examen : meerkeuze met gis, 2/3 open vragen met halve pagina
antwoordruimte, 1 open vraag met hele pagina
Analyse van mediateksten lessen en boek combinatie
Les 1 : introductie
Waarom mediateksten gebruiken? (Fairclough) :
- Teksten zijn een vorm van sociale actie : zelfs dingen die eerst
betekenisloos lijken kunnen iets te weeg brengen
- Teksten zijn belangrijke empirische bronnen om inzicht te krijgen in de
samenleving.
- Teksten en inhouden als barometers van sociale processen
- Teksten en inhouden als ideologisch speelveld
teksten en inhouden zijn sociale praktijken
Kwalitatieve en kwantitatieve analyse
Kwantitatieve aanpak :
- Objectivisme en positivisme
- Betrouwbaarder
- Grotere hoeveelheden materiaal analyseren
Kwalitatieve aanpak :
- Constructivisme en interpretivisme (cultural studies)
- Subtiele processen van betekenisgeving in context en detail bestuderen
- Vragen beantwoorden over hoe en waarom bepaalde boodschappen
worden overgebracht
- Mediatekst als middel om de maatschappelijke werkelijkheid te begrijpen
en te verklaren
Focus bij analyse van mediateksten op kwalitatieve analyse.
Deze twee zijn niet noodzakelijk tegengesteld, ze kunnen beide een adequaat
antwoord formuleren op onderzoeksvragen. Ze worden soms gecombineer,
mixed-method.
Wat is een tekst en wat is tekstanalyse?
Tekst kan gezien worden als letters, maar het geheel is ook tekst. Tekst is
uiteenlopend : graffiti, krant, kledingkeuzes,…
Een tekst is…
- Een georganiseerde verzameling van woorden
- Literair product
- Een georganiseerde verzameling van tekens
Alle soorten teksten (zoals uitgeschreven speeches, e-mails, sociale
mediaberichten,..) kunnen dragers zijn van betekenissen, waarden en normen
uitdrukken, overtuigingen overbrengen.
Tekstanalyse is…
- Verwijst naar manieren waarmee kan worden geanalyseerd hoe teksten
mogelijk betekenissen creëren, en wat die betekenissen zijn
,examen : meerkeuze met gis, 2/3 open vragen met halve pagina
antwoordruimte, 1 open vraag met hele pagina
- Kan op basis van één tekst, maar vereisen meestal een vergelijking om
een gefundeerd antwoord te kunnen geven.
Teksten als reflectie van de werkelijkheid vs cultureel gereproduceerde
constructies
Weerspiegeling van de werkelijkheid :
- = de media presenteren de werkelijkheid. Media als spiegel.
- Zien deze benadering vaak bij informatieve en journalistieke media
Constructies van de werkelijkheid :
- Hoewel de media de indruk wekken de werkelijkheid te presenteren, zijn
deze presentaties slechts constructies van deze werkelijkheid.
representatie van de werkelijkheid
- = media als creatie/ shaper : teksten zijn cultuurspecifieke en
geïnterpreteerde constructies
Concrete vragen die men zich kan stellen bij elke mediatekst :
- Wie heeft deze mediatekst gecreëerd (= encoding)?
- Welke creatieve technieken zijn er gebruikt om mijn aandacht te trekken?
- Hoe zouden verschillende mensen deze mediatekst verschillend
begrijpen?
- Welke leefstijlen, waarden en gezichtspunten zijn gepresenteerd of
afwezig in deze mediatekst?
- Waarom bestaat deze mediatekst?
Encoding/ decoding model : Hall
- Encoding : de zender probeert door middel van bepaalde codes een
specifieke betekenis te leggen in de boodschap, in de hoop dat de
ontvanger deze betekenis ook op die manier interpreteert.
- Decoding : wordt net als het encoding proces zwaar beïnvloedt door
sociale, culturele en historische context van mediagebruiker.
o Polysemie (Hall) : de ontvanger kan op verschillende manieren
omgaan met de boodschap van de zender.
o 3 verschillende vormen van decodering of interpretatie door
ontvanger :
Dominante decodering : = hegemonische decodering :
zowel de zender als de ontvanger kennen dezelfde betekenis
toe aan de boodschap
Onderhandelende decodering : de decodering van de
boodschap zal hierbij slechts beperkt verschillen van de
voorkeurslezing van de zender, maar beïnvloed zijn door
context of de ervaringen, normen en waarden van de
ontvanger.
Aberante decodering : = lezing : hier geeft de ontvanger
een afwijkende of tegengestelde betekenis aan de boodschap
die de zonder voor ogen had.
Definities
,examen : meerkeuze met gis, 2/3 open vragen met halve pagina
antwoordruimte, 1 open vraag met hele pagina
Representatie = het gebruik van taal om een betekenisvolle manier iets te
zeggen over de wereld, of om de wereld betekenisvol te representeren voor
andere mensen.
- Reflectieve benadering : taal als directe weergave van de realiteit
- Intentionele benadering : taal als instrument om boodschap over te
brengen, gaat echt over zender
- Sociaal-constructivistische benadering : geeft betekenis weer die wij
als samenleving hebben afgesproken over een object. Conceptueel kader
speelt hier grote rol.
Taal = iedere geluid, beeld of object dat functioneert als een teken en deel
uitmaakt van een systeem met andere tekens dat betekenis in zich draagt of kan
uitdrukken, kan gezien worden als een taal.
Representatie is dus het proces om 1) dingen te communiceren 2) onze
conceptuele kaders en 3) de tekens die we daarvoor gebruiken
- Punk scene in Myanmar
- Kleine groep
- Marginalisering
Ideologie = georganiseerde
overtuigingssystemen of waardenstelsels die onder meer door
communicatieprocessen worden verspreid en versterkt, vaak via
representatiestrategieën.
- Barker stelt dat media een belangrijke rol spelen in het in stand houden of
bestrijden van ongelijke machtsverhoudingen.
Ideologische analyse van mediateksten is gericht op :
o Dominante ideologieën te ontsluieren
o Tegenhegemonische ideeën te identificeren die ingaan tegen
dominante opvattingen en machstructuren
Ideologie in mediateksten :
- Marx en Engels : dominante ideologie moet ontmaskert worden
- Frankfurt Schule : kritisch en pessimistisch ten opzichte van
massamedia en massacultuur
- Gramsci : media moet common sense perspectief aanbieden
- Althuser : media als ideologisch staatsapparaat maar relatief autonoom
tov de elite. Ruimte voor dissidente stemmen maar elite en dominante
ideeën worden toch verder gezet.
- Tripartite model (Thompson, 1990) om ideologie in teksten bloot te
leggen
1. Productie of verspreiding van ideologie door de communicatie
2. Constructie van de media boodschap
3. Receptie van de boodschap
, examen : meerkeuze met gis, 2/3 open vragen met halve pagina
antwoordruimte, 1 open vraag met hele pagina
Drie stromingen die in deze collegereeks aan bod komen:
- Neo-marxistisme & ideologie
- Massamedia als facilitators voor een participatieve publieke sfeer
- Publieksonderzoek; het publiek interpreteert en construeert betekenissen
obv een mediatekst; die betekenissen zijn niet vaststaand en daarom ook
niet voorspelbaar
Processchool vs semiotiek
Processchool : communicatie als doorgeefluik van boodschappen (= hoe zender
verpakken/encoderen en ontvangers vertalen/decoderen
Structureel-semiotische school : communicatie als productie en uitwisseling
van boodschappen.
Drie procestheorieën van communicatie
1)model van Shannon en Weaver
de ruis kan op drie
niveaus voorkomen :
- Technisch : bv
stem die weg is,
als de stem het
opgeeft kan
boodschap niet
tot mens komen
- Semantisch : hoe je iets doet, bv te snel of zacht aan het praten
- Effectief : gaat over het doel.
Reduntantie : boodschap met hoge voorspelbaarheid en lage informatiewaarde.
Bv : een les, een alarm dat opgaat
Entropie : boodschap met lage voorspelbaarheid en hoge informatiewaarde. Bv :
het nieuws
2)model van Lasswell
3)model van Newcomb
antwoordruimte, 1 open vraag met hele pagina
Analyse van mediateksten lessen en boek combinatie
Les 1 : introductie
Waarom mediateksten gebruiken? (Fairclough) :
- Teksten zijn een vorm van sociale actie : zelfs dingen die eerst
betekenisloos lijken kunnen iets te weeg brengen
- Teksten zijn belangrijke empirische bronnen om inzicht te krijgen in de
samenleving.
- Teksten en inhouden als barometers van sociale processen
- Teksten en inhouden als ideologisch speelveld
teksten en inhouden zijn sociale praktijken
Kwalitatieve en kwantitatieve analyse
Kwantitatieve aanpak :
- Objectivisme en positivisme
- Betrouwbaarder
- Grotere hoeveelheden materiaal analyseren
Kwalitatieve aanpak :
- Constructivisme en interpretivisme (cultural studies)
- Subtiele processen van betekenisgeving in context en detail bestuderen
- Vragen beantwoorden over hoe en waarom bepaalde boodschappen
worden overgebracht
- Mediatekst als middel om de maatschappelijke werkelijkheid te begrijpen
en te verklaren
Focus bij analyse van mediateksten op kwalitatieve analyse.
Deze twee zijn niet noodzakelijk tegengesteld, ze kunnen beide een adequaat
antwoord formuleren op onderzoeksvragen. Ze worden soms gecombineer,
mixed-method.
Wat is een tekst en wat is tekstanalyse?
Tekst kan gezien worden als letters, maar het geheel is ook tekst. Tekst is
uiteenlopend : graffiti, krant, kledingkeuzes,…
Een tekst is…
- Een georganiseerde verzameling van woorden
- Literair product
- Een georganiseerde verzameling van tekens
Alle soorten teksten (zoals uitgeschreven speeches, e-mails, sociale
mediaberichten,..) kunnen dragers zijn van betekenissen, waarden en normen
uitdrukken, overtuigingen overbrengen.
Tekstanalyse is…
- Verwijst naar manieren waarmee kan worden geanalyseerd hoe teksten
mogelijk betekenissen creëren, en wat die betekenissen zijn
,examen : meerkeuze met gis, 2/3 open vragen met halve pagina
antwoordruimte, 1 open vraag met hele pagina
- Kan op basis van één tekst, maar vereisen meestal een vergelijking om
een gefundeerd antwoord te kunnen geven.
Teksten als reflectie van de werkelijkheid vs cultureel gereproduceerde
constructies
Weerspiegeling van de werkelijkheid :
- = de media presenteren de werkelijkheid. Media als spiegel.
- Zien deze benadering vaak bij informatieve en journalistieke media
Constructies van de werkelijkheid :
- Hoewel de media de indruk wekken de werkelijkheid te presenteren, zijn
deze presentaties slechts constructies van deze werkelijkheid.
representatie van de werkelijkheid
- = media als creatie/ shaper : teksten zijn cultuurspecifieke en
geïnterpreteerde constructies
Concrete vragen die men zich kan stellen bij elke mediatekst :
- Wie heeft deze mediatekst gecreëerd (= encoding)?
- Welke creatieve technieken zijn er gebruikt om mijn aandacht te trekken?
- Hoe zouden verschillende mensen deze mediatekst verschillend
begrijpen?
- Welke leefstijlen, waarden en gezichtspunten zijn gepresenteerd of
afwezig in deze mediatekst?
- Waarom bestaat deze mediatekst?
Encoding/ decoding model : Hall
- Encoding : de zender probeert door middel van bepaalde codes een
specifieke betekenis te leggen in de boodschap, in de hoop dat de
ontvanger deze betekenis ook op die manier interpreteert.
- Decoding : wordt net als het encoding proces zwaar beïnvloedt door
sociale, culturele en historische context van mediagebruiker.
o Polysemie (Hall) : de ontvanger kan op verschillende manieren
omgaan met de boodschap van de zender.
o 3 verschillende vormen van decodering of interpretatie door
ontvanger :
Dominante decodering : = hegemonische decodering :
zowel de zender als de ontvanger kennen dezelfde betekenis
toe aan de boodschap
Onderhandelende decodering : de decodering van de
boodschap zal hierbij slechts beperkt verschillen van de
voorkeurslezing van de zender, maar beïnvloed zijn door
context of de ervaringen, normen en waarden van de
ontvanger.
Aberante decodering : = lezing : hier geeft de ontvanger
een afwijkende of tegengestelde betekenis aan de boodschap
die de zonder voor ogen had.
Definities
,examen : meerkeuze met gis, 2/3 open vragen met halve pagina
antwoordruimte, 1 open vraag met hele pagina
Representatie = het gebruik van taal om een betekenisvolle manier iets te
zeggen over de wereld, of om de wereld betekenisvol te representeren voor
andere mensen.
- Reflectieve benadering : taal als directe weergave van de realiteit
- Intentionele benadering : taal als instrument om boodschap over te
brengen, gaat echt over zender
- Sociaal-constructivistische benadering : geeft betekenis weer die wij
als samenleving hebben afgesproken over een object. Conceptueel kader
speelt hier grote rol.
Taal = iedere geluid, beeld of object dat functioneert als een teken en deel
uitmaakt van een systeem met andere tekens dat betekenis in zich draagt of kan
uitdrukken, kan gezien worden als een taal.
Representatie is dus het proces om 1) dingen te communiceren 2) onze
conceptuele kaders en 3) de tekens die we daarvoor gebruiken
- Punk scene in Myanmar
- Kleine groep
- Marginalisering
Ideologie = georganiseerde
overtuigingssystemen of waardenstelsels die onder meer door
communicatieprocessen worden verspreid en versterkt, vaak via
representatiestrategieën.
- Barker stelt dat media een belangrijke rol spelen in het in stand houden of
bestrijden van ongelijke machtsverhoudingen.
Ideologische analyse van mediateksten is gericht op :
o Dominante ideologieën te ontsluieren
o Tegenhegemonische ideeën te identificeren die ingaan tegen
dominante opvattingen en machstructuren
Ideologie in mediateksten :
- Marx en Engels : dominante ideologie moet ontmaskert worden
- Frankfurt Schule : kritisch en pessimistisch ten opzichte van
massamedia en massacultuur
- Gramsci : media moet common sense perspectief aanbieden
- Althuser : media als ideologisch staatsapparaat maar relatief autonoom
tov de elite. Ruimte voor dissidente stemmen maar elite en dominante
ideeën worden toch verder gezet.
- Tripartite model (Thompson, 1990) om ideologie in teksten bloot te
leggen
1. Productie of verspreiding van ideologie door de communicatie
2. Constructie van de media boodschap
3. Receptie van de boodschap
, examen : meerkeuze met gis, 2/3 open vragen met halve pagina
antwoordruimte, 1 open vraag met hele pagina
Drie stromingen die in deze collegereeks aan bod komen:
- Neo-marxistisme & ideologie
- Massamedia als facilitators voor een participatieve publieke sfeer
- Publieksonderzoek; het publiek interpreteert en construeert betekenissen
obv een mediatekst; die betekenissen zijn niet vaststaand en daarom ook
niet voorspelbaar
Processchool vs semiotiek
Processchool : communicatie als doorgeefluik van boodschappen (= hoe zender
verpakken/encoderen en ontvangers vertalen/decoderen
Structureel-semiotische school : communicatie als productie en uitwisseling
van boodschappen.
Drie procestheorieën van communicatie
1)model van Shannon en Weaver
de ruis kan op drie
niveaus voorkomen :
- Technisch : bv
stem die weg is,
als de stem het
opgeeft kan
boodschap niet
tot mens komen
- Semantisch : hoe je iets doet, bv te snel of zacht aan het praten
- Effectief : gaat over het doel.
Reduntantie : boodschap met hoge voorspelbaarheid en lage informatiewaarde.
Bv : een les, een alarm dat opgaat
Entropie : boodschap met lage voorspelbaarheid en hoge informatiewaarde. Bv :
het nieuws
2)model van Lasswell
3)model van Newcomb