100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Biologie VWO 6 H1 Voeding Samenvatting

Rating
-
Sold
-
Pages
12
Uploaded on
01-05-2021
Written in
2020/2021

Biologie VWO 6 H1 Voeding Samenvatting. Afgeleid uit het handboek 'Biologie voor jou'.

Level
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
6

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
May 1, 2021
Number of pages
12
Written in
2020/2021
Type
Summary

Subjects

Content preview

Biologie hoofdstuk 1 voeding VWO 6
P1 Voeding
Voeding is soort gebonden, bij een mens (alleseter) zijn dit de vezel- en houtstof arme delen van planten
en dierlijk voedsel.

Mensen bereiden voedsel en telen voedsel, waardoor voor ons het voedsel op veel verschillende
manieren te gebruiken is.

Gekookt plantaardig voedsel is gemakkelijker te verteren bij de mens omdat planten celwanden hebben,
en door het koken deze kapot gaan waardoor de cel inhoud vrijkomt.

P2 voedingsmiddelen en voedingsstoffen
Voedingsmiddelen: alles wat je eet of drinkt
- Plantaardig: afkomstig van planten
- Dierlijk: afkomstig van dieren
- Schimmels: champignons
- Voedingsvezels (plantaardig): onverteerbare stoffen, ze hebben celwanden (bij planten vooral
veel cellulose) dit is niet verteerbaar, dus gaat niet onverteerd door je lichaam heen maar het is
wel belangrijk anders krijg je ontstoppingen.  niet echt een voedingsstof omdat het niet
verteerd is.

Voedingsvezels:
-bevorderen de darmwerking en stoelgang
-zorgen voor een verzadigd gevoel waardoor je niet te veel gaat eten

Voedingstoffen: waar voedingsmiddelen van zijn opgebouwd
1. Eiwitten (proteïnen)
2. Koolhydraten
3. Lipiden (vetten)
4. Water
5. Mineralen (zouten)
6. Vitamines

Functies:
- Bouwstof: voor groei, ontwikkeling en herstel. Ze maken nieuwe cellen en weefsels.
- Brandstof: zorgen voor energie.
- Reservestoffen: worden opgeslagen en later gebruikt als bouw/brand stoffen
- Beschermende stof: beschermen tegen (gebreks) ziektes

Eiwitten (proteïnen):
Eiwitten zitten veel in zuivelproducten, peulvruchten, vis, vlees, eieren.

Functies:
- bouwstof: Cellen bestaan voor een groot deel uit cytoplasma wat gevormd wordt door o.a.
eiwitten.
- Celprocessen: sturen enzymen (eiwitten) aan.
- Transporteiwitten: in celmembranen.

, Opbouw:
- Een eiwit is opgebouwd uit aminozuren (20 verschillende) binas 67H.
- Oligopeptide (meer aminozuren bijelkaar)
- Polypeptide (nog meer aminozuren bij elkaar)
- Eiwit (nog meer aminozuren bij elkaar)

8 van de 20 aminozuren zijn voor de mens essentieel (staat onderaan in binas 67H aangegeven)
- Transanimering: de andere 12 aminozuren kun jezelf maken, dit doe je door het overplaatsen
van aminogroep (-NH2) van een ander aminozuur.

Eiwit dat over is:
- Je kunt ze niet opslaan als reservestof maar je verbrand ze
- Hierbij ontstaan korte koolstofketens zoals bijvoorbeeld pyrodruivenzuur, deze kunnen gewoon
in de normale dissimilatie processen opgenomen worden en hun energie opleveren.
- De aminogroepen die je overhoud is NH3 (ammoniak) dit is giftig, de lever ontgift dit ammoniak
door het aan een koolstof atoom te plakken, en dan wordt het ureum (minder giftig).

Koolhydraten:
Zitten veel in
- (plantaardige voedsel vooral) pasta, brood, aardappelen, fruit
- (dierlijk bijna niet): suiker en zetmeel

Functies:
- Belangrijk als brandstof bij verbranding van 1 gram koolhydraten komt er 12kJ energie vrij.
- Bouwstof: voor de ruggengraad van RNA (ribose) en DNA (desoxyribose).

Opbouw:
- Monosachariden, disachariden, oligosachariden, polysachariden

Koolhydraat dat over is:
- Omgezet in glycogeen en opgeslagen in de lever en in spieren. (vooral voor korte termijn)
- Omgezet in vet en opgeslagen onder de huid (in het onderhuidse bindweefsel) of rondom
organen (rondom spieren, hart en nieren).

Vetten (lipiden):
Zitten veel in: olie, pinda’s, chips, boter, vet vlees

Vetten hoeven maar weinig in voedsel te zitten omdat het lichaam glycerol en de meeste vetzuren kan
vormen uit andere organische stoffen.

Functies:
- Brandstof: 1 gram vet zorgt voor 38kJ energie teveel is opslag onder de huid (warmte)
- Bouwstoffen: fosfolipiden zitten in celmembranen heb je vetten voor nodig om op te bouwen.
- Reservestoffen: onderhuidse vetlaag

Niet veel nodig, vloeibare vetten zijn beter voor je. Onverzadigde vetzuren zijn vloeibaar bij
kamertemperatuur.
$10.78
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
noasmit2

Get to know the seller

Seller avatar
noasmit2
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
4 year
Number of followers
0
Documents
5
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions