Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting inspanningsfysiologie

Rating
-
Sold
-
Pages
155
Uploaded on
04-04-2026
Written in
2025/2026

Overzichtelijke samenvatting van het vak inspanningsfysiologie (BWB226).

Institution
Course

Content preview

Aantekeningen
HC 1 10-11-2025
Inspanningsfysiologie
Fysiologie:
 Animale fysiologie – reacties op veranderingen in het externe milieu
(grotendeels aan bod gekomen in neurofysiologie).
 Vegetatieve fysiologie – reacties op veranderingen van het interne milieu
(algemene fysiologie) – homeostase = het instant houden van het interne
milieu.
Inspanningsfysiologie: aanslag op het interne milieu – het toepassen van kennis
van algemene fysiologie en neurofysiologie tijdens inspanning.
Willekeurige beweging/inspanning
Welk deel van de hersenen geeft de primaire input aan motor units voor
willekeurige aansturing van spiercontractie?
A) Basale ganglia
B) Cerebellum
C) Limbisch systeem
D) Motor cortex




Wij zijn van plan om te gaan bewegen beweging plannen via motor cortex
alfa en gamma motor neuronen aansturen andere delen van de hersenen zijn
er ook bij betrokken (supraspinaal en propriospinale output) motor axonen
via neuromusculaire overgang en sarcolemma spiervezels (excitatie-contractie
koppeling, van elektriciteit naar beweging) kruisbruggen (actine en myosine
koppelen) er wordt beweging veroorzaakt beweging kan alleen maar
plaatsvinden als ATP hydrolyseert (fosfaatgroep afsplitsen vrije energie
(beweging en warmteproductie)).
Beweging en warmteproductie dat gaat gelijkmatig op we produceren wel veel
meer warmte dan dat we bewegen van die energie daarom krijg je het ook
warm tijdens inspanning.
ATP moet gemaakt worden  zuurstof (moet via bloed aankomen, CO2
produceren (moet je vanaf)), verschillende energiebronnen nodig om ATP te
kunnen maken).

,Proprioceptie feedback over waar ons lichaam is geeft ook input richting
motor cortex, maar ook naar de motorneuronen.
Alfa motorneuronen sturen de contractiele eenheden aan die beweging
veroorzaken alfa motorneuronen belangrijk voor grof kracht leveren, fijne
motoriek  om te zorgen dat die spieren aantrekken.
Gamma motor neuronen sturen de intrafusale spiervezels aan waar de
spierspoeltjes omheen zitten gamma motor neuronen belangrijk voor besef
waar onze ledematen zijn.
Inspanning is een aanslag op het interne milieu
 Homeostase is het behoud van een relatief constant intern milieu in rust.
 Regelsystemen reguleren fysiologische variabelen (bv. Temperatuur,
bloedgas…)
Tijdens inspanning hebben we geen homeostase maar we kunnen wel een steady
state hebben (blijft gelijk).
Inspanning lichaam wordt warm als je steady state aan het lopen bent
(temperatuur blijft dan gelijk) dit noem je geen homeostase, want we zijn aan
het rennen dit een steady state, omdat het gelijk blijft.
Hoge mate inspannen steady state niet meer mogelijk.
Regelsysteem ofwel biologisch controle systeem
Uit welke 3 componenten bestaat een regelsysteem?
1. Sensor ontvangt input, gevoelig voor specifieke prikkel sensor gevoelig
voor CO2 druk, niet per se gevoelig voor VCO2 (uitgeademde CO2).
2. Regelcentrum/controlecentrum
3. Effector




 Negatieve feedback: terug naar setpoint
 Positieve feedback: destabilisatie (bevalling) voor de rest nooit goed.
 Feedforward: anticipatie op verandering spanning dat mensen naar je
kijken.
Bijna alle regelsystemen zijn negatieve feedback.
Zenuwstelsel
 Teken de onderdelen van het zenuwstelsel. Welke zijn actief tijdens
inspanning?

,  Sympathicus (autonoom zenuwstelsel, alles waar je niet bewust mee
bezig bent)
 Somatisch zenuwstelsel, alles waar je bewust mee bezig kan
ademhaling bijzonder (wordt door het somatisch zenuwstelsel
aangestuurd, maar doe je niet bewust).
 Centraal (hersenen en ruggenmerg)
 Perifeer
 Sensorisch zenuwstelsel somatisch sensorisch en visceral
sensorisch geeft afferente feedback (naar hersenen toe)
 Motorisch zenuwstelsel deze opgedeeld in somatisch en
autonoom geeft efferente feedback (van hersenen af).




Regulatie tijdens inspanning
Regulatie? Oorzaak – gevolg.
Oorzaak: input of dat je wilt bewegen.
Arbeid en vermogen
Het lichaam gebruikt energie om arbeid te leveren.
 Arbeid (Joule a.k.a. N*m) = kracht (Newton) * afstand (meter)
 Vermogen (J / s) = arbeid (Joule) / tijd (seconden)
 Vermogen (Watt) = kracht (Newton) * snelheid (m / s)
Geleverde arbeid is een vorm van energie 1 Kcal = 4186 Joule.
Wij gebruiken energie puur op beweging gericht om arbeid te leveren spieren
trekken zuurstof uit het bloed en produceren CO 2 het begint bij het leveren van
arbeid.
Vermogen arbeid per tijdseenheid.
Wij produceren metabool vermogen geleverde arbeid vorm van energie
vermogen wat je in de fiets pompt is mechanische energie en komt van metabole
energie (ATP die we in ons lichaam hebben gemaakt).
Energie meten
Ons lichaam heeft veel meer energie nodig voor het metabolisme dan in de fiets
wordt gestopt.
 Het lichaam gebruikt veel meer energie voor het metabolisme dan nodig
voor enkel de geleverde arbeid.
Energieverbruik meten:
 Brandstof + O2  ATP  mechanische energie (20%) + warmte

,Metabool vermogen bij fietsen 20%  best efficiënt 80% warmte wordt er
geproduceerd.
Grofweg: 5 kcal verbruikt voor 1 liter O2 opname (VO2).
Kijken hoeveel warmte je produceert is goede indicatie voor hoeveel
mechanische energie je levert.
Mechanische energie en warmte neemt gelijkmatig op meer mechanische
energie, meer warmte.
Oefenvraag
Hoeveel kilocalorieën verbruikt iemand tijdens 10 minuten hardlopen bij een
zuurstofopname van 2 liter per minuut? Dit ligt waarschijnlijk het dichtste bij…
A) 10 kcal
B) 40 kcal
C) 100 kcal
D) 200 kcal
Ongeveer 300 mL zuurstofopname is normaal in rust.
Practica
 Spier (zuurstof en CO2 wordt in mitochondriën opgenomen) werkt samen
met hart en longen (zuurstof en CO2 erin en eruit).
 We hebben ook nog circulatie vaten ertussen.

 Explosief vermogen (sprong) ATP opslag hoeveel ATP ligt er opgeslagen
in de spieren (1e test).
 Anaeroob vermogen (wingate) ATP opslag en ATP / PC systeem,
lactaatsysteem(2e test).
 Aeroob vermogen (submax en CPETmax) 3e test.
Demonstratie cardiopulmonale inspanningstest




Cardiopulmonale inspanningstest (CPET). Waarom?
Inzicht in fysiologische processen gedurende inspanning.
 Wordt veel gebruikt (klinisch, sport) wordt breed ingezet omdat het
een gouden standaard is voor cardiorespiratoire functie.
 v̇ O2 max is de beste voorspeller voor mortaliteit hoe hoger de v̇ O2 max,
hoe kleiner de kans dat je dood gaat.
 Diagnostische waarde voor verschillende aandoeningen die resulteren in
inspanningsintolerantie uitsluiten of het hart, long, vaat of spier
probleem is.

,  Basis voor het bepalen van een (trainings) interventie je kan een
drempelwaarde bepalen bepalen of het laag/matig/hoog intensief is.
 Effectiviteit meten van een interventie
Voorbereidende proefpersoon
Beïnvloedende factoren cardiopulmonale fysiologie?
 Voeding
 Voorgaande inspanning (spierpijn)
 Alcohol
 Cafeïne
 Drugs (EPO, astma-medicatie etc.)
 Ziekte/koorts
Drempelwaarde, maximale zuurstofopname en veiligheid dat beïnvloeden deze
factoren.
Tijdens testafname
Betrouwbaar en valide:
 Tijd van de dag (invloed op kerntemperatuur, CO2 output en O2 opname)
verschil tussen dag en nacht dus.
 Rust
 Omgevingstemperatuur  zo laag mogelijk.
 Kalibratie  gevoelige apparatuur
 Instellingen apparatuur  manier waarop drempelwaarde wordt bepaald.
Physical activity readiness questionnaire (PARQ)
Ervaren mate van inspanning (EMI) meest betrouwbare parameter.
VO2 max test
 Fractie zuurstof in de lucht (20 – 21%).
 Fractie CO2 in de lucht (nagenoeg 0%, 0,03%) Meer mensen, dan is die
hoger.
 CO2 is hoger als je zenuwachtig bent, want meer ademen, dus meer CO 2.
 RER (respiratory exchange ratio): CO2 / O2.
 VT (teugvolume) normaal halve liter (500 mL) in rust.
 BF  ademfrequentie in rust 8-12, 15 kan ook nog.
 V’E  ademminuutvolume  teugvolume * ademfrequentie.
2x toename in ademminuutvolume grove indicatie voor drempelwaarde.
Einde duizelig spieren pompfunctie om bloed terug te pompen naar je hart
inspanning stoppen pompfunctie minder minder bloed naar je hersenen en
hart daarom cool down (mechanische reden).
Tijdens een test ga je harder inspanning meer sympathische activatie vaten
krijgen vasoconstrictie, behalve in de skeletspieren die actief zijn, daar
vasodilatatie bloed zakt weg.
Bleek tijdens inspanning levensgevaarlijk, probleem met het hart.
Bleek na afstappen van fiets bloed omlaag.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
April 4, 2026
Number of pages
155
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$12.35
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
Noa06

Get to know the seller

Seller avatar
Noa06
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
8
Member since
3 year
Number of followers
3
Documents
49
Last sold
1 month ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions