen) tov andere mensen
- Ideologische component: meerdere interpretaties mogelijk van dezelfde realiteit
- Selectieproces beïnvloed representatie van realiteit
Maar: betekenis ≠ inherent aan woorden zelf maar betekenis gevormd door taalgebruikers
➔ Noodzaak: sociaal gedeelde code of taal en referentiekader (= conceptual maps)
Gebruik van taal om werkelijkheid uit te leggen
3 benaderingen
Reflectieve benadering (objectief, Mimetische benadering
wat is dit) Taal al directe weergave vd realiteit
Intentionele benadering Taal drukt uit wat zender wil zeggen
Taal als instrument om bd over te brengen
Sociaal-constructivistische Betekenis geconstrueerd in en door taal
benadering Taal produceert betekenissen en geeft ze vorm via gedeelde
conceptuele kaders (betekenis die wij als sl hebben afgesproken)
Definities: taal en representatie
Taal = ieder geluid, beeld of object dat functioneert als een teken en deel uitmaakt van een systeem met
andere tekens dat betekenis in zich draagt of kan uitdrukken, kan gezien worden als taal
➔ Deze tekens representeren concepten en hun onderliggende relaties die aanwezig zijn in de
conceptuele kaders in ons hoofd
Dus: representatie = het proces dat 1) de dingen die we willen communiceren, 2) onze conceptuele kaders
vorm geven en de 3) tekens die we daarvoor gebruiken
Definities: ideologie
Ideologie = georganiseerde overtuigingssystemen of waardenstelsels die onder meer door communicatie-
processen worden verspreid en versterkt, vaak via representatiestrategieën (McQuail & Deuze)
Politics of representation (Barker): media spelen een rol in het in stand houden/bestrijden van ongelijke
machtsverhoudingen (in stand houden ongelijkheid → Frankfurt Schule)
Ideologische analyse van mediateksten gericht op:
- Ontsluieren dominante ideologieën
- Identificeren tegenhegemonische ideeën die ingaan tegen dominante opvattingen en
machtsstructuren
Ideologie in mediateksten
Marx & Engels: dominante ideologie moet ontmaskert worden
Frankfurter Schule (Horkheimer, Adorno, Marcuse, Benjamin & Habermans): kritisch en pessimistisch tov
massamedia en massacultuur
3
, Gramsci: media moet common sense perspectief aanbieden (common sense = wat meeste mensen als
waar aanvaarden)
Althusser: media als ideologisch staatsapparaat maar relatief autonoom tov de elite
- Ruimte voor dissidente stemmen maar elite en dominante ideeën toch verdergezet
➔ Belangrijk om te focussen op betekenis die ontvanger/publiek geeft aan mediateksten
Tripartite model (Thompson): ideologie in teksten blootleggen
1. Productie/verspreiding van ideologie door communicatie (hoe gemaakt en verspreid)
2. Constructie van mediaboodschap
3. Receptie vd bd (hoe komt het bij ontvanger aan)
3 stromingen
- Neomarxisme & ideologie (media & power/inequalities)
o Frankfurter Schule, GUMG, Hall
- Massamedia als facilitators voor participatieve publieke sfeer
o Habermans (media watchdog)
- Publieksonderzoek: publiek interpreteert en construeert betekenissen obv mediatekst, die
betekenissen zijn niet vaststaand en daarom niet voorspelbaar
o U&G, Morley, Fiske, feminisme
o Wat doet publiek met media
Processchool vs semiotiek
Processchool: communicatie als doorgeefluik van boodschappen
- Hoe zenders verpakken/encoderen & ontvangers vertalen/decoderen
- Stappen/fasen (acts)
- Lasswell, Shannon & Weaver
Structureel-semiotische school: communicatie als productie & uitwisseling van boodschappen
- Studie van tekst en cultuur, bd neemt eigen vormen aan eens verspreid
- Werking (works)
3 procestheorieën van communicatie
Shannon & Weaver
Context gedeelde gedachten belangrijk
Lasswell
Wie, zegt wat, via welk kanaal, tegen wie, met
welk effect?
Context!
Newcomb
Wat sociale relaties doen met bd
X = topic, sociale binding, mensen gebonden rond
topics maar kan ook wegvallen
4