Woordsoorten:
Voorzetsels (vz):
Een voorzetsel staat vaak voor een zelfstandig naamwoord.
voor, achter, naast, in, op, door, over, uit, boven, onder, om, tegen, aan, binnen, buiten, langs,
tijdens, sinds, bij, tot, zonder, met, behalve, naar, na, via, per, te, tegen, volgens…
Telwoorden (tw):
Een telwoord is een woord dat een aantal of een volgorde weergeeft.
Hoofdtelwoord:
Bepaald hoofdtelwoord (je weet precies hoeveel):
één, twee, vijf, tien, vijftig, honderd, duizend, honderdduizend, miljoen...
Onbepaald hoofdtelwoord (je weet niet hoeveel):
weinig, minder, minst, veel, meer, meest, enkele, enige, alle, zoveel, sommige…
Rangtelwoorden:
Bepaald rangtelwoord (je weet precies om de hoeveelste het gaat):
eerste, tweede, vijfde, dertigste, vijfenveertigste, honderdste, duizendste…
Onbepaald rangtelwoord (je weet het niet precies):
laatste, hoeveelste, middelste, zoveelste...
Zelfstandig naamwoord:
Een zelfstandig naamwoord geeft een mens, dier, ding aan. Je kan er een lidwoord voor zetten, het
verkleinen en in meervoud of enkelvoud zetten.
Hond, Spanje, plant, auto, lepel, fiets, meisje Barcelona…
Bijvoeglijk naamwoord (bn):
Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord.
Het geeft een eigenschap, kenmerk of toestand aan van een zelfstandig naamwoord.
Bijvoeglijke naamwoorden staan vaak direct voor een zelfstandig naamwoord:
Mooi, grote, kleine, rode, lelijke, grijze, kapotte, moeilijke…
Voorzetsels (vz):
Een voorzetsel staat vaak voor een zelfstandig naamwoord.
voor, achter, naast, in, op, door, over, uit, boven, onder, om, tegen, aan, binnen, buiten, langs,
tijdens, sinds, bij, tot, zonder, met, behalve, naar, na, via, per, te, tegen, volgens…
Telwoorden (tw):
Een telwoord is een woord dat een aantal of een volgorde weergeeft.
Hoofdtelwoord:
Bepaald hoofdtelwoord (je weet precies hoeveel):
één, twee, vijf, tien, vijftig, honderd, duizend, honderdduizend, miljoen...
Onbepaald hoofdtelwoord (je weet niet hoeveel):
weinig, minder, minst, veel, meer, meest, enkele, enige, alle, zoveel, sommige…
Rangtelwoorden:
Bepaald rangtelwoord (je weet precies om de hoeveelste het gaat):
eerste, tweede, vijfde, dertigste, vijfenveertigste, honderdste, duizendste…
Onbepaald rangtelwoord (je weet het niet precies):
laatste, hoeveelste, middelste, zoveelste...
Zelfstandig naamwoord:
Een zelfstandig naamwoord geeft een mens, dier, ding aan. Je kan er een lidwoord voor zetten, het
verkleinen en in meervoud of enkelvoud zetten.
Hond, Spanje, plant, auto, lepel, fiets, meisje Barcelona…
Bijvoeglijk naamwoord (bn):
Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord.
Het geeft een eigenschap, kenmerk of toestand aan van een zelfstandig naamwoord.
Bijvoeglijke naamwoorden staan vaak direct voor een zelfstandig naamwoord:
Mooi, grote, kleine, rode, lelijke, grijze, kapotte, moeilijke…