INLEIDING HUID
FUNCTIE Protectie: fysische barrière tegen externe factoren en micro-organismen
Sensorische functie: veel perifere sensorische zenuwuiteinden met receptoren
zoals tast, druk, pijn en temperatuur
Thermoregulatie: rol van subcutaan vetweefsel voor warmte behoud en rol van
cutane vaatplexus en zweetklieren bij warmteafgifte
Metabole functie: aanmaken van vit D3 voor calciummetabolisme en
botaanmaak
Immunologische functie: voorkomen van infectiecellen
Esthetische functie
STRUCTUUR - Grootste orgaan van menselijk lichaam (15-20%)
- 3 lagen:
o Epidermis: opperhuid (ectoderm)
Zelf regenererend verhoornend plaveiselcelepitheel
Vormt bedekkende laag keratine dat beschermt en niet
doorgankelijk is voor water
o Dermis: lederhuid (mesoderm)
Onderliggende laag van fibrocallageneus en elastisch
bindweefsel
Bevat bloedvaten, zenuwen en sensorische receptoren
o Subcutis: vetweefsel (mesoderm)
Diepste huidlaag
Zorgt voor dermale vasculatuur
- De dikte van huid verschilt doorheen ons lichaam
- Huidoppervlak bestaat uit groeven en onregelmatigheden
= epidermiskammen en bindweefselpapillen, patroon is plaats afhankelijk
= kammenpatroon geeft aanleiding tot huidlijsten patroon dat voor
iedereen
persoonlijk is (=vingerafdruk)
- Huidadnexstructuren: haarfollikels, zweetklieren en talgklieren
o Groeien tijdens embryologische ontwikkeling van het epidermis in
het dermis
o De meeste structuurtjes zijn gelegen in dermis, maar soms ook in
oppervlakkige subcutis
EMBRYOLOGIE Epidermis: 1lagig ectoderm meerlagig periderm meerlagig plaveiselepitheel
Dermis: mesoderm mesenchym dermis (verschillende celtypes)
, Haar: epidermale invaginatie lanugoharen (lichte, fijne haren) mature haren
Melanocyten: neurale crest melanoblasten in mesenchym matuur epiderm
EPIDERMIS
BOUW - Meerlagig verhoornend plaveiselcelepitheel gebouwd uit verschillende lagen
van profilerende, differentiërende epitheelcellen
- Avasculaire laag van (niet-)keratinocyten
- Keratinocyten zijn grootste cellulaire compartiment en migreren van basale
tot oppervlakkige lagen in ongeveer 3-4 weken
- Er zijn nog 3 andere celsoorten:
o Melanocyten
o Langerhanscellen
o Merkelcellen
- We onderscheiden 4 belangrijke cellagen:
o Stratum basale
o Stratum spinosum
o Stratum granulosum
o (stratum lucidum)
o Stratum corneum
De dikte van de huid heeft te maken van dikte van de epidermis
- Dunne huid: haarbevattende huid
- Dikke huid: niet-haarbevattende huid (vb handpalm, voetzool,…)
STRATUM - Rij van cuboïdale tot columnaire cellen met grote ovale kernen en weinig
BASALE cytoplasma die aan dermis grenzen
- Mitotische activiteit en bevat basale stamcellen voor alle lagen van het
epidermis
- Rust op de lamina basalis en is hiermee verbonden via hemi-desmosomen
- Tussen de basale epitheelcellen liggen melanocyten
Keratinocyten:
- Bevatten grote intermediaire keratinefilamenten
- Zijn onderling verbonden dmv desmosomen (zichtbaar via EM)
- Desmosomen zijn opgebouwd uit:
o Transmembraan glycoproteïnen (desmogleïne en desmocolline)
o Plaques: 2 per desmosoom, 1 per cel (desmoplakines)
o Tonofibrillen binden vast op plaques van desmosoom
Epidermodermale junctie (verschillende regio’s):
- Basale keratinocyt
- Lamina basalis
o Lamina lucida
o Lamina densa
o Sublamina densa: meest opp deel van papillaire dermis