samenvatting materialen en producten – fase 1
HFST 1 - inleiding materialen en producten
Kernbegrippen
I. Waarom materialenleer ?
De redenen opsommen waarom een mondhygiënist deskundig dient te zijn in
kennis van tandheelkundige materialen
• Om het gedrag en effect van materialen te brijpen
§ Goede patientenzorg
§ Juiste keuze van type materiaal (afh van functie, plaats materiaal)
§ Juiste maniuplatie v materiaal, juist onderhoud v materiaal
• Op de juiste wijze werken met materialen
§ Biomaterialen: kunstmatige materialen om weefsel te vervangen of te
functioneren in nauw contact met levend weefsel
§ Tandheelkundige materialen: biomateriaen die in of rond mondholte
worden gebruikt
• Balans opmaken en patiënt behandelen
§ Herkennen van alele materialen die zich in de mond bevinden.
• Uitleg geven aan de P
§ Vraag van de P naar betreffende materialen
II. Biomaterialen en de mondholte
De omstandigheden bespreken die de mondholte tot een ‘vijandige’ omgeving maakt.
• Mondholte is een vijandige omgeving omdat het voortdurend wordt blootgesteld aan
kawwuskrachten (tanden en vervangend weefsel kunnen breken), temperatuurverschillen
(contractie en expansie geeft aanleiding tot lekkage vd restauratie en tandgevoeligheid)
de vier eigenschappen identificeren die tandheelkundige materialen moeten hebben om
te kunnen ‘overleven’ in de mondholte.
• Mechanische sterkte: materiaal moet bestand zijn tegen kauwkrachten en mag niet
gemakkelijk breken of slijten
• Chemische bestandigheid: materiaal moet resistent zijn tegen vocht, zout, ph-
schommelingen en corrosie id mond
• Thermische compatibiliteit: materiaal moet gelijkaardige uitzetting en krimp vertonen als
tandweefsel om lekkage en gevoeligheid te voorkomen
• Biocompatibiliteit: materiaal mag geen schade of irritatie veroorzaken aan de pulpa en
omliggende orale weefsels
1. Orale weefsels als biologische materialen
§ Glazuur = gemeneraliseerd
§ Dentine
§ Pulpa
§ Parodontium
§ Gingiva = tandvlees, wordt vervangen bij prothese (niet
gemeneraliseerd)
Tandarts vervangt orale weefels – mondhygeniest niet maar moet je wel
herkennen
III. Geschiedenis en selectie van tandheelkundige materialen
Passief kenne -> ja/ nee of meerkeuzevragen -> niet in detail kennen
1. geschiedenis
1
, a. Oudheid tot jaren 1700
Materialen werden ontdekt met vallen en opstaan
Oudheid: gebruik van goud:
• weerstand tegen corrosie
• gemakkelijk om te verwerken (kunst)
Vooral owv esthetiek
• Relatie tussen kunst en tandheelkunde
• Uiterlijk verbeteren met ornamenten, juwelen en make-up
• De vervanging van verloren gegane tanden is een oude gewoonte
Gedurende de ontwikkeling van de tandheelkunde door de jaren heen werden meer
en meer materialen gebruikt
• Ivoor: werd gebeiteld
• Porselein: werd verhit en er werden tandvormen van gemaakt
• Was en gips: afdrukmaterialen en modellen
• Zink oxide-eugenol en zinkfosfaat: ontwikkelden zich als vullingen en
cementen om restauraties te ‘kleven’
b. De jaren 1800
§ Tandheelkunde werd een wetenschappelijke discipline.
• Zeer snelle ontwikkeling van nieuwe materialen
• Amalgaam: zilveren vulling werd algemeen aanvaard en vaak gebruikt
• Gebruik van porselein voor inlays en kronen
c. De 20ste eeuw
§ Tandheelkundige materialen ontwikkelden tot een eigen discipline
§ Constante ontwikkeling van nieuwe materialen en technieken
§ Ontwikkeling van precieze giettechnieken
§ Variëteit van gegoten constructies: legeringen in goud, chroom en nikkel, chroom
en kobalt en titanium
§ Gegoten metaal voor kronen, bruggen en partiële protheses
§ Opkomst van polymeren en composieten als alternatief
d. De 21ste eeuw
§ Nieuwe keramische materialen
§ Nieuwe technieken om materialen te gebruiken
§ De zeer snelle ontwikkeling van tandheelkundige materialen
§ De basisconcepten van de materiaalkunde en het gebruik veranderen niet
• De student en de practicus dienen het gedrag van materialen die ze
gebruiken te begrijpen
• Zij dienen de materiaalkeuze voor de patiënt te maken
2. Keuze van tandheelkundige materialen
• Gegevens van fabrikanten betreffende de sterkte en de variëteit van andere eigenschappen
§ Betrouwbaarheid? Vaak korte termijn studies
• Hoe gedraagt een materiaal zich op termijn?
• Selectie op een manier dat het voor de patiënt kwalitatief goede keuze is
• Een product dat ‘goed aanvoelt’ zal prettig in gebruik zijn en resulteren in een goede dienst
voor de patiënt.
IV. Standaarden voor tandheelkundige materialen
uitleggen op welke manier onderstaande organisaties tandheelkundige producten,
materialen, instrumenten en uitrusting evalueren en/of classificeren
ADA,: american dental associatien
• Standaarden beschrijven die eigenschappen van een prodcut op een manier dat de
gebruiker het juiste prodcut kan selecteren voor specifiek gebruik.
• Evalueert medicijnen, instrumentarium en uitrusting
• Producten die voldoen aan de vereist fysisiche en mechanische eigenschappen: krijgen
stempel
FDA:
2
, • Amendement van medische apparaten van 1976
• Veiligheid van medische apparaten
• 3 categoriën (klasse I, II, III)
ISO:
• International standards organisation
• FDI lijkt op ADA amerika
• CE symbool indiceert naleven van de ISO satndaarden -> CE verpakking id praktijk -> mag
in europa verkocht worden -> voldoet aan ISO standaarden
• ISO standaarden -> regels waaraan producten moeten voldeon
1. ADA en FDA
ADA KENNEN !
-> afkorting
-> evalueert medicijnen en mondzorguitrusting
-> krijgt stempel als je eraan voldoet
2. Amendement van medische apparaten van 1976
Klassen kunnen meerkeuzevragen zijn bv
- Polijstmaterialen behoren tot klasse III materialen
- Klasse 3 materialen behoren tot
- Wat betekenen klasse 3 materialen en tot wat behoren ze ?
• Klasse I
§ Deze zijn het minst geregulariseerd: er wordt enkel geëist dat de materialen goed
gemaakt zijn. Voorbeelden: polijst pasta of borstels
• Klasse II
§ Deze apparaten krijgen een goedkeuring van de FDA nadat ze getoond worden een
equivalent te zijn van concurrerende producten die reeds in gebruik zijn
§ Deze equivalentie wordt aangetoond door te voldoen aan gestandaardiseerde
voorstellingen zoals de ADA’s deal of acceptance program
§ Sommige tandheelkundig producten zijn aanvaard omdat ze op de markt waren
voor 1976
§ Voorbeelden: composieten en amalgaam restauratieve materialen
• Klasse III
§ Deze apparaten zijn het meest geregulariseerd: ze vereisen een bewijs
§ Klinische data moeten onderworpen worden aan de US FDA voor evaluatie
vooraleer klasse III apparaten verkocht mogen worden.
§ Indien de veiligheid en efficiëntie van de apparaten wordt ondersteund door de
data, geeft de US FDA goedkeuring om het product op de markt te brengen.
§ Voorbeeld: been greffe materiaal
3. Internationele organisaties
HFST 2 - Toepassing en classificatie van materialen in
de monzorgkundige praktijk
kernbegrippen
3
, 1. classificatie van tandheelkundige materialen
3 manieren waarop tandheelkundige materialen kunnen worden
geclassificeerd benoemen en bespreken.
• Classificatie naar gebruik
o Tandheelkundige materialen worden ingedeeld volgens hun klinisch
toepassing bv. Restauratieve materialen, afdrukmaterialen, cementen
etc ..
• Classificatie naar plaats van vervaardiging
o Directe restuaratieve materialen: worden rechtstreeks in de mond
aangebracht en harder daar uit (bv amalgaan, composiet, glasionomeer
(zuurbasereactie ))
• Classificatie naar levensuur
o Permantente restauraties: bedoeld voor langdurig gebruik (vullingen,
kronen, bruggen)
o Tijdelijke restauraties: kortdurend, ter bescherming (bv tijdelijke kroon,
provisorische materialen)
1. Vullingen 2. kronen 3. Bruggen
4. Volledige en partiële 5. Afdrukmaterialen, gietmaterialen en 6. Cementen
protheses modellen
7. Tijdelijke materialen 8. Materialen voor preventie 9. Polijstmaterialen
10. Implantaten 11. Specifieke materialen
o Interim restauratie: langdurige voorloppige oplossing (bv fractuur van
front element)
b. Classificatie naar gebruik
de locaties van de 6 classificaties van caviteiten bespreken en opsommen welk
materiaal voor iedere caviteit gebruikt kan worden. Hij/zij gebruikt hierbij
volgende woorden/begrippen:
• anterior/posterior
• met inbegrip van de incisale hoek
• met inbegrip van de proximale vlakken
• gladde vlakken versus pitten en fissuren
classificatie van caviteiten volgens Black: lockaties en materialen :
• klasse I:
o locatie: pitten en fissuren
o tanden: posterior
o type vlak: pitten en fissuren
o materialen: composiet, amalgaan
• klasse II:
o locatie: proximmale vlakken van posterior tanden
o type vlak: proximale vlakken
o materialen: composiet, amalgaam
• klasse III:
o locatie: proximale vlakken van anterior tanden
o zonder betrokkenheid van incisale hoek
o type vlak: gladde vlakken
o materialen: composiet
• klasse IV :
o locatie: proximale vlakken van anterior tanden
o met inbegrip van incisale hoek
o type vlak: gladde vlakken + incisale rand
o materialen: composiet
4
HFST 1 - inleiding materialen en producten
Kernbegrippen
I. Waarom materialenleer ?
De redenen opsommen waarom een mondhygiënist deskundig dient te zijn in
kennis van tandheelkundige materialen
• Om het gedrag en effect van materialen te brijpen
§ Goede patientenzorg
§ Juiste keuze van type materiaal (afh van functie, plaats materiaal)
§ Juiste maniuplatie v materiaal, juist onderhoud v materiaal
• Op de juiste wijze werken met materialen
§ Biomaterialen: kunstmatige materialen om weefsel te vervangen of te
functioneren in nauw contact met levend weefsel
§ Tandheelkundige materialen: biomateriaen die in of rond mondholte
worden gebruikt
• Balans opmaken en patiënt behandelen
§ Herkennen van alele materialen die zich in de mond bevinden.
• Uitleg geven aan de P
§ Vraag van de P naar betreffende materialen
II. Biomaterialen en de mondholte
De omstandigheden bespreken die de mondholte tot een ‘vijandige’ omgeving maakt.
• Mondholte is een vijandige omgeving omdat het voortdurend wordt blootgesteld aan
kawwuskrachten (tanden en vervangend weefsel kunnen breken), temperatuurverschillen
(contractie en expansie geeft aanleiding tot lekkage vd restauratie en tandgevoeligheid)
de vier eigenschappen identificeren die tandheelkundige materialen moeten hebben om
te kunnen ‘overleven’ in de mondholte.
• Mechanische sterkte: materiaal moet bestand zijn tegen kauwkrachten en mag niet
gemakkelijk breken of slijten
• Chemische bestandigheid: materiaal moet resistent zijn tegen vocht, zout, ph-
schommelingen en corrosie id mond
• Thermische compatibiliteit: materiaal moet gelijkaardige uitzetting en krimp vertonen als
tandweefsel om lekkage en gevoeligheid te voorkomen
• Biocompatibiliteit: materiaal mag geen schade of irritatie veroorzaken aan de pulpa en
omliggende orale weefsels
1. Orale weefsels als biologische materialen
§ Glazuur = gemeneraliseerd
§ Dentine
§ Pulpa
§ Parodontium
§ Gingiva = tandvlees, wordt vervangen bij prothese (niet
gemeneraliseerd)
Tandarts vervangt orale weefels – mondhygeniest niet maar moet je wel
herkennen
III. Geschiedenis en selectie van tandheelkundige materialen
Passief kenne -> ja/ nee of meerkeuzevragen -> niet in detail kennen
1. geschiedenis
1
, a. Oudheid tot jaren 1700
Materialen werden ontdekt met vallen en opstaan
Oudheid: gebruik van goud:
• weerstand tegen corrosie
• gemakkelijk om te verwerken (kunst)
Vooral owv esthetiek
• Relatie tussen kunst en tandheelkunde
• Uiterlijk verbeteren met ornamenten, juwelen en make-up
• De vervanging van verloren gegane tanden is een oude gewoonte
Gedurende de ontwikkeling van de tandheelkunde door de jaren heen werden meer
en meer materialen gebruikt
• Ivoor: werd gebeiteld
• Porselein: werd verhit en er werden tandvormen van gemaakt
• Was en gips: afdrukmaterialen en modellen
• Zink oxide-eugenol en zinkfosfaat: ontwikkelden zich als vullingen en
cementen om restauraties te ‘kleven’
b. De jaren 1800
§ Tandheelkunde werd een wetenschappelijke discipline.
• Zeer snelle ontwikkeling van nieuwe materialen
• Amalgaam: zilveren vulling werd algemeen aanvaard en vaak gebruikt
• Gebruik van porselein voor inlays en kronen
c. De 20ste eeuw
§ Tandheelkundige materialen ontwikkelden tot een eigen discipline
§ Constante ontwikkeling van nieuwe materialen en technieken
§ Ontwikkeling van precieze giettechnieken
§ Variëteit van gegoten constructies: legeringen in goud, chroom en nikkel, chroom
en kobalt en titanium
§ Gegoten metaal voor kronen, bruggen en partiële protheses
§ Opkomst van polymeren en composieten als alternatief
d. De 21ste eeuw
§ Nieuwe keramische materialen
§ Nieuwe technieken om materialen te gebruiken
§ De zeer snelle ontwikkeling van tandheelkundige materialen
§ De basisconcepten van de materiaalkunde en het gebruik veranderen niet
• De student en de practicus dienen het gedrag van materialen die ze
gebruiken te begrijpen
• Zij dienen de materiaalkeuze voor de patiënt te maken
2. Keuze van tandheelkundige materialen
• Gegevens van fabrikanten betreffende de sterkte en de variëteit van andere eigenschappen
§ Betrouwbaarheid? Vaak korte termijn studies
• Hoe gedraagt een materiaal zich op termijn?
• Selectie op een manier dat het voor de patiënt kwalitatief goede keuze is
• Een product dat ‘goed aanvoelt’ zal prettig in gebruik zijn en resulteren in een goede dienst
voor de patiënt.
IV. Standaarden voor tandheelkundige materialen
uitleggen op welke manier onderstaande organisaties tandheelkundige producten,
materialen, instrumenten en uitrusting evalueren en/of classificeren
ADA,: american dental associatien
• Standaarden beschrijven die eigenschappen van een prodcut op een manier dat de
gebruiker het juiste prodcut kan selecteren voor specifiek gebruik.
• Evalueert medicijnen, instrumentarium en uitrusting
• Producten die voldoen aan de vereist fysisiche en mechanische eigenschappen: krijgen
stempel
FDA:
2
, • Amendement van medische apparaten van 1976
• Veiligheid van medische apparaten
• 3 categoriën (klasse I, II, III)
ISO:
• International standards organisation
• FDI lijkt op ADA amerika
• CE symbool indiceert naleven van de ISO satndaarden -> CE verpakking id praktijk -> mag
in europa verkocht worden -> voldoet aan ISO standaarden
• ISO standaarden -> regels waaraan producten moeten voldeon
1. ADA en FDA
ADA KENNEN !
-> afkorting
-> evalueert medicijnen en mondzorguitrusting
-> krijgt stempel als je eraan voldoet
2. Amendement van medische apparaten van 1976
Klassen kunnen meerkeuzevragen zijn bv
- Polijstmaterialen behoren tot klasse III materialen
- Klasse 3 materialen behoren tot
- Wat betekenen klasse 3 materialen en tot wat behoren ze ?
• Klasse I
§ Deze zijn het minst geregulariseerd: er wordt enkel geëist dat de materialen goed
gemaakt zijn. Voorbeelden: polijst pasta of borstels
• Klasse II
§ Deze apparaten krijgen een goedkeuring van de FDA nadat ze getoond worden een
equivalent te zijn van concurrerende producten die reeds in gebruik zijn
§ Deze equivalentie wordt aangetoond door te voldoen aan gestandaardiseerde
voorstellingen zoals de ADA’s deal of acceptance program
§ Sommige tandheelkundig producten zijn aanvaard omdat ze op de markt waren
voor 1976
§ Voorbeelden: composieten en amalgaam restauratieve materialen
• Klasse III
§ Deze apparaten zijn het meest geregulariseerd: ze vereisen een bewijs
§ Klinische data moeten onderworpen worden aan de US FDA voor evaluatie
vooraleer klasse III apparaten verkocht mogen worden.
§ Indien de veiligheid en efficiëntie van de apparaten wordt ondersteund door de
data, geeft de US FDA goedkeuring om het product op de markt te brengen.
§ Voorbeeld: been greffe materiaal
3. Internationele organisaties
HFST 2 - Toepassing en classificatie van materialen in
de monzorgkundige praktijk
kernbegrippen
3
, 1. classificatie van tandheelkundige materialen
3 manieren waarop tandheelkundige materialen kunnen worden
geclassificeerd benoemen en bespreken.
• Classificatie naar gebruik
o Tandheelkundige materialen worden ingedeeld volgens hun klinisch
toepassing bv. Restauratieve materialen, afdrukmaterialen, cementen
etc ..
• Classificatie naar plaats van vervaardiging
o Directe restuaratieve materialen: worden rechtstreeks in de mond
aangebracht en harder daar uit (bv amalgaan, composiet, glasionomeer
(zuurbasereactie ))
• Classificatie naar levensuur
o Permantente restauraties: bedoeld voor langdurig gebruik (vullingen,
kronen, bruggen)
o Tijdelijke restauraties: kortdurend, ter bescherming (bv tijdelijke kroon,
provisorische materialen)
1. Vullingen 2. kronen 3. Bruggen
4. Volledige en partiële 5. Afdrukmaterialen, gietmaterialen en 6. Cementen
protheses modellen
7. Tijdelijke materialen 8. Materialen voor preventie 9. Polijstmaterialen
10. Implantaten 11. Specifieke materialen
o Interim restauratie: langdurige voorloppige oplossing (bv fractuur van
front element)
b. Classificatie naar gebruik
de locaties van de 6 classificaties van caviteiten bespreken en opsommen welk
materiaal voor iedere caviteit gebruikt kan worden. Hij/zij gebruikt hierbij
volgende woorden/begrippen:
• anterior/posterior
• met inbegrip van de incisale hoek
• met inbegrip van de proximale vlakken
• gladde vlakken versus pitten en fissuren
classificatie van caviteiten volgens Black: lockaties en materialen :
• klasse I:
o locatie: pitten en fissuren
o tanden: posterior
o type vlak: pitten en fissuren
o materialen: composiet, amalgaan
• klasse II:
o locatie: proximmale vlakken van posterior tanden
o type vlak: proximale vlakken
o materialen: composiet, amalgaam
• klasse III:
o locatie: proximale vlakken van anterior tanden
o zonder betrokkenheid van incisale hoek
o type vlak: gladde vlakken
o materialen: composiet
• klasse IV :
o locatie: proximale vlakken van anterior tanden
o met inbegrip van incisale hoek
o type vlak: gladde vlakken + incisale rand
o materialen: composiet
4