INTERPRETEREN ONDERZOEKEN
EN THEORIEVORMEN
samenvatting
ACADEMIEJAAR 2025-2026
KUL
,Interpreteren onderzoeken en theorievormen: socio-materiële benadringen
1. Inleiding
1.1. Drie centrale kwes3es in de cursus
1. Wat maakt pedagogische wetenschappen tot wetenschap?
® Bemerk dat er een belangrijk verschil bestaat tussen pedagogie en pedagogiek cf. professionele
opleiding orthopedagogie vs. academische opleiding pedagogische wetenschappen)
® Bemerk: elke universitair geschoolde pedagoog wordt tevens geacht een onderzoek(st)er te zijn
(masterproef!).
2. Wat is eigen aan pedagogische wetenschappen?
® Opmerking: pedagogiek als een autonome wetenschappelijke discipline bestaat niet overal (bv. in de
Anglo-Amerikaanse context bestaan enkel educa&on studies: het fenomeen ‘educaHon’ wordt dan
benaderd vanuit andere disciplines)
3. Wat is een geschikt paradigma om pedagogische wetenschappen te beoefenen?
® Kernvraag: Impliceert pedagogisch onderzoek noodzakelijkerwijze interpreta&e?
® Antwoord is NEE!
® Hoe? Wat is een geschikte aanpak? Wat is een geschikt paradigma om dit beroep te beoefenen?
Dit vak is dus een vervolg op Grondslagen van kwalita&ef-pedagogisch onderzoek: interpreta&eve benaderingen
1.2. Duitse – onze eigen context
Wat is eigen aan pedagogische wetenschappen is een vraag die wij ons kunnen stellen. Verschil tussen psychologie en
pedagogische wetenschappen of sociologie. Hier eigen auteurs HjdschriRen en arHkels, en is kenmerken voor onze
culturele en linguïsHsche context.
1.3. Anglo-amerikaanse context (‘educa3on studies’) vs onze eigen context
Hier zit je met een probleem omdat de opleidingen hier helemaal anders zijn dan in onze Duitse Franstalige context.
Schotland, Australië daar bestaat pedagogiek niet. PrakHsche kunst van het onderwijzen wil dit zeggen een
professionele bachelor als leerkracht in die Engelstalige contexten.
1.4. Het primaat van betekenis en interpreta3e?
De wetenschappelijkheid van een discipline wordt gewaarborgd door het gebruik van een geschikte methode of
sterker door het paradigma dat wordt gehanteerd (d.w.z. de ten grondslag liggende visie op wat wetenschap
fundamenteel is)
TradiHoneel maakt men dan een tweedeling tussen volgende paradigma’s:
1. kwalitaHef vs wanHtaHef onderzoek
2. interpreteren vs meten
3. verstaan vs verklaren
Voor sommige disciplines is de ‘keuze’ aan welke kant men staat zonneklaar (bv. geneeskunde vs. geschiedenis), in
andere gevallen is het gebruikelijk dat beide worden erkend (bv. sociologie). Voor de pedagogische wetenschappen is
dit echter niet zonder meer duidelijk.
Volgens een tradiHonele visie moeten pedagogische wetenschappen kwalitaHef & interpretaHef zijn, en is zij dat alHjd
geweest volgens Smeyers & Smith, die zich baseren op het boek The Idea of a Social Science van Peter Winch
OPMERKING: klopt historisch niet (pedologie, experimentele pedagogiek: populair aan het begin van de 20ste eeuw)
,De vraag is echter of deze visie niet achterhaald is en of ze wel wenselijk is. Vandaar dat we in deze cursus vooral
aandacht besteden aan de socio-materiële wende (een benadering die gaat voorbij het primaat van de
betekenisgeving: Bruno Latour)
Verdere toelichHng van de les
HeeR interpretaHe wel of niet die centrale rol; over het algemeen wordt gezegd dat er twee paradigma’s zijn
kwalitaHef en kwanHtaHef experimenteel paradigma. Als je onderzoek doet, kan het zijn dat je je opstelt a.d.h.v.
kwalitaHef paradigma, dus van binnenuit begrijpen. Interpreteren en verstaan veronderstelt dit. Voor sommige
disciplines is dit heel duidelijk zoals bij geschiedenis, als je daar iets over wil zeggen moet je het volledig begrijpen.
Verplaatsen in het standpunt van hoe personen die toen leefden.
Bestaan geen enkele betekenis zoals bij fysica, zij vertrekken vanuit een kwanHtaHef paradigma. Zij vertrekken vanuit
de buitenkant, het op ene afstand plaatsen. De beste wetenschappen binnen deze branche is een computer.
Twee paradigma’s waarbij je beide kunt verzoenen, sociologie, kwanHtaHef en kwalitaHef onderzoek en kan heel
waardevol zijn hier. D.m.v. enquetes, veel data verzamelen om te bekijken hoe iets is in onze samenleving. Verband SES
en AI bijvoorbeeld.
Pedagogische wetenschappen
Enorme strijd, geen duidelijkheid over het goede paradigma. Lange Hjd duidelijk dat we voor kwalitaHef interpretaHeve
paradigma, ook als je naar de oorsprong terug gaat. In Duitsland 19de eeuw, dan is het voor veel pedagogen dat het
interpretaHef zijn als opvoedkundige fenomenen kunnen bestuderen dan moeten we het van binnenuit verstaan hoe
het is om als moeder of vader te zijn. Neemt niet weg dat er andere stemmen waren. (pedologie = visionaire
pedagogen die dachten dat we door experimentele onderzoek vormen.) Dag van vandaag meer kwanHtaHef. Vandaar
komt de vraag wat is het correcte paradigma?
» Smeyers en Smith pedagogisch onderzoek is interpreta&ef of is niet. V. zoekt naar argumenten waarom
pedagogisch onderzoek interpreta&ef dient te zijn. Week 3 zal hij vragen om intellectueel flexibel te zijn en
vragen om andere reeks argumenten te bekijken, voorbij het primaat van interpreta&e en iets anders te gaan
doen. Naast de post-humanis&sche of socio materiële paradigma, totaal andere en nieuwe manier van denken
die sinds een &ental jaar zeer sterk aan belang wint. Vertrekt niet vanuit de mens! Van mensgericht denken
naar netwerkgericht denken. Vertrekt vanuit de mens en die verweven is met niet mens verweven netwerken.
, 1.5. Opmerking over de no3e ‘paradigma’
• Thomas Kuhn: The Structure of Scien&fic Revolu&ons
(1962).
• Het gaat niet zomaar om ‘een manier van kijken’ naast
andere manieren van kijken (d.w.z. een bril die men
vrijblijvend kan op- of afzeben en waartussen men
vrijblijvend kan switchen)
• Geheel van (soms onuitgesproken) opvadngen over wat
wetenschap is: regels, procedures en assumpHes die het
mogelijk maken om aan wetenschappelijk onderzoek te
doen en over dit onderzoek zinvol te communiceren
• Paradigma’s wisselen elkaar af zonder dwingende intern-wetenschappelijke reden
• Paradigma’s zijn incommensurabel
• Er bestaat volgens Kuhn daarom niet zoiets als wetenschappelijke vooruitgang
Wanneer paradigma A en paradigma B incommensurabel zijn:
- Ofwel A, ofwel B.
- Er is geen posiHe tussenin.
- Geen communicaHe of compromis mogelijk tussen A en B
- Een ware uitspraak in A is in B niet een onware uitspraak, maar een betekenisloze uiHng (evenveel waard als
een kreet)
Paradigma wordt vaak gebruikt maar heeR een specifieke betekenis
(voorbeeld van iets dat in de eindnoot staat, dus belangrijke leerstof!)
® Wordt vaak gebruikt om aan te geven het is een bril waaruit je kijkt een perspecHef. Maar dat is te
oppervlakkig, dat wil zeggen dat je die bril kunt afzeben en een andere bril kunt opzeben. Alsof het iets
onschuldig is, daar gaat het niet over als we spreken over paradigma en als we spreken over verschillen tussen
paradigma’s. bedacht door Thomas Coul. Studie naar de natuurkunde, belangrijke studie die de overgang van
de middeleeuwse Hjd naar de moderne Hjd.
® Dus naar de moderne wetenschap en hij beweerde dat er een paradigmaHsche shiR heeR plaatsgevonden.
Niet zomaar een andere bril maar op een fundamentele manier van gedacht veranderd zijn over wat goede
wetenschap is.
Wat maakt wetenschap tot wetenschap? Dat is wetenschap omdat je vanuit een bepaald paradigma
naar de werkelijkheid kijkt en het is een niet uitgesproken reeks veronderstellingen over wat
wetenschap doet. Gaat over wat doen we als we aan wetenschap doen, axioma’s, methode, etc. =
vorm het paradigma. Zorgt ervoor dat we met elkaar kunnen spreken. Wat Coul blootlegt is dat er
verschillende paradigma’s zijn.
® Paradigma’s zijn incommensurabel, dus onvergelijkbaar, je kunt niet buiten een paradigma staan om te kijken
naar een ander en zeggen dat dit beter is dan een ander. Je zit alHjd opgesloten binnen een paradigma om een
vergelijking te maken met paradigma’s.
® Gevolg = je kunt niet zeggen dat ene beter is dan het andere of dat er vooruitgang is. Enige wat we kunnen
stellen is dat ze elkaar afwisselen. Binnen één paradigma kan er verbetering zijn, maar wanneer ze de
handvaben niet meer biedt verdwijnt het en komt er een nieuw.
EN THEORIEVORMEN
samenvatting
ACADEMIEJAAR 2025-2026
KUL
,Interpreteren onderzoeken en theorievormen: socio-materiële benadringen
1. Inleiding
1.1. Drie centrale kwes3es in de cursus
1. Wat maakt pedagogische wetenschappen tot wetenschap?
® Bemerk dat er een belangrijk verschil bestaat tussen pedagogie en pedagogiek cf. professionele
opleiding orthopedagogie vs. academische opleiding pedagogische wetenschappen)
® Bemerk: elke universitair geschoolde pedagoog wordt tevens geacht een onderzoek(st)er te zijn
(masterproef!).
2. Wat is eigen aan pedagogische wetenschappen?
® Opmerking: pedagogiek als een autonome wetenschappelijke discipline bestaat niet overal (bv. in de
Anglo-Amerikaanse context bestaan enkel educa&on studies: het fenomeen ‘educaHon’ wordt dan
benaderd vanuit andere disciplines)
3. Wat is een geschikt paradigma om pedagogische wetenschappen te beoefenen?
® Kernvraag: Impliceert pedagogisch onderzoek noodzakelijkerwijze interpreta&e?
® Antwoord is NEE!
® Hoe? Wat is een geschikte aanpak? Wat is een geschikt paradigma om dit beroep te beoefenen?
Dit vak is dus een vervolg op Grondslagen van kwalita&ef-pedagogisch onderzoek: interpreta&eve benaderingen
1.2. Duitse – onze eigen context
Wat is eigen aan pedagogische wetenschappen is een vraag die wij ons kunnen stellen. Verschil tussen psychologie en
pedagogische wetenschappen of sociologie. Hier eigen auteurs HjdschriRen en arHkels, en is kenmerken voor onze
culturele en linguïsHsche context.
1.3. Anglo-amerikaanse context (‘educa3on studies’) vs onze eigen context
Hier zit je met een probleem omdat de opleidingen hier helemaal anders zijn dan in onze Duitse Franstalige context.
Schotland, Australië daar bestaat pedagogiek niet. PrakHsche kunst van het onderwijzen wil dit zeggen een
professionele bachelor als leerkracht in die Engelstalige contexten.
1.4. Het primaat van betekenis en interpreta3e?
De wetenschappelijkheid van een discipline wordt gewaarborgd door het gebruik van een geschikte methode of
sterker door het paradigma dat wordt gehanteerd (d.w.z. de ten grondslag liggende visie op wat wetenschap
fundamenteel is)
TradiHoneel maakt men dan een tweedeling tussen volgende paradigma’s:
1. kwalitaHef vs wanHtaHef onderzoek
2. interpreteren vs meten
3. verstaan vs verklaren
Voor sommige disciplines is de ‘keuze’ aan welke kant men staat zonneklaar (bv. geneeskunde vs. geschiedenis), in
andere gevallen is het gebruikelijk dat beide worden erkend (bv. sociologie). Voor de pedagogische wetenschappen is
dit echter niet zonder meer duidelijk.
Volgens een tradiHonele visie moeten pedagogische wetenschappen kwalitaHef & interpretaHef zijn, en is zij dat alHjd
geweest volgens Smeyers & Smith, die zich baseren op het boek The Idea of a Social Science van Peter Winch
OPMERKING: klopt historisch niet (pedologie, experimentele pedagogiek: populair aan het begin van de 20ste eeuw)
,De vraag is echter of deze visie niet achterhaald is en of ze wel wenselijk is. Vandaar dat we in deze cursus vooral
aandacht besteden aan de socio-materiële wende (een benadering die gaat voorbij het primaat van de
betekenisgeving: Bruno Latour)
Verdere toelichHng van de les
HeeR interpretaHe wel of niet die centrale rol; over het algemeen wordt gezegd dat er twee paradigma’s zijn
kwalitaHef en kwanHtaHef experimenteel paradigma. Als je onderzoek doet, kan het zijn dat je je opstelt a.d.h.v.
kwalitaHef paradigma, dus van binnenuit begrijpen. Interpreteren en verstaan veronderstelt dit. Voor sommige
disciplines is dit heel duidelijk zoals bij geschiedenis, als je daar iets over wil zeggen moet je het volledig begrijpen.
Verplaatsen in het standpunt van hoe personen die toen leefden.
Bestaan geen enkele betekenis zoals bij fysica, zij vertrekken vanuit een kwanHtaHef paradigma. Zij vertrekken vanuit
de buitenkant, het op ene afstand plaatsen. De beste wetenschappen binnen deze branche is een computer.
Twee paradigma’s waarbij je beide kunt verzoenen, sociologie, kwanHtaHef en kwalitaHef onderzoek en kan heel
waardevol zijn hier. D.m.v. enquetes, veel data verzamelen om te bekijken hoe iets is in onze samenleving. Verband SES
en AI bijvoorbeeld.
Pedagogische wetenschappen
Enorme strijd, geen duidelijkheid over het goede paradigma. Lange Hjd duidelijk dat we voor kwalitaHef interpretaHeve
paradigma, ook als je naar de oorsprong terug gaat. In Duitsland 19de eeuw, dan is het voor veel pedagogen dat het
interpretaHef zijn als opvoedkundige fenomenen kunnen bestuderen dan moeten we het van binnenuit verstaan hoe
het is om als moeder of vader te zijn. Neemt niet weg dat er andere stemmen waren. (pedologie = visionaire
pedagogen die dachten dat we door experimentele onderzoek vormen.) Dag van vandaag meer kwanHtaHef. Vandaar
komt de vraag wat is het correcte paradigma?
» Smeyers en Smith pedagogisch onderzoek is interpreta&ef of is niet. V. zoekt naar argumenten waarom
pedagogisch onderzoek interpreta&ef dient te zijn. Week 3 zal hij vragen om intellectueel flexibel te zijn en
vragen om andere reeks argumenten te bekijken, voorbij het primaat van interpreta&e en iets anders te gaan
doen. Naast de post-humanis&sche of socio materiële paradigma, totaal andere en nieuwe manier van denken
die sinds een &ental jaar zeer sterk aan belang wint. Vertrekt niet vanuit de mens! Van mensgericht denken
naar netwerkgericht denken. Vertrekt vanuit de mens en die verweven is met niet mens verweven netwerken.
, 1.5. Opmerking over de no3e ‘paradigma’
• Thomas Kuhn: The Structure of Scien&fic Revolu&ons
(1962).
• Het gaat niet zomaar om ‘een manier van kijken’ naast
andere manieren van kijken (d.w.z. een bril die men
vrijblijvend kan op- of afzeben en waartussen men
vrijblijvend kan switchen)
• Geheel van (soms onuitgesproken) opvadngen over wat
wetenschap is: regels, procedures en assumpHes die het
mogelijk maken om aan wetenschappelijk onderzoek te
doen en over dit onderzoek zinvol te communiceren
• Paradigma’s wisselen elkaar af zonder dwingende intern-wetenschappelijke reden
• Paradigma’s zijn incommensurabel
• Er bestaat volgens Kuhn daarom niet zoiets als wetenschappelijke vooruitgang
Wanneer paradigma A en paradigma B incommensurabel zijn:
- Ofwel A, ofwel B.
- Er is geen posiHe tussenin.
- Geen communicaHe of compromis mogelijk tussen A en B
- Een ware uitspraak in A is in B niet een onware uitspraak, maar een betekenisloze uiHng (evenveel waard als
een kreet)
Paradigma wordt vaak gebruikt maar heeR een specifieke betekenis
(voorbeeld van iets dat in de eindnoot staat, dus belangrijke leerstof!)
® Wordt vaak gebruikt om aan te geven het is een bril waaruit je kijkt een perspecHef. Maar dat is te
oppervlakkig, dat wil zeggen dat je die bril kunt afzeben en een andere bril kunt opzeben. Alsof het iets
onschuldig is, daar gaat het niet over als we spreken over paradigma en als we spreken over verschillen tussen
paradigma’s. bedacht door Thomas Coul. Studie naar de natuurkunde, belangrijke studie die de overgang van
de middeleeuwse Hjd naar de moderne Hjd.
® Dus naar de moderne wetenschap en hij beweerde dat er een paradigmaHsche shiR heeR plaatsgevonden.
Niet zomaar een andere bril maar op een fundamentele manier van gedacht veranderd zijn over wat goede
wetenschap is.
Wat maakt wetenschap tot wetenschap? Dat is wetenschap omdat je vanuit een bepaald paradigma
naar de werkelijkheid kijkt en het is een niet uitgesproken reeks veronderstellingen over wat
wetenschap doet. Gaat over wat doen we als we aan wetenschap doen, axioma’s, methode, etc. =
vorm het paradigma. Zorgt ervoor dat we met elkaar kunnen spreken. Wat Coul blootlegt is dat er
verschillende paradigma’s zijn.
® Paradigma’s zijn incommensurabel, dus onvergelijkbaar, je kunt niet buiten een paradigma staan om te kijken
naar een ander en zeggen dat dit beter is dan een ander. Je zit alHjd opgesloten binnen een paradigma om een
vergelijking te maken met paradigma’s.
® Gevolg = je kunt niet zeggen dat ene beter is dan het andere of dat er vooruitgang is. Enige wat we kunnen
stellen is dat ze elkaar afwisselen. Binnen één paradigma kan er verbetering zijn, maar wanneer ze de
handvaben niet meer biedt verdwijnt het en komt er een nieuw.