Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 64 pages
Exam (elaborations)

samenvatting inleiding in de criminologische sociologie.

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 64 pages

samenvatting inleiding in de criminologische sociologie.

Content preview

lOMoAR cPSD| 63316909




Criminologische Sociologie

SITUERING VAN SOCIOLOGISCHE THEORIEEN OVER CRIMINALITEIT

Sociologie is de studie van de samenleving, maar wat is de samenleving? Het is een relatief nieuwe
wetenschap, lang benoemd als filosofie (oude Grieken). Illegaliteit is tegen de wet. Men spreekt pas
over criminaliteit als er straffen op staan.

1. DE HISTORISCHE BENADERING VAN DE SOCIOLOGIE

De eerste denkbeelden over criminaliteit ontstaan begin 19e eeuw. Rond 1750 (18e-19e eeuw) was er
een transitie die zorgde voor heel wat veranderingen. Er kwam verandering in het politieke denken,
wat onder andere leidde tot het einde van koningschap. De transitie is het gevolg van grote
maatschappelijke veranderingen van denkbeelden.

De ideeën van de Verlichting kwamen na de Franse Revolutie zoals de scheiding der machten, scheiding
van de Kerk/Staat en van brutale lichamelijke bestraffing (niet-rationeel) naar op regels gebaseerde,
institutionele. Deze regels zijn vastgelegd door een overheid (rationeel). De straffen komen los van het
puur lichamelijke. Een voorbeeld hiervan is een geldboete of opsluiting.

Tijdens de Verlichting stond de rede centraal. Hiernaast kende ook het empirisch onderzoek (met
experimenten en waarnemingen) zijn opgang. Dus alles werd heel rationeel (geen emotie, passie, etc)
en berekend. In de Verlichting was crimineel rationeel en berekend. Er kwam heel veel commentaar op
de klassieke theorie, waar enkele veranderingen of transities op volgden. De transities gaan gepaard
met maatschappelijke transities. Er kwam een overgang van premoderniteit naar moderniteit door
deze transities.

Men ging van brutale lichamelijke betraffing (niet-rationeel want waren inhumane sancties) naar op
regels gefundeerde institutionele sancties (rationeel). Deze lichamelijke bestraffingen waren al een
gewoonte aan het begin van de 18e eeuw. Men hoopte met de lichamelijke bestraffingen bekentenissen
te krijgen begin de 18e eeuw. Maar het probleem van deze foltering was dat ze leidde tot
psychologische problemen: zo gingen mensen daden bekennen die ze niet eens gepleegd heeft. In Syrië
vinden zulke folteringen nog steeds plaats. Er was geen focus meer op de oorzaak, de rechtvaardige
sociale orde primeert. Verder kwam er ook een overgang van feodaliteit naar moderniteit, feodaliteit
werd onderdrukt.

Niet begaan met de oorzaak van misdaad maar wel met een rechtvaardig sociale orde. Voor verlichting:
religieuze regels stonden voorop en men dacht van criminelen dat ze samenspanden met de duivel
(‘duivel gaf hen de opdracht om tegen gods wetten in te gaan’). Na verlichting: criminelen plegen
misdrijven uit rationele overwegingen (voorbeeld vader vermoorden om te erven).

Adel en clerus/religieus (en burgers en slaven) vervaagd door nieuwe internationaal handelseconomie,
dus handelaars begonnen rechten op te eisen. De derde stand/le tiers état begon rechten op te eisen
want handelaars begonnen veel belangrijkere rol te spelen. Luxeproducten werden geïmporteerd uit
andere landen voor adelen, handelaars speelden tussenrol tussen productie en levering.

Van feodaliteit naar moderniteit: in de feodaliteit werd de samenleving gedomineerd door de
katholieke kerk (clerus) en de adel (afstammelingen ridders). Het was dus een bestuurlijk systeem van
leenmannen en leenheren. De derde stand waren de arbeiders/slaven en handelaars. Er ontstond een
nieuwe economie door handel in verschillende steden, beginnen de onderste klasse meer te verdienen
en hun rechten op te eisen (ook plaatsen in het parlement). Handelaars eisten recht op voor de 3 de
stand (Franse Revolutie). De bijbel was de enige onbetwistbare bron van kennis en wijsheid. In de
moderniteit kregen de (rijke) burgers de macht in handen en met de Verlichting kwamen ook de vrije

, lOMoAR cPSD| 63316909




Criminologische Sociologie

wil, rationaliteit, wetenschap op basis van waarnemingen en een kritische houding, scheiding van Staat
en Kerk, scheiding der machten, etc.

De feodaliteit vaagt weg, andere klassen vragen rechten uit, geïnspireerd uit Engeland (Verlichting).
Derde stand zoekt naar vertegenwoordiging voor politieke inspraak in de staat (ondertussen werd
Leopold een kopje kleiner gemaakt, genotines). 1e grote kranten verschijnen, via dit middel proberen
ze de ‘moderniteit’ te laten doorkomen. Zo kwamen de fundamentele rechten van de mensen tot
stand.

2. DE KLASSIEKE THEORIE

2.1 Cesare Beccaria

Was een jurist, een Italiaan, kind van de verlichting en enkele denker. Hij was het begin van meer
humane manier van denken over criminaliteit. Zijn denken: crimineel is rationeel en berekend.
De crimineel gaat feiten plegen voor zijn eigen gewin. Hij was dus geen socioloog, maar had wel ideeën
over criminaliteit in de samenleving. In 1764 komt hij tot inzichten die later de verlichtingsfilosofen
zullen overnemen (25 jaar voor de Franse revolutie). Tevens had hij nieuwe denkbeelden over ancien
regime (in aanloop van de Franse revolutie). In het ancien regime stond een strakke en statistische
organisatie van de samenleving centraal, de koning stond aan de top van de hiërarchie, vrouwen
hadden niets te zeggen. De stand van de handelaars (beperkte intellectualiteit) samen met de arme
bevolking gaan het maatschappelijke veranderen. Cesare Beccaria zijn boek “Dei delitti e della quente”
(over misdaden en straffen) is bekend geraakt in 1764.

In de Westerse samenleving gold: oog om oog, tand om tand. Leed toevoegen ten minste even hoog
was als de schade voor zij die goddelijke wetten overtreden (blasfemie/godslastering). Religieuzen
hadden heel veel macht zoals bijvoorbeeld de paus, deze koos ervoor leed toe te voegen
(retributieve justitie).

Door de finaliteit (= doelstelling) van de straffen te veranderen, probeert hij een rationaliteit in de
straffen te brengen. Rationaliteit: berekenbaarheid, meetbaarheid, redelijkheid en verstandelijkheid.
Volgens hem was de doelstelling van straffen preventie “let the punishment fit the crime” zodat de
gestrafte weet dat hij dit niet nog eens mag doen. Deze regel noemt men proportionaliteit. Een straf
moet noodzakelijk zijn, anders is het wraak. Er is zo een overeenkomst tussen straf en inbreuk. Hij was
dus geen voorstander van de doodstraf, zodat ze nadien weer kunnen integreren in de samenleving.
Zware inbreuken kregen wel nog steeds zware straffen, maar geen doodstraf zodat de dader zijn fout
nog kan inzien. Men gaat uit van rationeel mensbeeld, die zijn gedragingen kan plannen. Een van die
gedragingen is weten welke straffen op welke misdaad staan (utilitarisme = nuttigheid). Gedragingen
worden gesteld omdat deze nuttig zijn voor zowel de persoon die wet stelt als voor de persoon die de
wet moet volgen. Zijn doelstellingen was dus voornamelijk leedtoevoeging, dat de daders moeten
afzien (retributief strafrecht).

Zijn visie komt van de homo rationalis (rationele mens): de mens heeft verstand en kan dat gebruiken
(andere in zijn tijd dachten dat de mens gered moest worden, zoals Adam en Eva). Als men goed
geïnformeerd is over wat men wel/niet mag doen en de daarbijhorende sancties, kan de mens een
afweging maken van zijn daden. Men kan de consequenties inschatten. De negatieve gevolgen zijn dan
groter dan de positieve gevolgen (als het voordeel van een misdrijf niet opweegt tegen het nadeel).

, lOMoAR cPSD| 63316909




Criminologische Sociologie

Visie van het utilitarisme (utilitair = nuttig): gedragingen worden gesteld omdat een persoon denkt dat
ze nuttig zijn, voor zichzelf en voor hun nabije kringen. Mensen moeten dus een afwegingen kunnen
maken van de daden die ze gaan stellen. Een handeling is goed als ze bijdraagt tot het grootste geluk
voor het grootste aantal mensen. Nuttigheid nastreven.

Uitgangspunten:
Sociaal contract (‘de Italiaanse Rousseau’): Hoe de mens functioneert in de maatschappij. Mensen
proberen een contract met elkaar te sluiten om veiligheid in hun leven en dat van anderen te
creëren.
Vrije wil van het individu: hij geloofde sterk dat de mens vrije wil heeft.
Afschrikken: de straf moet afschrikken
Utilitarisme: (+ calculus)
Beccaria zag de gevangenisstraf als een ultimum remedium, je mag enkel iemand opsluiten die echt
gevaarlijk is. Een nieuw traject is nodig om de persoon terug te laten integreren in de samenleving,
anders verliezen ze connectie met de samenleving.

2.1.1 Straffen kunnen enkele kenmerken hebben

Beccaria suggereerde variatie in de straffen, hij ontwikkelde dus verschillende types van straffen.

Openbare straffen (publiciteitsbeginsel): straf wordt uitgesproken door een rechter die het op zich
neemt het openbaar te maken. Hij wil het gesproken woord laten tellen zodat de beklaagde kan horen
wat er over hem wordt beslist. De procedure was vaak in het geheim maar straffen moesten wel
openbaar worden uitgesproken. In de middeleeuwen waren uitspraken geheim (de tijd voor Beccaria).
Zo kon men op voorhand afwegen wat de gevolgen zijn van een bepaalde daad.

Snel (subsidiariteitsbeginsel): het is belangrijk om snel te reageren omdat als het te lang duurt de
persoon gaat vergeten waarom hij het heeft gedaan. Dan is er teveel disconnectie en gaat de straf geen
impact hebben op het gedrag van de crimineel. Dus daders hebben recht om snel hun straf te weten
zodat ze snel hun gedrag kunnen veranderen en hun gedrag snel kunnen aanpassen bijvoorbeeld bij
hooligans in het voetbal

Noodzakelijkheid (om andere misdrijven te vermijden): straf moet bepaald worden in functie van de
kans dat iemand nog een misdrijf (opnieuw) zou plegen. Idee van noodzakelijkheid groeit voort uit idee
van preventie. Wanneer we zeker zijn dat iemand iets opnieuw gaat doen, moeten we strenger
optreden.

De “juiste” straf: de straf moet als juist/rechtvaardig worden ervaren. Hierdoor zal de persoon
aanvaarden dat een bepaalde straf wordt uitgesproken. Indien hij het echter ervaart als te
zwaar/onrechtvaardig, dan kan de persoon een afkeer krijgen van de samenleving.

Proportioneel = ’let the punishment fit the crime’: de straf moet evenwichtig zijn met de daad. Lichte
inbreuk moet leiden tot een lichte straf, en een zware inbreuk tot een zware straf. Bijvoorbeeld vroeger
veel doodstraf zelfs bij lichte misdrijven. Als mensen denken dat ze te zwaar worden gestraft, gaan ze
negatieve oordelen over de samenleving ontwikkelen en zichzelf ertegen verzetten. Dit zorgt ervoor
dat de kans op herval groter is.

Nulla poena sine lege (legaliteitsbeginsel) staat voor ‘een straf zonder wet’: er moet een juridische basis
zijn. Een straf kan niet worden uitgesproken als het nergens staat geschreven. De straffen uit de 18e

, lOMoAR cPSD| 63316909




Criminologische Sociologie

eeuw beantwoorden bijna allemaal aan de ideeën van Beccaria. Straffen moeten vooraf bepaald zijn
en duidelijk zijn, zodat er geen discussie over mogelijk is.

Men kan 3 grote lijnen herkennen in Beccaria’s visie:

Doelstelling van straffen is preventie (=Preventie is voorkomen dat er problemen ontstaan door
van tevoren in te grijpen.) : verhinderen dat daden opnieuw gesteld worden of andere daden
gepleegd worden. In het kader van die preventie is herintegratie in de maatschappij van de dader
(zodat hij geen nieuwe feiten gaat stellen) noodzakelijk.

De proportionaliteit tussen straf en misdrijf is daarbij heel belangrijk. “ Let punishment fit the
crime “. De opsluitingen in een gevangenis is maar tijdelijk en kost veel geld. Beccaria denkt
breder dan gevangenisstraffen. Bvb. gemeenschapsdienst: veroordeelde blijft in contact met de
samenleving waardoor een herintegratie makkelijker wordt aangezien de kloof tussen dader en
maatschappij minder groot is.

Zijn visie komt vanuit het utilitarisme met homo rationalis

Utilitarisme was een ethische stroming die de morele waarde van een handeling afmeet aan de bijdrage
die deze handeling levert aan het algemeen nut, waarbij onder algemeen nut het welzijn en geluk van
alle mensen wordt verstaan.

Rationeel gaat men op zoek naar een strafbepaling, die nuttig blijkt te zijn in de aanpassing van het
crimineel gedrag. Hierdoor kwam Beccararia op een aantal kenmerken: waaronder ‘Nulla poena sine
lege’ = geen straf zonder wet, straf moet snel volgen op misdrijf, enz.

Homo rationalis (rationele mens) met als uitgangspunt: als mensen goed geïnformeerd zijn over wat
ze wel en niet mogen doen en over de sancties gaan ze dat gedrag waarschijnlijk niet stellen. Negatieve
gevolgen zijn groter dan de positieve gevolgen (als het voordeel van een misdrijf niet opweegt tegen
het nadeel).

Besluit: de bestraffing heeft als doel de mensen terug in de maatschappij te integreren zodat de
maatschappij (= algemeen nut) er beter van wordt. Men gaat er van uit dat een misdadiger rationele
beslissingen neemt (in tegen stelling tot vroeger dat alles ingefluisterd werd door de duivel).

2.1.2 Uitgangspunten van zijn boek ‘dei delitti e delle pene’:

Sociaal contract (“ de Italiaanse Rousseau 18e eeuw (ouder)”): je maakt een ‘contract’ (=regelgeving)
in de samenleving en dat ‘contract’ gaat dan over regels wat kan en niet kan. Met als doel een zo groot
mogelijk geluk gedeeld door een zo groot mogelijk aantal (Rousseau schreef een boek : du contrat
social ou principes du droit politique dat gaat over het sociaal contract).

Vrije wil van het individu: mensen bepalen zelf hun pad. Vroeger was er geen vrije wil, alles werd
bepaald op voorhand. Straffen moeten afschrikken/ontmoedigen: rationele mensen zullen beslissen
hun misdaad niet te begaan

Utilitarisme: wetten moeten heel duidelijk stellen dat het goed van de grootste groep belangrijk is.
Mensen gaan geen misdrijven plegen als ze weten dat straffen volgen. Misdadigers maken
berekeningen en willen voordeel voor zichzelf. Weegt het mogelijke voordeel niet op tegen de straf die
ze kunnen krijgen, dan doen ze het niet.

Document information

Uploaded on
April 1, 2026
Number of pages
64
Written in
2025/2026
Type
Exam (elaborations)
Contains
Questions & answers
$16.49

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Performance
4.3
(236)
Sold
532
Followers
45
Items
18936
Last sold
5 hours ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions