Leerpad: Verzuring en vermesting 2025
Emissies N-,S- en P-verbindingen: verzuring en vermesting
= Verzuring
o Verzuring ontstaat door luchtvervuilende stoffen zoals
zwaveldioxide (SO₂), stikstofoxiden (NOx) en ammoniak
(NH₃).
o Deze stoffen komen in de atmosfeer en vormen daar zwavelzuur
(H₂SO₄) en salpeterzuur (HNO₃).
o Die zuren komen op de aarde terecht via depositie.
Soorten depositie
o Natte depositie: zure stoffen komen met regen, sneeuw of
hagel op de bodem.
o Droge depositie: gassen of stofdeeltjes slaan rechtstreeks neer
op bodem en planten.
o Occulte depositie: via mist, dauw of lage wolken (vooral in
berggebieden).
Gevolgen van verzuring
o Verandering van de pH van bodem en water.
o Schade aan planten en bossen.
o Schadelijke stoffen komen makkelijker vrij in de bodem.
o Schade aan materialen zoals gebouwen en monumenten.
= Vermesting
Vermesting ontstaat wanneer er te veel voedingsstoffen (nutriënten)
in het milieu terechtkomen.
Belangrijke nutriënten:
o Stikstof (N)
o Fosfor (P)
o Kalium (K)
Deze nutriënten worden niet volledig opgenomen door planten en komen
in bodem, grondwater en oppervlaktewater terecht.
Belangrijkste oorzaken
o Landbouw: gebruik van dierlijke mest en kunstmest.
o Afvalwaterlozingen.
o Industrie en transport.
o Huishoudelijk afval en slib.
Belangrijke emissiebronnen
o SO₂ → verbranding van fossiele brandstoffen (industrie,
energieproductie, scheepvaart, verkeer).
o NH₃ → vooral afkomstig uit landbouw en mestopslag.
o NOx (NO en NO₂) → verkeer, verwarming en industriële
verbranding.
Wat gebeurt er daarna?
o Deze stoffen worden in de lucht chemisch omgezet.
o Daarna komen ze via natte of droge depositie op bodem, water
en vegetatie terecht.
, Resultaat:
o Ecosystemen raken verstoord.
o Bodem en water verzuren.
o Overmatige groei van planten en algen (vermesting).
o Biodiversiteit neemt af.
Oefeningen
1)
= H₂SO₄ & HNO₃ , zijn de
tussenproducten
2)
1.Antwoord: vermesting
Er komt te veel stikstof (nutriënten) in het ecosysteem.
Daardoor nemen soorten die veel stikstof verdragen (zoals
pijpenstrootje) toe.
Dit zorgt voor een verandering in de plantengemeenschap en minder
biodiversiteit.
2. Antwoord: verzuring
Zuren komen in de bodem terecht en maken de bodem zuurder.
Daardoor lost aluminium op en komt in hoge concentraties vrij.
Dit beschadigt de haarwortels van planten en bomen en veroorzaakt
mineralentekorten.
Emissies N-,S- en P-verbindingen: verzuring en vermesting
= Verzuring
o Verzuring ontstaat door luchtvervuilende stoffen zoals
zwaveldioxide (SO₂), stikstofoxiden (NOx) en ammoniak
(NH₃).
o Deze stoffen komen in de atmosfeer en vormen daar zwavelzuur
(H₂SO₄) en salpeterzuur (HNO₃).
o Die zuren komen op de aarde terecht via depositie.
Soorten depositie
o Natte depositie: zure stoffen komen met regen, sneeuw of
hagel op de bodem.
o Droge depositie: gassen of stofdeeltjes slaan rechtstreeks neer
op bodem en planten.
o Occulte depositie: via mist, dauw of lage wolken (vooral in
berggebieden).
Gevolgen van verzuring
o Verandering van de pH van bodem en water.
o Schade aan planten en bossen.
o Schadelijke stoffen komen makkelijker vrij in de bodem.
o Schade aan materialen zoals gebouwen en monumenten.
= Vermesting
Vermesting ontstaat wanneer er te veel voedingsstoffen (nutriënten)
in het milieu terechtkomen.
Belangrijke nutriënten:
o Stikstof (N)
o Fosfor (P)
o Kalium (K)
Deze nutriënten worden niet volledig opgenomen door planten en komen
in bodem, grondwater en oppervlaktewater terecht.
Belangrijkste oorzaken
o Landbouw: gebruik van dierlijke mest en kunstmest.
o Afvalwaterlozingen.
o Industrie en transport.
o Huishoudelijk afval en slib.
Belangrijke emissiebronnen
o SO₂ → verbranding van fossiele brandstoffen (industrie,
energieproductie, scheepvaart, verkeer).
o NH₃ → vooral afkomstig uit landbouw en mestopslag.
o NOx (NO en NO₂) → verkeer, verwarming en industriële
verbranding.
Wat gebeurt er daarna?
o Deze stoffen worden in de lucht chemisch omgezet.
o Daarna komen ze via natte of droge depositie op bodem, water
en vegetatie terecht.
, Resultaat:
o Ecosystemen raken verstoord.
o Bodem en water verzuren.
o Overmatige groei van planten en algen (vermesting).
o Biodiversiteit neemt af.
Oefeningen
1)
= H₂SO₄ & HNO₃ , zijn de
tussenproducten
2)
1.Antwoord: vermesting
Er komt te veel stikstof (nutriënten) in het ecosysteem.
Daardoor nemen soorten die veel stikstof verdragen (zoals
pijpenstrootje) toe.
Dit zorgt voor een verandering in de plantengemeenschap en minder
biodiversiteit.
2. Antwoord: verzuring
Zuren komen in de bodem terecht en maken de bodem zuurder.
Daardoor lost aluminium op en komt in hoge concentraties vrij.
Dit beschadigt de haarwortels van planten en bomen en veroorzaakt
mineralentekorten.