1. Ontstaan van toezicht op de politie
- Toezicht op de politie is ontstaan door een gebrek aan controle en opvolging
binnen de politieorganisatie; in ons land werd een officieel controleorgaan pas
relatief laat opgericht.
- Toezicht is belangrijk omdat:
• de politie verantwoording moet afleggen aan de samenleving
• de politie accountable moet zijn (o.a. binnen Community Oriented Policing –
COP)
• de politie proactief moet communiceren
• transparantie over de werking noodzakelijk is
• de politie beschikt over een monopolie op geweld en verregaande
bevoegdheden
• de politie zich in een sterke machtspositie bevindt tegenover de burger
- De invulling van toezicht is zeer breed en omvat onder andere:
• wetgeving die het functioneren van de politie bepaalt
• verschillende overheden die toezicht uitoefenen
• vakbonden als vorm van controle
• interne elementen zoals opleiding, organisatiecultuur, uitrusting, rapportage en
monitoring
• klachtenprocedures en systemen voor de aanpak van wangedrag
• statistieken en evaluaties van het politiefunctioneren
- Een combinatie van verschillende toezichtsinstrumenten is essentieel: hoe
uitgebreider en diverser het toezicht, hoe effectiever en hoe rijker de
verantwoording (Nap & Vos, 2018).
• Lange tijd geen aandacht voor functioneren politie
• Pas in de jaren ’80 aandacht voor politie neemt toe
• Duurde tot Pinksterplan (1990), voordat een formeel controlemechanisme
werd ingevoerd → kwam door de grote incidenten Bv. bende van Nijvel,
waardoor de politie op de radar van het beleid en de wetenschap kwam
• Voerde controlemechanisme in
• Advies van Bendecommissie 1:
• Diversiteit aan politiediensten bemoeilijkt controle
1
, • Er is een versnipperd politie landschap (met nog de 3
politiediensten), wat dus de controle moeilijk maakt
• Controle op Rijkswacht is beperkt tot begroting:
controleerde dus zichzelf
• Drie voogdijministers
• 3 politiediensten en dus ook 3 voogdijministers
• 3 voogdijministers : Landsverdediging,
binnenlandse zaken en justitie → maakt
afstemming op controle moeilijk
• Magistratuur: beperkte controle
• Magistratuur zou eigenlijk de controle moeten
uitvoeren, want zij hebben de leiding en gezag over
het opsporingsonderzoek
• Gerechtelijke politie stelde zich autonoom op, dus lieten
enkel beperkte controle toe
• Gemeentepolitie: burgemeester controlerende rol
• Conclusie: nood aan extern onafhankelijk controleorgaan →
Comité P
2. Comité P
• = Vast Comité van Toezicht op de politiediensten
• Opgericht aan de hand van de Wet van 18 juli 1991
• Voortvloeisel uit het advies van bendecommissie 1 en het pinksterplan
• Baseert zich op: Basis: artikel 1 WPA
• Taak van de politie: “bescherming van de individuele rechten en vrijheden,
evenals tot de democratische ontwikkeling van de maatschappij”
• Dit staat centraal in onze politieambt en verteld ons hoe we nr de
politie kijken, hoe we de maatschappelijke rol van de politie willen
invullen en welke vorm van controle we willen (controle doe je met
als doel het bereiken van een betere politie organisatie )
2