Samenvatting Economie
Module 1
, ● Paragraaf 1.1
behoeften = wens die iemand vervult wilt zien
middelen = heb je nodig om in je behoefte te voorzien
schaarste = er zijn te weinig middelen om iedereen in zijn behoeftes te voorzien
alternatief aanwendbaar = je kunt het middel op verschillende manier inzetten
aanwendingsrichting = de manier waarop je het middel gebruikt
voorkeuren = gewenste aanwendingsrichting van een middel
kosten = geldwaarde van het gebruik van verbruik van productiefactoren
baten = opbrengst van het gebruik van een middel
netto baten = baten - kosten
opofferingskosten = netto baten van de best denkbare aanwendingsrichting
(opdracht 7 voor een goede uitleg)
● paragraaf 1.2
budget = bestedingsruimte
productcombinatie = combinatie van middelen waaraan het budget wordt uitgegeven
budgetlijn = de lijn met alle mogelijke combinaties van 2 producten die maximaal gekocht
kunnen worden met een bepaald budget (bron 1)
vergelijking van de budgetlijn: B = p1q1 + p2q2
budget verandering = hele lijn verschuift (blijft even scheef, dus dezelfde
richtingscoëfficiënt)
prijsverandering = snijding met x/y-as verandert (schever of minder scheef)
● Paragraaf 2.1
ruilen = uitwisseling van middelen
wederzijds voordeel = beide partijen hebben er baat bij
aanbieders= partij die middel aanbiedt
vrager = de andere partij
autarkie = een economie zonder ruil
ruilverhouding = de waarde van het ene middel uitgedrukt in het aantal eenheden van een
ander middel(bijv. 1:3)
● paragraaf 2.2
eigendomsrecht = wettig recht van eigendom
voorwaarden van wederzijds voordeel: het moet vaststaan dat aanbieder de wettige
eigenaar is + transactiekosten moeten lager zijn dan het voordeel
Patent/ octrooi = daarin staat wie de rechtmatige eigenaar is van een nieuw ontwikkeld
middel
Module 1
, ● Paragraaf 1.1
behoeften = wens die iemand vervult wilt zien
middelen = heb je nodig om in je behoefte te voorzien
schaarste = er zijn te weinig middelen om iedereen in zijn behoeftes te voorzien
alternatief aanwendbaar = je kunt het middel op verschillende manier inzetten
aanwendingsrichting = de manier waarop je het middel gebruikt
voorkeuren = gewenste aanwendingsrichting van een middel
kosten = geldwaarde van het gebruik van verbruik van productiefactoren
baten = opbrengst van het gebruik van een middel
netto baten = baten - kosten
opofferingskosten = netto baten van de best denkbare aanwendingsrichting
(opdracht 7 voor een goede uitleg)
● paragraaf 1.2
budget = bestedingsruimte
productcombinatie = combinatie van middelen waaraan het budget wordt uitgegeven
budgetlijn = de lijn met alle mogelijke combinaties van 2 producten die maximaal gekocht
kunnen worden met een bepaald budget (bron 1)
vergelijking van de budgetlijn: B = p1q1 + p2q2
budget verandering = hele lijn verschuift (blijft even scheef, dus dezelfde
richtingscoëfficiënt)
prijsverandering = snijding met x/y-as verandert (schever of minder scheef)
● Paragraaf 2.1
ruilen = uitwisseling van middelen
wederzijds voordeel = beide partijen hebben er baat bij
aanbieders= partij die middel aanbiedt
vrager = de andere partij
autarkie = een economie zonder ruil
ruilverhouding = de waarde van het ene middel uitgedrukt in het aantal eenheden van een
ander middel(bijv. 1:3)
● paragraaf 2.2
eigendomsrecht = wettig recht van eigendom
voorwaarden van wederzijds voordeel: het moet vaststaan dat aanbieder de wettige
eigenaar is + transactiekosten moeten lager zijn dan het voordeel
Patent/ octrooi = daarin staat wie de rechtmatige eigenaar is van een nieuw ontwikkeld
middel