Deel 1 – De weg naar het burgerlijk procesrecht
Hoofdstuk 1 – De weg naar het gerechtelijk recht
§1. “Sein” en “sollen”
“Sein”: hoe iets is → beschrijft louter feitelijke toestanden.
“Sollen”: hoe iets behoort te zijn → daar wd regels gesteld.
Een “regel” is een bindend voorschrift waara/d mens zich behoort te houden.
Kan een bevel of verbod inhouden
Kan gesteld wd door geweten, moraal en geloof
Een bijzondere categorie → “rechtsregels”
§2. Rechtsregel
Regel is een “rechtsregel” als hij a/d volgende voorwaarden heeft voldaan:
Heeft betrekking op uiterlijke gedrag v/d mensen in de maatschappij.
Wd in de maatschappij uitgevaardigd door persoon/personen die gezag hebben over degenen die aan
die regel onderworpen zijn.
Naleving regel kan dr gezaghebbende autoriteit of overheid wd afgedwongen
desnoods manu militari.
Geheel van rechtsregels = objectief recht
§3. Rechtsstaat
A. Begrip
In een rechtstaat heerst de Rule of law
• Het recht heeft het hoogste gezag
• M’ij en staat wd bestuurd door een samenhangend geheel van rationele wetten.
o Niet door persoonlijke voorkeur van machtshebbers
• Ook de machten en de manier waarop wetten tot stand komen zijn aan die wetten onderworpen.
Rechtsstaat =
• onderworpen a/d heerschappij v/h rationele recht
• Dit recht is op geldige wijze tot stand gekomen (formele aard v/h recht)
Is een rechtsstaat democratisch?
onderzoek naar de bron v/d wet art. 36 Gw en dus nagaan of wetgever verkozen wd door het volk.
art. 61 Gw.
, 2
B. principes van rechtsstatelijke wet en v/d rechtsstaat
Deze ratio vereist dat de wet en de rechtsstaat beantwoorden a/e aantal onontbeerlijke principes.
1. Algemene gelding v/d wet
Belangrijkste constitutief element v/d wet in een rechtsstaat is dat zij algemene gelding heeft, zij geldt dus:
• voor álle personen in een objectief gelijkaardige situatie
• voor álle gelijkaardige gevallen
Wet in een rechtsstaat is neutraal → onpartijdig en onpersoonlijk
2. Drie machten – een onafhankelijke rechterlijke macht
Objectief recht moet wd toegepast.
Subjectief recht
= de aanspraak die een persoon in een bepaalde situatie aan een objectieve rechtsregel ontleent.
Tweede belangrijkste kenmerk v/e rechtsstaat:
Naast wetgevende macht en uitvoerende macht → onafhankelijke rechterlijke macht
Een onafhankelijke rechter
→ past algemeen geldende wetten toe Recht in geldingskracht = algemeen
→ op concrete aanspraken Recht in toepassing = concreet
→ die aan zijn beoordeling wd voorgelegd
Wetgevende macht Uitvoerende macht Rechterlijke macht
Vaardigt de wetten uit Voert die wetten uit Past die wetten toe
in volle onafhankelijkheid
in onpartijdigheid
in een concrete zaak
Mag niet “bij wege van algemene
regel“ uitspraak doen art.6 Ger.W.
= taak van wetgevende macht
Concreet → vonnis is alleen bindend vr
de partijen in die zaak en mag geen
algemene norm vastleggen.
Scheiding der machten
1. Persoon of overheid die subjectief recht wil laten gelden
→ aanspraak honoreren via beslissing rechter of scheidsrechter
honoreren = een aanspraak erkennen en toekennen
2. Rechter “doet recht” → past algemene wet toe op concrete aanspraak
3. Rechterlijke beslissing
→ moet wd nageleefd
→ kan wd afgedwongen met hulp van openbare macht
4. Uitvoering v/d beslissing → herstelt verstoord maatschappelijk evenwicht
C. Classificatie v/d wetten in de rechtsstaat
Het geldende recht in een rechtstaat kan wd opgedeeld in
❖ Materieel recht
❖ Formeel of gerechtelijk recht
, 3
Hoofdstuk 2 – Gerechtelijk recht
§1. Gerechtelijk recht – formeel recht – handhavingsrecht
A. Materieel recht
Het geheel van rechtsregels die gaan over de inhoud van rechten en plichten van (rechts)personen. Deze
regels verlenen rechten of leggen plichten op aan (rechts)personen.
Burgerlijk recht, strafrecht, ondernemingsrecht en sociaal recht
↔ Formeel recht (= betreft de wijze waarop materieel recht wd gehandhaafd).
B. Gerechtelijk recht
Het geheel van regels dat bepaalt hoe de handhaving v/h materiële recht wd georganiseerd en hoe het herstel
bij schending van dat materiële recht wd gerealiseerd.
= Formeel recht = handhavingsrecht
§2. Doel v/h gerechtelijk recht
A. Uitsluiting van eigenrichting
Meest essentiële doel
Gerechtelijke rechtsregels sluiten eigenrichting uit
Eigenrichting = het recht in eigen handen nemen
Het verbod om rechter te zijn in eigen zaak wd erkend als een algemeen rechtsbeginsel.
Om uitsluiting van eigenrichting te vrijwaren
rechtzoekende heeft steeds de garantie
dat uitspraak zal wd gedaan
over zijn a/d rechter geformuleerd verzoek
• De rechter dient dus in elk geval recht te spreken,
zelfs bij stilzwijgen, duisterheid of onvolledigheid v/d wet. Art. 5 Ger.W.
• Bij rechtsweigering is er de mogelijkheid tot verhaal op de rechter art. 1140 Ger.W.
, 4
B. Restanten van eigenrichting
Omstandigheden waarin de rechtsonderhorige zichzelf recht kan doen zonder tussenkomst v/d rechter.
Aan strikte voorwaarden onderworpen
TP kan steeds verzoeken om die eigenrichting a/h oordeel v/d rechter te onderwerpen
Belangrijkste voorbeelden 1. exceptio non adimpleti contractus
2. retentierecht
1. Exceptie van niet-nakoming
Exceptie van niet-nakoming in ruime zin (als algemeen rechtsbeginsel):
Prestatie mag opgeschort wd totdat de SA v/e andere prestatie die daar voldoende mee in verband staat,
zijn prestatie nakomt of aanbiedt deze na te komen.
Exceptie van niet-nakoming in enge zin:
Algemeen beginsel in wederkerige contracten: exceptio non adimpleti contractus (of ENAC).
art. 5.239 BW
Een partij mag haar eigen verbintenis opschorten zolang de wederpartij haar verbintenis niet nakomt.
2. Retentierecht
= zakenrechtelijke aspect van deze materieelrechtelijke excepties.
Retentierecht is een concrete toepassing v/d ENAC in de enge zin:
SE die een zaak van zijn SA onder zich heeft,
o mag afgifte van die zaak
o opschorten
o zolang zijn schuldvordering m.b.t. die zaak niet wd betaald
Grondslag is de relatie tussen de zaak en de schuldvordering die de bezitter van deze zaak op de eigenaar
heeft (een ”debitum cum re junctum”).
Het retentierecht is een middel tot rechtshandhaving
een louter persoonlijke garantie tot executie.
Is in wezen een oneigenlijk voorrecht.
o de retentor kan betaling afdwingen door het goed niet vrij te geven
o maar bij een verkoop v/h goed heeft hij juridisch geen voorrang zoals een echte bevoorrechte SE
§3. Indeling v/h gerechtelijk recht
Gerechtelijk recht kan wd opgesplitst in
– Gerechtelijk privaatrecht of burgerlijk procesrecht
– Strafprocesrecht (strafvordering)
– Administratief procesrecht
– Fiscaal procesrecht
– Tuchtprocesrecht
, 5
Hoofdstuk 3 – Burgerlijk procesrecht
§1. Begrip
Burgerlijk procesrecht of gerechtelijk privaatrecht bevat alle regels van gerechtelijk recht die betrekking
hebben op het privaatrecht.
Privaatrecht = geheel van rechtsregels die betrekking hebben op de onderlinge verhoudingen tussen burgers.
soms beschouwd als de tak v/h gerechtelijk privaatrecht dat uitsluitend betrekking heeft op de regels
betreffende het geding en het geschil.
Door anderen wd ze als synoniemen beschouwd.
§2. Takken v/h burgerlijk procesrecht
• Burgerlijk recht
• grote delen v/h sociaal recht en economisch recht.
§3. Onderdelen
1) Regels die betrekking hebben op - Rechterlijke organisatie (deel 1 Ger.W.)
- Rechtsmacht
- Bevoegdheid (deel 3 Ger.W.)
bepalen - Het kader
- De structuren
van justitie
- De organen
- De werking
- De interne taakverdeling
nodig om de rechtshandhaving in concrete gevallen mogelijk te maken en correct
te laten verlopen
2) Regels die bepalen of een rechtssubject het recht heeft een vordering bij de rechter in te stellen
de rechtsvordering of het ius agendi
3) Regels die betrekking hebben op
o de wijze waarop geschillen wd gevoerd en beslecht door de daartoe bevoegde rechter
(deel 4 Ger.W.)
o de bewijsvoering (boek 8 BW)
o de bemiddeling bij gerezen geschillen (deel 7 Ger.W.)
o collaboratieve onderhandelingen (deel 8 Ger.W.)
4) Regels die betrekking hebben op - Bewarende maatregelen
(deel 5 Ger.W.) kunnen wd genomen om rechten en aanspraken
veilig te stellen
- De tenuitvoering van rechterlijke uitspraken of
uitvoerbare titels
- De collectieve schuldenregeling