Politiek en beleid samenvatting
Hoofdstuk 3: Democratie
1. Democratie als politiek regime
o Realiseren volwaardige democratie = niet vanzelfsprekend
Politiek regime bepaalt structuur
Burgers stem laten horen
o Democratie = burgers kiezen vertegenwoordigers
Formeel = democratie als manier om te besturen
Inhoudelijk = bestuur voor welzijn van het volk
o Veel soorten democratische regimes = andere invulling
1.1Democratie als bestuur van, door en voor het volk
Van het volk
o Sociaal contract = staat krijgt macht van burgers
o Soevereine volk = Alle burgers zijn gelijk
o Wie is het volk? -> niet kiezen wie op de lijsten staan
Groot deel bevolking niet aanwezig
Vrouwen mochten pas later stemmen
Door het volk
o Demokratia (grieks) = direct zelfbestuur door burgers -> niet
meer
o Volk bestuurt onrechtstreeks
Representatieve/indirecte democratie = volk bestuurt door
verkiezing volksvertegenwoordigers
Kloof tussen burgers en politiek -> afstand te groot
Voor het volk
o In het belang van het volk (wat is het algemeen belang?)
3 Kenmerken vallen niet altijd samen
o Kloof tussen volk en volksvertegenwoordigers
o Wie is het volk
o Wat is het algemeen belang?
o Zijn beslissingen door het volk de beste beslissingen voor het
volk?
o Wat is vertegenwoordigers?
o Er is begrenzing van de volkswil
Vrije meningsuiting
Meerderheid ontzegt rechten minderheid
Leger ingrijpen bij meerderheid die democratie wil
afschaffen
1.2Democratie als principe en regeervorm
Filosoof: Jacques Rancière -> Plato
o Wetten/voorwaarden wie mag regeren: “geliefd bij de goden”
o Door het lot als leider wordt aangeduid onder gelijken
Breuk met sociale orde/hiërarchie is samenleving
Democratische Principe = geen voorwaarden aan wie kan regeren ->
fundamentele gelijkheid tussen burgers
o Zit in de soort regeervorm -> door weinigen die ruimte krijgen
om invulling te geven aan democratie (met of zonder
beperkingen)
, Democratische Regeervorm = willen besturen is de voorwaarde
o = de enige voorwaarde om te regeren is de afwezigheid van de
voorwaarde
Realiteit = oligarchie
o = een bestuur door weinigen die meer of minder zuimte geeft
aan democratie
1.3Verschillende manieren om de democratie te organiseren
1.3.1 Directe democratie
Burgers beslissen zelf (niet via vertegenwoordigers) -> meteen
individueel tot oordeel
o Vb: referenda
1.3.2 Indirecte democratie
Burgers kiezen indirect via vertegenwoordigers gekozen via
verkiezingen
o Burgers delegeren besluitvorming naar verkozen politici
1.3.3 Deliberatieve democratie
Diverse groep burgers komen tot een politiek besluit
o Nadat burgers geïnformeerd zijn + nodige tijd voor overleg
namen -> oplossing
Vb: steekproef, loting, jury
1.4Kenmerken van de liberale democratie
Liberaal verwijst naar vrij
o Respect fundamentele rechten en vrijheden
Beschermen mensenrechten = voorwaarde
democratie
Vb: koude oorlog (oostblok)
o Parlement van volksvertegenwoordigers
Controle & maken wetten
o Verantwoording en verkiezingen
Machthebbers moeten hun beslissingen
verantwoorden
o Meerpartijenstelsel en pluralisme
Verschillende partijen = georganiseerde
meningsverschil
o Scheiding der machten
Uitvoerende, rechterlijke, wetgevende macht
Nooit bij eenzelfde persoon mogen berusten
o Rechtsstaat en beperking van de staatsmacht
Overheid rechten en vrijheden burgers waarborgen
Overheid beperkte bevoegdheid over burgers
Machthebbers ook aan regels houden
o Transparantie
Passieve openbaarheid
Controleerbaar door burgers
Recht op openbaarheid van bestuur
Actieve openbaarheid
, Verplichting overheid om op eigen initiatief
informatie aan burgers te geven
1.5Autoritaire en totalitaire regimes
Sterke machtsconcentratie bij elite & grote volgzaamheid van
burgers
o Hannah Arendt: overeenkomsten fascisme en communisme
Moderne totaliteit = rechtstreekse invloed op
privéleven burgers
5 centrale kenmerken volgens shapiro
Leider als halfgod
Ondermijning rechtsorde
Controle privésfeer
Permanente mobilisering bevolking
Legitimering door steun ‘massa’
1.6Liberale democratie versus totalitaire regimes
De grens vervaagt
Beide modellen zijn uitersten op een as waarop verschillende landen
zich kunnen positioneren
1.7Oligarchische bestuursvormen
Eenzelfde elitegroep voert systematisch de macht uit (2 mogelijke
systemen)
o Elitegroep voert macht uit en slaagt erin die te behouden
= formeel en feitelijk geen democratie en inspraak
Vb: religieuze leiders
o Formeel en in naam van democratie -> macht bij zelfde groep
= machtsgreep behouden door aanpassen regels
Vb: rusland van poetin
2 De Belgische pacificatiedemocratie
2.1Meerderheids- en consensusdemocratie
Competitiemodel & coalitiemodel
o Meerderheidsdemocratie = beslissingen steunen op meerderheid
2 partijen
Meerderheidskiessysteem
Eepartijregering
Pluralisme van belangengroepen
o Consensusdemocratie = beslissingen steunen op zoveel mogelijk
leden
Meer partijen
Evenredig kiessysteem
Kiesdrempel 5%
Coalitieregering
Evenveel Franstalige als Nederlandstalige ministers
Belangengroepen nemen deel aan beleid-systeem
2.2Kenmerken van de Belgische pacificatiedemocratie
Hoofdstuk 3: Democratie
1. Democratie als politiek regime
o Realiseren volwaardige democratie = niet vanzelfsprekend
Politiek regime bepaalt structuur
Burgers stem laten horen
o Democratie = burgers kiezen vertegenwoordigers
Formeel = democratie als manier om te besturen
Inhoudelijk = bestuur voor welzijn van het volk
o Veel soorten democratische regimes = andere invulling
1.1Democratie als bestuur van, door en voor het volk
Van het volk
o Sociaal contract = staat krijgt macht van burgers
o Soevereine volk = Alle burgers zijn gelijk
o Wie is het volk? -> niet kiezen wie op de lijsten staan
Groot deel bevolking niet aanwezig
Vrouwen mochten pas later stemmen
Door het volk
o Demokratia (grieks) = direct zelfbestuur door burgers -> niet
meer
o Volk bestuurt onrechtstreeks
Representatieve/indirecte democratie = volk bestuurt door
verkiezing volksvertegenwoordigers
Kloof tussen burgers en politiek -> afstand te groot
Voor het volk
o In het belang van het volk (wat is het algemeen belang?)
3 Kenmerken vallen niet altijd samen
o Kloof tussen volk en volksvertegenwoordigers
o Wie is het volk
o Wat is het algemeen belang?
o Zijn beslissingen door het volk de beste beslissingen voor het
volk?
o Wat is vertegenwoordigers?
o Er is begrenzing van de volkswil
Vrije meningsuiting
Meerderheid ontzegt rechten minderheid
Leger ingrijpen bij meerderheid die democratie wil
afschaffen
1.2Democratie als principe en regeervorm
Filosoof: Jacques Rancière -> Plato
o Wetten/voorwaarden wie mag regeren: “geliefd bij de goden”
o Door het lot als leider wordt aangeduid onder gelijken
Breuk met sociale orde/hiërarchie is samenleving
Democratische Principe = geen voorwaarden aan wie kan regeren ->
fundamentele gelijkheid tussen burgers
o Zit in de soort regeervorm -> door weinigen die ruimte krijgen
om invulling te geven aan democratie (met of zonder
beperkingen)
, Democratische Regeervorm = willen besturen is de voorwaarde
o = de enige voorwaarde om te regeren is de afwezigheid van de
voorwaarde
Realiteit = oligarchie
o = een bestuur door weinigen die meer of minder zuimte geeft
aan democratie
1.3Verschillende manieren om de democratie te organiseren
1.3.1 Directe democratie
Burgers beslissen zelf (niet via vertegenwoordigers) -> meteen
individueel tot oordeel
o Vb: referenda
1.3.2 Indirecte democratie
Burgers kiezen indirect via vertegenwoordigers gekozen via
verkiezingen
o Burgers delegeren besluitvorming naar verkozen politici
1.3.3 Deliberatieve democratie
Diverse groep burgers komen tot een politiek besluit
o Nadat burgers geïnformeerd zijn + nodige tijd voor overleg
namen -> oplossing
Vb: steekproef, loting, jury
1.4Kenmerken van de liberale democratie
Liberaal verwijst naar vrij
o Respect fundamentele rechten en vrijheden
Beschermen mensenrechten = voorwaarde
democratie
Vb: koude oorlog (oostblok)
o Parlement van volksvertegenwoordigers
Controle & maken wetten
o Verantwoording en verkiezingen
Machthebbers moeten hun beslissingen
verantwoorden
o Meerpartijenstelsel en pluralisme
Verschillende partijen = georganiseerde
meningsverschil
o Scheiding der machten
Uitvoerende, rechterlijke, wetgevende macht
Nooit bij eenzelfde persoon mogen berusten
o Rechtsstaat en beperking van de staatsmacht
Overheid rechten en vrijheden burgers waarborgen
Overheid beperkte bevoegdheid over burgers
Machthebbers ook aan regels houden
o Transparantie
Passieve openbaarheid
Controleerbaar door burgers
Recht op openbaarheid van bestuur
Actieve openbaarheid
, Verplichting overheid om op eigen initiatief
informatie aan burgers te geven
1.5Autoritaire en totalitaire regimes
Sterke machtsconcentratie bij elite & grote volgzaamheid van
burgers
o Hannah Arendt: overeenkomsten fascisme en communisme
Moderne totaliteit = rechtstreekse invloed op
privéleven burgers
5 centrale kenmerken volgens shapiro
Leider als halfgod
Ondermijning rechtsorde
Controle privésfeer
Permanente mobilisering bevolking
Legitimering door steun ‘massa’
1.6Liberale democratie versus totalitaire regimes
De grens vervaagt
Beide modellen zijn uitersten op een as waarop verschillende landen
zich kunnen positioneren
1.7Oligarchische bestuursvormen
Eenzelfde elitegroep voert systematisch de macht uit (2 mogelijke
systemen)
o Elitegroep voert macht uit en slaagt erin die te behouden
= formeel en feitelijk geen democratie en inspraak
Vb: religieuze leiders
o Formeel en in naam van democratie -> macht bij zelfde groep
= machtsgreep behouden door aanpassen regels
Vb: rusland van poetin
2 De Belgische pacificatiedemocratie
2.1Meerderheids- en consensusdemocratie
Competitiemodel & coalitiemodel
o Meerderheidsdemocratie = beslissingen steunen op meerderheid
2 partijen
Meerderheidskiessysteem
Eepartijregering
Pluralisme van belangengroepen
o Consensusdemocratie = beslissingen steunen op zoveel mogelijk
leden
Meer partijen
Evenredig kiessysteem
Kiesdrempel 5%
Coalitieregering
Evenveel Franstalige als Nederlandstalige ministers
Belangengroepen nemen deel aan beleid-systeem
2.2Kenmerken van de Belgische pacificatiedemocratie