Als we kijken naar de totale bevolking naar ervaren psychische klachten, dan antwoordt 1/3
mensen positief op die vraag
Op jaarbasis kampt 1/5 minderjarigen en 1/7 volwassenen met een psychische stoornis (is
anders dan klachten gewoon)
Klachten kunnen ontwikkelen tot een stoornis, niet elke stoornis is even complex
Vaak voorkomende stoornissen: angstproblematieken, stemmingsstoornissen en
alcoholafhankelijkheid
9/10 Vlamingen in contact met psychische problemen: 51% bij zichzelf, 56% bij familielid,
56% in vriendenkring (veel mensen in contact op meerdere manieren, zie ook percentages
opgeteld)
50% van de gevallen duren langer dan een jaar (grote drempel ervaren voor hulp zoeken)
2/3 heeft hulp gezocht: 75% bij huisarts eerst, rechtstreeks bij psychiater van ADHD en
psychose
Behandeling: >50% medicatie, >30% alleen therapie, 25% medicatie combinatie met therapie
(therapie vaak nodig, alleen medicatie is niet meest ideaal)
Taboe: 1/3 zoekt geen hulp, 50% verzwijgt problemen op werk, 1/4 spreekt er met niemand
over, 1/5 voelt zich schuldig
Vrouwen hebben meer kans op
internaliserende problematieken
= stemmingsstoornissen,
angstproblematieken
Mannen neigen meer naar
externaliserende
problematieken = verslaving en
aandachts- en
gedragsproblemen
Vrouwen met ADHD vaak
ook ondergediagnoseerd
Als je kijkt naar ziekten met de grootste ziektelast
Psychische stoornissen en hart- en vaatziekten hebben meeste ziektelast
Rangorde belangrijkste oorzaken vroegtijdig overlijden mannen
Zelfmoord is bij uitstek meest voorkomende oorzaak
Rangorde belangrijkste oorzaken vroegtijdig overlijden vrouwen
Borst- en longkanker op 1, op 2 eronder dan zelfmoord
,Recente cijfers
Impact op maatschappij want deze problematiek zorgen voor druk op maatschappij,
door grote frequentie, zorgen voor beperkingen bij mensen (mensen vaak niet in
staat om te gaan werken bijvoorbeeld)
Meest voorkomende zijn angst, depressie en eetstoornissen en sinds COVID-
pandemie gaat het slechter met geestelijke gezondheid
Zelfmoord is in België één van de belangrijkste problemen voor de volksgezondheid,
het cijfer is hoog in België in vergelijking met andere Europese landen
Qua medicatie: slaap- en kalmeermiddelen neemt af, antidepressiva stijgt
Er bestaan sociale ongelijkheden in geestelijke gezondheid: meer mensen met lager
opleidingsniveau lijden meer aan psychische stoornissen
Psychische problemen bij artsen is ook een probleem bijvoorbeeld door uitputting (burn-out)
als er niet voldoende voor zichzelf gezorgd wordt dan kan je niet voor anderen gaan zorgen
Bij jongeren wereldwijd nemen ze toe
Inleiding medische psychologie
Ontmoeting tussen arts en patiënt
Arts heeft diagnostische agenda
Patiënt heeft hulpvraag-agenda
Elk vanuit eigen leefomgeving
daar zitten, dit stukje moet je
meenemen als je PT gevoel wil
geven dat je echt luistert
Agenda’s ontmoeten elkaar
normaal tijdens consultatie
Heel veel factoren spelen mee bij stellen van de hulpvraag, bijvoorbeeld wat de PT
meegemaakt heeft in zijn/haar leven dat meegespeeld heeft aan ontwikkeling klachten, wat
is de persoonlijkheid van de PT en welk effect heeft dit op bijvoorbeeld behandelingsplan, …
,Ontwikkeling en persoonlijkheid
Dit toont hoe persoonlijkheid en ontwikkeling belangrijk zijn bij ziekten
De interactie met omgeving is belangrijk
Mens is resultaat van zijn ontwikkeling
Ontwikkeling gedurende hele leven
Ontwikkeling duidt op veranderingen die zich door toenemend differentiëren
onomkeerbaar voltrekken, ontwikkeling kan je met andere woorden niet ongedaan
maken (je kan ervaringen niet wegvagen, maar er zijn syndromen waarbij kinderen
wel teruggaan in ontwikkeling maar dit komt later aan bod, in principe dus
onomkeerbaar)
Dynamisch proces dat beïnvloed wordt door individuele geaardheid, maar ook de
geaardheid van de omgeving (dus je persoonlijkheid en hoe je in leven staat heeft
invloed op je ontwikkeling)
Resultaat van deze groei bepaalt hoe je ziektes en stress beleeft
Nature vs nurture
Nature = biologisch, aangeboren eigenschappen, de erfelijke eigenschappen die we
van bij de conceptie van onze ouders hebben meegekregen = alles van ouders
meegekregen
Nurture = invloed van fysieke en sociale wereld op onze biologische make-up en
psychologische ervaringen voor en na geboorte = alles van omgeving meegekregen
eigenlijk en ervaringen die ons gedrag enzo beïnvloeden
Voorbeeld alcoholverslaving: 1) nature: studies die aantonen dat er genetische
factoren zijn zodat je meer aanleg hebt voor de verslaving 2) nurture: omgeving
bepaalt op welke manier je met alcohol omgaat bijvoorbeeld als je gezien hebt dat
alcohol gebruikt wordt om pijn te verzachten dan ga je meer geneigd zijn om dit ook
te gebruiken voor die doeleinden, dus door bijvoorbeeld dingen die je gezien hebt in
thuissituatie of elders
Verschillende visies: stabiliteit vs. plasticiteit (stabiliteit visie zegt dat dingen niet
veranderbaar zijn dus alles meer te wijten aan nature en maakt dat in die visie de
nature dus bovenhand heeft en zijn mensen die deterministisch kijken, plasticiteit
visie zegt dat er wel dingen te veranderen zijn en hier neemt nurture meer de
, bovenhand en dit gaat ervan uit dat er inderdaad dingen in de genen zijn maar er
interventies kunnen gebeuren in omgeving waardoor dit wat kan veranderen)
Tweelingenonderzoek: in zelfde gezin dan nature en nurture wat gelijk bij één-eigen
tweelingen, vroeger ook onethische studies waarbij tweelingen uit elkaar gehaald
werden en dan in verschillende omgevingen opgroeien om nurture te onderzoeken
en effect ervan en uit experimenten blijkt dat die nurture dus weldegelijk een effect
heeft
Kijken naar gedrag
Objectief observeren: bijvoorbeeld een jeugdinstelling is heel huiselijk ingedeeld
zodat je kinderen kan observeren zoals ze thuis zouden zijn, soms ga je ook mee naar
school om daar de observatie te doen
Feiten vs interpretatie: proberen interpretatie loskoppelen
Gestructureerde vs ongestructureerde observatie: gestructureerde heeft richtlijnen
over wat je wil observeren en je hebt controle over de omgeving bijvoorbeeld
kinderen opdrachten geven en dan vergelijken, ongestructureerde is als je structuur
loslaat en gewoon kijken naar hoe kind functioneert bijvoorbeeld naar de school gaan
en dan kijken hoe kind zich gedraagt dan zonder setting en opdracht en zonder
invloed van ons uit dan om natuurlijke mee te hebben
Basisprincipes observatie
Vertrouwelijkheid en discretie
Objectiviteit
Gelijke kansen (cultureel sensitief zijn)
Wees positief, focus op sterktes
Holistische benadering, kijk naar ‘hele’ kind
Minimaliseer afleidingen
Oefenen
Kijken naar ontwikkeling
Uiterlijk
Bewustzijnsniveau/reactievermogen
Motorische activiteit
Taal/spraak
Zintuigen (reacties op prikkels)
Denken/kennis (alleen weten door persoon aan te spreken)
Aandacht/activiteit/impulsiviteit/frustratietolerantie
Contact
Oefening houdingen -> adjectieven noteren dus puur
objectief beschrijven
Mannetje 1 antwoorden uit aula
Denkend
Overpeinzend
Gekruisd
Staand
Alleen laatste 2 zijn objectief, de andere hebben
interpretatie
Dus je maakt van nature uit een interpretatie om in
te schatten hoe iemand gaat reageren op je
Moeilijk om objectief te kijken en puur 1 adjectief
koppelen