Wereldwijs
aarde 1
HAVO
Hoofdstuk 5
Paragraaf 2 De Atlantische oceaan wordt steeds groter
Actualiteitsprincipe = dit is de aanname dat alle geologische processen die
momenteel de aarde haar vorm geven, ook in het verleden op deze wijze werkten.
In elk geologisch tijdvak waren de leefmogelijkheden voor planten, dieren, vogels en
vissen anders.
De versteende afdrukken ervan in gesteentelagen vormen gidsfossielen. Hiermee
kan je uitzoeken uit welk geologisch tijdvak een aardlaag komt.
Relatieve ouderdom =
Absolute ouderdom =
Paragraaf 3 Platentektoniek: continenten op de lopende band
De gelaagde opbouw van de aarde kan op 2 manieren worden aangegeven:
1. Letten we op dichtheid en chemische samenstelling van het gesteente, dan
spreken we van aardkern, aardmantel en aardkorst.
De aardkorst van de
continenten is het
lichtst. Bestaat uit
graniet.
De aardkorst van de
oceaanbodem is
zwaarder. Bestaat uit
basalt.
, 2. Door te letten op de mate van plasticiteit van het gesteente en op
warmtetransport en temperatuur.
De buitenkant van de aarde kunnen we indelen in de lithosfeer en de
asthenosfeer.
- Lithosfeer is de vaste koele buitenkant van de aarde. De lithosfeer
bestaat uit een aantal afzonderlijke platen die ten opzichte van elkaar
bewegen.
- Asthenosfeer is het deel direct onder de lithosfeer. Het is het deel van
de aardmantel dat plastisch is en door convectiestromingen zorgt voor
beweging van de platen.
Indeling naar dichtheid Diepte Indeling naar plasticiteit
en chemische en temperatuur
samenstelling van het
gesteente
Aardkorst 70-100 km Lithosfeer
- Oceanische korst - vast gesteente
(basalt) - Koel
- Continentale korst - Licht
(graniet)
Aardmantel 250 km Asthenosfeer
- Plastisch
- Warm
2900 km Mesosfeer (vast)
Aardkern Buitenkern (vloeibaar)
- Buitenkern (ijzer)
- Binnenkern (ijzer) 5150 km Binnenkern
- Vast
- Zwaar
- Heet
Naar de aardkern toe wordt het steeds warmer.
- Door hoeveelheid oerwarmte die tijdens het ontstaan van de aarde is
opgeslagen.
- Verval zorgt voor radioactieve elementen in de gesteenten voor continue
warmteproductie.
Gesteente geleid slecht, dus kan de warmte niet snel naar het aardoppervlak
stromen.
Convectiestromingen = zijn circulatiecellen die ontstaan bij de verhitting van
vloeistoffen of van lucht. Ze zorgen door de opstijging van warm geworden vloeistof
of lucht voor een snel zijdelings transport van warmte.
, Door convectiestromingen in de asthenosfeer zijn de platen van de lithosfeer continu
in beweging. We noemen deze verplaatsing van grote stukken aardkorst de
platentektoniek.
aarde 1
HAVO
Hoofdstuk 5
Paragraaf 2 De Atlantische oceaan wordt steeds groter
Actualiteitsprincipe = dit is de aanname dat alle geologische processen die
momenteel de aarde haar vorm geven, ook in het verleden op deze wijze werkten.
In elk geologisch tijdvak waren de leefmogelijkheden voor planten, dieren, vogels en
vissen anders.
De versteende afdrukken ervan in gesteentelagen vormen gidsfossielen. Hiermee
kan je uitzoeken uit welk geologisch tijdvak een aardlaag komt.
Relatieve ouderdom =
Absolute ouderdom =
Paragraaf 3 Platentektoniek: continenten op de lopende band
De gelaagde opbouw van de aarde kan op 2 manieren worden aangegeven:
1. Letten we op dichtheid en chemische samenstelling van het gesteente, dan
spreken we van aardkern, aardmantel en aardkorst.
De aardkorst van de
continenten is het
lichtst. Bestaat uit
graniet.
De aardkorst van de
oceaanbodem is
zwaarder. Bestaat uit
basalt.
, 2. Door te letten op de mate van plasticiteit van het gesteente en op
warmtetransport en temperatuur.
De buitenkant van de aarde kunnen we indelen in de lithosfeer en de
asthenosfeer.
- Lithosfeer is de vaste koele buitenkant van de aarde. De lithosfeer
bestaat uit een aantal afzonderlijke platen die ten opzichte van elkaar
bewegen.
- Asthenosfeer is het deel direct onder de lithosfeer. Het is het deel van
de aardmantel dat plastisch is en door convectiestromingen zorgt voor
beweging van de platen.
Indeling naar dichtheid Diepte Indeling naar plasticiteit
en chemische en temperatuur
samenstelling van het
gesteente
Aardkorst 70-100 km Lithosfeer
- Oceanische korst - vast gesteente
(basalt) - Koel
- Continentale korst - Licht
(graniet)
Aardmantel 250 km Asthenosfeer
- Plastisch
- Warm
2900 km Mesosfeer (vast)
Aardkern Buitenkern (vloeibaar)
- Buitenkern (ijzer)
- Binnenkern (ijzer) 5150 km Binnenkern
- Vast
- Zwaar
- Heet
Naar de aardkern toe wordt het steeds warmer.
- Door hoeveelheid oerwarmte die tijdens het ontstaan van de aarde is
opgeslagen.
- Verval zorgt voor radioactieve elementen in de gesteenten voor continue
warmteproductie.
Gesteente geleid slecht, dus kan de warmte niet snel naar het aardoppervlak
stromen.
Convectiestromingen = zijn circulatiecellen die ontstaan bij de verhitting van
vloeistoffen of van lucht. Ze zorgen door de opstijging van warm geworden vloeistof
of lucht voor een snel zijdelings transport van warmte.
, Door convectiestromingen in de asthenosfeer zijn de platen van de lithosfeer continu
in beweging. We noemen deze verplaatsing van grote stukken aardkorst de
platentektoniek.