lOMoAR cPSD| 63316909
Hoofdstuk 1: om te beginnnen
1.0 Examen
Je krijgt 40 meerkeuzevragen met telkens 4 alternatieven, waarvan 1 juist en 3 afleiders. Er zal
gebruik gemaakt worden van ‘bestraffing voor foutieve antwoorden’. De theorie hier achter is niet
hetzelfde als giscorrectie, want men weet niet of je gist of niet. Men doet dit omdat het beter is om
(in de realiteit) te zeggen ‘ik weet het niet’, dan een fout antwoord te geven.
Redenering:
- Iemand die alles kent, verdient 40/40
- Iemand die niets kent, verdient 0/40
- Iemand die gokt, zonder giscorrectie zou 10/40 scoren
- Iemand die gokt, verdient 0/40 40 x (1/4 x 1 + 3/4 x (-1/3)) = 0/40*
Daarom:
- Antwoord juist: 1punt
- Geen antwoord: 0punt
- Fout antwoord -1/3 punt*
Rationele redenering: eliminatiescoring
Je kent het antwoord Juist: 1punt 1>0
Je kan 2 alternatieven Gokken: 1/2 x 1 + 1/2 x (-1/3) = 1/3>0
uitschakelen + 1/3 punt
Je kan 1 alternatief Mag gokken: 1/3 x 1 + 2/3 x 1/9>0 (miniem verschil)
uitschakelen (1/3) = + 1/9 punt
Je kan geen alternatief Niet gokken: 1/4 x 1 + 3/4 x 0=0
uitschakelen (1/3) = 0
Cesuurbepaling: x/40 x/20
Volgens methode ‘de Groot’. Op voorhand wordt door de prof 10 cesuurvragen (vragen die pijlen
naar essentiële zaken, die bovendien niet té moeilijk of té makkelijk zijn) bepaald. Bijvoorbeeld vraag
2,8,9,14…
Vervolgens berekent de prof de proportie correcte antwoorden per vraag. Het gemiddelde van al
deze p-waarden is dan de proportie geslaagden. Bijvoorbeeld: 0.70 had vraag 2 juist, 0.47 had vraag
8 juist… Gemiddelde p-waarde is 0.60
Nadien gaat men na met welke waarde in de cumulatieve resultaten het gemiddelde overeenkomt.
Bijvoorbeeld: 0.605 dus vanaf nu is 21/40 gelijk aan 10/20.
Voorbeeld examenvraag: stel dat u in het examen, bestaande uit 40 vragen met telkens 4
alternatieven, voor elke vraag één afleider kan uitschakelen en als antwoord op toeval een
van de overige drie alternatieven kiest, wat is dan uw verwachte score op 40?
A) 0/40 C) 10/40
◦ B) 4.44/40 D) 13.33/40
, lOMoAR cPSD| 63316909
Hoofdstuk 1: om te beginnen
1.1 Wat is psychologie
We worden voortdurend geconfronteerd met “psychologie” in krant en tijdschriften, op tv en radio…
Probleem: gaat niet over wetenschappelijke psychologie. Die wetenschappelijk verantwoorde kennis
wordt vaak verkeerd ingeschat (zowel onder- als overschat).
Pyschologie= de wetenschappelijke studie van mentale processen(denken, voelen) en gedrag
ROEDIGER
Psychologie= de empirische studie van mentale processen en gedrag ZIMBARDO
Domein van psychologie = enorm breed, de American Psychological Association (APA) heeft maar
liefst 48 divisies en is de meest invloedrijke beroepsvereniging van psychologen ter wereld.
Pseudowetenschap= natuurlijke fenomenen verklaren die niet gebaseerd zijn op
wetenschappelijke studies. Uit onderzoek blijkt dat 40-75% geloof hecht aan verschijnselen
zoals telepathie, helderziendheid…
Daryl Bem (sociaal psycholoog): mensen kunnen de toekomst voorspellen.
Experiment: proefpersonen zaten voor de pc en moesten kiezen tussen links of rechts. Ze kregen
geen vraag te zien, maar er was wel een vraag volgens de computer. Wie het juist had, werd beloond
door het kijken van een erotische scène. Wie het fout had, zag niets. Indien ze toevallig zouden
kiezen 50% kans op het juiste gordijn.
RESULTAAT: 53% koos voor het gordijn met de erotische scène. Daryl besloot uit zijn resultaten dat
mensen de toekomst kunnen voorspellen. Dit stuitte op veel commotie!
Besluit: Er is geen enkele vaste empirische wetenschappelijke evidentie voor extra sensory
perception na 100 psychologische experimenten.
Freudprobleem= (gedefinieerd door Stannovic) de associatie van psychologie met de
psychoanalyse van Freud.
Slechts <10% van alle APA-leden onderschrijft de leer van Freud (o.a. omdat zijn klinische gevalstudies
niet als betrouwbaar worden aanzien). Nog minder onderschrijven de ideeën van Jung(≠ mainstream
psycholoog). Nochtans zijn deze namen juist de enige bekenden bij het grote publiek!
Freudprobleem. Van nobelprijs-winnaars zoals Hubel &Wiesel, Roger Sperry en Herbert Simon
hebben de meeste mensen nog nooit gehoord, terwijl deze psychologen gezorgd hebben voor een
grote impact op de wetenschap.
De wetenschappelijke psychologie heeft haar oorsprong in de filosofie en fysiologie=> tweevoudig
karakter: geesteswetenschappelijke onderzoeksmethoden (VERKLARING) en
positiefwetenschappelijke onderzoeksmethoden (PREDICTIE).
Na WO2: psychologie= gedragswetenschap; Het Amerikaanse behaviorisme (verbanden tussen
stimulus en reactie) veroverde de wereld. Tijdens deze periode vooral diergedrag. Men ging er
immers vanuit dat de mens niet veel verschilde.
Sinds de jaren 60 staan informatieverwerkingsmogelijkheden van mensen centraal in veel onderzoek.
Hoofdstuk 1: om te beginnnen
1.0 Examen
Je krijgt 40 meerkeuzevragen met telkens 4 alternatieven, waarvan 1 juist en 3 afleiders. Er zal
gebruik gemaakt worden van ‘bestraffing voor foutieve antwoorden’. De theorie hier achter is niet
hetzelfde als giscorrectie, want men weet niet of je gist of niet. Men doet dit omdat het beter is om
(in de realiteit) te zeggen ‘ik weet het niet’, dan een fout antwoord te geven.
Redenering:
- Iemand die alles kent, verdient 40/40
- Iemand die niets kent, verdient 0/40
- Iemand die gokt, zonder giscorrectie zou 10/40 scoren
- Iemand die gokt, verdient 0/40 40 x (1/4 x 1 + 3/4 x (-1/3)) = 0/40*
Daarom:
- Antwoord juist: 1punt
- Geen antwoord: 0punt
- Fout antwoord -1/3 punt*
Rationele redenering: eliminatiescoring
Je kent het antwoord Juist: 1punt 1>0
Je kan 2 alternatieven Gokken: 1/2 x 1 + 1/2 x (-1/3) = 1/3>0
uitschakelen + 1/3 punt
Je kan 1 alternatief Mag gokken: 1/3 x 1 + 2/3 x 1/9>0 (miniem verschil)
uitschakelen (1/3) = + 1/9 punt
Je kan geen alternatief Niet gokken: 1/4 x 1 + 3/4 x 0=0
uitschakelen (1/3) = 0
Cesuurbepaling: x/40 x/20
Volgens methode ‘de Groot’. Op voorhand wordt door de prof 10 cesuurvragen (vragen die pijlen
naar essentiële zaken, die bovendien niet té moeilijk of té makkelijk zijn) bepaald. Bijvoorbeeld vraag
2,8,9,14…
Vervolgens berekent de prof de proportie correcte antwoorden per vraag. Het gemiddelde van al
deze p-waarden is dan de proportie geslaagden. Bijvoorbeeld: 0.70 had vraag 2 juist, 0.47 had vraag
8 juist… Gemiddelde p-waarde is 0.60
Nadien gaat men na met welke waarde in de cumulatieve resultaten het gemiddelde overeenkomt.
Bijvoorbeeld: 0.605 dus vanaf nu is 21/40 gelijk aan 10/20.
Voorbeeld examenvraag: stel dat u in het examen, bestaande uit 40 vragen met telkens 4
alternatieven, voor elke vraag één afleider kan uitschakelen en als antwoord op toeval een
van de overige drie alternatieven kiest, wat is dan uw verwachte score op 40?
A) 0/40 C) 10/40
◦ B) 4.44/40 D) 13.33/40
, lOMoAR cPSD| 63316909
Hoofdstuk 1: om te beginnen
1.1 Wat is psychologie
We worden voortdurend geconfronteerd met “psychologie” in krant en tijdschriften, op tv en radio…
Probleem: gaat niet over wetenschappelijke psychologie. Die wetenschappelijk verantwoorde kennis
wordt vaak verkeerd ingeschat (zowel onder- als overschat).
Pyschologie= de wetenschappelijke studie van mentale processen(denken, voelen) en gedrag
ROEDIGER
Psychologie= de empirische studie van mentale processen en gedrag ZIMBARDO
Domein van psychologie = enorm breed, de American Psychological Association (APA) heeft maar
liefst 48 divisies en is de meest invloedrijke beroepsvereniging van psychologen ter wereld.
Pseudowetenschap= natuurlijke fenomenen verklaren die niet gebaseerd zijn op
wetenschappelijke studies. Uit onderzoek blijkt dat 40-75% geloof hecht aan verschijnselen
zoals telepathie, helderziendheid…
Daryl Bem (sociaal psycholoog): mensen kunnen de toekomst voorspellen.
Experiment: proefpersonen zaten voor de pc en moesten kiezen tussen links of rechts. Ze kregen
geen vraag te zien, maar er was wel een vraag volgens de computer. Wie het juist had, werd beloond
door het kijken van een erotische scène. Wie het fout had, zag niets. Indien ze toevallig zouden
kiezen 50% kans op het juiste gordijn.
RESULTAAT: 53% koos voor het gordijn met de erotische scène. Daryl besloot uit zijn resultaten dat
mensen de toekomst kunnen voorspellen. Dit stuitte op veel commotie!
Besluit: Er is geen enkele vaste empirische wetenschappelijke evidentie voor extra sensory
perception na 100 psychologische experimenten.
Freudprobleem= (gedefinieerd door Stannovic) de associatie van psychologie met de
psychoanalyse van Freud.
Slechts <10% van alle APA-leden onderschrijft de leer van Freud (o.a. omdat zijn klinische gevalstudies
niet als betrouwbaar worden aanzien). Nog minder onderschrijven de ideeën van Jung(≠ mainstream
psycholoog). Nochtans zijn deze namen juist de enige bekenden bij het grote publiek!
Freudprobleem. Van nobelprijs-winnaars zoals Hubel &Wiesel, Roger Sperry en Herbert Simon
hebben de meeste mensen nog nooit gehoord, terwijl deze psychologen gezorgd hebben voor een
grote impact op de wetenschap.
De wetenschappelijke psychologie heeft haar oorsprong in de filosofie en fysiologie=> tweevoudig
karakter: geesteswetenschappelijke onderzoeksmethoden (VERKLARING) en
positiefwetenschappelijke onderzoeksmethoden (PREDICTIE).
Na WO2: psychologie= gedragswetenschap; Het Amerikaanse behaviorisme (verbanden tussen
stimulus en reactie) veroverde de wereld. Tijdens deze periode vooral diergedrag. Men ging er
immers vanuit dat de mens niet veel verschilde.
Sinds de jaren 60 staan informatieverwerkingsmogelijkheden van mensen centraal in veel onderzoek.