Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 11 pages
Exam (elaborations)

examenvragen (uitwerkingen) Historische criminologie

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 11 pages

examenvragen + antwoorden uitgewerkt

Content preview

Voorbeeldvragen historische
criminologie
1) Waarom wordt de relatie tussen feit en interpretatie het ‘kernprobleem’ van historisch
onderzoek genoemd?
De moeilijke relatie tussen feit en interpretatie is het kernprobleem van de
geschiedschrijving. De feiten van het verleden worden door historici geïnterpreteerd en
hoe dat exact gebeurt, kan aan het volgende schema worden afgelezen: De vraag hoe
feiten zich tot interpretaties verhouden, speelt zich in feite tussen alle drie de pijlen af:
ten eerste is er een interpretatieprobleem wanneer een bepaalde gebeurtenis door een
waarnemer (bvb. een ooggetuige, een journalist, een familielid...) geregistreerd wordt en
schriftelijk, mondeling of audiovisueel bijvoorbeeld weergegeven wordt (bvb. in een
getuigenverklaring bij de politie, een dagboek, een foto...). De vraag is dan hoe deze
weergave, de bron, zich verhoudt tot de ‘objectieve’ feiten. Ten tweede doet zich een
interpretatieprobleem voor wanneer de historicus (of een andere onderzoeker) de bron
leest en gebruikt: interpreteert de historicus zijn bron goed en is zijn reconstructie van
de feiten correct? En ten derde doet zich een interpretatieprobleem voor wanneer de
historicus zijn vaststellingen in een verhaal ordent en verklaringen voor de feiten opstelt.
De uiteindelijke vraag is dan hoe dit verhaal van de historicus zich verhoudt tot de
oorspronkelijke gebeurtenis. Zoals het vraagteken in het schema aangeeft, kan het
onderzoeksverhaal nooit een ‘objectieve’, volledige weerspiegeling is (kan zijn) van de
feiten uit het verleden

2) Historici vinden veel sporen van 'herstelrecht' in het verleden. Geef aan wat hiermee
wordt bedoeld, wat men hieruit kan leren voor het herstelrecht vandaag, maar ook
waarmee men moet opletten bij het vergelijken van verleden en heden.
In het verleden maakten alle sociale groepen gebruik van vormen van dader-slachtoffer
bemiddeling, onder toezicht van sleutelfiguren uit de lokale gemeenschap, die hetzij tot een
schikking of ‘compositie’ leidden, hetzij tot informele correctie van de dader. Die elementen
staan ook vandaag centraal in het herstelrecht. Mogelijke lessen hieruit zijn dat de Westerse
samenleving al een langere traditie van informele conflictoplossing kent die maakt dat daar
ook vandaag nog een belangrijk cultureel en maatschappelijk draagvlak voor bestaat. Men
mag echter niet vergeten dat de 21ste- eeuwse samenleving fundamenteel anders is dan de
vroegere en dat oude vormen van herstelrecht niet zonder meer naar het heden kunnen
worden getransponeerd. Tegelijkertijd moet men opletten met het idealiseren of
romantiseren van informele conflictoplossing uit het verleden: deze praktijken gingen
gepaard met een bijzonder scherpe informele sociale controle en ook met uitsluiting van
families en individuen die als onvoldoende geïntegreerd in de lokale gemeenschap en
daardoor als ‘buitenstaanders’ werden beschouwd.

, 3) Leg uit wat men verstaat onder 'publieke strafrechtsbedeling' en hoe deze zich
ontwikkelde

Publieke strafrechtsbedeling betekent dat rechtspraak en bestraffing in handen zijn van een
publieke overheid en steunen op een strafrecht opgesteld door die overheid. Voordien was
er enkel particuliere conflictbeslechting en bestraffing door de gemeenschap, steunend op
het veterecht. Dit gaat evolueren naar een systeem waarin centrale overheden
conflictbeslechting naar zich toe trekken door verzoening en schadevergoeding te
verplichten, officiële strafwetgeving afkondigen en het particuliere veterecht aan banden
leggen. De opkomst hiervan start in Europa met het Karolingische Rijk (8ste- 10de eeuw): dit
was een eerste hiërarchisch staatsverband waarbij een publiek strafrecht voor vrije mensen
(i.p.v. enkel slaven) werd uitgebouwd. Na het verval van dit Rijk ging deze evolutie weer
trager verlopen, maar door de invloed van de Kerk, die de zgn. ‘Godsvrede’ oplegde (de
verplichting voor gelovigen om hun conflicten vreedzaam te beslechten), viel ze niet stil.
Tegen de 16de eeuw was het publieke strafproces doorgebroken in grote delen van Europa.

4) Wat verstond Adolphe Quetelet onder zijn aanpak van ‘sociale fysica’?
Adolphe Quetelet maakte deel uit van de Belgisch-Franse moreel-statistische school die
actief was in het midden van de 19de eeuw, samen met Guérry (FR) en Ducpétiaux (BE). Zijn
sociale fysica had tot doel maatschappelijke fenomenen met behulp van statistische
gegevens in kaart te brengen en te verklaren. Naar analogie met de fysica, streefde Quetelet
naar het ontwikkelen van algemene, toetsbare stellingen of ‘wetten’ over de samenleving en
haar problemen (= aanzet tot moderne sociologie). Dat zie je terug in de titel van zijn
voornaamste werk “Du système social et des lois qui le régissent” [mag uiteraard vertaald:
‘Over het maatschappelijke systeem en de wetten die het sturen’]. Zijn werk gaf een
belangrijke impuls aan de ontwikkeling van criminele statistieken in Europa, om het misdaad-
en strafbeleid te onderbouwen. [In de plaats van de vorige zin is korte uitleg over zijn studie
en bevindingen in verband met de oorzaken van misdaad, als toepassing van die sociale
fysica, ook prima].




5) Tussen 1750 en 1940 is een evolutie te zien in het denken over bestraffing en in de
soorten straffen. Noem twee punten van verandering en één punt van continuïteit
Veranderingen: Er deed zich een verschuiving voor in het denken over het doel van de straf
en dus ook in het type opgelegde straffen: van de wreedaardige straf, gericht op het lichaam,
als vergelding en afschrikkingsmiddel naar de straf van vrijheidsberoving, gericht op de ziel,
als ‘behandeling’ (sloot aan bij nieuwe beeld van de zieke crimineel). Ook kwam er een
verschuiving van straffen louter gericht op particuliere vergelding (oog om oog, tand om tand
principe) naar straffen die ook het algemeen belang dienen en ‘produktief’ zijn voor de
samenleving, waarbij de klemtoon op arbeids- en taakstraffen en op resocialisatie kwam te
liggen. Een punt van continuïteit is het eeuwige debat tussen voor- en tegenstanders van
hulp of straf: de straf ter heropvoeding versus de straf als vergelding. Tijdens de voorbije
twee eeuwen pendelden het strafbeleid en -klimaat continu heen en weer tussen beide
polen.

Document information

Study
Uploaded on
April 2, 2026
Number of pages
11
Written in
2024/2025
Type
Exam (elaborations)
Contains
Questions & answers
$18.99

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
1
Followers
0
Items
28
Last sold
1 month ago


Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions