Hoofdstuk 1: De doorbraak van de burgerlijke
parlementair-constitutionele staat (1830 – 1848)
Inleiding:
Het jaar 1830 – 1848 is een overgangsperiode van het Ancien Régime, dus van de oude
samenleving, naar een industriële burgerlijke samenleving. In het Ancien Régime wonen dus
veel mensen nog op het platteland, ze zijn afhankelijk van hun landbouw, ze maken deel uit
van de landbouweconomie. De macht lag bij de vorst en de kerk, de vorst gaat dus alleen
heersen en hij wordt gelegitimeerd door god. De vorst heerst over een grondgebied en heeft
zijn onderdanen. De kerk aan de andere kant heeft ook zijn macht: ze heeft haar eigen
rechtbanken. De kerk voert spraken uit voor huwelijken, afstammingen,…. De adel en de kerk
zijn de privilegieerde standen. Hoewel er ongelijkheid is in de maatschappij voor de 3 de stand
(dit is een grote groep van boeren en stedelingen), vond men deze ongelijkheid niet
abnormaal, de mensen zijn gelovig en vinden dus dat er een bepaalde sociale positie is in de
maatschappij waarbij de regels niet hetzelfde moeten zijn voor iedereen. In de 19 e eeuw
begint dit te veranderen door de verlichting, wetenschap en de filosofie. Jozef II, onze keizer,
die probeert om deze privileges van de kerk en de adel te breken, later ook de Franse
Revolutie. Deze overgang is niet alleen een economische maar ook een politieke overgang.
De kerk aan de andere kant verliest zijn bezittingen onder het Franse regime (1795), dit
vreest ze nu met de Verenigde Koninkrijk Der Nederlanden (1814-1815) en zal dus in de
Belgische Revolutie proberen om haar macht te grijpen. Willem I wordt een verlicht despoot
genoemd, dit betekent dat hij zich wel inzet voor progressie in de samenleving maar zelf de
absolute macht heeft. Hij had wel tolerantie tegen het geloof maar was wel voor de
economische vooruitgang. Door nieuwe wetenschappelijke technieken te gebruiken in de
industrie komt er meer productie. De industriëlen worden dus alleen maar rijker terwijl de
arbeiders zullen lijden door slechte omstandigheden in deze fabrieken. De lonen zijn te laag,
… De overgang zal geen zwart-wit overgang zijn, dat zul je ook zien met de kerk bijvoorbeeld.
Ancien Régime
Het Ancien Régime was een periode die plaats vond in ongeveer de 16e en de 17e eeuw. Deze
periode zullen wij hebben tot aan de Franse Revolutie, tot aan de aanhechting met Frankrijk
in 1795. De macht lag bij de vorst maar hij kan niet alles doen wat hij wil. De vorst moet
rekening houden met de meningen van 3 standen. Deze standen zijn de clerus (paters,
nonnen, priesters,…), de adel (bezitten grond, zijn rijk) en de 3e stand (boeren & stedelingen).
Ze komen samen in Statenvergaderingen, deze zijn vergaderingen in elke provincie. Je zou
het een confederaal systeem kunnen noemen. Een confederaal systeem is een systeem
waarin de regionale overheden meer macht hebben dan de centrale overheid. Aantal
voorbeelden zijn: Vlaanderen, Brabant, Henegouwen,… Onze gebieden waren vroeger in 2
,hoofdblokken: het Prinsbisdom Luik (deze was dus apart) & Zuidelijke Nederlanden. In het
Zuidelijke Nederlanden had je meer Nederlandstalige inwoners dan de Franstalige. Brussel
was onze hoofdstad en ze bestuurde dus de andere provincies en er waren ook meer
Nederlandstaligen in Brussel. Onze gebieden werden bestuurd vanuit Wenen (Oostenrijk).
Daarnaast hadden we ook 2 schoonmoederregimes: Groot-Brittannië en de voorganger van
Nederland (Der Verenigde Provinciën). Nederland: 1) versterkingen gecreëerd in onze
gebieden om Nederland te verdedigen tegen aanvallen uit Frankrijk, 2) haven van Antwerpen
werd onderworpen waardoor de economie niet goed was in Antwerpen en 3) wij mochten
geen overzeese kolonies stichten (naar Afrika, Azië,...). We kunnen dus hieruit besluiten dat
de macht bij ons verdeeld is: er is een grote invloed van de kerk en op internationaal gebied
zijn wij afhankelijk van de andere landen, België bestaat niet we zijn maar een geheel van
provincies die vanuit Wenen wordt bestuurd.
Franse Régime (DIB)
In het jaar 1795 komen de Fransen in ‘België’. ‘België’ wordt een deel van Frankrijk: 1) we
worden geannexeerd door Frankrijk, we worden een eenheidsstaat. 2) Er zijn geen
vorstendommen maar departementen, voor de Franse Régime hadden de provincies elk een
eigen grondwet en dus vinden ze dat ze elk aparte geconstitueerde (grondwettelijke)
entiteiten (gehelen) zijn. Daarnaast gaan de Fransen het leenrecht en de privileges
afschaffen: 1) er is sprake van een nationale soevereiniteit, dit wil dus zeggen dat alle burgers
samen een natie vormen en deze natie is de soevereiniteit van dat land. En de wet is dezelfde
voor alle leden van die natie. De macht gaat uit van de verkozenen van het volk (=nationale
soevereiniteit), dit gaan we in de Belgische Revolutie terug willen. 2) De afschaffing van de
privileges leidt dus tot aanvallen tegen de rijkdom van de kerk. De kerk was heel rijk, ze had
ongeveer 30-35% van de grondgebieden, er werden bij ons kathedralen bijvoorbeeld
afgebroken. De goederen van de kerk werden openbaar verkocht. Soms werden er goederen
gekocht door industriëlen (bijvoorbeeld een fabriek in een klooster). De macht van de kerk
gaat achteruit terwijl de macht van de industriëlen en burgerij vooruitgaat. Ook komt er dus
een nieuw juridisch systeem: 1) de Fransen stellen een systeem van rechtbanken die de
corrupte oude rechtbanken vervangen. 2) Ze voeren wetboeken in: Burgerlijk Wetboek,
Strafwetboek,…. En 3) ze gaan een einde maken van de versnippering van het recht. Er is een
exit van gewoonterecht. Dit nieuw systeem zorgt ervoor dat de juristen opnieuw gaan
moeten studeren. Bovendien gaan ze de haven van Antwerpen weer vrijmaken. Antwerpen
werd vroeger geblokkeerd door Nederland. De eigendommen van de kerk worden
geconfisqueerd1, de Fransen hadden problemen met priesters die geen eed van trouwen2 in
de republiek wilden afleggen. Tot in 1801, Napoleon sluit een concordaat met de kerk. Dit is
een soort verdrag waarin de Kerk compensaties krijgt voor de schade die haar is toegediend.
1) De priesters krijgen weddes3 en 2) de kerkgebouwen worden beheerd door kerkfabrieken.
1
Het in beslag nemen en toewijzen van onroerend goed of ander bezit aan openbaar bezit, als straf voor schending van de wet
2
Twijfel
3
Soort loon
,Deze kerkfabrieken krijgen van de staat geld voor als er renovaties,… moeten gedaan
worden.
Val van het Franse Régime
In 1813-1814 worden de Fransen verslagen4. Er is een onzekerheid van wat er met onze
gebieden moeten gebeuren. Oostenrijk laat onze gebieden gaan, het is te ver en het Franse
recht werd al toegepast. Er is dus de vraag gekomen wat er nu met de voormalige
Oostenrijkse Nederlanden en Luik.
Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815)
Willem I wil de voormalige Oostenrijkse Nederlanden en Luik bij Nederland voegen. Hij wil
deze gebieden ook verdedigen zodat de Fransen Duitsland niet kunnen binnenvallen.
In het Congres van Wenen (1814-1815) gaan de grootmachten akkoord dat Willem I vorst
mag worden van het Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. Het samenvoegen van deze 2
landen is een gevolg van de internationale politiek. In het Congres van Wenen wordt het
zuiden met het noorden samengevoegd, het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. 1) Er
wordt een bufferstaat gevormd tegen Frankrijk. Dit was om de macht van de Fransen tegen
te houden en ook om Duitsland te beveiligen. Er worden op Franse kosten5 forten gebouwd,
het wordt een sterk gecentraliseerd land. En 2) dit betekende dus ook een uitbreiding voor
het huis van Oranje. Het Huis van Oranje werd verheven tot koninklijke status toen Willem I
werd uitgeroepen tot Koning der Nederlanden. Willem I kreeg les Départements Réunis
(huidige België) maar ook Luxemburg, de zone rond Maastricht en de huidige Limburg een
apart statuut waarbij Willem I groot hertog werd. Deze laatste 3 gebieden maakten deel uit
van het Duitse Bond om Duitsland te beveiligen en ook om zo te kunnen interveniëren mocht
er iets fout gaan. Side note om te onthouden: Willem I was een belangrijk aandeelhouder
van het Société Générale.
Problemen voor de Belgen
Er komt de grondwet (1815) die voor problemen zal zorgen. De Europese Grootmachten
willen dat de ideeën van de Fransen verdwijnen, ze willen dus dat de vorst de grondwet aan
zijn onderdanen geeft. 1) De macht gaat uit van de vorst, dus Willem I. Willem I had geen
ministeriële verantwoordelijkheid6. Dit wil zeggen dat Willem I zelf ministers kon aanstellen of
ontslaan. Door dit is er de minister van Maanen die de persvrijheid zal onderdrukken en de
journalisten zal vervolgen. Willem I kan dus zowel in de wetgevende macht als in de
4
Door een coalitie van enerzijds Britse, Nederlandse en Hannoverse eenheden
5
De Fransen worden gedurende 3 jaar militair bezet
6
De minister is verantwoordelijk tegenover het parlement, in dit geval is de minister verantwoordelijk tegenover de koning, in ons systeem
moet de minister tekenen als er iets uitgeoefend moet worden maar hij moet ook rekening houden met het parlement of zij dit aanvaarden
of niet en hier heb je dat dus niet
, uitvoerende macht tussenkomen. Daarnaast kon hij tussenkomen in processen. De rechters
zijn dus niet 100% onafhankelijk. 2) Willem I gaat de 1ste zitting van het Statengeneraal
openen in Brussel met een bikameraal7 systeem. Het Statengeneraal is een vergadering van
alle standenvergaderingen (Vlaanderen, Zeeland, Holland,…). De vertegenwoordiging van
zuid en noord is 50/50 terwijl het zuiden toen groter was, hier waren de Belgen niet blij mee.
Er was een tienjarige begroting8, dit wil zeggen dat de staat om de 10 jaar belastingen int
zonder dat er controle is. Daarnaast is het noorden protestant terwijl het zuiden katholiek is.
De goddeloze koning Willem I wil macht grijpen in het onderwijs waardoor de kerk boos
wordt omdat ze zelf het monopolie had in het Ancien Régime. Willem I trekt de noordelijke
Nederlanders voort bij de benoeming in het leger, magistratuur9,… waardoor de zuiderlingen
niet voort kunnen in hun carrière.
De Belgische Revolutie in 1830
Er breekt een revolutie uit in het zuiden van de Verenigde Koninkrijk der Nederlanden. Eind
augustus 1830 zijn er rellen in het centrum van Brussel. De politie doet niets en blijft rustig
waardoor er een machtsvacuüm10 ontstaat. De revolutionairen richtten hierdoor een
burgerwacht11, ze gaan de controle overnemen. De revolutionairen in het centraal comité
noemen zichzelf het Voorlopig Bewind. De leden van het Voorlopig Bewind leiden de
revolutie. Wie zijn deze leden? Dit zijn een lijst van jonge mannen die universitaire studies
hebben. Er zit een mengeling van liberalen en katholieken van burgerlijke en adellijke
elementen. De Nederlanders trekken zich terug.
België zat voorlopig nog in een transitiefase: hoewel er nog landbouw was begon België,
onder andere dankzij Willem 1, een jong industrieland te worden. Maar in 1829-1830 gaat de
industrie slechter waardoor er meer arbeiders ontslagen worden en zo meer armoede
ontstaat. Daarom gaan de armen dus ook meedoen aan die revolutie. Jammer genoeg voor
de arbeiders zullen ze toch gemarginaliseerd12 worden ookal zijn zij diegene die de revolutie
gemaakt hebben, ze worden uitgesloten van de macht. Er zijn 2 oppositiegroepen die zich
tegen Willem I gaan verzetten.
De liberale middenklasse:
Er zitten jonge mensen die sociaal omhoog willen klimmen, ze kunnen een enorme carrière
voorsprong krijgen. De liberale middenklasse willen de Franse Revolutie verderzetten. Ze
willen de macht breken van de koning. Ze vinden dus m.a.w. dat de koning te veel macht
heeft. Wat zijn de eisen van de liberale middenklasse? 1) Volkssoevereiniteit: het volk kiest
zelf zijn machthebbers. 2) Een parlementair regime: de macht gaat uit van het parlement. 3)
7
Eerste en tweede kamer
8
Planning van de staat over wat ze uitgeven, het budget
9
Alle leden van de rechterlijke macht
10
Niemand is de baas
11
Burgers gaan in controle staan
12
Onbelangrijk maken
parlementair-constitutionele staat (1830 – 1848)
Inleiding:
Het jaar 1830 – 1848 is een overgangsperiode van het Ancien Régime, dus van de oude
samenleving, naar een industriële burgerlijke samenleving. In het Ancien Régime wonen dus
veel mensen nog op het platteland, ze zijn afhankelijk van hun landbouw, ze maken deel uit
van de landbouweconomie. De macht lag bij de vorst en de kerk, de vorst gaat dus alleen
heersen en hij wordt gelegitimeerd door god. De vorst heerst over een grondgebied en heeft
zijn onderdanen. De kerk aan de andere kant heeft ook zijn macht: ze heeft haar eigen
rechtbanken. De kerk voert spraken uit voor huwelijken, afstammingen,…. De adel en de kerk
zijn de privilegieerde standen. Hoewel er ongelijkheid is in de maatschappij voor de 3 de stand
(dit is een grote groep van boeren en stedelingen), vond men deze ongelijkheid niet
abnormaal, de mensen zijn gelovig en vinden dus dat er een bepaalde sociale positie is in de
maatschappij waarbij de regels niet hetzelfde moeten zijn voor iedereen. In de 19 e eeuw
begint dit te veranderen door de verlichting, wetenschap en de filosofie. Jozef II, onze keizer,
die probeert om deze privileges van de kerk en de adel te breken, later ook de Franse
Revolutie. Deze overgang is niet alleen een economische maar ook een politieke overgang.
De kerk aan de andere kant verliest zijn bezittingen onder het Franse regime (1795), dit
vreest ze nu met de Verenigde Koninkrijk Der Nederlanden (1814-1815) en zal dus in de
Belgische Revolutie proberen om haar macht te grijpen. Willem I wordt een verlicht despoot
genoemd, dit betekent dat hij zich wel inzet voor progressie in de samenleving maar zelf de
absolute macht heeft. Hij had wel tolerantie tegen het geloof maar was wel voor de
economische vooruitgang. Door nieuwe wetenschappelijke technieken te gebruiken in de
industrie komt er meer productie. De industriëlen worden dus alleen maar rijker terwijl de
arbeiders zullen lijden door slechte omstandigheden in deze fabrieken. De lonen zijn te laag,
… De overgang zal geen zwart-wit overgang zijn, dat zul je ook zien met de kerk bijvoorbeeld.
Ancien Régime
Het Ancien Régime was een periode die plaats vond in ongeveer de 16e en de 17e eeuw. Deze
periode zullen wij hebben tot aan de Franse Revolutie, tot aan de aanhechting met Frankrijk
in 1795. De macht lag bij de vorst maar hij kan niet alles doen wat hij wil. De vorst moet
rekening houden met de meningen van 3 standen. Deze standen zijn de clerus (paters,
nonnen, priesters,…), de adel (bezitten grond, zijn rijk) en de 3e stand (boeren & stedelingen).
Ze komen samen in Statenvergaderingen, deze zijn vergaderingen in elke provincie. Je zou
het een confederaal systeem kunnen noemen. Een confederaal systeem is een systeem
waarin de regionale overheden meer macht hebben dan de centrale overheid. Aantal
voorbeelden zijn: Vlaanderen, Brabant, Henegouwen,… Onze gebieden waren vroeger in 2
,hoofdblokken: het Prinsbisdom Luik (deze was dus apart) & Zuidelijke Nederlanden. In het
Zuidelijke Nederlanden had je meer Nederlandstalige inwoners dan de Franstalige. Brussel
was onze hoofdstad en ze bestuurde dus de andere provincies en er waren ook meer
Nederlandstaligen in Brussel. Onze gebieden werden bestuurd vanuit Wenen (Oostenrijk).
Daarnaast hadden we ook 2 schoonmoederregimes: Groot-Brittannië en de voorganger van
Nederland (Der Verenigde Provinciën). Nederland: 1) versterkingen gecreëerd in onze
gebieden om Nederland te verdedigen tegen aanvallen uit Frankrijk, 2) haven van Antwerpen
werd onderworpen waardoor de economie niet goed was in Antwerpen en 3) wij mochten
geen overzeese kolonies stichten (naar Afrika, Azië,...). We kunnen dus hieruit besluiten dat
de macht bij ons verdeeld is: er is een grote invloed van de kerk en op internationaal gebied
zijn wij afhankelijk van de andere landen, België bestaat niet we zijn maar een geheel van
provincies die vanuit Wenen wordt bestuurd.
Franse Régime (DIB)
In het jaar 1795 komen de Fransen in ‘België’. ‘België’ wordt een deel van Frankrijk: 1) we
worden geannexeerd door Frankrijk, we worden een eenheidsstaat. 2) Er zijn geen
vorstendommen maar departementen, voor de Franse Régime hadden de provincies elk een
eigen grondwet en dus vinden ze dat ze elk aparte geconstitueerde (grondwettelijke)
entiteiten (gehelen) zijn. Daarnaast gaan de Fransen het leenrecht en de privileges
afschaffen: 1) er is sprake van een nationale soevereiniteit, dit wil dus zeggen dat alle burgers
samen een natie vormen en deze natie is de soevereiniteit van dat land. En de wet is dezelfde
voor alle leden van die natie. De macht gaat uit van de verkozenen van het volk (=nationale
soevereiniteit), dit gaan we in de Belgische Revolutie terug willen. 2) De afschaffing van de
privileges leidt dus tot aanvallen tegen de rijkdom van de kerk. De kerk was heel rijk, ze had
ongeveer 30-35% van de grondgebieden, er werden bij ons kathedralen bijvoorbeeld
afgebroken. De goederen van de kerk werden openbaar verkocht. Soms werden er goederen
gekocht door industriëlen (bijvoorbeeld een fabriek in een klooster). De macht van de kerk
gaat achteruit terwijl de macht van de industriëlen en burgerij vooruitgaat. Ook komt er dus
een nieuw juridisch systeem: 1) de Fransen stellen een systeem van rechtbanken die de
corrupte oude rechtbanken vervangen. 2) Ze voeren wetboeken in: Burgerlijk Wetboek,
Strafwetboek,…. En 3) ze gaan een einde maken van de versnippering van het recht. Er is een
exit van gewoonterecht. Dit nieuw systeem zorgt ervoor dat de juristen opnieuw gaan
moeten studeren. Bovendien gaan ze de haven van Antwerpen weer vrijmaken. Antwerpen
werd vroeger geblokkeerd door Nederland. De eigendommen van de kerk worden
geconfisqueerd1, de Fransen hadden problemen met priesters die geen eed van trouwen2 in
de republiek wilden afleggen. Tot in 1801, Napoleon sluit een concordaat met de kerk. Dit is
een soort verdrag waarin de Kerk compensaties krijgt voor de schade die haar is toegediend.
1) De priesters krijgen weddes3 en 2) de kerkgebouwen worden beheerd door kerkfabrieken.
1
Het in beslag nemen en toewijzen van onroerend goed of ander bezit aan openbaar bezit, als straf voor schending van de wet
2
Twijfel
3
Soort loon
,Deze kerkfabrieken krijgen van de staat geld voor als er renovaties,… moeten gedaan
worden.
Val van het Franse Régime
In 1813-1814 worden de Fransen verslagen4. Er is een onzekerheid van wat er met onze
gebieden moeten gebeuren. Oostenrijk laat onze gebieden gaan, het is te ver en het Franse
recht werd al toegepast. Er is dus de vraag gekomen wat er nu met de voormalige
Oostenrijkse Nederlanden en Luik.
Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815)
Willem I wil de voormalige Oostenrijkse Nederlanden en Luik bij Nederland voegen. Hij wil
deze gebieden ook verdedigen zodat de Fransen Duitsland niet kunnen binnenvallen.
In het Congres van Wenen (1814-1815) gaan de grootmachten akkoord dat Willem I vorst
mag worden van het Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. Het samenvoegen van deze 2
landen is een gevolg van de internationale politiek. In het Congres van Wenen wordt het
zuiden met het noorden samengevoegd, het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. 1) Er
wordt een bufferstaat gevormd tegen Frankrijk. Dit was om de macht van de Fransen tegen
te houden en ook om Duitsland te beveiligen. Er worden op Franse kosten5 forten gebouwd,
het wordt een sterk gecentraliseerd land. En 2) dit betekende dus ook een uitbreiding voor
het huis van Oranje. Het Huis van Oranje werd verheven tot koninklijke status toen Willem I
werd uitgeroepen tot Koning der Nederlanden. Willem I kreeg les Départements Réunis
(huidige België) maar ook Luxemburg, de zone rond Maastricht en de huidige Limburg een
apart statuut waarbij Willem I groot hertog werd. Deze laatste 3 gebieden maakten deel uit
van het Duitse Bond om Duitsland te beveiligen en ook om zo te kunnen interveniëren mocht
er iets fout gaan. Side note om te onthouden: Willem I was een belangrijk aandeelhouder
van het Société Générale.
Problemen voor de Belgen
Er komt de grondwet (1815) die voor problemen zal zorgen. De Europese Grootmachten
willen dat de ideeën van de Fransen verdwijnen, ze willen dus dat de vorst de grondwet aan
zijn onderdanen geeft. 1) De macht gaat uit van de vorst, dus Willem I. Willem I had geen
ministeriële verantwoordelijkheid6. Dit wil zeggen dat Willem I zelf ministers kon aanstellen of
ontslaan. Door dit is er de minister van Maanen die de persvrijheid zal onderdrukken en de
journalisten zal vervolgen. Willem I kan dus zowel in de wetgevende macht als in de
4
Door een coalitie van enerzijds Britse, Nederlandse en Hannoverse eenheden
5
De Fransen worden gedurende 3 jaar militair bezet
6
De minister is verantwoordelijk tegenover het parlement, in dit geval is de minister verantwoordelijk tegenover de koning, in ons systeem
moet de minister tekenen als er iets uitgeoefend moet worden maar hij moet ook rekening houden met het parlement of zij dit aanvaarden
of niet en hier heb je dat dus niet
, uitvoerende macht tussenkomen. Daarnaast kon hij tussenkomen in processen. De rechters
zijn dus niet 100% onafhankelijk. 2) Willem I gaat de 1ste zitting van het Statengeneraal
openen in Brussel met een bikameraal7 systeem. Het Statengeneraal is een vergadering van
alle standenvergaderingen (Vlaanderen, Zeeland, Holland,…). De vertegenwoordiging van
zuid en noord is 50/50 terwijl het zuiden toen groter was, hier waren de Belgen niet blij mee.
Er was een tienjarige begroting8, dit wil zeggen dat de staat om de 10 jaar belastingen int
zonder dat er controle is. Daarnaast is het noorden protestant terwijl het zuiden katholiek is.
De goddeloze koning Willem I wil macht grijpen in het onderwijs waardoor de kerk boos
wordt omdat ze zelf het monopolie had in het Ancien Régime. Willem I trekt de noordelijke
Nederlanders voort bij de benoeming in het leger, magistratuur9,… waardoor de zuiderlingen
niet voort kunnen in hun carrière.
De Belgische Revolutie in 1830
Er breekt een revolutie uit in het zuiden van de Verenigde Koninkrijk der Nederlanden. Eind
augustus 1830 zijn er rellen in het centrum van Brussel. De politie doet niets en blijft rustig
waardoor er een machtsvacuüm10 ontstaat. De revolutionairen richtten hierdoor een
burgerwacht11, ze gaan de controle overnemen. De revolutionairen in het centraal comité
noemen zichzelf het Voorlopig Bewind. De leden van het Voorlopig Bewind leiden de
revolutie. Wie zijn deze leden? Dit zijn een lijst van jonge mannen die universitaire studies
hebben. Er zit een mengeling van liberalen en katholieken van burgerlijke en adellijke
elementen. De Nederlanders trekken zich terug.
België zat voorlopig nog in een transitiefase: hoewel er nog landbouw was begon België,
onder andere dankzij Willem 1, een jong industrieland te worden. Maar in 1829-1830 gaat de
industrie slechter waardoor er meer arbeiders ontslagen worden en zo meer armoede
ontstaat. Daarom gaan de armen dus ook meedoen aan die revolutie. Jammer genoeg voor
de arbeiders zullen ze toch gemarginaliseerd12 worden ookal zijn zij diegene die de revolutie
gemaakt hebben, ze worden uitgesloten van de macht. Er zijn 2 oppositiegroepen die zich
tegen Willem I gaan verzetten.
De liberale middenklasse:
Er zitten jonge mensen die sociaal omhoog willen klimmen, ze kunnen een enorme carrière
voorsprong krijgen. De liberale middenklasse willen de Franse Revolutie verderzetten. Ze
willen de macht breken van de koning. Ze vinden dus m.a.w. dat de koning te veel macht
heeft. Wat zijn de eisen van de liberale middenklasse? 1) Volkssoevereiniteit: het volk kiest
zelf zijn machthebbers. 2) Een parlementair regime: de macht gaat uit van het parlement. 3)
7
Eerste en tweede kamer
8
Planning van de staat over wat ze uitgeven, het budget
9
Alle leden van de rechterlijke macht
10
Niemand is de baas
11
Burgers gaan in controle staan
12
Onbelangrijk maken