NASK – SAMENVATTING
Leerdoelen H3:
3.1:
1. Je kunt uitleggen hoe je een lamp laat branden.
Met een gesloten stroomkring, dat werkt als volgt: Met een batterij kun je een
lampje laten branden. Dat lukt alleen als de stroom van de batterij naar het
lampje, door de gloeidraad van het lampje en weer terug naar de andere kant
van de batterij kan stromen.
2. Je kunt de onderdelen van een stroomkring beschrijven.
Spanningsbron, apparaat, stroomdraad.
(Batterij, gloeidraad (snoer) evt. een lampje)
Functie van de onderdelen:
1. de batterij levert de elektrische energie
2. De draden vervoeren de energie naar het lampje. De energie wordt van de
batterij naar het lampje vervoerd en van het lampje weer terug naar de
batterij.
3. Het lampje zet de elektrische energie om in licht en warmte.
3. Je kunt uitleggen welke stoffen geleiders en isolatoren zijn en een aantal
voorbeelden geven.
Een geleider geleid stroom. In geleiders zitten de elektrische deeltjes los.
Hierdoor kunnen ze door de stof bewegen. Alle metalen zijn goede geleiders
(koper, zilver, aluminium)
Een isolator geleid geen stroom. In een isolator zitten de elektrische deeltjes
vast. Hierdoor kan een spanningsbron de elektrische deeltjes niet door
de stof duwen. (hout, plastic, rubber, glas)
4. Je kunt uitleggen op welke manier je de stroomsterkte meet.
Stroomsterkte is de grootte van de stroom. De stroomsterkte heeft als eenheid
de ampère (A) Met een stroommeter kun je de stroomsterkte meten
(Ampèremeter)
, 5. Je kunt rekenen met de eenheid van stroomsterkte.
De eenheid van stroomsterkte is Ampère
X 1000 x 1000
mA A kA
: 1000 : 1000
3.2:
6. Je kunt uitleggen wat spanning is en hoe je spanning meet.
De grootte van spanning word gemeten in volt. Spanning meet je met een
spanningsmeter.
7. Je kunt het verschil tussen stroomsterkte en spanning uitleggen.
Spanning: hoeveelheid elektrische energie die word meegegeven aan de
stroom
Stroomsterkte: de grootte van de stroom
8. Je kunt de spanning berekenen als je batterijen in serie schakelt.
Bijv. er zitten 3 batterijen achter elkaar van 1,5 V dan heb je 4,5 Volt
9. Je weet voor welke spanning de meeste huishoudelijke apparaten zijn
ontworpen.
230 volt!!
10. Je kunt de werking van een dynamo uitleggen.
Naast batterijen en accu’s worden ook dynamo’s veel gebruikt als
spanningsbron. De belangrijkste onderdelen van een dynamo zijn
een magneet en een spoel van koperdraad. Een spoel is een draad die een
aantal keren ergens omheen is gedraaid. In een dynamo is de koperdraad om
een magneet gedraaid. De spoel zit dus om de magneet, maar de spoel en
magneet raken elkaar niet. Als de magneet draait wordt in de spoel spanning
opgewekt. Daar kun je een fietslampje mee laten branden.
Leerdoelen H3:
3.1:
1. Je kunt uitleggen hoe je een lamp laat branden.
Met een gesloten stroomkring, dat werkt als volgt: Met een batterij kun je een
lampje laten branden. Dat lukt alleen als de stroom van de batterij naar het
lampje, door de gloeidraad van het lampje en weer terug naar de andere kant
van de batterij kan stromen.
2. Je kunt de onderdelen van een stroomkring beschrijven.
Spanningsbron, apparaat, stroomdraad.
(Batterij, gloeidraad (snoer) evt. een lampje)
Functie van de onderdelen:
1. de batterij levert de elektrische energie
2. De draden vervoeren de energie naar het lampje. De energie wordt van de
batterij naar het lampje vervoerd en van het lampje weer terug naar de
batterij.
3. Het lampje zet de elektrische energie om in licht en warmte.
3. Je kunt uitleggen welke stoffen geleiders en isolatoren zijn en een aantal
voorbeelden geven.
Een geleider geleid stroom. In geleiders zitten de elektrische deeltjes los.
Hierdoor kunnen ze door de stof bewegen. Alle metalen zijn goede geleiders
(koper, zilver, aluminium)
Een isolator geleid geen stroom. In een isolator zitten de elektrische deeltjes
vast. Hierdoor kan een spanningsbron de elektrische deeltjes niet door
de stof duwen. (hout, plastic, rubber, glas)
4. Je kunt uitleggen op welke manier je de stroomsterkte meet.
Stroomsterkte is de grootte van de stroom. De stroomsterkte heeft als eenheid
de ampère (A) Met een stroommeter kun je de stroomsterkte meten
(Ampèremeter)
, 5. Je kunt rekenen met de eenheid van stroomsterkte.
De eenheid van stroomsterkte is Ampère
X 1000 x 1000
mA A kA
: 1000 : 1000
3.2:
6. Je kunt uitleggen wat spanning is en hoe je spanning meet.
De grootte van spanning word gemeten in volt. Spanning meet je met een
spanningsmeter.
7. Je kunt het verschil tussen stroomsterkte en spanning uitleggen.
Spanning: hoeveelheid elektrische energie die word meegegeven aan de
stroom
Stroomsterkte: de grootte van de stroom
8. Je kunt de spanning berekenen als je batterijen in serie schakelt.
Bijv. er zitten 3 batterijen achter elkaar van 1,5 V dan heb je 4,5 Volt
9. Je weet voor welke spanning de meeste huishoudelijke apparaten zijn
ontworpen.
230 volt!!
10. Je kunt de werking van een dynamo uitleggen.
Naast batterijen en accu’s worden ook dynamo’s veel gebruikt als
spanningsbron. De belangrijkste onderdelen van een dynamo zijn
een magneet en een spoel van koperdraad. Een spoel is een draad die een
aantal keren ergens omheen is gedraaid. In een dynamo is de koperdraad om
een magneet gedraaid. De spoel zit dus om de magneet, maar de spoel en
magneet raken elkaar niet. Als de magneet draait wordt in de spoel spanning
opgewekt. Daar kun je een fietslampje mee laten branden.